Whytevote, grotere electorale onzin krijg je niet

We hebben lang getwijfeld om iets over deze “partij” te schrijven omdat ze zo enkel maar meer aandacht krijgen. Toch zijn er vele jonge mensen die overwegen om voor Whytevote te stemmen (als ze al aan de nodige handtekeningen geraken om hun lijsten in te dienen). Het initiatief presenteert zich als de enige vertegenwoordigers van de blancostemmers. Eenmaal de leden van Whytevote verkozen raken in het parlement, stemmen ze over álle aangelegenheden blanco. Daar zullen ze ook voor worden betaald: intensief wetgevend werk mag je van hen ook niet verwachten… Maar er is 1 grote denkfout die Whytevote maakt, en die is zo pertinent dat je je zal afvragen of de goede intenties zich tegen hen zullen keren.

We maken de analyse dat de meeste mensen die hun geloof in de politiek kwijt zijn, niet blanco stemmen omdat ze neutraal staan in verschillende kwesties. In tegendeel, een zeer groot deel van deze mensen wil net dat de politiek minder besluiteloos is. De afgelopen decennia hebben de meeste West-Europese landen te maken gehad met ‘conciërge-regeringen’. Anders dan een herschikking van de bevoegdheden sinds de Sint-Michielsakkoorden, zijn er geen grote inhoudelijke hervormingen gebeurd. Wat specifiek ons land betreft, klaagt iedereen aan dat datgene wat wél verandert slechts gerommel in de marge is. We schrijven 2022 en we zien nu dat onze regeringen totaal lamgeslagen zijn als het om beslissingen gaat. Middenklassers die eerder hun facturen konden betalen, worden regelrecht de armoede ingeduwd.

Mensen verwachten daarom antwoorden op hun vragen. Je kan misschien als volksvertegenwoordiger of minister de verkeerde antwoorden formuleren – iets wat op termijn zal moeten uitwijzen -, maar dan heb je op zijn minst het aangedurfd om een beslissing te nemen. Terwijl die slagvaardigheid meer dan ooit nodig is, vervoegt Whytevote zich in het rijtje van feitelijke nietsdoenerij en willen ze van ons belastinggeld profiteren om het knopje “onthouding” in te drukken. Daarmee willen ze een statement brengen over democratie en een signaal uitzenden naar de particratie, een elite waarbij je terecht vraagtekens bij kan plaatsen. Maar wat betekent dat, onthouding stemmen?

Niet alle democratische landen hebben deze knop. In de Belgische democratische traditie heb je deze mogelijkheid wel. Echter is een onthouding in geen enkel opzicht een neutrale knop. De knop wil zeker niet zeggen dat je vlees noch vis stemt. De knop wil nog minder zeggen dat je daarmee stokken in de wielen van de particratie steekt. De onthoudingsstemmen worden altijd in rekening gebracht wanneer het quorum wordt bepaald. In het geval van het Vlaams Parlement wil dat zeggen dat er de helft+1 volksvertegenwoordigers aanwezig moet zijn om de stemming gelding te verklaren. Als er meer voorstemmen als tegenstemmen zijn, ook al haalt geen van beide groepen een meerderheid, zorg jij met je onthouding (en dus je aanwezigheid) ervoor dat je een van beide groepen alsnog aan een meerderheid helpt (de voorstemmen in dit geval).

Dat heeft zware consequenties. Stel je eens voor – en dat is zeker geen karikatuur – dat je als Whytevote-lid aanwezig bent en meestemt over een ethische kwestie, Laat ons even zo’n heet hangijzer nemen als abortus (een wetsvoorstel dat abortus mogelijk maakt tot 10 weken voor de geboortetermijn), en het stemgewicht lijkt in het voordeel te zijn van de voorstemmers, riskeer je met je zogezegde neutrale stem het wetsvoorstel mee goed te keuren. Daar sta je dan met je neutraliteit. Je hebt de blancostemmers een dienst bewezen en een nieuwe wet laten geboren worden, misschien eentje dat jou helemaal niet bevalt. Maar je moest je houden aan de ‘partijdoctrine’ van Whytevote en onthouding stemmen.

Het voorgaande voorbeeld is een algemeen ethische kwestie, maar in tijden van recessie en mensen die dreigen te verdrinken tussen de facturen die ze niet kunnen betalen, zal Whytevote geen antwoorden kunnen geven. Het lijkt ons dat de mensen achter het initiatief zich niet enkel onvoldoende serieus hebben ingelezen over de werking van de parlementen, maar ze lijken evenmin gedreven door een sociaaleconomische ‘sense of urgency’. Je voert oppositie, maar je bent letterlijk ‘demandeur de rien’. Wij van het Nationaal-libertarisch Kompas daarentegen zijn bekommerd om de koopkracht van de mensen en om de productiviteit van ons land. Wij denken aan politieke ingrepen die de mens tot niets dwingen, maar die overheid doet teruggeven wat ze van de mensen afpakt in de vorm van allerlei belastingen, taksen en overige beperkingen. Dat zijn quick-wins die meteen kunnen gebeuren.

Stem als libertarier daarom op de enige echte protestpartij VRIJHEID!

Persbericht: Samenwerking Vrijheid en Volksliga voor de verkiezingen

De huidige politiek doet pijn aan de ogen. De overheid is niet almachtig. Geregeld worden
maatregelen genomen die achteraf gewoon verkeerd en zelfs schadelijk blijken. De illusie
dat de overheid bij machte is alles te controleren en te besturen doet de politiek vastrijden.
We zijn overgereguleerd. Monopolieposities verhinderen nieuwe ontwikkelingen. We zitten
met logge administraties en beslissingsstructuren. Er is dringend nood aan een kleinere, meer
bescheiden overheid. Het kerntakendebat moet worden gevoerd.


De overheid is de mensen vergeten en verloren.
De nieuwe partij Vrijheid en de libertaire partij Volksliga gaan bij de volgende verkiezingen
samen opkomen op één lijst. Een lijst onder de naam “Vrijheid”. Onze programma’s liggen
zeer dicht bij elkaar. Er is nood aan een echt alternatief voor de mensen die zoals wij, vinden
dat deze politiek zo niet verder meer kan.


Binnen het huidige politieke aanbod hebben mensen die niet meer willen stemmen voor de
traditionele partijen, geen echt alternatief. Er zijn alleen de extremen. Daardoor zit er een
gigantisch gat in het politiek aanbod. We hebben dat zelf ondervonden. We wisten zelf niet
meer voor wie te stemmen. Dus hebben we zelf elk een partij opgericht.


Het is niet gezond dat wie de politiek niet meer kan aanzien, voor extremen of separatisten
gaat stemmen zonder eigenlijk extremistisch of separatistisch te zijn. Daarvan wordt nu
misbruik gemaakt. De extreme partijen zijn tapijtverkopers geworden die mikken op de
protestkiezers. Hoewel die kiezers niet achter hun extremistisch programma staan. Dat is
bijzonder ongezond omdat die kiezers opnieuw gaan bedrogen worden. Wij hebben het
programma dat beantwoordt aan de wensen van die kiezers. Omdat we zelf vinden dat het
zo niet langer kan.


We willen de mensen een stevig, gefundeerd en reëel alternatief geven. Daarom willen we
gaan samenwerken voor de verkiezingen. Onze beide partijen blijven afzonderlijk bestaan.
We willen de krachten bundelen voor de verkiezingen. We willen verenigen in de plaats van
versnipperen.


Onze samenwerking is een eerste stap naar een lijst met al wie dat het roer wordt omgegooid
en in de lijn ligt met onze oplossingen. We kijken daarvoor onder meer naar de mensen van
de Lijst Dedecker, het vroegere VLOTT bijvoorbeeld, en naar al wie zich niet meer terugvindt
in de VLD en andere traditionele partijen. Evident ook naar de beweging die kritisch stond
tegenover het coronabeleid. Naar al wie vindt dat het tijd wordt om zijn
verantwoordelijkheid te nemen.


Michael Verstraeten Henning Van Duffel
Voorzitter Vrijheid Voorzitter Volksliga

ons migratie en integratieplan

Gedurende decennia hebben de politici het politiek correct denken laten primeren boven de ratio en de transparantie bij het migratiebeleid. Een opvallende parallel met het coronabeleid. Zoals bij het coronabeleid heeft dat aanleiding gegeven tot ongenoegen bij de bevolking. Een fenomeen dat nog werd aangewakkerd door wie ongenoegen heeft, te verketteren en opzij te zetten. Ook al vergelijkbaar met het coronabeleid. Het “cordon sanitaire” is wat dat betreft een verwerpelijk embryo van de intellectuele apartheid. Mensen worden uitgesloten op grond van hun standpunt. Of zelfs op grond van de perceptie over hun standpunt. Want ook daar is er andermaal een parallel met corona. Wie ook maar iets durft te zeggen over migranten, wordt een “racist” genoemd. Zoals al wie kritiek heeft op de maatregelen een “wappie” of een “complotdenker” wordt genoemd. Vreemd genoeg met de bewering dat het de bedoeling is om een “inclusieve” samenleving te maken. Natuurlijk is racisme totaal verwerpelijk. Dat is een olympisch minimum.

Een politiek rond migratie behoort klaar en duidelijk te zijn. Als er in Brussel aan homohaat wordt gedaan voornamelijk door jongeren met een migratieachtergrond, dan mag dat ook open en bloot gezegd worden. Ook als dat samenhangt met een geloof. Migratie kan nooit aanleiding geven tot inboeten op fundamentele rechten. Zoals daar zijn de scheiding van kerk en staat, de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, respect voor elkeen’s privéleven (en seksueel leven), en bijvoorbeeld ook het recht van alle mensen om te leven in een geweldloze samenleving. Op dat vlak is er geen ruimte voor toegeving. Elke neiging de zaken niet te zeggen zoals ze zijn, geeft aan mensen met een migratieachtergrond een verkeerd signaal. 

Heel wat regels rond migratie zitten goed. Het probleem is dat ze niet worden uitgevoerd en dat de consequente toepassing van de regels en de principes te wensen overlaat. Het beleid is op vele vlakken laks. Het laat ruimte voor misbruiken. De invloed van het politiek correct denken zorgt voor amechtige boodschappen waarbij de lijnen niet meer duidelijk uitgezet worden. Het Nationaal-Libertarisch Kompas staat voor een consequent en duidelijk migratiebeleid. Zonder taboes. Realistisch moeten de grenzen van de tolerantie bewaakt worden. 

