Een libertarisch betoog voor immigratiebeperkingen

We leven als libertariërs niet in de vrije samenleving die we ons zouden wensen. De libertarische filosofie moet hier en nu toegepast worden. We kunnen de huidige staat niet wegdenken. We moeten derhalve kiezen voor beleid dat de implementatie van het libertarisme op de lange duur ten goede komt. Het streven is altijd om een zo vrij mogelijke gemeenschap te creëren. Dit geldt ook voor het vraagstuk van immigratie en grenzen. Libertarische pleitbezorgers van ‘open grenzen’ spannen echter het paard achter de wagen. Ze passen de regels van een vrije samenleving toe op de onvrije situatie waarin wij leven, en scheppen daarmee ruimte voor stelselmatige rechtenschendingen.

Om te beginnen is er het feit dat immigratie, in de huidige situatie, per definitie zal leiden tot kosten— al zijn het maar de kosten van de opvang der asielzoekers. Deze opvang wordt bekostigd door de staat, met geld dat onder dwang is afgenomen van individuen. Wanneer migranten tevens aanspraak mogen maken op de collectieve regelingen van de verzorgingsstaat betekent dit dat er als gevolg van immigratie méér gestolen en herverdeeld zal (moeten) worden. Zoals Mencken ooit treffend heeft gezegd: “Democratie is een veiling van gestolen goederen.” Hoe kan een libertariër dat steunen?

Libertarische voorstanders van vrije immigratie in de huidige praktijk brengen, wanneer zij worden geconfronteerd met deze analyse, dikwijls te berde dat zij helemaal niet voor deze herverdeling zijn. Maar door vrije immigratie te bepleiten voordat de verzorgingsstaat is verdwenen steunen zij deze collectivistische herverdeling wel degelijk. Ook zij willen dus helers zijn van gestolen waar. Het feit dat, of zij dit nu zelf wenselijk achten of niet, de verzorgingsstaat wel degelijk bestaat kunnen de pleitbezorgers van ‘open grenzen’ niet ontkennen. Wel doen zij een poging om hun standpunt te rechtvaardigen. Deze rechtvaardiging is doorgaans tweeledig. Ten eerste wordt gewezen op het standpunt dat het beperken van immigratie óók een rechtenschending zou zijn. Ten tweede wordt gewezen op de veronderstelde economische voordelen van vrije migratie.

RECHTEN

Is het beperken van immigratie en schending van de rechten der immigranten? Wel, is het ontzeggen van toegang tot mijn erf een schending van de rechten van mensen die daar zonder mijn toestemming willen verblijven? Geenszins. Het cruciale verschil is dat immigratie naar een land valt onder de auspiciën van een territoriale monopolist, te weten de overheid. Voluntaristen zijn het erover eens dat deze overheid onterecht dat territoriale monopolie claimt, en dat alle grond idealiter in privé-bezit zou moeten zijn.

Als alle grond in privé-bezit zou moeten zijn, en ‘publieke ruimte’ eigenlijk immoreel is, kunnen we dan niet stellen dat het toelaten van immigranten in ‘België’ goed te vergelijken valt met een situatie waarin de krakers van een pand andere krakers uitnodigen om zich in dat pand te vestigen? Hoe kunnen zij dit legitiem doen, als niet-eigenaar? Enkel de rechtmatige eigenaar van grond kan bepalen wie hij op zijn erf toelaat, en onder welke voorwaarden. Derhalve zouden consequente libertariërs éérst naar de privatisering van alle grond moeten streven, en kunnen vervolgens de private eigenaren zelf bepalen wiens aanwezigheid zij daar dulden.

CULTUUR

Ten aanzien van de vermeende economische voordelen van onbeperkte immigratie: dat is een nogal schraal en ééndimensionaal beeld. Immigratie zorgt voor demografische veranderingen en dus mogelijk ook voor culturele veranderingen. In het gebied dat aangeduid wordt als ‘het Westen’ heerst in relatieve zin nog het idee dat ieder individu van waarde is. Dat een individu in zijn sociale context uniek en niet inwisselbaar is.

Dat is een specifiek westers idee; in andere culturen leeft dit besef veel minder. Daar is doorgaans niet het individu de fundamentele eenheid, maar de familie, de geloofsgemeenschap of de natie. Dit is in de praktijk natuurlijk niet helemaal zwart-wit, er zijn zeker gradaties— maar in grote lijnen is dit gewoon de stand van zaken. De westerse cultuur is in vergelijking met alle andere culturen eenvoudigweg de meest individualistische cultuur. En uit die traditioneel individualistische cultuur zijn het klassiek-liberalisme en het libertarisme voortgekomen.

Wat libertariërs moeten beseffen is dat individuen per definitie cultuurdragers zijn. Om die redenen kunnen de onvermijdelijke demografische veranderingen die optreden als gevolg van immigratie óók tot culturele veranderingen leiden. Als er in België of Europa meer mensen komen wonen die een collectivistische cultuur aanhangen zal dat veranderingen teweeg brengen op niet alleen economisch gebied, maar ook op politiek, cultureel en godsdienstig vlak.

(Voor alle duidelijkheid; het is natuurlijk mogelijk dat een westerse cultuurdrager iemand uit Afrika, het Midden-Oosten of China is. Het heeft niet noodzakelijk met huidskleur of afkomst te maken. De westerse cultuur is een verzameling van ideeën. Wie die ideeën accepteert is een westerse cultuurdrager, los van zijn origine of huiskleur.)

Ten eerste zullen migranten, wanneer zij eenmaal burger worden, ook mogen stemmen. Het is bekend dat het overgrote deel van de immigranten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika geneigd is om te stemmen op collectivistische partijen. Niet iedere migrant is collectivistischer dan het huidige Belgisch gemiddelde, maar in geval van ongebreidelde massa-immigratie zal er een grote toestroom plaatsvinden van individuen die dragers zijn van een duidelijk collectivistisch/link cultureel wereld- en maatschappijbeeld. Het gevolg zal per definitie het ontstaan van een meer collectivistische cultuur in België zijn – met de maatschappelijke en politieke gevolgen van dien. Is het vanuit het libertarisme gezien dan wel een wenselijk idee om significante aantallen mensen dit land binnen te halen die een collectivistische cultuur met zich meedragen?

Hier komt bij dat de eventuele politieke effecten slechts één facet van de zaak vormen. Ook collectivistische immigranten die niet stemmen, of die (nog) niet mogen stemmen, zullen puur door hun aanwezigheid, bijvoorbeeld via belangenorganisaties, invloed hebben op de cultuur. Ze zullen zich eenvoudigweg via het ‘maatschappelijk middenveld’ en via sociale druk doen gelden. Het is immers een feit dat we in een democratisch systeem leven waarin ‘rechten’ als onderhandelbaar gezien worden en waar allerlei commissies, NGO’s, belangenorganisaties – en zelfs buitenlandse organisaties als de VN, WTO, WHO et al.- een significante invloed kunnen uitoefenen over wat de Belgische burger wel of niet zou mogen doen, laten of zeggen.

