Begripsverwarring: populisme

Het mooie bij het gebruik van heel veel woorden is dat iedereen meteen begrijpt wat je bedoelt.

Een stoel is een stoel, hoe die ook ontworpen is. Vraag een kind een huis te tekenen en we herkennen het, omdat er ondanks de status van het beroep architect nog steeds koekebakkers binnen die beroepsgroep ronddarren die niet veel verder komen dan de basale kindertekeningen. Een boom, van naaldboom tot exotische palm en alles daar tussenin herkent elk kind op aarde als een boom. Zo kan oneindig doorgedacht worden zonder dat er een discussie over normale begrippen nodig is, hooguit over de uitvoering of diverse specifieke uiterlijke detailkenmerken.

Maar neem nu eens het begrip populisme. Dit binnen de politiek veelgebruikte woord wordt door zichzelf verheven gevonden lieden bij herhaling als minderwaardig afgeserveerd en vervolgens in de vuilnishoek geplempt.
Echter, wat is nou precies de omschrijving van het woord populisme? Google ‘t en vind o.a.: “Populisme (van het Latijnse populus, “volk”) is een manier van politiek bedrijven, waarin de centrale tegenstelling die tussen “het volk” en “de elite” is, en waarbij de populist de kant van “het volk” kiest. Deze begrippen kunnen op verschillende manieren worden ingevuld, zodat men links-populisten, rechts-populisten en diverse andere typen kan onderscheiden. Om die reden kan het populisme niet als een uniforme ideologie worden opgevat. In het algemeen spraakgebruik heeft populisme doorgaans een negatieve bijklank, hoewel er politici en denkers zoals wij zijn die het als geuzennaam voeren.”

Let dus wel: een populist kiest de kant van het volk! Als we er gemakshalve eens vanuit gaan dat de elite nog niet uit 10% van onze bevolking bestaat en zo’n 10% graag bij de elite wenst te horen, dan is ruim 80% automatisch het gewone volk dat door niet populisten dus ook niet wordt vertegenwoordigd!

Dit is politiek gezien een zeer interessante conclusie, zeker wanneer die bijna 20% de overtuiging aanhangt dat het volk dom is, geen visie heeft, geen tijd en geen interesse heeft voor politiek in de breedste zin van betekenis. Dit zouden zomaar de juiste foute conclusies kunnen zijn.
Het volk heeft namelijk wel degelijk een mening en ziet soms haarscherp waar en hoe het fout gaat. Alleen blijft het bij constateren en vervolgens machteloos klagen, omdat ze binnen het huidige staatsbestel geen schijn van kans krijgen. En omdat ze niet op de hoogte zijn van een alternatief staatsbestel. Dit laatste is met name de reguliere media (msm) aan te rekenen.

Elke partij die zich wél in wil zetten voor het volk – hetzij uit overtuigen, hetzij uit eigenbelang en carrièreplanning -, wordt denigrerend populistisch genoemd. Populistisch alsof het verwerpelijk en verderfelijk is. De elite misbruikt het woord populisme, om te vrezen dat het volk in al haar toebedachte domheid de belangen van de hogere klasse zou schaden. De elite die o.a. standaard VLD stemt. VLD? Wacht even, onze nationale Volkspartij voor Vrijheid en Democratie? Zonder uit te wijden over begrippen als Vrijheid en Democratie in relatie tot de half criminele club van Egbert Lachaert, wil ik hier het eerste deel van de partijnaam even heel kort bij de lurven vatten. De term Volkspartij suggereert een partij te zijn voor het volk, maar bij hen absoluut geen beleid door het volk. Een elitaire beweging waarvan de leden wel weten wat goed is voor het plebs. Elitair populisme voorwenden om de ware bedoelingen te maskeren. Noem het rustig neppopulisme.

In wezen mag gesteld worden dat het volk zowel over links alsook over rechts niet wordt vertegenwoordigd. En als sommige mensen trots toch nog op een machtspartij met regeeraspiraties stemmen, weten ze op voorhand al dat ze belazerd worden. Dat dit soort mensen keer op keer voorgelogen wil worden is een exponent van rood potlood masochisme. En masochisten hebben altijd een drogreden om hun gedrag te bagatelliseren. In dit geval: ‘Wat dan?’

Wij van het Nationaal-Libertarisch Kompas zijn populistisch omdat we wél voor het volk opkomen en het bij ons niet draait omwille van de macht. Als partijen het volk dat zich tot nu toe systematisch benadeeld heeft gevoeld, wel vertegenwoordigen en pal staan voor hun voor de verkiezingen ingenomen standpunten, dan mogen ze zich zondermeer zeer trots populistisch noemen. Populisme zou dan als een eretitel ervaren mogen worden, de populist als geuzennaam.