Voor Het Nationaal-Libertarisch Kompas geldt dat wie niet op het grondgebied is toegelaten, onmiddellijk moet worden verwijderd. Niet naar een transitland in Europa want dat is het probleem verleggen. De enige keuze die er is dat is vrijwillig vertrekken, of gedwongen. Bij voorkeur in samenwerking met de ons omringende landen met een speciaal daartoe uitgerust vliegtuig. Zodat er geen toestanden zijn met ander passagiers of activistische politici die denken te moeten tussenkomen. Geen tien bevelen om het grondgebied te verlaten meer. Terugkeer binnen maximum 3 maanden. Kost dat geld, dan kost het geld. Deze bewaking van de grens van de tolerantie is essentieel. 

Een ander aspect van het migratiebeleid dat tijdelijk geld zal kosten, maar dat moet dan maar, is het sterk verkorten van de procedures. Eéns de achterstand ingehaald zal de kost daarvan teruggedrongen worden. Geen enkele migratieprocedure mag nog langer dan 3 maanden duren. Alle stappen van de procedure inbegrepen. Het is gewoon niet humaan om mensen lang te laten wachten en dan als ze al een stuk zijn ingeburgerd, maatregelen van uitzetting te moeten nemen. 

Van wie in België toekomt en vraagt naar een langdurig verblijf, mag worden verwacht dat hij/zij zich onmiddellijk inschakelt in het economisch verkeer. Of men zoekt en vindt zelf werk, of men wordt tewerkgesteld op de “werven” van de overheid. Geen OCMW ‘s, geen maandenlange of jarenlange opvang met pingpongen elke dag. 

Het Nationaal-Libertarisch Kompas heeft geen zin in een toenemende invloed van de Islam op het publiek leven. We hebben ons in West-Europa niet losgerukt van de feodale invloed van de kerk om deze te vervangen door een feodale invloed van de Islam. Dat mag ook zeer duidelijk worden gemaakt aan de beoefenaars van de Islam die ervan uitgaan dat de Islam wervend moet zijn. De overheid zal daarom niet communiceren met mensen met een migratieachtergrond via hun imams of de moskeeën. Als deze bevolkingsgroepen niet zelf kanalen ontwikkelen los van hun geloof, dan zal de overheid dat moeten organiseren. De regering schakelt ook niet de bisschoppen in om met de migranten te spreken. 

Zoals voor alle godsdiensten geldt ook voor de Islam dat de overheid daaraan geen geld meer besteedt. Financiering uit het buitenland is geen probleem, maar het georganiseerd aanzetten tot handelen in strijd met fundamentele rechten wordt gewoon strafbaar gesteld. Organisaties die dat doen, worden gesloten.  Dat is veel duidelijker. 

Besnijdenissen bij jongens en andere religieuze ingrepen zoals het herstel van het maagdenvlies, verdienen niet te worden betaald door de overheid. 

Voor de rest doen de mensen in hun privé wat ze willen. Zoeken naar zingeving in het leven en nadenken over wat het heelal te bieden heeft, kan voor heel wat mensen een steun zijn. Wie een godsdienst aanhangt kan daarvoor niet met de vinger worden gewezen of uitgesloten. De gedachten zijn vrij. Deze vrijheid verdient ook respect. 

Het Nationaal-Libertarisch Kompas wil consequent en duidelijk zijn over hoofddoeken. Het hoofddoekendebat is geen debat over het dragen van religieuze symbolen in het algemeen. Door het debat daartoe af te leiden, gaat men de essentie uit de weg. Het Nationaal-Libertarisch Kompas zegt waar het op staat. De hoofddoek is een vrouwonvriendelijk symbool. Een symbool dat beduidt dat een vrouw die zich daarmee niet bedekt, aanleiding geeft tot seksuele lusten van de man. Wie dat als vrouw vrijwillig op het hoofd wil zetten in een private context, die doet maar. Het is ook niet verboden om zich het bezit te vinden van een man of van een vrouw in een context van SM en symbolen te dragen die dat tot uiting brengen. Deze tolerantie heeft 2 limieten: 

1. Het uitoefenen van sociale druk om een vrouwonvriendelijk symbool te dragen is niet in overeenstemming te brengen met de gedachte dat een vrouw dat symbool vrijwillig draagt. Men zet geen vrouw aan om een symbool te dragen dat haar tot minderwaardige maakt. Dat behoort strafbaar te worden gesteld. 

2. De overheid staat voor de bescherming van gendergelijkheid. In zichtbare functies bij deze overheid passen geen symbolen die de genderongelijkheid veruiterlijken. Dat geldt trouwens voor alle symbolen die duiden op de aantasting van fundamentele rechten. 

Het Nationaal-Libertarisch Kompas vindt dat de vrijheid van onderwijs geen excuus kan zijn om de fundamentele rechten en de Westerse waarden van het humanisme en de verlichting te verlaten. Onderwijs dat aanzet tot handelen in strijd met fundamentele rechten, wordt gewoon gesloten. Zoals organisaties die systematisch aanzetten tot handelen in strijd met fundamentele rechten kunnen worden verboden. Godsdienstonderwijs kan alleen worden betaald door de overheid als dat onderwijs inhoudt dat een beeld wordt geschetst van de verschillende godsdiensten die er zijn. Godsdienstonderwijs dat overwegend gaat over één godsdienst krijgt geen geld meer. 

Het Nationaal-Libertarisch Kompas wil de strijd aangaan tegen één van de meest gruwelijke aspecten waarmee de migratieproblematiek wordt geconfronteerd: de vrouwenbesnijdenis. Jonge meisjes afkomstig uit landen waar dergelijke besnijdenissen de gewoonte zijn, worden naar het land van oorsprong gebracht om daar gruwelijk te worden besneden en dan terug naar België gebracht. Deze praktijk moet strafbaar gesteld worden. Wie zijn dochter afvoert naar het buitenland om er te worden besneden, en wie een meisje in het buitenland besnijdt om het meisje dan naar België over te brengen, moet hier worden strafrechtelijk vervolgd.

Begripsverwarring: populisme

Het mooie bij het gebruik van heel veel woorden is dat iedereen meteen begrijpt wat je bedoelt.

Een stoel is een stoel, hoe die ook ontworpen is. Vraag een kind een huis te tekenen en we herkennen het, omdat er ondanks de status van het beroep architect nog steeds koekebakkers binnen die beroepsgroep ronddarren die niet veel verder komen dan de basale kindertekeningen. Een boom, van naaldboom tot exotische palm en alles daar tussenin herkent elk kind op aarde als een boom. Zo kan oneindig doorgedacht worden zonder dat er een discussie over normale begrippen nodig is, hooguit over de uitvoering of diverse specifieke uiterlijke detailkenmerken.

Maar neem nu eens het begrip populisme. Dit binnen de politiek veelgebruikte woord wordt door zichzelf verheven gevonden lieden bij herhaling als minderwaardig afgeserveerd en vervolgens in de vuilnishoek geplempt.
Echter, wat is nou precies de omschrijving van het woord populisme? Google ‘t en vind o.a.: “Populisme (van het Latijnse populus, “volk”) is een manier van politiek bedrijven, waarin de centrale tegenstelling die tussen “het volk” en “de elite” is, en waarbij de populist de kant van “het volk” kiest. Deze begrippen kunnen op verschillende manieren worden ingevuld, zodat men links-populisten, rechts-populisten en diverse andere typen kan onderscheiden. Om die reden kan het populisme niet als een uniforme ideologie worden opgevat. In het algemeen spraakgebruik heeft populisme doorgaans een negatieve bijklank, hoewel er politici en denkers zoals wij zijn die het als geuzennaam voeren.”

Let dus wel: een populist kiest de kant van het volk! Als we er gemakshalve eens vanuit gaan dat de elite nog niet uit 10% van onze bevolking bestaat en zo’n 10% graag bij de elite wenst te horen, dan is ruim 80% automatisch het gewone volk dat door niet populisten dus ook niet wordt vertegenwoordigd!

Dit is politiek gezien een zeer interessante conclusie, zeker wanneer die bijna 20% de overtuiging aanhangt dat het volk dom is, geen visie heeft, geen tijd en geen interesse heeft voor politiek in de breedste zin van betekenis. Dit zouden zomaar de juiste foute conclusies kunnen zijn.
Het volk heeft namelijk wel degelijk een mening en ziet soms haarscherp waar en hoe het fout gaat. Alleen blijft het bij constateren en vervolgens machteloos klagen, omdat ze binnen het huidige staatsbestel geen schijn van kans krijgen. En omdat ze niet op de hoogte zijn van een alternatief staatsbestel. Dit laatste is met name de reguliere media (msm) aan te rekenen.

Elke partij die zich wél in wil zetten voor het volk – hetzij uit overtuigen, hetzij uit eigenbelang en carrièreplanning -, wordt denigrerend populistisch genoemd. Populistisch alsof het verwerpelijk en verderfelijk is. De elite misbruikt het woord populisme, om te vrezen dat het volk in al haar toebedachte domheid de belangen van de hogere klasse zou schaden. De elite die o.a. standaard VLD stemt. VLD? Wacht even, onze nationale Volkspartij voor Vrijheid en Democratie? Zonder uit te wijden over begrippen als Vrijheid en Democratie in relatie tot de half criminele club van Egbert Lachaert, wil ik hier het eerste deel van de partijnaam even heel kort bij de lurven vatten. De term Volkspartij suggereert een partij te zijn voor het volk, maar bij hen absoluut geen beleid door het volk. Een elitaire beweging waarvan de leden wel weten wat goed is voor het plebs. Elitair populisme voorwenden om de ware bedoelingen te maskeren. Noem het rustig neppopulisme.

In wezen mag gesteld worden dat het volk zowel over links alsook over rechts niet wordt vertegenwoordigd. En als sommige mensen trots toch nog op een machtspartij met regeeraspiraties stemmen, weten ze op voorhand al dat ze belazerd worden. Dat dit soort mensen keer op keer voorgelogen wil worden is een exponent van rood potlood masochisme. En masochisten hebben altijd een drogreden om hun gedrag te bagatelliseren. In dit geval: ‘Wat dan?’