Zelfs diegenen die niet stemmen kunnen via die weg een aanzienlijke invloed en macht uitoefenen over ons dagelijkse leven. Als individu sta je vrijwel machteloos tegen dat proces. Dit systeem creëert een klasse van geprivilegieerde ‘insiders’ die, vaak gesubsidieerd en wel, mogen debatteren in hoeverre het goed en nuttig is dat de staat onze rechten nog verder zou beperken. Tot deze kliek behoren doorgaans geen voorvechters van de vrijheid. En hoewel veel van de organisaties in kwestie slechts raadgevend zijn is het maar afwachten in hoeverre de staat het vertoog dat deze organisaties voeren als excuus en rechtvaardiging gaat aandragen om de uitbreiding van reguleringen en daarmee de macht van de staat te rechtvaardigen en verder te laten groeien. Op deze wijze zullen de (binnen- en buitenlandse) ‘belangengroepen’ van immigranten ook via niet-politieke weg een sterke invloed uit kunnen oefenen op de cultuur en de samenleving.

De kans is reëel aanwezig dat de overblijfselen van ‘onze’ pro-individualistische en pro-vrijheid cultuur zullen verdwijnen als de cultuurdragers van de traditionele westerse cultuur in de minderheid komen. En dat proces is al gaande. Als de huidige demografische ontwikkelingen zich doorzetten is het zelfs een mathematische zekerheid dat westerse cultuurdragers over enkele decennia in Europa in de minderheid zullen zijn.

Welke conclusie kan men hieruit trekken? Logischerwijs enkel deze: dat libertarische voorstanders van open grenzen bezig zijn met een zelfmoordmissie. Zij staan toe dat de waarden die het libertarisme mogelijk maken op den duur vernietigd zullen worden. Als de Westerse cultuur verdwijnt zal ook de voedingsbodem van het libertarisme verdwijnen. De kansen op succes van het libertarisme in de toekomst staan of vallen met de culturele vanzelfsprekendheid van het primaat van het individu.

EEN VALSE VOORSTELLING VAN ZAKEN

Het hele idee van de ‘open grenzen’ is sowieso een canard. Geen enkel land en geen enkele gemeenschap wil mensen toelaten waarvan bekend is dat zij willen roven en moorden of de wetgeving zo fundamenteel veranderen dat dit nadelen voor de oorspronkelijke bewoners gaat opleveren. Er zijn dus maar héél weinig voorstanders van echt volledig ‘open grenzen’. De kwestie is niet binair; de vraag is niet ‘open of dicht’, maar hoe streng het toelatingsbeleid precies moet zijn. Door het vraagstuk als een puur ‘zwart-witte’ kwestie te portretteren bezondigen de zelfverklaarde voorstanders van zogenaamd ‘open grenzen’ zich aan een valse voorstelling van zaken.

Hier komt nog eens bij dat deze libertarische pleitbezorgers van vrije immigratie ook dikwijls doen alsof dat altijd het enige ‘echte’ libertarische standpunt is geweest, terwijl libertariërs die – in de huidige praktijk- vóór immigratiebeperkingen zijn worden afgeserveerd als zijnde étatisten of racisten, die het libertarisme ‘vervuilen’. De eerder genoemde overwegingen tonen al aan dat dit niet correct is. Hieraan kan nog worden toegevoegd dat het geen zonde is om te leven, zo goed als dat gaat, in een imperfecte situatie.

Is het libertarisch om immigratierestricties van staatswege te verdedigen? Nou, idealiter willen we helemaal niet dat de overheid bestáát. Maar die bestaat nu wel. Dus als je vandaag beroofd wordt, is het dan libertarisch om de staat te vragen de daders te pakken? Als libertariër doen wij dat liever niet, maar op dit moment zijn wij op de staat aangewezen omdat er geen libertarische alternatieven zijn. Kortom: libertariërs die bepleiten dat we doen alsof de staat er niet is gedragen zich als struisvogels. Ze zijn net zo erg als socialisten die beweren dat het libertarisme hypocriet zou zijn ‘omdat jullie ook gebruik maken van wegen die door de staat zijn aangelegd’. Er is echter gewoon geen andere keuze. We kunnen best streven naar een betere situatie, maar in de tussentijd zijn we gedwongen belasting te betalen en gebruik te maken van—bijvoorbeeld—wegen die van dat gestolen geld betaald worden.

Hetzelfde geldt voor het immigratievraagstuk. Net zoals je in de huidige situatie wilt dat de politie uitzoekt wie jouw iPhone gestolen heeft, zo willen wij dat de staat geen mensen gaat toelaten die er aan gaan bijdragen dat ons eigendom wordt afgenomen en onze vrijheid wordt beperkt. Er zijn al méér dan genoeg collectivisten in België. Wij zien die groep liever niet groter worden. Toch zal exact die onwenselijke toename het gevolg zijn van ongehinderde immigratie.

EEN REALISTISCHE AANPAK IN DE HUIDIGE SITUATIE

Het ‘open grenzen’-standpunt is libertarische zelfmoord. Je maakt het overleven van de libertarische filosofie in de nabije toekomst onmogelijk. Het is logischerwijs ook electorale zelfmoord; Wie de vrijheid een warm hart toedraagt stopt met het propageren van zgn. ‘open grenzen’ in de huidige praktijk.

Het bepleiten van een toelatingsbeleid op basis van vraag en aanbod is juist een libertarische vorm van zelfverdediging. Net zoals we niet alle goederen van de wereld importeren maar alleen die goederen waar in België vraag naar is, net zoals we niet alle kapitaal van de wereld in België importeren maar alleen het kapitaal waar in België behoefte aan is— zo zouden we alleen arbeid moeten importeren waar we in België behoefte aan hebben. Mensen die aansluiten bij de bestaande culturele normen, om conflicten over regels en afspraken te voorkomen, die het juiste opleidingsniveau hebben en die in staat zijn op economisch gebied iets bij te dragen. Dit zouden we in de praktijk kunnen brengen door de volgende stappen te implementeren als basis voor het migratiebeleid:

1] Arbeidsmigratie vindt enkel plaats op contractbasis. Zolang je werk hebt blijf je, en niet langer dan dat. Zoals in diverse landen al gebruikelijk is wordt het bedrijf dat een arbeidsmigrant inhuurt verantwoordelijk gehouden voor de aanvraag en – waar nodig – verlenging van diens verblijfsvergunning. Indien een arbeidsmigrant zijn vergunning niet op orde heeft wordt de werkgever hiervoor beboet. Dit zorgt ervoor dat administratiekosten worden uitbesteed, en motiveert werkgevers om dergelijke zaken goed in orde te houden.

2] De Belgische nationaliteit wordt uitsluitend verstrekt aan migranten die aantoonbaar hun eigen broek kunnen ophouden, en die gedurende meerdere jaren geen blijk hebben gegeven van gevaarlijke gedragskenmerken (zoals bijvoorbeeld crimineel gedrag).