Waarom ik een populistische nationalist ben

Voor de mainstream-elitemedia is het een schande om populist te zijn en is het ook een schande om nationalist te zijn. Wat de heersende klasse denkt interesseert me niet want ik kom op voor het gewone volk. In dit artikel zal ik jullie uitleggen waarom ik populist en nationalist ben!

Als populist ben ik begaan met de belangen van het volk. De heersende elite luistert niet meer naar de belangen van het volk, maar voldoet enkel aan haar eigen belang. Als de mensen uit frustratie radicaal links of rechts stemmen dan zijn ze voor de elite fout. Ik ben als libertarische vrijheidsstrijder voor de elite dus ook fout. Het wordt tijd dat de gewone burger in dit land echt democratische inspraak krijgt en dat de koopkracht, de lonen verhogen en de pestbelastingen dalen. Ook de vrijheid van meningsuiting verdedigen blijft levensbelangrijk.

Waarom ben ik nationalist en meer bepaald Vlaams nationalist? Wel ik ben het beu dat in de Belgische politiek de Waalse francofone elite steeds maar de baas blijft spelen over de Vlaming. Als nationalist houd ik van mijn volk en kom ik op voor een vrij Vlaanderen in een Europa der volkeren.

Ben ik nu een misdadiger of denk je ook zoals ik? Ik verneem graag je reactie!

Geschreven door Erik De Ridder

Populisme is noch goed, noch slecht

Het woord ‘populisme’ duikt voortdurend in de media op. Maar wat is populisme eigenlijk en waarom zien we het als een verwijt?

Populisme, wat is dat eigenlijk?
“Populisme is een begrip dat ontzettend veel wordt gebruikt, maar niet altijd duidelijk gedefinieerd wordt. Ook in de wetenschap is er nog steeds verdeeldheid: of populisme nou een ideologie, een strategie of een politieke stijl is. Maar er bestaat inmiddels overeenstemming dat de tegenstelling van ‘het volk’ en ‘de elite’ tot de absolute kern van het populisme behoort.“

Zelf gebruik ik meestal de definitie van populisme-expert Cas Mudde. Die gaat ervan uit dat populisme op het idee gebaseerd is dat de maatschappij uit twee vijandige kampen bestaat: aan de ene kant het ‘goede volk’, en aan de andere kant een ‘slechte elite’. Vervolgens stellen populisten dat zij de enige rechtmatige vertegenwoordigers van ‘het volk’ zijn. Zij geloven dat voor een democratie de volkswil allesbepalend is en vinden daarom dat de politiek een uitdrukking zou moeten zijn van deze volkswil. Populisten streven er dan ook naar om de macht terug te brengen van de elite naar het volk.”

Zijn populisten altijd rechts?
“In tegenstelling tot andere ideologieën is populisme een ‘dunne ideologie’ – dat wil zeggen een ideologie die geen volledige antwoorden kan geven op politieke en maatschappelijke vraagstukken. Populisme wordt dan ook meestal gekoppeld aan andere ideologieën, bijvoorbeeld aan nationalisme – dan hebben wij het over rechts-populisme. Bij socialisme is er sprake van links-populisme. Populisme lijkt dus een beetje op een kameleon die de kleur aanneemt van de omgeving waarin hij zich bevindt.

Dat populisme veel verschillende verschijningsvormen heeft, zorgt voor verwarring. Politici die als ‘populistisch’ omschreven worden, hebben vaak op het eerste oog niet veel met elkaar gemeen. We gebruiken de term bijvoorbeeld voor rechtse politici zoals Geert Wilders, Tom Van Grieken of Marine Le Pen, die zich voor een streng migratiebeleid inzetten, maar we gebruiken de term ook voor linkse partijen zoals het Spaanse Podemos, dat zich juist voor een migrantenstemrecht inzet. Ondanks deze fundamentele verschillen worden beiden als populistisch omschreven, omdat ze zich inzetten voor het ‘gewone volk’, dat volgens hen wordt genegeerd en uitgebuit door een ‘corrupte elite’.”

“Populisme is in principe gewoon onderdeel van de democratie. Soms wordt populisme gelijkgesteld aan opportunisme, demagogie of rechts-radicalisme. Vaak wordt het dan ook als een soort scheldwoord gebruikt om politici te omschrijven die onze standpunten niet delen. Voor veel mensen heeft populisme daarom een negatieve connotatie. Maar dat is een fundamentele misvatting: populisme is noch goed, noch slecht.