Wij van het Nationaal-Libertarisch Kompas zijn populistisch omdat we wél voor het volk opkomen en het bij ons niet draait omwille van de macht. Als partijen het volk dat zich tot nu toe systematisch benadeeld heeft gevoeld, wel vertegenwoordigen en pal staan voor hun voor de verkiezingen ingenomen standpunten, dan mogen ze zich zondermeer zeer trots populistisch noemen. Populisme zou dan als een eretitel ervaren mogen worden, de populist als geuzennaam.

Vlaamse regering vindt woke-censuur op VRT geen probleem

Het hellend vlak waarop de censuur zich bevindt wordt zichtbaar.

Tijdens corona werd tegenstand tegen de maatregelen grotendeels geweerd op de VRT. Als er toch een item was, dan werd dat strategisch ingepakt en in scène gezet. Zodat de kijker vooral begreep dat die tegenstand goed fout was. Wij van het Nationaal-Libertarisch Kompas hebben toen gewaarschuwd voor een hellend vlak.

Met de beslissing 16 afleveringen van De Kampioenen niet meer uit te zenden, wordt dit hellend vlak zichtbaar. Mediaminister Dalle vindt deze woke-censuur geen probleem. Hij zegt dat het niet aan de politiek is om te beslissen wat er op de VRT komt.

Het is wel aan de politiek om de opdracht van de VRT te omschrijven. De VRT hoort de mensenrechten, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, te verzekeren. Dat is de kerntaak van de VRT. Waarvoor hebben we anders een publiek betaalde omroep. Deze kerntaak verengen tot disproportionele gerichte censuur is daarmee niet in overeenstemming te brengen.

Met zwarte mensen en homo’s mag niet gelachen worden, maar met blanke hetero’s zoals Boma mag wel worden gelachen. Wat niet wordt gecensureerd is Boma die naar de “Pussycat” wil gaan en met alle vrouwen in bed wil duiken. Dat mag dan wel. Dat is evengoed een karikatuur.

Ook het voorstel van de voorzitter van Vooruit, met name om te “duiden” bij woke-issues, is niet aanvaardbaar. Humor vergt geen duiding. Mensen weten dat het humor is, en niet echt. Wie doet alsof hij dat niet weet, behoort zijn fantasiewereld te herzien.

Het Nationaal-Libertarisch Kompas vindt dat de mensen zelf mogen beslissen wat ze denken en niet moeten worden opgevoed door de VRT om te denken wat een bepaalde politieke stroming denkt.

De kerntaak van de VRT is het pluralisme te waarborgen. Die kerntaak komt actueel in het gedrang. Het is aan de Vlaamse regering om in te grijpen op vlak van de realisatie van de kerntaak. Niet door te bepalen wat er wordt uitgezonden

Waarom Alexander zijn volk moedwillig laat kreunen onder de inflatie

De Belgische regering laat moedwillig de inflatie hoog om het begrotingstekort te verlagen.

Bij corona had de regering de zorg moeten versterken. We zijn nu bijna 2,5 jaar verder en er gebeurt nog niets. Er wordt zelfs geen ernstig begin gemaakt om de mensen in de zorg de noodzakelijke ruimte en steun te geven.

Hetzelfde gebeurt met de inflatie. Ook dat vergt een grondige aanpak op middellange en lange termijn. Maar ook daar neemt de regering geen aanvang mee. Ook daar is het morrelen in de marge en fake maatregelen nemen. Zoals de BTW verlagen. Terwijl intussen de benzine alweer duurder is dan voor de BTW-verlaging.

Op lange termijn zijn er maar 3 middelen die de kern van het probleem aanpakken.

– Maak ons onafhankelijk van energie, grondstoffen en massaproductie van buiten de EU. – Verklein de staat en verminder de lasten. – Stop met het bijdrukken van geld.

We moeten veel meer onafhankelijk worden van bvb. China en Rusland en landen uit het Midden Oosten en welke landen ook ter wereld die om politiek redenen onze economie kunnen lamleggen. De geldt voor energie, voor grondstoffen en voor massaproductie. Dat zal een behoorlijke omslag van onze productie vergen, en tezelfdertijd een opportuniteit voor de bedrijven om de massaproductie terug naar Europa te halen. De regering en de EU zullen hiervoor snel een behoorlijk kader moeten scheppen.

De huidige politiek heeft zich vastgereden omdat er nergens ruimte meer is. De staat is een opgeblazen ballon die geen beetje flexibiliteit meer heeft, of hij ontploft. Met een rode stylo een lijst maken van wat we nog gaan doen met de overheid en wat niet meer, is dringend nodig. Dan kunnen ook de lasten omlaag en komt er ruimte om wie echt uit de boot valt op een ernstige manier te helpen. Zo lang die oefening niet wordt gemaakt, komt er geen oplossing.

De politiek om geld bij te drukken omdat de overheid om het even wat kan uitgeven, is een nieuwe theorie die naar de vuilbak mag. De hoge inflatie die daarvan het gevolg is zorgt voor instabiliteit, gebrek aan consumentenvertrouwen, en de ondermijning van de economie. Bovendien gaan de staatsfinanciën door het dak en zullen we dus uiteindelijk toch moeten besparen. Zoals de coronamaatregelen niet gewerkt hebben, en we uiteindelijk toch 30.000 doden hebben.

Integendeel. De regering heeft er alle belang bij dat er hogere inflatie is om haar schuld weg te werken. Wat overigens ook in het “zot boekske” van Claus staat als remedie om de staatsschuld af te bouwen. Hoe hoger de inflatie, hoe meer belastingen, hoe gemakkelijker de schuld is af te betalen. De regering speelt gewoon met het consumentenvertrouwen en de stabiliteit van onze ondernemingen om de staatsschuld af te bouwen. Moedwillig wordt aan de inflatie niets gedaan.

Het is toch wel frappant hoe de regering in de beide dossiers, corona en de inflatie, in hetzelfde bedje ziek is. En de genezing is niet in zicht.

Nazisme begrijpen: Darwinisme, nazi-rassenbeleid en de Holocaust

Deze serie artikels is bedoelt om het nazisme beter te begrijpen. Al de artikels hebben te maken met het Darwinisme, want dat was de belangrijkste gedachte om de Holocaust uit te voeren. Dit is deel 2.

INVOERING

Van de vele factoren die de fatale mengeling veroorzaakten die resulteerde in de nazi-holocaust en de Tweede Wereldoorlog, was een van de belangrijkste Darwins idee dat evolutionaire vooruitgang voornamelijk plaatsvindt als gevolg van de eliminatie van de zwakken in de strijd om te overleven. Hoewel het geen gemakkelijke taak is om alle vele tegenstrijdige motieven van Hitler en zijn aanhangers te beoordelen, speelde darwinistisch geïnspireerde eugenetica duidelijk een cruciale rol. 1

Het darwinisme rechtvaardigde en moedigde ook de nazi-opvattingen over ras en oorlog aan. 2  Als de nazi-partij het geloof volledig had omarmd en consequent had gehandeld volgens het geloof dat alle mensen afstammelingen waren van Adam en Eva, en gelijk voor God, zoals geleerd in zowel het Oude als het Nieuwe Testament (de Hebreeuwse en Griekse Geschriften), is het waarschijnlijk dat de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog zouden nooit hebben plaatsgevonden.

Het uitbannen van de joods-christelijk-islamitische doctrine van de menselijke goddelijke oorsprong uit de Duitse theologie en haar scholen, en het vervangen door het darwinisme, droeg openlijk bij tot de acceptatie van sociaal darwinisme dat culmineerde in de Holocaust. 3  Darwins theorie, zoals gewijzigd door bioloog Ernst Haeckel, 4  gecombineerd met de racistische theorieën van Houston Stewart Chamberlain en anderen, heeft duidelijk bijgedragen aan de dood van meer dan 9 miljoen mensen in de concentratiekampen, en de ongeveer 55 miljoen anderen, in een oorlog waarvan economische tol voor alle landen was ongeveer $ 18,75 biljoen Amerikaanse dollars (in 2012 dollars). 5 Bovendien was een belangrijke reden dat het nazisme de omvang van de Holocaust bereikte, de wijdverbreide acceptatie van sociaal darwinisme door de wetenschappelijke en academische gemeenschap. 6

De kern van het darwinisme was het geloof dat evolutie verloopt door de differentiële overleving van de sterkste individuen. Dit vereist verschillen tussen een soort die uiteindelijk zo groot werden dat de individuen die ze bezaten – de sterksten – meer geneigd waren om meer nakomelingen na te laten. Hoewel het proces van het vormen van nieuwe rassen kan beginnen met kleine verschillen, produceren differentiële overlevingspercentages uiteindelijk verschillende rassen, een deel van een proces dat volgens evolutionisten leidt tot soortvorming, dat wil zeggen de ontwikkeling van een nieuwe soort.