3] Alle immigranten, zowel arbeidsmigranten als migranten die de Belgische nationaliteit willen verwerven, moeten toezeggen dat zij de scheiding tussen religie en staat zullen respecteren. Immigranten die agressief of vijandig gedrag vertonen (bijvoorbeeld tegen vrouwen, homoseksuelen of atheïsten) en kortom de individuele rechten van anderen niet respecteren worden ogenblikkelijk en onherroepelijk uitgezet. Het feit dat de Belgische nationaliteit uitsluitend wordt verstrekt na meerdere jaren onberispelijk gedrag maakt dit beleid mede mogelijk.

4] Er vindt géén asielopvang plaats in België/Europa. We kunnen asielopvang in ook de eigen regio faciliteren. Deze opvang in de regio wordt idealiter geregeld in internationaal verband, zodat er in samenwerking met de landen in de regio een goed georganiseerd netwerk van extraterritoriale opvanglocaties kan wordt opgezet. Tevens moeten landen in de regio worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid in deze context.

5] Illegale migranten worden actief teruggestuurd. Geen enkele uitzondering. Indien de herkomst van een illegale migrant niet traceerbaar is zal deze persoon naar één van de extraterritoriale opvanglocaties worden gestuurd.

Een aanpak die in deze richting gaat wordt al jarenlang met succes toegepast in Nieuw-Zeeland, Canada en Australië. België en Europa zouden dit voorbeeld moeten volgen en nader moeten uitwerken. Ondertussen kunnen libertariërs zich het beste richten op het verruimen van de vrijheid in ons land. Dat zal een lange, harde weg zijn. Wanneer wij die bewandeld hebben, en er sprake is van een vrije samenleving, is het migratievraagstuk irrelevant geworden. Het al dan niet toelaten van mensen zal dan een aangelegenheid van privé-eigenaars zijn. Dat is hoe het hoort; dat is hoe wij het wensen. Maar als we in de huidige, oneigenlijke situatie toestaan dat er een grote massa collectivisten naar dit land migreert zal die situatie nimmer verwezenlijkt kunnen worden.

Concept multiculturele samenleving is uitermate problematisch

Het grote gevaar momenteel is dat het benadrukken van de eigen culturele identiteit uitmondt in een wederzijdse tegencultuur, waarbij mensen vooral hun eigen identiteit profileren door zich af te zetten tegen de ander.’

Ad Verbrugge is één van de bekendste filosofen van Nederland. Zijn filosofische bestseller Tijd van onbehagen: filosofische essays over een cultuur op drift (2004), waarin hij de problemen van de westerse samenleving analyseert, zorgt in 2004 voor de nodige opschudding. De Leidenaar heeft een duidelijke visie op het gebied van praktische en culturele filosofie en een unieke kijk op de postmoderne maatschappij die hij duidt als een cultuur op drift. Verbrugge kijkt met name vanuit de continentale filosofische traditie naar onze wereld. Hij publiceert boeken en essays, schrijft in kranten, verschijnt op televisie en spreekt regelmatig op al dan niet filosofische bijeenkomsten. Hij is voorzitter van de Filosofische School Nederland en medeoprichter en lid van Centrum Èthos dat begin dit jaar het prikkelende boek Waartoe is Nederland op aarde? uitbracht. De Kanttekening sprak Verbrugge, onder meer over multiculturaliteit, identiteit en tolerantie.

Hoe kijkt u tegen de huidige samenleving aan?
‘Ik zie aan de ene kant een proces van toenemende ontgrenzing, dat meekomt met het proces van globalisering en virtualisering. Deze ontgrenzing zorgt voor nieuwe vormen van onveiligheid. Veel mensen hebben het gevoel dat ze niet langer beschermd worden en ten prooi vallen aan allerlei gevaren die daardoor op hen afkomen. Dat kan gaan om vluchtelingen die plotseling een land of stad binnen komen, internetgiganten en criminelen die via de virtuele ruimte binnendringen in onze private sfeer, economische en technologische ontwikkelingen die een bedreiging vormen voor hun werk, conflicten van politiek-religieuze aard, zoals de perikelen in de wereld van de islam waar we nog steeds middenin zitten. De spanningen met betrekking tot de islam hebben weer een wat andere lading gekregen door de vluchtelingenproblematiek van de afgelopen jaren. Hoe dan ook, veel mensen ervaren bestaande instituties niet meer als iets wat hen voldoende bescherming biedt en voelen zich vaak ook niet meer thuis in de wereld waarin zij wonen en werken. Aan de andere kant verlangen mensen juist in toenemende mate naar grenzen en meer of minder traditionele vormen van bescherming. Dit is de dubbelzinnige dynamiek rond globalisering en de multiculturele samenleving.’

U noemde vluchtelingen al. Zijn er vanuit de filosofie argumenten voor een multiculturele samenleving? Of juist niet?
‘Dat is allebei mogelijk. Het hangt er vanaf aan wie je het vraagt en vanuit welke filosofie je vertrekt. Ik ben zelf geneigd om niet alleen uit te gaan van abstracte filosofische idealen, maar altijd ook de context daarbij te betrekken en de historische dynamiek van een samenleving. Het onderkennen van zowel de overeenkomsten als verschillen in historische ontwikkelingen is een ontzettend belangrijk methodisch uitgangspunt. En de tijdspanne van waaruit je naar zaken kijkt. Wat heeft zich de afgelopen duizenden jaren voorgedaan en wat kun je daarvan leren? Multiculturaliteit kan soms ook een duurzame vorm krijgen en in andere gevallen zie je dat het juist de oorsprong is van het uiteenvallen van landen. Kijk maar naar het voormalige Oostblok en in het bijzonder naar Joegoslavië. Zowel nationalistische als religieuze sentimenten kunnen er toe leiden dat een institutie zoals een rechtsstaat uit elkaar valt. Zover zijn we in Nederland gelukkig niet, maar het is wel zo dat er twijfels bij mensen leven over de sociale duurzaamheid van onze samenleving.’

Hoe is dat te zien?
‘Kijk alleen al naar het recente referendum over het presidentschap van Erdogan. Veel mensen vragen zich af wat dit voor de Nederlandse gemeenschap betekent. Immers, als een aanzienlijk deel van je eigen Turkse bevolking meegaat met de politiek van een president die zich in hele grove bewoordingen uitlaat over Nederland en bovendien geen sterke democratische sentimenten lijkt te voeden, dan werkt dat twijfel in de hand bij veel Nederlanders. Dat is een teken van spanningen rond de werkbaarheid van het concept multiculturaliteit als zodanig.’