Anders dan extremistische partijen zijn populistische partijen niet antidemocratisch. Ze roepen niet op tot geweld en ze stellen ook niet de spelregels van de democratie in vraag. Wel hechten populistische partijen over het algemeen geen belang aan pluralisme of de rechten van minderheden. Voor populisten staan volkssoevereiniteit en het meerderheidsprincipe centraal. Dat is in strijd met de waarden en instituties van de liberale democratie. Maar populisme kan ook een verrijking voor de democratie zijn, doordat het belangrijke politieke problemen kan blootleggen. Het kan kiezers bij het democratisch proces betrekken door ze te motiveren om naar de stembus te gaan.”

Welke vormen van populisme zien we op dit moment in Europa?
“Over het algemeen manifesteert populisme zich vaak door een uitgesproken afwijzing van politieke correctheid. Voor populisten is geen enkel onderwerp taboe. Hoewel er in Europa niet-rechtse populistische bewegingen bestaan die populisme met een vorm van socialisme combineren – denk bijvoorbeeld aan SYRIZA in Griekenland of Podemos in Spanje – hebben we in Europa voornamelijk te maken met radicaal rechts-populistische partijen.

Deze partijen zijn in de eerste plaats nationalistisch. Omdat er in theorie ook liberale stromingen van nationalisme bestaan, gebruiken veel politicologen liever de Amerikaanse term ‘nativism‘. ‘Nativism’ is een vorm van nationalisme die stelt dat staten exclusief moeten worden bewoond door mensen die ook deel uitmaken van ‘de natie’, omdat niet-inheemse mensen en ideeën een bedreiging vormen. Daarom manifesteert rechts-populisme zich vaak in xenofobe uitspraken en anti-immigratiepolitiek.

Tegenwoordig bedienen ook vertegenwoordigers van de gevestigde politieke orde zich geregeld van populistische uitspraken. Of politici populistisch zijn, is daarom meestal geen kwestie van ‘wel of niet’, maar eerder van ‘meer of minder’.”

Hoe kan het dat rechts-populistische partijen in sommige Europese landen momenteel terrein winnen en in andere landen totaal niet?
“Mijn onderzoek is gemotiveerd door exact deze puzzel en in mijn proefschrift stel ik deze vraag in het bijzonder over de Benelux. Hoe komt het dat rechts-populistische partijen meer succes lijken te hebben in Nederland en Vlaanderen dan in Luxemburg en Wallonië? Wallonië is een bijzonder fascinerend geval omdat deze regio eigenlijk een perfecte ‘voedingsbodem’ heeft voor rechts-populistische partijen. Maar om het succes van rechts-populistische partijen te verklaren moet je niet alleen naar de vraagzijde kijken (‘Waarom worden kiezers aangetrokken door rechts-populistische partijen?’) maar ook naar de aanbodzijde (‘Is er wel een partij die de vraag ook in stemmen kan vertalen?’).

Veel onderzoekers verklaren het verschil in rechts-populistische successen in Europa dan ook via de ‘aanbodzijde’. Het klopt natuurlijk dat er in Wallonië (nog) niet écht een ‘geloofwaardige’ rechts-populistische partij bestaat. Maar volgens mij is deze verklaring te gemakkelijk. Ik denk dat twee factoren een centrale rol spelen: de media en de gevestigde partijen. Samen fungeren zij als ‘gatekeepers’ die controleren wie de electorale arena betreedt. In Wallonië bestaat er een formele overeenkomst onder journalisten om radicaal-rechtse partijen totaal buiten spel te zetten. Zij willen geen platform bieden aan politici die bestempeld kunnen worden als een gevaar voor de vrijheid. Dus radicaal rechtse politici zie je daar nooit live op televisie. Doel van dit cordon is niet om rechts-populistische partijen dood te zwijgen, maar om ze te isoleren. Dat maakt het moeilijk voor nieuwe bewegingen om terrein te winnen. Maar dat is slechts één factor, want afgezien van de media denk ik dat ook reguliere partijen een cruciale rol spelen.

In Wallonië is het partijlandschap minder versplinterd. Vooral de sociaaldemocraten doen het nog steeds goed. In tegenstelling tot de sociaaldemocratische partijen in vele andere Europese landen, is de Waalse Parti Socialiste namelijk niet naar het midden geschoven. De partij heeft daardoor, anders dan veel vergelijkbare partijen in Europa, de kern van haar kiezers niet verloren. Gevestigde partijen die erin slagen om de zorgen van hun kiezerskern aan te pakken, kunnen fungeren als een soort buffer tegen populisme. Over het algemeen denk ik daarom dat gevestigde partijen, en met name sociaaldemocratische partijen, niet als slachtoffer van de opkomst van radicaal-rechts moeten beschouwd worden, maar ook als een van de oorzaken moeten worden gezien.”