Het egalitaire ideaal dat alle mensen gelijk zijn geschapen, dat nu de westerse ideologie domineert, is historisch niet universeel geweest onder naties en culturen. 7  Een belangrijke kracht die tegen deze opvatting inwerkte, was het sociaal darwinisme, met name het primitieve ‘survival-of-the-fittest’-wereldbeeld. 8  Het idee dat de kwaliteit van het ras kan worden verbeterd door selectief fokken is zo oud als de Republiek van Plato, maar,

het moderne eugenetische denken ontstond pas in de negentiende eeuw. De opkomst van interesse in eugenetica in die eeuw had meerdere wortels. De belangrijkste was de evolutietheorie, want de ideeën van Francis Galton over eugenetica – en hij was het die de term ‘eugenetica’ creëerde – waren een direct logisch gevolg van de wetenschappelijke doctrine die door zijn neef, Charles Darwin, was uitgewerkt. 9

Dat het regeringsbeleid van de nazi’s openlijk werd beïnvloed door het darwinisme, de tijdgeest van zowel de wetenschap als de ontwikkelde samenleving van die tijd, blijkt duidelijk uit een onderzoek van bestaande documenten, geschriften en artefacten die zijn geproduceerd door de Duitse twintigste-eeuwse nazi-beweging en haar vele aanhangers van wetenschappers. 10  De nazi-behandeling van joden en andere ‘rassen’ die toen als ‘inferieur’ werden beschouwd, was grotendeels het gevolg van hun conclusie dat het darwinisme een diepgaand inzicht verschafte dat kon worden gebruikt om de mensheid aanzienlijk te verbeteren. 11  De politieke filosofie van Duitsland was gebaseerd op de overtuiging dat kritische factoren voor vooruitgang voornamelijk

strijd, selectie en survival of the fittest, alle denkbeelden en observaties die tot stand zijn gekomen… door Darwin… maar al in weelderige bloei in de Duitse sociale filosofie van de negentiende eeuw… Zo ontwikkelde zich de doctrine van het inherente recht van Duitsland om de wereld te regeren op basis van basis van superieure kracht … van een “hamer en aambeeld” relatie tussen het Reich en de zwakkere naties. 12

HET BELANG VAN RAS IN DARWINISME

Evolutie is gebaseerd op het verwerven van nieuwe eigenschappen door middel van mutaties en het verschuiven van genen, waardoor degenen die de eigenschappen bezitten, beter kunnen overleven in ongunstige omstandigheden, en daardoor meer nakomelingen achterlaten dan degenen die ze niet bezitten. De bron van de grondstof voor natuurlijke selectie om uit te kiezen, zijn voornamelijk genetische mutaties. Mensen die een mutatie erven waardoor meer van hen kunnen overleven en zich kunnen voortplanten in vergelijking met mensen zonder die eigenschap, zullen die eigenschap eerder doorgeven aan de volgende generatie. Superieure individuen zullen meer kans hebben om te overleven, en als resultaat zal hun genetische informatie, over een periode van meerdere generaties, in steeds meer individuen aanwezig zijn, terwijl genetische informatie van de “zwakkere” individuen uiteindelijk zal uitsterven.

Dit proces, ooit rassenvorming genoemd maar nu soortvorming genoemd, is de bron van de vermeende evolutionaire ‘vooruitgang’ die in theorie voor altijd kan doorgaan. Als elk lid van een soort volledig gelijk zou zijn, zou natuurlijke selectie niets hebben om uit te selecteren. Bijgevolg zou overleving het resultaat zijn van toeval en zou de evolutie voor die soort ophouden.

Volgens de darwinistische theorie produceren genetische verschillen die overleving bevorderen geleidelijk nieuwe rassen, waarvan sommige een overlevingsvoordeel hebben. Deze nieuwe groepen werden het superieure (dwz meer geëvolueerde) ras. Wanneer die eigenschap zich uiteindelijk door het hele ras verspreidt, vanwege het overlevingsvoordeel dat het verleent aan degenen die het bezitten, zal een hogere, meer ontwikkelde mens resulteren. Hitler en de nazi-partij beweerden dat een van hun belangrijkste doelen was om deze orthodoxe wetenschap toe te passen om de samenleving te verbeteren. Bovendien was het kernidee van het darwinisme niet evolutie, maar selectie van de sterkste. 13  Hitler benadrukte dat, om een ​​betere samenleving tot stand te brengen, de nazi’s deze wetenschap moeten begrijpen en ermee moeten samenwerken.

John Jay College historicus Daniel Gasman concludeerde dat in “geen ander land … de ideeën van het darwinisme zich zo serieus ontwikkelden als een totale verklaring van de wereld als in Duitsland” en als gevolg daarvan de “letterlijke overdracht van de wetten van de biologie” als geïnterpreteerd door de theorie van Darwin werden toegepast op het sociale domein. 14  De ongelijkheidsdoctrine, hoewel jarenlang een integraal onderdeel van de Duitse filosofie geweest, bereikte zijn hoogtepunt onder het Hitler-regime en kreeg zijn belangrijkste intellectuele steun van het darwinisme en Darwins Duitse discipel, Ernst Haeckel. 15

Haeckels overtuiging dat “de morfologische verschillen tussen twee algemeen erkende soorten – bijvoorbeeld schapen en geiten – veel minder belangrijk zijn dan die … tussen een Hottentot en een man van het Teutoonse [Arische] ras” werd al snel het Duitse beleid. 16  Vooral belangrijk in het nazi-beleid was de overtuiging dat de Duitsers zich hadden ontwikkeld “het verst van de gewone vorm van aapachtige mensen [en overtroffen]… alle andere” en het zou dit ras zijn dat de mens zou moeten opvoeden naar een “nieuwe periode van hogere mentale ontwikkeling.” 17  Dit gold niet alleen mentaal maar ook fysiek, omdat Haeckel geloofde dat evolutie een “symmetrie van alle delen en gelijke ontwikkeling bereikt die we het type volmaakte menselijke schoonheid noemen.” 18

De evolutionaire superioriteit van Ariërs, het ras dat superieur is aan alle anderen, gaf hen niet alleen het recht, maar ook de plicht om alle andere volkeren te onderwerpen. En ras was een belangrijk onderdeel van de nazi-filosofie. De nazi’s hebben het darwinisme opgenomen

in hun politieke systeem, met niets weggelaten…. Hun politieke woordenboek stond vol met woorden als ruimte, strijd, selectie en uitsterven (Ausmerzen). Het syllogisme van hun logica werd duidelijk vermeld: de wereld is een jungle waarin verschillende naties strijden om ruimte. De sterkere overwinning, de zwakkere sterven of worden gedood. 19

Een belangrijk feit is dat “biologisch racisme verankerd was geraakt in het antisemitische discours en ook mainstream werd onder Duitse antropologen.” 20  De nazi-opvatting van darwinistische evolutie en ras was een belangrijk onderdeel van de fatale combinatie van ideeën en gebeurtenissen die de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog veroorzaakten:

Een van de centrale elementen in de nazi-theorie en -doctrine was natuurlijk de evolutietheorie [en]… dat alle biologie spontaan naar boven was geëvolueerd, en dat tussenschakels (minder ontwikkelde typen) actief moesten worden uitgeroeid… dat natuurlijke selectie kon en moest worden actief geholpen, en daarom hebben [de nazi’s] politieke maatregelen genomen om … Joden en de zwarten, die zij als [minder ontwikkeld] beschouwden, uit te roeien. 21

Termen als ‘superieur ras’, ‘lagere menselijke typen’, ‘vervuiling van het ras’ en de term evolutie zelf (Entwicklung), werden vaak gebruikt door Hitler en andere nazi-leiders. Hun rassenopvattingen waren geen randwetenschap, zoals vaak wordt beweerd, maar waren eerder:

rechttoe rechtaan Duits sociaal darwinisme van een type dat algemeen bekend en geaccepteerd is in heel Duitsland en dat, belangrijker nog, door de meeste Duitsers, inclusief wetenschappers, als wetenschappelijk waar werd beschouwd. Meer recente wetenschap over het nationaal-socialisme en Hitler is zich gaan realiseren dat… [sociaal darwinisme] een specifiek kenmerk van het nazisme was. Nationaal-socialistisch ‘biobeleid’, [was] een beleid gebaseerd op een mystiek-biologisch geloof in radicale ongelijkheid, een monistisch, antitranscendent moreel nihilisme gebaseerd op de eeuwige strijd om het bestaan ​​en de overleving van de sterkste als de wet van de natuur, en de daaruit voortvloeiende gebruik van staatsmacht voor een openbaar beleid van natuurlijke selectie. 22

De filosofie dat mensen de darwinistische theorie kunnen beheersen en zelfs gebruiken om een ​​hoger ontwikkeld mens voort te brengen, wordt herhaaldelijk genoemd in de geschriften en toespraken van prominente nazi’s. 23  Om het darwinistische doel voor de samenleving te bereiken, was het nodig om de minder fitten meedogenloos te elimineren door openlijk barbaars gedrag. Professor George Stein van de Universiteit van Miami merkte op dat de kern van het Duitse sociale darwinisme werd ontwikkeld door Haeckel en zijn collega’s. De darwinisten voerden in het bijzonder op wetenschappelijke gronden aan dat de mensheid

slechts een deel van de natuur zonder speciale transcendente eigenschappen of speciale menselijkheid. Aan de andere kant waren de Duitsers leden van een biologisch superieure gemeenschap… politiek was slechts de rechtstreekse toepassing van de wetten van de biologie. In wezen brachten Haeckel en zijn mede-sociaal-darwinisten de ideeën naar voren die de kernaannames van het nationaal-socialisme zouden worden. De zaak van de bedrijfsstaat was eugenetica of kunstmatige selectie. 24

Vóór 1933 publiceerden Duitse wetenschappers dertien wetenschappelijke tijdschriften die voornamelijk waren gewijd aan rassenhygiëne en richtten ze meer dan 30 verschillende instellingen op, waarvan vele verbonden waren met universiteiten of onderzoekscentra die zich toelegden op ‘raciale wetenschap’. 25  In het nazi-tijdperk bestreken bijna 150 wetenschappelijke tijdschriften, waarvan vele nog steeds zeer gerespecteerd worden, rassenhygiëne en aanverwante gebieden. Er werden 26  enorme databestanden bijgehouden over de races, waarvan de meeste werden geanalyseerd en gebruikt voor onderzoekspapers die in verschillende Duitse en andere wetenschappelijke tijdschriften werden gepubliceerd. Het Kaiser Wilhelm Instituut voor Antropologie, Menselijke Erfelijkheid en Eugenetica werd in 1927 opgericht om eugenetica en aanverwante gebieden te bestuderen, waaronder geslachtsziekten en alcohol.

De verschillende eugenetische instituten onderzochten ook de “persistentie” van verschillende “primitieve raciale eigenschappen” bij bepaalde rassen binnen en buiten Duitsland. Eugenetici beweerden al snel dat ze een overvloed aan bewijs vonden voor het Cro-magnon-rastype bij inferieure rassen, en ook voor Neanderthaler-raciale eigenschappen. Net als hun Amerikaanse en Britse tegenhangers begonnen Duitse instituten voor rashygiëne en onderzoekers van verschillende universiteiten genetisch bewijs te ontdekken voor vrijwel elke menselijke ziekte, van criminaliteit tot hernia, zelfs echtscheiding en ‘liefde om op het water te zeilen’. Ze zagen hun werk als een nobele poging om “Darwins pogingen om de oorsprong van soorten op te helderen” voort te zetten. 27

Het centrale concept van de survival of the fittest-filosofie, de observatie dat alle dieren en planten een enorme hoeveelheid genetische variëteit bevatten en dat sommige van deze verschillen een overlevingsvoordeel kunnen hebben in bepaalde omgevingen, is goed gedocumenteerd. Het beste voorbeeld is kunstmatige selectie waarbij fokkers mannetjes en vrouwtjes selecteren met de maximale hoeveelheid van de eigenschap waar ze zich mee bezig houden, en vervolgens uit hun nakomelingen die dieren selecteren die het maximum van die eigenschap vertonen. Als gevolg hiervan is er een grote verscheidenheid aan gemodificeerde planten en dieren gekweekt. Natuurlijk is kunstmatige selectie geen natuurlijke selectie, een probleem dat Darwin nooit volledig heeft aangepakt.