Wat vindt u zelf van de discussie over de multiculturele samenleving?
‘Het grote gevaar momenteel is dat het benadrukken van de eigen culturele identiteit uitmondt in een wederzijdse tegencultuur, waarbij mensen vooral hun eigen identiteit profileren door zich af te zetten tegen de ander. Dat gevaar dreigt wat mij betreft zowel voor links als voor rechts, voor moslims of Turken als voor autochtone Nederlanders. Mensen hebben dan eigenlijk de ander nodig om vooral hun eigen identiteit te bevestigen, namelijk door de ander als minderwaardig, als een bedreiging of vijand af te schilderen. Daarbij projecteert men niet zelden de eigen schaduw in de ander. In sommige islamitische kringen zie je bijvoorbeeld dat men nadrukkelijk ‘het Westen’ en de westerse levensstijl veroordeelt, terwijl men doorgaans wel hiernaartoe is gekomen uit materialistische motieven. Hetzelfde zie je bij nationalistische groeperingen die denken dat het dragen van een vlaggetje op je mouw en het in brand steken van een moskee hun vaderlandsliefde benadrukt, terwijl het daar natuurlijk niets mee te maken heeft. Het is veel minder duidelijk wat het Nederlanderschap is, terwijl het jezelf onderscheiden van anderen de meeste nadruk krijgt. Het gaat dan in beide gevallen om een abstracte en sterk negatieve identiteit. Dat vind ik een vrij onvruchtbare positie die soms ronduit gevaarlijk is.’

Hoe uit dat zich?
‘Er gaat in mijn ogen momenteel een ongelukkige invloed uit van Amerikaanse sentimenten in het minderhedendebat. Daarin speelt het idee van slachtofferschap, achterstelling en discriminatie een grote rol waarbij men ook voortdurend schuldigen en daders probeert aan te wijzen. Een voorbeeld daarvan is in mijn ogen ook de zogenoemde Zwarte Pieten-discussie die gevoed wordt door een zwart-wit-tegenstelling die vooral ontleend is aan het Amerikaanse links intellectuele debat. Evenals in Amerika krijgt dit onderscheid tussen zwart en wit nu een sterk morele en politieke lading. Ik merk dat ook bij mijzelf. Mijn ouders en ik worden nu in een traditie van racisme geplaatst waar ik me helemaal niet in herken. Vervolgens blijkt ook deze ‘blinde vlek’ verband te houden met mijn eigen huidskleur want als ‘witte man’ begrijp ik er niets van. Zo worden mensen nu in de publieke ruimte gedrukt op hun eigen huidskleur als iets wat ook een bepaalde mentaliteit of zelfs schuld te kennen geeft. Zo raak je in feite ‘geracialiseerd’, of je het nu wilt of niet. De bestrijding van racisme krijgt dus zelf racistische trekken. Ik word immers steeds meer op mijn huidskleur aangesproken als een wezenlijk element van mijn identiteit, terwijl dat nu juist een kenmerk van racisme is. Zo zijn we de laatste jaren het feest van Sinterklaas en Zwarte Piet in sterk raciale termen gaan duiden. Ook dat is een manier waarop je vooral vanuit een tegencultuur je eigen identiteit definieert. Dan wordt de essentie van zwart-zijn ook de strijd tegen blanken.’

Er zijn veel mensen, zelfs wereldleiders als Merkel, die zeggen dat de multiculturele samenleving is mislukt. Hebben ze gelijk?
‘Ik heb het concept multiculturele samenleving altijd uitermate problematisch gevonden. De vraag is namelijk wat er precies mee wordt bedoeld. Gaat het om het soort eten of de huidskleur van mensen? Verder leeft iedereen namelijk in een rechtsstaat, moeten kinderen naar school, een bepaalde taal leren, zich allerlei gewoonten eigen maken, zodat die andere cultuur hoe dan ook binnen de eenheid van een gemeenschap en staat vorm kan krijgen. Als een land namelijk echt multicultureel is, dan kan dat land uit elkaar vallen: mensen vinden dan de levenswijze van anderen zo afwijken van die van henzelf, dat ze niet meer met die anderen binnen een nationale rechtsorde willen samenleven.’

Heeft het te maken met immigranten die nieuwe culturen meebrengen en daar trots op zijn, waar wij dan misschien soms moeite mee hebben?
‘Dat kan. Wat je wel kunt zeggen is dat veel mensen tegenwoordig op plaatsen leven die zij niet meer als één gemeenschap ervaren. De saamhorigheid die hoort bij de ervaring van één land is aan het eroderen. Dat is op termijn natuurlijk een risico. Tegelijk bespeur ik ook een verlangen daarnaar. Er is namelijk altijd een minimale vorm van saamhorigheid of eensgezindheid nodig om de instituties van een land overeind te houden; zij vormen de voorwaarde voor de mogelijkheid van een democratie en een rechtsstaat. We staan heus niet op de rand van een burgeroorlog, maar ik denk wel dat veel mensen zich zorgen maken over hoe de verschillende ‘mentaliteiten’ zich op termijn in ons land gaan ontwikkelen; en daar kan ik me ook wel wat bij voorstellen.’

Er was altijd veel zelfreflectie in het Westen, waardoor we onze cultuur zijn gaan relativeren en waardoor je zelfs niet trots meer mag zijn op Nederland. Hoe ziet u dat?
‘Een zekere trots op je land getuigt ook van respect en dankbaarheid jegens de voorgaande generaties die het hebben opgebouwd. Het is ook met het oog op de toekomst onverstandig om niet trots te zijn. Dat betekent namelijk dat je ook je eigen kinderen en jongeren weinig meer te bieden hebt, althans waar het gaat om hun vorming en het doorgeven van bepaalde culturele waarden. En daar raken mensen van in verwarring, temeer ook omdat er wel degelijk altijd een bepaalde moraal meespeelt in wat we doen. Het is dus ook een illusie om te menen dat je geen culturele vormingsidealen meer hebt, want die spelen meestal wel degelijk in iemands opvoeding, ook al is het impliciet. Er zal niet snel een vrijzinnige GroenLinkse familie zijn waarin de dochter trouwt met een streng gereformeerde jongen, dan wel met een salafist. En als dat wel gebeurt is dat over het algemeen een serieus probleem binnen de familie. Ook zeer liberale mensen hebben wel degelijk een bepaalde moraal. Je kunt wel zeggen dat we heel tolerant zijn of geen eigen nationale identiteit hebben, maar reeds binnen gezinnen gaat men op een bepaalde manier met zaken om. Daar raken we al aan cultuur en vorming. Evenals voor het gezin, geldt dat ook voor alle andere instituties.’

Zoals?
‘Hoe een bedrijf, een gemeenteraad of een school functioneert. Dat doen we op een bepaalde manier en als we daar niet duidelijk over zijn en niet helder hebben wat het belang daarvan is, dan is dat moeilijk over te dragen aan de volgende generatie, maar vooral aan nieuwkomers, mensen die van buiten komen. Voor hen is dat heel verwarrend, want ze weten niet waar ze aan toe zijn. En vaak zullen ze zich niet gedragen zoals wij dat van ze verwachten. Er wordt dus wel degelijk onderscheid gemaakt. Wij verwachten in Nederland toch dat je je op een bepaalde manier gedraagt. Het ontkennen van de geschiedenis van een land getuigt van weinig respect voor je eigen afkomst. Dat is ook een van de thema’s van ons boek Waartoe is Nederland op aarde?’

Hoe kun je openstaan voor een andere cultuur zonder die als een bedreiging te zien?
‘Het begint natuurlijk met een zekere eigenwaarde en daaraan ontbreekt het ons nog wel eens. De vraag is vooral ook in hoeverre je open moet staan voor anderen. Dat kan niet grenzeloos zijn. Voor bepaalde zaken is er natuurlijk een zekere speelruimte, maar binnen de grenzen die gelden binnen het land. Als mensen hier komen leven betekent dat natuurlijk ook dat ze zich op een bepaalde manier moeten gedragen. Als dat niet gebeurt, dan wordt het chaos. Dat is ook regelmatig gebeurd. Er ontstaan soms patronen die tot frictie leiden en dat is een probleem. Als je eenmaal met een verpauperde buurt te maken hebt, dan is het heel moeilijk om de boel op orde te houden. In Europa is dat zichtbaar in de achterstandswijken van Parijs of Marseille en wat op bepaalde plaatsen in Nederland, zoals in Den Haag, ook gebeurt. De gemeenschap heeft dan weinig grip op waar die mensen zich bevinden en dat is zorgwekkend.’

Zijn we de grip op de samenleving aan het kwijtraken?
‘Dat is ten dele het geval. Die grip is er namelijk alleen wanneer mensen een bepaalde mate van eensgezindheid hebben. Als de gezindheid van grote groepen fundamenteel gaat afwijken van wat wij belangrijk vinden wordt het lastig om gemeenschappelijk op te treden. Ieder beleid wordt dan krachteloos, omdat het in een voedingsbodem terecht komt die daar niet goed op aansluit of die niet welwillend is. Er ontstaan in het uiterste geval groepen die weinig betrokkenheid tonen bij Nederland of die soms ronduit vijandig staan tegenover Nederland, terwijl men wel hier woont.’

Moet je tolerant zijn tegen intolerantie?
‘Het woord tolerantie houdt altijd ook een opdracht in. Je moet verdragen dat de ander een afwijkende levensopvatting heeft. De Engelse filosoof John Locke (1632 -1704, red.) brengt in zijn Letters concerning toleration uit 1689 een wat ander tolerantie begrip naar voren. Een van de centrale vragen in dit geschrift is wat een staat kan tolereren binnen zijn eigen instituties. Locke staat daar heel kritisch tegenover de plaats van de katholieke kerk in de toenmalige samenleving. Een dergelijke kerk kan volgens Locke niet getolereerd worden, omdat zij in zijn tijd een eigen maatschappelijke macht vormde die de eenheid van de rechtsstaat ondermijnt. Het begrip tolerantie is eerlijk gezegd een beetje uitgewoond. Het lijkt in de praktijk vaak meer te gaan om een vorm van onverschilligheid: tolerantie is dan dat de ander mag doen wat hij wil. Oorspronkelijk wijst het juist op de noodzaak van een inspanning van verschillende partijen: het verdragen van elkaar in hun verscheidenheid. Tolerantie is bovendien een erg abstract begrip. De vraag of je moet tolereren dat mensen vanuit hun eigen cultuur zaken anders aanpakken is niet zomaar te beantwoorden. Dat hangt ervan af. Laten we vooropstellen dat een rechtszaak al de speelruimte definieert waarbinnen je allerlei afwijkend gedrag mag vertonen. Maar het lijkt me wel duidelijk dat je niet kunt tolereren dat de rechtsstaat zelf wordt afgewezen.’

Wat is dan de bedoeling van tolerantie?
‘Je moet hoe dan ook uitgaan van bepaalde waarden die in onze instituties tot uitdrukking komen. Tolerantie kent haar grenzen. Sommige mensen kunnen bijvoorbeeld wel zeggen dat ze geen Nederlands willen spreken, maar als ze ook lid willen zijn van onze samenleving en bijvoorbeeld juridische en politieke rechten claimen, dan dienen ze ook het publieke debat te kunnen volgen. Daar hoort kennis van het Nederlands bij. Verder denk ik dat het belangrijk is dat iedereen verschil leert te verdragen.’

De westerse filosofie heeft een lange traditie. Zijn andere vormen van filosofie uit andere culturen evenveel waard?
‘Daar kan ik geen simpel antwoord op geven. De moderne westerse filosofie is in de loop van haar ontwikkeling op een kortzichtige manier ‘kritisch’ geworden, een ontwikkeling die ertoe heeft geleid dat ze haar eigen grondslagen heeft ondermijnd. Tegelijkertijd is het onmiskenbaar zo dat de westerse filosofie mede aan de basis staat van de moderne wetenschap, techniek en rechtsstaat. Als je de problemen van de samenleving wilt doordenken zul je je dus hoe dan ook moeten bezighouden met de geschiedenis van de westerse filosofie. Dat alleen al geeft die traditie een enorme voorsprong ten opzichte van de rest. Maar ik ben de eerste die ook de problemen onderkent van de westerse filosofie, die mede debet is aan de huidige culturele verwarring. We moeten daar mede vanuit onze eigen voor-moderne traditie een zeker tegenwicht aan bieden. We hebben het dan dus over een tegenwicht aan iets in onszelf, en ja, ook tegen ons eigen postmoderne relativisme. Daar kunnen natuurlijk ook andere tradities een rol bij spelen, maar de westerse traditie zelf neemt binnen de filosofie een centrale plaats in, omdat die ons heeft gebracht waar we ons nu bevinden.’

Is de niet-westerse filosofie inwisselbaar voor de westerse filosofie?
‘Nee, dat kan dus niet. Natuurlijk bestaan er ook allerlei andere interessante inzichten, maar onze moderne wereld is van begin tot eind verbonden met de westerse filosofie, inclusief het hele verhaal over de mensenrechten en afschaffing van de slavernij. Het is dus ook nogal ironisch dat men de geschiedenis van het Westen tegenwoordig volop bekritiseert en problematiseert, waarbij men nogal eens vergeet dat men dit veelal doet aan de hand van Verlichtingsdenken. Wij zijn inderdaad een cultuur die slavernij heeft gekend, zoals vele andere culturen overigens, maar we zijn ook de cultuur die de taal en het rechtsstelsel hebben ontwikkeld om slavernij af te wijzen. Met die dubbelzinnige erfenis zullen we moeten leren leven.’

Bron: https://dekanttekening.nl/interview/concept-multiculturele-samenleving-is-uitermate-problematisch/

Het gemeenschappelijke verhaal van het christendom, het nazisme en het marxisme

Iedereen kent het traditionele christelijke verhaal over de oorsprong van de mensheid, het concept van de erfzonde en het concept van redding en oordeel. Jehovah schept Adam en Eva. Adam en Eva eten de vrucht van de boom der kennis en krijgen kennis van goed en kwaad nadat ze verleid zijn door de slang (vaak genaamd Satan of Lucifer), en worden daardoor uit de tuin verbannen. Duizenden jaren later stuurt Jehovah Jezus, zijn enige zoon, om aan het kruis te sterven en zogenaamd de weg vrij te maken voor de verlossing van de mensheid. En uiteindelijk komt de dag des oordeels wanneer de gelovigen naar het koninkrijk van Jehova gaan en alle anderen tot de hel worden veroordeeld.