Het fokken op bepaalde eigenschappen is echter altijd een afweging die meestal resulteert in het verlies van andere gewenste eigenschappen. Omdat het produceren van een plant of dier met bepaalde eigenschappen meestal leidt tot het verlies van andere eigenschappen, worden koeien gefokt als melkkoeien of voor vlees, maar niet beide. De theorie van de nazi’s hield onvoldoende rekening met deze gegevens en de implicaties van de enorme hoeveelheid biologische diversiteit waarvan we nu weten dat ze bestaat.

De racistische theorieën volgden de verspreiding van de darwinistische evolutietheorie op de voet, die vrijwel onmiddellijk na de publicatie van de Duitse editie van On the Origin of Species een brede aanhang in Duitsland had. 28  Zoals Harvard-professor Stephen Jay Gould concludeerde: “Biologische argumenten voor racisme… namen in orde van grootte toe na de aanvaarding van de evolutietheorie” door wetenschappers in de meeste landen. 29

Ter ondersteuning van racisme werden ook vergelijkingen gemaakt van verschillende culturen waarvan werd aangenomen dat ze het product waren van raciale superioriteit. De nazi’s concludeerden dat inferieure rassen gewoonlijk inferieure culturen voortbrachten, maar alleen superieure rassen konden superieure culturen voortbrengen. 30  Daarom merkt historicus Dr. Karl Schleunes op dat racisme een wetenschappelijke reputatie kreeg door zijn solide verband met wat hij de derde grote synthese van de negentiende eeuw noemt, de darwinistische evolutietheorie en het survival-of-the-fittest wereldbeeld. 31

AMERIKAANSE EN BRITSE ONDERSTEUNING

De opvattingen van darwinisten over ras bestonden niet alleen in nazi-Duitsland, maar ook in Amerika, zoals blijkt uit overzichten van leerboeken die van 1880 tot ongeveer 1950 zijn gepubliceerd. Zo verklaarde Princeton-bioloog Edwin Conklin in zijn collegetekst dat vergelijkingen

van elk modern ras met het Neanderthaler- of Heidelberg-type laat zien dat… negroïde rassen meer lijken op de oorspronkelijke stam dan de witte of gele rassen. Elke overweging moet degenen die in de superioriteit van het blanke ras geloven ertoe brengen te streven naar het behoud van de zuiverheid ervan en om de segregatie van de rassen in te stellen en te handhaven. 32

Duitse eugenetici waren sterk afhankelijk van werk dat in Groot-Brittannië en Amerika was voltooid, vooral dat onderzoek met betrekking tot sterilisatiebeleid. 33  De nationale verplichte sterilisatiewetten waren bijvoorbeeld vrij letterlijk gebaseerd op het “model eugenetische sterilisatiewet opgesteld door de supervisor en het eugenetica-recordkantoor van Cold Spring Harbor, New York.” 34  Franz Bumm, de president van het Reichsgezondheidsbureau, merkte op dat “de waarde van eugenetica-onderzoek overtuigend was aangetoond in de Verenigde Staten, waar antropologische statistieken waren verzameld van 2 miljoen mannen die waren gerekruteerd voor de Amerikaanse strijdkrachten.” 35

Kort nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof had geoordeeld dat sterilisatie van minderheden voor eugenetische doeleinden grondwettelijk was, nam het kabinet van Adolf Hitler een eugenetische sterilisatiewet aan, waarbij de Amerikaanse uitspraak als voorbeeld werd gebruikt. 36  De Duitse wet van 1933 was verplicht voor alle mensen, “geïnstitutionaliseerd of niet, die leden aan zogenaamd erfelijke handicaps, waaronder zwakzinnigheid, schizofrenie, epilepsie, blindheid, ernstige drugs- of alcoholverslaving en fysieke misvormingen die de voortbeweging ernstig bemoeilijkten of zeer aanstootgevend waren.” 37

De Duitse wetten werden vervolgens gebruikt om nog strengere wetten in de Verenigde Staten te inspireren – in Virginia betoogde Dr. Joseph DeJarnette dat de progressieve en wetenschappelijk ingestelde Amerikanen zich moesten schamen voor de “verlichte” progressieve Duitse wetgeving, en dat Amerikanen de leiding op dit gebied in plaats van Duitsland. 38  Als geheel deelden de Duitsers en Amerikanen informatie en ideeën en beïnvloedden ze elkaar om eugenetica-programma’s te ontwikkelen.

De volgende stap in Duitsland was dat de regering “leningen” verstrekte aan koppels die volgens haar “raciaal en biologisch wenselijk” waren en daarom meer kinderen zouden moeten krijgen. De geboorte van elk kind verminderde de “lening”-schuld met 25 procent. Later kwamen sterilisatiewetten en toen, in 1939, euthanasie van bepaalde geestelijk gehandicapte of zieke personen.

Uiteindelijk werd euthanasie uitgebreid tot lichamelijk gehandicapte personen, sommigen met een lichte handicap. Dit beleid motiveerde Amerikaanse en Britse eugenetici om het Duitse programma als model te onderschrijven omdat het “zonder [de] snode raciale inhoud” van Amerikaanse programma’s was. 39

Omgekeerd erkenden Duitse eugenetici herhaaldelijk hun schuld aan de Amerikaanse en Britse onderzoekers en eerden eugenetici van Britse en Amerikaanse universiteiten periodiek met verschillende onderscheidingen. Bovendien voerden veel van de Amerikaanse eugenetici aan dat de nazi’s hen overtroffen en Amerikaanse rechtbanken (inclusief het Hooggerechtshof) konden overtuigen van de geldigheid van zelfs enkele van de meest buitensporige eugenetische claims. 40  Sommige van deze op eugenetica gebaseerde ideeën werden onderdeel van de Amerikaanse wet en praktijk tot na de Tweede Wereldoorlog, toen de volledige gruwel van de Duitse eugenetica-programma’s algemeen bekend werd.

JODEN IN DUITSLAND EN DARWINISME

De vroege Duitse eugenetische leiders matigden hun antisemitische retoriek in een poging om Joden aan te trekken voor de eugenetica-beweging. 41  Veel vroege Duitse eugenetici geloofden dat Duitse joden Ariërs waren en bijgevolg werd de eugenetische beweging gesteund door vele joodse professoren en artsen, zowel in Duitsland als in het buitenland. De joden werden pas geleidelijk in de Duitse eugenetische theorie en later de wetten ervan opgenomen.

De opvattingen van darwinistische racisten kwamen pas geleidelijk in gebieden van de Duitse samenleving terecht die ze voorheen niet hadden beïnvloed. 42  De Pan-Duitse Bond (Alldeutscher Verband), die zich toelegt op het “behouden van de Duitse raciale zuiverheid”, was oorspronkelijk niet openlijk antisemitisch, en geassimileerde joden mochten een volledig lidmaatschap hebben. Veel Duitse eugenetici waren van mening dat, hoewel zwarten of zigeuners raciaal inferieur waren, hun raciale theorieën niet bij de joden pasten, aangezien veel joden in Duitsland aanzienlijk succes hadden geboekt. Tegen 1903 doordrong de invloed van rassenideeën het programma van de Liga in die mate dat de Liga zich in 1912 op basis van ‘raciale principes’ verklaarde en al snel Joden uitsloot van lidmaatschap. 43

Ondanks de wetenschappelijke ondersteuning voor deze raciale opvattingen, hadden ze pas in de Tweede Wereldoorlog een groot effect op de meeste joden. De meeste Duitse Joden waren er trots op Duitsers te zijn en beschouwden zichzelf als Duitsers in de eerste plaats en Joden als tweede. Veel joden veranderden de raciale opvattingen van de Duitse intelligentsia door zichzelf erin op te nemen. Hun assimilatie in het Duitse leven was zo compleet dat de meeste joden het gevoel hadden dat het antisemitisme van de eugenisten geen serieuze bedreiging vormde voor hun veiligheid.

De meeste joden waren er ook van overtuigd dat Duitsland nu een veilige haven voor hen was. 44  In feite dienden tijdens de Tweede Wereldoorlog naar schatting 150.000 Mischlinge (deels joodse) mannen in het Duitse leger, velen met onderscheiding – en honderden dienden in de rang van majoor of zelfs hoger als kolonels of generaals. 45  Later werd onthuld dat de ‘ideale’ Duitse soldaat, wiens foto overal gepleisterd was, voor nazi-propagandadoeleinden half Joods was. 46

Veel Duitse heidenen hielden nog steeds stevig vast aan het scheppingsmodel van Genesis en verwierpen de opvattingen waarop racisme was gebaseerd, inclusief het darwinisme. Wat er later in Duitsland gebeurde, werd duidelijk niet goed ontvangen door joodse genetici, zelfs niet-joodse eugenetici en bepaalde andere groepen. Zoals Greta Jones opmerkt, de wereld

De eugenetica-beweging voelde een mengeling van vrees en bewondering voor de vooruitgang van de eugenetica in Duitsland… [maar] de feitelijke details van de eugenetica-maatregel die naar voren kwam nadat Hitler aan de macht was gekomen, werden niet ondubbelzinnig verwelkomd. Eugenetici wezen op de VS als een plaats waar strikte wetten het huwelijk controleerden, maar waar een sterke traditie van politieke vrijheid bestond. 47