Dit is ook het verhaal dat door de islam wordt gedeeld, behalve dat het in de islam de profeet Mohammed is die leringen openbaart die de weg wijzen voor de mensheid. Ik moet erop wijzen dat de mythe van de erfzonde oorspronkelijk een joodse mythe was (die misschien ook zijn wortels had in oudere culturen), maar het verhaal van de val gevolgd door verlossing en oordeel is in wezen christelijk.

Maar zou je geloven dat hetzelfde verhaal wordt gedeeld door zowel de nazi- als de marxistische ideologie?

Blijkbaar geloofde de nazi-ideologie in hetzelfde kosmologische conflict dat ten grondslag lag aan het zoroastrische, christelijke en islamitische denken, alleen dat ze geloofden dat het Arische ras licht was en elk ander ras van de mensheid duister. Ze waren er op de een of andere manier van overtuigd dat de wereld ooit uit slechts één ras van mensen bestond (namelijk het Arische) tot de opkomst van verschillende rassen, en ze geloofden dat het paradijs op aarde zou worden geregeerd door het Arische ‘meesterras’ en tot stand zou worden gebracht door hun overheersing van de wereld en de vernietiging van zogenaamde “Untermenschen” .  Er is een soortgelijk geloof met betrekking tot het bestaan ​​van andere rassen in de kosmologie van Nation of Islam, die blijkbaar gelooft dat de hele mensheid vroeger zwart was en dat blanke mensen werden gecreëerd door een kwaadaardige wetenschapper genaamd Yakub.

De filosofie van Karl Marx benadrukt ook een soortgelijk verhaal. Karl Marx voerde samen met Friedrich Engels aan dat de primitieve menselijke samenleving oorspronkelijk een egalitaire samenleving was waar gemeenschappelijk eigendom de overhand had. In wezen primitief communisme, of Ur-communisme. Volgens dit verhaal eindigt dat tijdperk met de introductie van privébezit. Privébezit leidde volgens de geschiedenistheorie van Karl Marx tot monarchie, feodalisme en uiteindelijk kapitalisme, die allemaal worden beschreven als autoritair en slaafs van aard. Na een revolutie van de arbeiders tegen het kapitalisme, en na de opkomst van het socialisme, dacht Marx dat de samenleving onder de dictatuur van het proletariaat zou komen en dat dit uiteindelijk zou leiden tot de droom van een wereld zonder regeringen, wetten, naties, sociale klasse en privé-eigendom,

Is het patroon je al opgevallen?

Het christendom, het nazisme en het marxisme geloofden allemaal dat de wereld oorspronkelijk “perfect” was tot de opkomst van een of andere aberratie, en dat de wereld uiteindelijk gered zou worden door de verwijdering of vernietiging van die aberratie en dat er een perfecte orde zou ontstaan ​​op aarde. Voor christenen is de afwijking kennis, in het bijzonder de kennis om over goed en kwaad te beslissen. Voordat de slang Adam en Eva verleidde, waren ze hersenloze gedachteslaven. Voor de nazi’s was de afwijking raciale diversiteit in tegenstelling tot raciale “zuiverheid”. Voor marxisten is de afwijking privé-eigendom in tegenstelling tot collectief eigendom. Ze geloofden allemaal in een afwijking die was gebaseerd op dat wat de mens in staat stelde zich van anderen te onderscheiden of zichzelf een eigen identiteit te geven. De christenen veroordeelden het individuele denken, en de vrijheid daarvan, als erfzonde. De nazi’s veroordeelden biologische en raciale individuatie als ‘onmenselijk’. En marxisten veroordeelden de geboorte van privé-eigendom als gelijkwaardig aan de erfzonde. Ze veroordeelden individualiteit en droomden van een wereld waarin iedereen op de een of andere manier hetzelfde was. Het christelijk geloof schreef totale theocratie voor, de nazi-ideologie schreef totale raciale hegemonie voor en het marxisme schreef totaal egalitarisme voor. Als je erover nadenkt, weet ik zeker dat je je realiseert dat deze doelen toch niet zo verschillend zijn. Het enige verschil tussen hen zou hun houding ten opzichte van religie zijn, aangezien het marxisme religieus geloof omschrijft als onderdeel van de val uit de primitieve egalitaire samenleving. 

Ik heb ook het gevoel dat het verhaal achter alle drie de overtuigingen voortkomt uit Hesiodus’ mythe van de Gouden Eeuw, en de houding die eraan ten grondslag ligt. In de Griekse mythologie was de Gouden Eeuw een tijdperk waarin de mensheid in harmonie met de goden leefde, zonder moeite of verdriet, en waar de overvloed aan voedsel praktisch oneindig was, dus het was voor mensen niet nodig om landbouw te bedrijven. In het verhaal van Hesiodus eindigt deze Gouden Eeuw wanneer Zeus de Titanen verslaat, geregeerd door Cronus, en de mensheid regeert, en dan steelt Prometheus het vuur van de goden, dat door Zeus werd onthouden, en gaf het aan de mensheid. Door dit te doen, gaf Prometheus elke persoon de bron van intellect, geest en de drang om het nest te verlaten en zijn eigen pad uit te stippelen en zichzelf te individualiseren, en Prometheus werd ervoor gestraft. De Grieken geloofden dat elk tijdperk (behalve het heroïsche tijdperk) steeds slechter werd, waarbij de mensheid steeds meer voor zichzelf moest zwoegen. Zo smachtten de Grieken naar de dagen dat ze in harmonie met de goden leefden, en Prometheus werd negatief beoordeeld omdat hij de mensheid naar opeenvolgende tijdperken van lijden leidde. Het verschil is dat er in het Griekse denken geen enkele voorstelling lijkt te zijn van een utopie die plaatsvindt aan het einde van de menselijke geschiedenis, veroorzaakt door het wegnemen van een veronderstelde afwijking in de mensheid. Het enige dat in de Griekse mythologie zeker is, is dat op een dag de huidige generatie van de mensheid zal worden vernietigd zoals eerdere generaties. 

Ik weet eerlijk gezegd niet waar deze Gouden Eeuw-mentaliteit vandaan komt, en ik heb niet het gevoel dat het idee van een perfecte samenleving in het begin die in de loop van de tijd degenereert een echte basis heeft in de werkelijke menselijke geschiedenis. Als er iets is, is de menselijke beschaving voortdurend in ontwikkeling en ten goede gevorderd, en ons begrip van de wereld is in de loop van de tijd eveneens geëvolueerd. Of dat wordt toegeschreven aan het vuur van Prometheus, is voor jouw mening . Maar serieus, zou je echt willen dat de mensheid terugvalt naar het stenen tijdperk, het paleolithische tijdperk, of de dagen dat we equivalent waren van chimpansees? Want naar mijn mening is dat wat het verhaal van de Gouden Eeuw lijkt aan te moedigen. Het moedigt regressie aan in plaats van meer begrip, en tribalisme in plaats van geïndividualiseerd bestaan. En in de vorm van een christelijke, nazi- en marxistische ideologie is dit zelfs nog flagranter omdat het individuatie op alle niveaus veroordeelt en een staat van homogeniteit verlangt. In zekere zin kan dit op zijn eigen manier als een regressie worden opgevat.

bron en vertaald: https://mythoughtsbornfromfire.wordpress.com/2015/05/18/the-common-narrative-of-christianity-nazism-and-marxism/

De multiculturele samenleving: mooie droom, gevaarlijke illusie

Het is een mooie droom dat in eenzelfde stad of land verschillende etnische groepen uit verschillende culturen vreedzaam naast elkaar samenleven. Elke groep levert zijn specifieke bijdrage aan de gemeenschappelijke cultuur en zij bevruchten of stimuleren elkaar. Zolang er vrede en welvaart is kan deze multiculturele samenleving een hele poos standhouden. De overgrote meerderheid van de mensen in elke etnische groep wil niets liever dan in vrede met anderen samenleven en meewerken aan de welvaart en het welzijn van het land. Het is volstrekt onjuist te beweren dat er minderwaardige rassen zijn of dat bepaalde rassen minder intelligent zouden zijn. 

Een kwestie van verkeerde beeldvorming

Als er verschillen zijn tussen de etnische groepen en rassen dan is dit een gevolg van verschillende historische, sociale en culturele omstandigheden. Als sommige niet-westerse allochtone groepen een slechte naam hebben, dan is dit vooral een kwestie van beeldvorming waarbij het negatieve heel sterk wordt benadrukt. Neem bijvoorbeeld de Marokkaanse gemeenschap in Europa: inderdaad is vijftien procent van de Marokkaanse jongeren crimineel, tegenover drie procent van de autochtone groep. De belangrijkste conclusie hieruit is dat vijfentachtig procent van de Marokkaanse jongeren niet crimineel is en dus later gewone, eerzame burgers zullen zijn. Maar vijftien procent is veel en bovendien is die groep geconcentreerd in de grote steden. Het gevolg hiervan is dat de Marokkanen de meest gehate bevolkingsgroep zijn geworden binnen onze multiculturele samenleving. Hetzelfde geldt voor de hoge werkloosheid onder allochtonen: als twintig tot veertig procent van hen werkloos is, dan draagt tachtig of zestig procent wel bij aan de economie. In de grote steden is die grote groep werkloze allochtonen evenwel een loden last voor de uitkerende instanties (in Antwerpen kosten werkloze allochtone jongeren een half miljard per jaar). De droom van de multiculturele samenleving wordt daarom al een beetje verstoord.

Moslims zijn het slachtoffer van de geschiedenis

Velen zijn ervan overtuigd dat de islamitische beschaving achterlijk is. Na een bloeiperiode duizend jaar geleden is de islam gestagneerd. De islam kent in de moderne tijd geen grote denkers. De bijdrage aan wetenschap en cultuur vanuit die landen is ongeveer nihil. Toch zal ik daarom de moslims niet achterlijk noemen. Zij zijn gewoon het slachtoffer van de geschiedenis. De toestand in de meeste islamitische landen is gewoonweg dramatisch te noemen. Een kleine groep corrupte machtswellustelingen maakt er de dienst uit. Zelfs in extreem rijke gebieden leeft de meerderheid van de bevolking in ellendige omstandigheden.

Als libertarische vrijdenker zie ik dat te veel niet-westerse allochtone kinderen hun talenten onvoldoende kunnen ontplooien omdat tijdens de eerste, cruciale levensjaren, de gezinsopvoeding hen niet voorbereid op ons onderwijs. Niet of nauwelijks opgeleide moeders, hoe liefdevol ze ook mogen zijn, zijn in onze westerse samenleving de slechtst denkbare opvoeders. Een andere nadeel in de islamitische cultuur is het ontbreken van kritische geluiden. Kritiek wordt onmiddellijk in de kiem gesmoord, terwijl een kritische houding een basisvoorwaarde is voor vooruitgang.

Ten gevolge van de massa-immigratie is de eigen cultuur van niet-westerse allochtonen gewoonweg mee geïmporteerd en binnen de getto’s waar ze samenleven houdt iedereen iedereen in de gaten. Vrouwen worden binnenshuis gehouden. De mannen zitten in de moskee of in de koffiehuizen. Er is nauwelijks contact met de rest van de samenleving. Van multiculturaliteit, zoals door velen gedroomd, is daar geen sprake. Zelfs de scholen zijn vaak voor honderd procent ‚zwart’.

We leven gewoon naast elkaar heen. Dat zien we bijvoorbeeld in het dwingend verbod voor moslimjongeren om met niet-moslims in het huwelijk te treden. Wie zich te veel assimileert met westerse waarden wordt als een verrader beschouwd. Zelfs een inspanning om de taal van het land zo goed mogelijk te leren spreken wordt kwalijk genomen. Hier ligt het grote gevaar voor een nabije toekomst.

Hoe de vrede en de welvaart bewaren?

Ik wil geen onheilsprofeet zijn. Ik ben noch optimistisch, noch pessimistisch. De toekomst ligt grotendeels in handen van de mensen zelf. Daarom is het beter dat ieder van ons zijn verantwoordelijkheid opneemt in het hier en nu zodat de vrede en het welzijn stand kunnen houden. Maar we moeten wel realistisch zijn en rekening houden met een aantal zeer goed zichtbare en vaststelbare ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld:

  • onze landen hebben enorme schulden opgebouwd die ooit afbetaald moeten worden. De schulden nemen nog steeds toe
  • de uitkeringen en pensioenen zijn in feite nu al onbetaalbaar geworden
  • de belastingdruk voor gewone burgers en voor kleine of middelgrote bedrijven is ontoelaatbaar hoog geworden
  • miljoenen in de Derde Wereld zouden het liefst naar Europa willen emigreren, maar het onderwijs in die landen is van een dramatisch laag niveau
  • extremisme steekt overal de kop op. Terroristische groeperingen beschikken meer en meer over de financiële middelen om zeer destructieve wapens aan te schaffen. Ze vinden in Europa een pool van verbitterde jongeren die ze makkelijk kunnen hersenspoelen.

Er zijn nog wel andere, zeer zorgwekkende ontwikkelingen te noemen. Waar het mij hier om gaat is dat we in een toestand terecht dreigen te komen waar het ‚een kwestie van leven of dood’ wordt. Op dat moment krijgen biologische krachten vrij spel en geen enkele ethiek, moraal of beschaving kan dit tegenhouden, zoals we in de vorige eeuw in Europa hebben gezien. Tweeduizend jaar christelijke beschaving en het optimisme van de Belle Époque hebben twee wereldoorlogen en de holocaust niet kunnen verhinderen.

De cocktail van enorme bezuinigingen, het toenemend aantal kansloze immigranten en de dreiging van extremisme zullen de multiculturele samenleving tot een hel maken. Dat zal niet zozeer gelden voor de autochtone bevolking, maar voor de allochtonen die als zondebok zullen worden aangewezen.