Terwijl etnische joodse personen nog steeds werden beschouwd als een voorbeeld van educatieve en professionele prestaties in een groot deel van de Amerikaanse en Britse eugenetische literatuur, begonnen Duitse eugenetici joden te classificeren als evolutionair inferieur. Hoewel intelligent, werd vaak gezien dat ze hun intelligentie op sluwe en achterbakse manieren gebruikten voor zelfzuchtig gewin, deels omdat ze als erfelijk immoreel werden beschouwd. Bovendien, hoewel veel Amerikaanse en Britse eugenetici er bezwaar tegen hadden dat Duitsers bepaalde groepen als inferieur beschouwden, zoals veel Oost-Europeanen, classificeerden veel Amerikaanse eugenetici deze groepen ook als inferieur. 48

EVOLUTIE GEBRUIKT OM BESTAAND DUITSE RACISME TE RECHTVAARDIGEN

Dr. Karl Schleunes merkte nogal schrijnend op dat de publicatie van Darwins boek uit 1859, On the Origin of Species, een onmiddellijke impact had op het Joodse beleid van Duitsland. Toen de sociale darwinisten de strijd van het biologische naar het sociale vlak verhieven, “rechtvaardigde Darwins idee van strijd om te overleven … gelegitimeerd door de nieuwste wetenschappelijke inzichten, de racistische opvatting van superieure en inferieure volkeren … en valideerde het conflict tussen hen.” 49

De antisemitische houding van het Duitse volk was slechts gedeeltelijk verantwoordelijk voor het veroorzaken van de Holocaust – pas toen het darwinisme werd toegevoegd aan de reeds bestaande mix van houdingen, leidde dit tot een dodelijke combinatie. De darwinistische revolutie en de geschriften van haar belangrijkste Duitse woordvoerder en meest vooraanstaande wetenschapper, professor Haeckel, gaven de racisten een krachtige verificatie van hun opvattingen over ras. 50  De steun van het wetenschappelijke establishment zorgde ervoor dat racistische gedachten een veel grotere verspreiding kregen dan tot dan toe mogelijk was geweest, en een enorme voldoening “dat iemands vooroordelen eigenlijk uitdrukkingen waren van wetenschappelijke waarheid”. 51

En welke grotere autoriteit dan de wetenschap zouden racisten kunnen hebben voor hun opvattingen? Nobelprijswinnaar Konrad Lorenz, een toegewijde nazi, een van de meest vooraanstaande wetenschappers op het gebied van diergedrag in die tijd, en vaak beschouwd als de grondlegger van zijn vakgebied, verklaarde:

Net zoals bij kanker de beste behandeling is om de parasitaire groei zo snel mogelijk uit te roeien, is de eugenetische verdediging tegen de dysgene sociale effecten van getroffen subpopulaties noodzakelijkerwijs beperkt tot even drastische maatregelen…. Wanneer deze inferieure elementen niet effectief worden geëlimineerd uit een [gezonde] populatie, vernietigen ze – net zoals wanneer de cellen van een kwaadaardige tumor zich door het menselijk lichaam kunnen verspreiden – zowel het gastheerlichaam als zichzelf. 52

Lorenz’ werken waren belangrijk bij de ontwikkeling van het nazi-programma dat was ontworpen om de ‘parasitaire groei’ van inferieure rassen uit te roeien. De programma’s van de regering om ervoor te zorgen dat het “Duitse Volk” hun superioriteit handhaafde, maakten racisme bijna onaantastbaar. Hoewel sommige geleerden, zoals bioloog James King, beweren dat de Holocaust beweerde “een wetenschappelijke genetische basis te hebben”, 53 was  de positie van het darwinisme binnen de regering en de universitaire elite van die tijd zo diepgeworteld dat maar weinig hedendaagse wetenschappers de directe vraag serieus in twijfel trokken. toepassing van sociaal darwinisme op overheidsbeleid. 54

EUGENICS WORDT EXTREEMER

De meeste vroege Amerikaanse, Canadese en Britse eugenetici benadrukten dat vrijwilligerswerk moet worden gedaan voor de implementatie van eugenetische programma’s. Francis Galton concludeerde echter dat het probleem van inferieure rassen die de genenpool besmetten “zo duidelijk en zo nijpend was dat staatsinterventie van dwingende aard in de menselijke voortplanting rechtvaardigde.” 55  Later steunden eugenetici in toenemende mate gericht overheidsoptreden bij het toepassen van eugenetische wetten: natuurlijke selectie kan het meest geschikte ras voortbrengen, maar alleen kunstmatige selectie die door de overheid wordt afgedwongen, kan ervoor zorgen dat de eugenetisch superieure domineert.

Veel maatschappelijk werkers, psychiaters en andere werkers in de geestelijke gezondheidszorg in Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Duitsland waren overtuigd van de genetische oorsprong van sociale tekortkomingen, en voelden zich steeds meer genoodzaakt de overheid te dwingen in te grijpen. 56  Ontmoedigd door het gebrek aan effectiviteit van hun wetenschap bij het beïnvloeden van het overheidsbeleid, en er volledig van overtuigd dat eugenetica empirisch was aangetoond door het briljante wetenschappelijke werk van Charles Darwin, Karl Pearson, Francis Galton en vele anderen, waren westerse eugenetische voorstanders jaloers dat alleen Duitsland was in staat om de programma’s waar veel wetenschappers in Amerika en Europa toen sterk voor pleitten, volledig uit te voeren. 57

Nazi-Duitsland was echter niet de enige die wetenschap toepaste op het overheidsbeleid. In de Verenigde Staten tijdens de vroege jaren 1900, “werd het een kenmerk van een goede hervormingsregering om het beleid vorm te geven met de hulp van wetenschappelijke experts … [en al snel eugenetische] experts waren er in overvloed in de afdelingen biologie, psychologie en sociologie van universiteiten of hogescholen.” 58  Het is opmerkelijk dat de Duitse eugenetica-programma’s weinig tegenstand van het Westen opriepen. Het beleid van de Verenigde Staten werkte ook tegen het redden van de levens van degenen die volgens Duitsland raciaal inferieur waren. De implicaties van de eugenetische immigratiewetten, met name de Amerikaanse Johannson Quota Act van 1924, die pas in 1941 werd ingetrokken, hadden enorme gevolgen voor mensenlevens:

Ten minste negen miljoen mensen van wat Galton en Pearson degeneratieve stam noemden, tweederde van hen de Joden… werd nog steeds geen toevluchtsoord aan onze poorten ontzegd. Ze werden uiteindelijk allemaal naar Noordse Rassenhygiene-kampen gedreven, waar de verantwoordelijke rasbiologen ervoor zorgden dat ze zich niet meer vermenigvuldigden. En hield op te zijn. 59

De eerste stap in een eugenetisch programma was om te bepalen welke groepen genetisch superieur waren, een oordeel dat sterk werd beïnvloed door cultuur. Veel Duitsers accepteerden de Amerikaanse en Britse conclusies over welke rassen inferieur waren niet, en om deze reden stelden de Duitsers hun eigen programma in. Dit betekende dat ze eerst moesten bepalen welke eigenschappen superieur waren. De ideale eigenschappen waren:

een menselijk type waarvan het uiterlijk door de rassentheoreticus Hans FK Günther was beschreven als “blond, lang, lange schedel, met smalle gezichten, uitgesproken kin, smalle neuzen met een brug, zacht haar, wijd uit elkaar geplaatste lichtgekleurde ogen, roze- blanke huidskleur.” 60

Hoewel oppervlakkige observatie de meeste mensen in staat stelde een brede classificatie van ras te maken, zoals de nazi’s al snel leerden toen ze het grondig onderzochten, is de status van ras zeker niet gemakkelijk te bepalen. Veel van de groepen die volgens hen inferieur waren, zoals Slavische volkeren (meestal de Polen, Russen en Oekraïners), joden, zigeuners en anderen, waren niet gemakkelijk te onderscheiden van het pure ‘Arische’ ras. Bij het groeperen van mensen in rassen om de ‘beste’ te selecteren, maten de nazi’s een breed scala aan fysieke eigenschappen, waaronder de grootte van de hersenpan.

De nazi’s leunden zwaar op het werk van Hans FK Günther, hoogleraar “raciale wetenschap” aan de universiteit van Jena. Hoewel Günthers ‘persoonlijke relaties met de partij soms stormachtig waren’, kregen zijn raciale ideeën brede steun in de hele Duitse regering en waren ze van grote invloed op het Duitse beleid. 61  Günther erkende dat, hoewel “een ras misschien niet zuiver is, zijn leden bepaalde dominante kenmerken delen”, en zo de weg vrijmaakte voor stereotypering. 62

Günther kwam tot de conclusie dat alle Ariërs een ideaal Noords gezicht delen dat contrasteerde met de Joden, die volgens hem een ​​mengelmoes van rassen waren. Günther benadrukte dat iemands genealogische afkomst, antropologische metingen van zijn schedel en evaluaties van fysieke verschijning allemaal belangrijk waren. Hoewel fysieke verschijning werd benadrukt, geloofden de nazi’s, “het lichaam is de showplace van de ziel” en “de ziel is primair.” 63

Vrouwtjes met de eigenschappen – zoals IQ – die eugenetici als superieure Arische raskwaliteiten beoordeelden, werden zelfs in speciale huizen geplaatst en zwanger gehouden zolang ze in een programma bleven dat Lebensborn heette. Desalniettemin heeft onderzoek naar de nakomelingen van het experiment geconcludeerd dat, zoals nu bekend is, het IQ achteruitgaat naar het populatiegemiddelde en dat de IQ’s van de nakomelingen over het algemeen lager waren dan die van de ouders met een hoog IQ. 64

DE SLECHT BLOED THEORIE

Het darwinisme was van grote invloed op de conclusie van de nazi-partij dat niet alleen bepaalde rassen en etnische groepen inferieur waren, maar psychiatrische patiënten ook genetisch inferieur waren. Een deel van de reden was omdat men toen geloofde dat erfelijkheid een grote controlerende invloed had op geestesziekten (of dat geesteszieken niet-Arisch bloed in zich hadden) en dat bijgevolg die personen met “slecht bloed” moesten worden vernietigd . De joodse historicus Leon Poliakov merkt op dat veel intellectuelen in de vroege jaren 1900 telegonie accepteerden, het idee dat ‘slecht bloed’ een raslijn voor altijd zou besmetten, of dat ‘slecht bloed goed [bloed] verdrijft, net zoals slecht geld goed geld verdringt’. 65 Alleen uitroeiing zou deze inferieure genetische lijnen permanent elimineren, waardoor de evolutie wordt bevorderd. Darwin stelde zelfs een lange lijst samen van gevallen waarin slecht bloed een witte genenlijn verontreinigde, waardoor het, zo concludeerde hij, voor altijd onzuivere nakomelingen voortbracht.

Talloze gerespecteerde biologen, waaronder Ernst Rüdin, een professor aan het Kaiser Wilhelm Institute in München en ook hoofd van het Max Planck Institute for Brain Research, en veel van zijn collega’s – waaronder Erwin Baur, Eugen Fischer, Fritz Lenz, Francis Galton en Eugene Kahn, later een professor in de psychiatrie aan Yale – pleitte actief voor dit erfelijke argument. Deze wetenschappers hadden direct of indirect invloed op de Duitse verplichte sterilisatiewetten die bedoeld waren om te voorkomen dat mensen met defecte of “inferieure” genen de Arische genenpool besmetten.

Later, toen de “genetisch inferieure” ook als “nutteloze eters” werden beoordeeld, werden massale moorden gerechtvaardigd. De groepen die als inferieur werden beoordeeld, werden geleidelijk uitgebreid met een grote verscheidenheid aan rassen en nationale groepen. Later omvatte het zelfs minder gezonde ouderen, epileptici, personen met zowel ernstige als milde mentale stoornissen, doofstommen en zelfs personen met bepaalde terminale ziekten. 66

De lijst van groepen die als “inferieur” werden beoordeeld, werd later uitgebreid met personen met negroïde of monogoloïde kenmerken, zigeuners en degenen die niet slaagden voor een reeks ingenieus ontworpen, openlijk racistische tests waarvan nu bekend is dat ze waardeloos zijn. Nadat Jesse Owen verschillende gouden medailles had gewonnen op de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn, berispte Hitler de Amerikanen naar verluidt omdat ze zwarten toestonden om deel te nemen aan de wedstrijden. 67  Hoe de zwakken moesten worden “geselecteerd” voor eliminatie was niet consistent, noch werden de criteria gebruikt om “zwak” te bepalen. 68

De rechtvaardiging van deze programma’s was dat “toonaangevende biologen en professoren” ze bepleitten. Volgens psychiater en auteur Frederic Wertham redeneerde Dr. Karl Brandt dat, aangezien de geleerde professoren steun verleenden, het programma geldig moest zijn en “wie zou er beter gekwalificeerd zijn [om het programma te beoordelen] dan zij?” 69

EVOLUTIE EN OORLOG IN NAZI-DUITSLAND

Het darwinisme bood de Duitsers niet alleen een zinvolle interpretatie van hun recente militaire verleden, maar ook rechtvaardiging voor toekomstige agressie: “Het Duitse militaire succes in de Bismarckiaanse oorlogen paste keurig in de darwinistische categorieën [en in]… de strijd om te overleven, de geschiktheid van de Duitsers had duidelijk aangetoond.” 70  Met andere woorden, oorlog was een positieve kracht, niet alleen omdat het de zwakkere rassen uitschakelde, maar ook omdat het de zwakkere leden van de superieure rassen uitroeide. Hitler was niet alleen ongegeneerd van plan om een ​​superieur ras voort te brengen, maar hij vertrouwde ook openlijk op het darwinistische denken in zowel zijn uitroeiings- als oorlogsbeleid. 71

Mede om deze reden verheerlijkte nazi-Duitsland oorlog openlijk omdat het een belangrijk middel was om de minder fitte van het hoogste ras te elimineren, een stap die nodig was om “het ras te upgraden”. Clark concludeert, uitvoerig citerend uit Mein Kampf, dat:

Hitlers houding tegenover de Volkenbond en tegenover vrede en oorlog was op dezelfde principes gebaseerd. “Een wereldrechtbank zonder een wereldpolitie zou een grap zijn… de hele wereld van de natuur is een machtige strijd tussen kracht en zwakte – een eeuwige overwinning van de sterken op de zwakken. Er zou niets anders zijn dan verval in de hele natuur als dit niet zo was. Staten die deze elementaire wet [schenden] zouden in verval raken. Hij die wil leven, moet vechten. Wie niet wil vechten in deze wereld waar permanente strijd de wet van het leven is, heeft geen bestaansrecht.” Anders denken is de natuur “beledigen”. “Nood, ellende en ziekte zijn haar antwoorden.” 72

Duitse grootheid, benadrukte Hitler, kwam voornamelijk tot stand omdat Duitsers jingoïsten waren en hun zwakkere leden al eeuwenlang hadden uitgeschakeld. 73  Hoewel Duitsers geen onbekenden waren met oorlog, gaf deze nieuwe rechtvaardiging krachtige steun aan hun beleid. De opvatting dat de uitroeiing van de zwakkere rassen een belangrijke bron van evolutie was, werd goed uitgedrukt door Wiggam toen hij zei dat het menselijk ras

had nauwelijks meer hersens dan zijn antropoïde neven, de apen. Maar door zijn vijanden te schoppen, te bijten, te vechten, te slim af te zijn en te slim af te zijn, en door het feit dat degenen die niet genoeg verstand en kracht hadden om dit te doen, werden gedood, werd het brein van de mens enorm en groeide hij zowel in wijsheid als behendigheid, zo niet in grootte en moraal. 74

Met andere woorden, oorlog is op de lange termijn positief, omdat mensen alleen door dodelijke conflicten kunnen evolueren. Hitler beweerde zelfs als waarheid de tegenstrijdigheid dat de menselijke beschaving zoals we die kennen niet zou bestaan ​​als er geen constante oorlog was. Bovendien pleitten veel van de vooraanstaande wetenschappers van zijn tijd openlijk voor deze visie:

Haeckel was vooral dol op het prijzen van de oude Spartanen die hij zag als een succesvol en superieur volk als gevolg van hun sociaal goedgekeurde biologische selectie. Door iedereen te doden, behalve de ‘perfect gezonde en sterke kinderen’, waren de Spartanen ‘voortdurend in uitstekende kracht en kracht’. Duitsland zou deze Spartaanse gewoonte moeten volgen, aangezien kindermoord op misvormde en zieke mensen “een praktijk van voordeel was voor zowel de vernietigde kinderen als voor de gemeenschap.” Het was tenslotte slechts een ’traditioneel dogma’ en nauwelijks wetenschappelijke waarheid dat alle levens van gelijke waarde waren of moesten worden bewaard. 75

De algemene veronderstelling dat de Europese beschaving veel meer evolueerde dan andere, voornamelijk vanwege haar constante oorlogszucht in tegenstelling tot andere naties, is onjuist. Oorlog is eigenlijk typerend voor vrijwel alle volkeren, behalve bepaalde kleine eilandengroepen die overvloedig voedsel hebben, of volkeren in zeer koude gebieden. 76  Historisch gezien waren veel stammen in Afrika voortdurend betrokken bij oorlogen, net als de meeste volkeren in Azië en Amerika.

Ironisch genoeg erkenden Hitler, evenals Haeckel, Ploetz en anderen dat oorlog ook de sterkste en meest geschikte doodde, simpelweg omdat degenen die ongeschikt waren voor militaire dienst niet werden opgeroepen en bijgevolg minder kans hadden om in de strijd te sterven en meer kans hadden om gezinnen te hebben. 77  Dit was slechts een van de vele tegenstellingen in de nazi-beweging.

NAZISME IS TOEGEPASTE EVOLUTIE

Vanuit ons moderne perspectief zijn veel mensen tot de conclusie gekomen dat de Tweede Wereldoorlog en de gevolgen daarvan voortkwamen uit de ideologie van een boze gek en zijn evenzo kwaadaardige regering. Hitler zag zichzelf echter niet als slecht, maar als de weldoener van de mensheid. Richard Weikart concludeerde dat Hitler werd geïnspireerd door het darwinisme om een ​​utopisch project na te streven om het menselijk ras biologisch te verbeteren, en deze evolutionaire ethiek beïnvloedde bijna elk belangrijk kenmerk van het nazi-beleid, waaronder eugenetica, racisme, offensieve oorlogvoering, rassenuitroeiing en zelfs bevolkingsgroei. 78  Leden van deze inferieure rassen in concentratiekampen plaatsen was niet zozeer een poging om te straffen, maar, zoals zijn apologeten herhaaldelijk beweerden, een beschermende maatregel die vergelijkbaar was met het in quarantaine plaatsen van zieke mensen om besmetting van de rest van de gemeenschap te voorkomen.79

De nazi’s geloofden dat het elimineren van joden en andere ‘inferieure rassen’ een wetenschappelijke en rationele manier was om een ​​objectief groter goed te dienen. 80  Hitler was van mening dat de wereld hem uiteindelijk dankbaar zou zijn en zijn programma’s die de mensheid naar genetisch hogere niveaus van evolutie hebben getild als resultaat van het verminderen van rassenvervuiling door huwelijken van Ariërs met inferieure rassen te voorkomen:

Hitler werd vooral beïnvloed door de theorieën van de negentiende-eeuwse sociaal-darwinistische school, wiens opvatting van de mens als biologisch materiaal gepaard ging met impulsen naar een geplande samenleving. Hij was ervan overtuigd dat het ras uit elkaar viel en achteruitging door gebrekkige fokkerij als gevolg van een vrijelijk getinte promiscuïteit die het bloed van de natie aantastte. En dit leidde tot de opstelling van een catalogus van “positieve” curatieve maatregelen: rassenhygiëne, eugenetische keuze van huwelijkspartners, het fokken van mensen door middel van selectie enerzijds en uitroeiing anderzijds. 81

Zoals Höss eraan toevoegt: “een dergelijke strijd, gelegitimeerd door de nieuwste wetenschappelijke inzichten, rechtvaardigt de opvattingen van de racisten over superieure en inferieure mensen en naties en valideert het conflict tussen hen.” 82

Velen in Duitsland erkenden al vroeg de schade van het darwinisme, en de Pruisische minister van Onderwijs in 1875 verbood de “schoolmeesters in het land iets te maken te hebben met het darwinisme … met het oog op het beschermen van schoolkinderen tegen de gevaren van de nieuwe leerstellingen.” 83  Een belangrijke vraag is deze: zou de nazi-holocaust hebben plaatsgevonden als dit verbod van kracht was gebleven? Aan het begin van deze strijd stond Haeckel, die veel steun kreeg van vrijdenkers en anderen die…

verzamelden zich ondanks zijn vele waanideeën om hem heen, toen een maatregel als het bovengenoemde schoolreglement werd aangenomen…. Temeer daar de uitkomst de rechtvaardiging van Haeckel bewees; Het darwinisme mag dan in de scholen verboden zijn, het idee van evolutie en haar methode drong overal door…. En aan dit resultaat heeft Haeckel onmiskenbaar meer bijgedragen dan de meesten; alles van waarde in zijn uitingen is permanent geworden, terwijl zijn blunders zijn vergeten, zoals ze verdienen. 84

Veel biologen die het bovenstaande schrijven, zouden vandaag de dag vallen “zoals ze verdienen” omdat Haeckel door zijn critici wordt beschouwd als een gewetenloze vervalser die een niet geringe rol speelde in de verschrikkelijke gebeurtenissen die plaatsvonden in de jaren dertig en veertig.