De enige oplossing die ik zie om het onheil te voorkomen is dat we onze krachten bundelen tegen een gemeenschappelijke vijand. Die krachten binnen onze multiculturele samenleving worden dan constructief in plaats van destructief. Concreet bedoel ik dat Europa een vredeskorps opricht waarin niet-westerse allochtonen, asielzoekers en andere immigranten deel van uitmaken. Enerzijds is dit vredeskorps een soort vreemdelingenlegioen met goed getrainde commando’s, anderzijds maken allerlei specialisten en vakmensen er deel van uit. De opdracht van dit vredeskorps is om vrede en welvaart in de landen van herkomst mogelijk te maken, met solidaire steun vanuit Europa.

De moslimjongeren die de school vroegtijdig hebben verlaten, zouden terecht kunnen in het vredeskorps. Daar kunnen ze alsnog een beroepsopleiding volgen. Het geld dat nu besteed wordt aan ontwikkelingshulp met voornamelijk autochtone medewerkers, kan beter besteed worden aan het vredeskorps.

P.S. Diegenen die mijn voorstellen onzinnig vinden, wil ik het volgende voorleggen: de democratie heeft bewezen de uitdagingen waarmee we in deze eeuw te maken krijgen niet te kunnen oplossen: zie het uitblijven van maatregelen om de stroom illegalen in te dijken of kijk naar de onmacht om de gevolgen van de klimaatverandering te keren.

Daarom gaat de keuze tussen mijn humane en ethisch geïnspireerde voorstellen of  een oplossing die geboden zal worden door extreem-rechts. 

Een moslimvrij Europa?

“Een moslimvrij Europa èn een vredevol en voorspoedig Midden-Oosten en Noord-Afrika. Zodat iedereen kan wonen en werken in een regio waar hij zich veilig en thuis voelt. Zodat moslims en Europeanen solidair kunnen samenwerken als voorbeeld voor de wereld. Van gedwongen vertrek kan geen sprake zijn”.

Als de Europeanen samen met de moslims die nu in Europa verblijven een beweging op gang zetten om vrede, rechtvaardigheid, welzijn en welvaart in het Midden-Oosten en Noord-Afrika te brengen, dan kan het volgende worden bereikt:

1. In plaats van spanningen tussen Europeanen en moslims wordt nu samen gewerkt aan een gemeenschappelijk doel

2. De onverenigbaarheid tussen de Islam en de Europese beschaving wordt omzeild doordat de moslims nu in hun eigen beschaving in vrede en welzijn kunnen leven

3. Europa kan met de islamitische landen samenwerken om in Afrika vrede, rechtvaardigheid,  welzijn en welvaart te realiseren. 

Vluchtelingen altijd gastvrij opvangen

Het is vanzelfsprekend dat Europa vluchtelingen altijd gastvrij moet opvangen. Bij deze opvang stel ik een langere termijn-visie voorop. Om die reden gelden de volgende principes:

– opvang bij voorkeur in de eigen regio. Europa kan dit financieel en logistiek ondersteunen

– bij opvang in Europa altijd uitgaan van terugkeer zodra mogelijk

– ondertussen zorgen de vluchtelingen met een opleiding voor, onder andere, onderwijs en ziekenzorg en voor de organisatie van de opvangcentra

– jonge vrouwen en mannen die als vluchteling in Europa verblijven volgen een opleiding in de legerkazernes. Daar bereiden ze zich voor op dienst in een vredeskorps, het reguliere leger of het politiekorps in de landen van herkomst.

Immigranten blijven verantwoordelijk voor hun land van herkomst

Mijn uitgangspunt is dat het de heilige plicht is van de moslims in Europa om hun zusters en broeders in islamitische landen bescherming te bieden, zodat er in die landen vrede en voorspoed komt. Omdat het mijn diepste overtuiging is, dat de intelligentie en de talenten over alle rassen en etnische groepen gelijk verdeeld zijn, moet dit zeker lukken. Als er verschillen zijn dan is dit te wijten aan sociale, culturele en historische factoren.

Ik vrees dat de ellende en het vreselijk oorlogsgeweld in het Midden-Oosten en in Afrika de volgende honderd jaar zal doorgaan indien niet van buitenaf wordt opgetreden. Soennieten en Sjiieten bijvoorbeeld bestrijden elkaar al duizend jaar. Die interventie van buitenaf kan niet vanuit het Westen komen, want dan is het neo-kolonialisme en we kunnen niet onze normen en waarden aan anderen opleggen. Slechts een massale terugkeer van de moslims naar de landen van herkomst zal vrede en voorspoed daar mogelijk maken. Europa kan hier solidair aan meehelpen. 

Als in het Midden-Oosten en Noord-Afrika er vrede en voorspoed zal zijn, zullen allen spanningen tussen de moslims en Europeanen, Amerikanen en Aziaten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Op die manier zal, dank zij de solidaire samenwerking tussen de moslims en Europa, extreem-rechts geen kans krijgen om aan de macht te komen.

Wat ook belangrijk is: als de vrede is bereikt zullen de islamitische landen samen met Europa een alliantie kunnen vormen om in geheel Afrika vrede en voorspoed te brengen.

Niet verenigbare verschillen tussen de Europese en de islamitische beschaving

Alhoewel de overgrote meerderheid van de moslims vredelievend en rechtvaardig is en wil bijdragen aan de voorspoed van de samenleving, vrees ik dat de spanningen tussen moslims en de oorspronkelijke bewoners in Europa zullen toenemen en zelfs kunnen exploderen bij een terroristische actie van ongekende omvang. Als slechts vijf procent van de moslims fanatiek is en tot terrorisme bereid, dan zitten we in Europa met 3 miljoen potentiële terroristen. Dit aantal kan geen enkele macht onder controle houden.

Die fanatieke instelling is het gevolg van de onverenigbaarheid van de islamitische ethiek met de Europese ethiek. In het eerste geval is de Ander, dit is de niet-moslim, de vijand die moet worden onderworpen en desnoods vermoord. In de Europese ethiek is de Ander, ook de vijand, diegene die we moeten liefhebben.

Dit is geen waardeoordeel over de islam. De islam is een religie van de vrede in een homogeen islamitisch land. Eisen van een moslim dat hij zich integreert is vanuit de islamitische ethiek gezien de grootste vernedering.

Ik zie geen andere oplossing dan het brengen van vrede en voorspoed in de islamitische landen, zodat Europese moslims in de landen van herkomst kunnen leven in waardigheid en in overeenstemming met hun geloof.

Indien dit laatste wordt gerealiseerd dan zou het best kunnen zijn dat tussen Europa en de islamitische wereld een stevige alliantie ontstaat, die een nieuwe wereldmacht vormt en een voorbeeld is voor de gehele wereld.

Mijn visie biedt misschien het enige wapen tegen de opkomst en de overwinning van extreem-rechts. Maar zal mijn boodschap overkomen? Kunnen we de jonge moslims richten naar een positief doel in plaats van naar het zaaien van angst en terreur? Kan in plaats van de toenemende polarisatie tussen de oorspronkelijke bewoners van Europa en de moslims, een vorm van solidaire samenwerking ontstaan zodat ook in islamitische landen menswaardig leven mogelijk wordt, overeenkomstig de islamitische ethiek?