De goed gedocumenteerde invloed van het darwinisme op de Holocaust is sterk gebagatelliseerd door de massamedia. Veel huidige schrijvers verdoezelen, negeren of verdraaien zelfs het nauwe verband tussen het darwinisme en nazi-racisme en het beleid dat het voortbracht. Maar, zoals Stein opmerkt, bestaat er weinig twijfel over dat de

geschiedenis van etnocentrisme, racisme, nationalisme en vreemdelingenhaat is ook een geschiedenis van het gebruik van wetenschap en de acties van wetenschappers ter ondersteuning van deze ideeën en sociale bewegingen. In veel gevallen is het duidelijk dat wetenschap door ideologisch geïnteresseerde politieke actoren slechts als grondstof of bewijs werd gebruikt als bewijs van vooroordelen. 85

Hij voegt eraan toe dat er ook weinig twijfel over bestaat dat deze zelfbeschermende houding gebaseerd is op een opzettelijke verkeerde lezing van de geschiedenis. Hij concludeert dat steun voor etnocentrisme en racisme veel gerespecteerde wetenschappers omvatte die zeer “actief waren in het gebruik van hun eigen gezag als wetenschappers om in naam van de wetenschap racistische en xenofobe politieke en sociale doctrines te bevorderen en te ondersteunen”. 86  Hij voegt eraan toe dat de wetenschappers van die tijd niet konden ontkennen dat ze wetenschap gebruikten om racisme te bevorderen, en het is historisch witwas om te proberen te beweren dat het misbruik van wetenschap in het verleden geen gerespecteerde wetenschap was, maar slechts pseudowetenschap.

DE CLAIM DAT CHARLES DARWIN ENKEL ZIJN CULTUUR WEERSPIEGEL

Het is veelzeggend dat Charles Darwin niet alleen reageerde op zijn cultuur: “we hebben allemaal keer op keer gehoord dat de reden waarom Darwins theorie zo… seksistisch en racistisch was, is dat de samenleving van Darwin dezelfde kenmerken vertoonde.” Professor David Hull beantwoordt deze beschuldiging door op te merken dat Darwin niet “zo ongevoelig was dat hij eenvoudig de kenmerken van zijn samenleving in de natuur las”. 87  Het is duidelijk dat Darwin een belangrijke rol speelde bij het creëren van de samenleving die volgens wetenschappers vandaag de dag schuldig was aan het negatief beïnvloeden van Darwin, en verontschuldigde hem voor zijn bijdrage.

Er zijn relatief weinig wetenschappelijke studies die rechtstreeks betrekking hebben op het darwinisme en het nazisme, deels omdat veel evolutionisten het onderwerp mijden omdat evolutie onvermijdelijk selectionistisch is. Een van de best gedocumenteerde studies die dit ondersteunt, waarbij gebruik wordt gemaakt van primaire bronnen, is die van historicus Richard Weikart. 88  Een van de beste recensies van darwinistische en nazi-documenten concludeert dat de nazi’s er zeker van waren dat hun uitroeiingsprogramma’s stevig op wetenschap waren gebaseerd. 89

Onlangs hebben een aantal populaire artikelen verrassend openhartige verslagen over dit onderwerp gepubliceerd. 90  De bron van het ergste van het nazisme was het darwinisme, en we moeten eerst de geschiedenis begrijpen om herhaling ervan te voorkomen, want “zij die de lessen van de geschiedenis negeren, zijn gedoemd haar te herhalen.” 91

Na een uitgebreide studie van de moorden met “natuurlijke selectie” gepleegd in Duitse instellingen, concludeerde Dr. Frederic Wertham dat de psychiatrische en medische beroepen tot de meest enthousiaste supporters van nazi-rassenprogramma’s behoorden. 92  Ze voerden niet alleen graag het nazibeleid uit, maar gingen vaak veel verder dan wat de wet vereiste. Hij vertelt over de activiteiten van talrijke vooraanstaande psychiaters en artsen van vooraanstaande Duitse universiteiten. Veel van deze wetenschappers steunden niet alleen het nazi-beleid van ‘kunstmatige evolutie’, maar implementeerden dit beleid gretig en worden vandaag de dag nog steeds in de literatuur als experts geciteerd. 93 Zeer gerespecteerde wetenschappelijke werken, gepubliceerd in nazi-Duitsland en elders, pleitten openlijk voor de eliminatie van degenen die veroordeeld werden, niet alleen een “vreemd lichaam in de menselijke [d.w.z. Arische] samenleving”, maar mensen die “onder het niveau van beesten” waren.

Hoewel de rechtvaardiging voor uitroeiingsprogramma’s de wens omvatte om “erfelijke ziekten” die een “drainage van het Duitse volk” waren, uit te roeien, hadden de meeste van de vermoorden geen erfelijke aandoeningen. 94  Het nazisme geloofde dat de staat de plicht had om “verlossing van het kwaad” te bieden in de vorm van een snel en pijnloos medicijn om nutteloze eters te elimineren. 95

GEBREK AAN OPPOSITIE TEGEN NAZI-RACISME

Hoewel Duitsland de leider was geweest in de protestantse Reformatie, vervingen de zogenaamde Verlichting en Darwinistische ideeën snel het christelijke wereldbeeld. De Duitse samenleving nam snel een door en door seculier wereldbeeld aan dat voor waarden en moraal op wetenschap en materialistische filosofie vertrouwde. Nazi’s rationaliseerden dat het dwingen van Joden en andere ‘inferieure rassen’ naar concentratiekampen niet wreed of zelfs straf was, maar vergelijkbaar met het in quarantaine plaatsen van zieken om te voorkomen dat ze hun ziekte naar de gezonde mensen verspreiden. De omstandigheden in de kampen verslechterden later, maar sommige nazi’s beweerden dat de grootste zorg in eerste instantie was om inferieure rassen in quarantaine te plaatsen om besmetting van de Arische genenpool door rassen te voorkomen. In feite werd het grootste aantal Joden uitgeroeid voordat de kampomstandigheden waren verslechterd.

Deze ideeën waren toen niet door de meeste wetenschappers tegengewerkt, maar eerder “de meeste leden van de wetenschappelijke en academische gemeenschap” deden niet alleen “heel weinig om de opkomst van Hitler en het nationaal-socialisme tegen te gaan”, maar in veel gevallen waren ze

hun aanzienlijke prestige als wetenschappers verleenden aan de ondersteuning van de ideeën van de nationaal-socialistische beweging [de nazi’s]. Historisch gezien is het gewoon waar dat Duitse academici en wetenschappers inderdaad hebben bijgedragen aan de ontwikkeling en uiteindelijk het succes van het nationaal-socialisme, zowel direct door hun inspanningen als wetenschappers als indirect door de popularisering of vulgarisering van hun wetenschappelijk werk. 96

Dr. Wertham, zelf een Duitse psychiater, merkt op dat psychiaters zo door hun darwinisme werden meegesleept dat ze later daadwerkelijk de buitenwereld bereikten op zoek naar slachtoffers voor hun vernietigingskampen! Ze overtuigden eerst de ouders of voogd dat “zulke mensen onder [hun] voogdij [moeten] worden geplaatst en naar een instelling worden gestuurd” en van daaruit “werden ze snel in de gaskamers gestopt.” 97

Wertham concludeerde dat de hele procedure voor het bepalen van degenen die als “ongeschikt” werden beschouwd om te paren (en zelfs te leven) werd gekenmerkt door een bijna volledige afwezigheid van medeleven, genade of medelijden met de slachtoffers. Hij oordeelde dat de meest betrouwbare schatting van het aantal ‘psychiatrische’ en andere patiënten die in Duitse instellingen als onderdeel van het euthanasieprogramma zijn vermoord, minstens 275.000 was. 98

Alleen al één instelling, Hadamar, vierde in 1941 de “crematie van de tienduizendste psychiatrische patiënt… [psychiaters, verpleegsters, verzorgers en secretarissen] namen allemaal deel. Iedereen kreeg voor de gelegenheid een flesje bier.” 99  Dr. Wertham beweerde zelfs dat de hele bevolking van elke instelling in het door Duitsland gecontroleerde gebied waarschijnlijk zou zijn geëlimineerd als de geallieerden Duitsland niet hadden verslagen. In veel gevallen werd de totale populatie van veel instellingen – zelfs grote – uitgeroeid en werden de instellingen gesloten. 100

Omdat bepaalde kerkleiders en humanitairen protesteerden tegen deze eugenetische moorden, kwam Hitler zelf uiteindelijk tussenbeide. Tijdens hun verlof vernamen veel soldaten dat een geesteszieke broer, grootouder, oud familielid of een vriend die tijdens de oorlog gewond was geraakt, was ‘verdwenen’. 101  De wetenschap dat hun landgenoten thuis door honderdduizenden werden vermoord, was demoraliserend. Wertham beweert dat de nazi-regering zich realiseerde dat veel soldaten bang werden dat ze in de gaskamers terecht zouden komen als ze in de oorlog gewond zouden raken. 102

Hitler erkende dat de uitbreiding van het “zuiveringsprogramma” van het ras naar degenen die “economisch niet in staat waren om bij te dragen”, zoals de oorlogsgewonden, de motivatie van de Duitsers om voor hun vaderland te vechten, belemmerde. Wertham concludeerde dat deze laatste uitbreiding van het doden “officieel stopte”, maar in werkelijkheid doorging, hoewel minder schaamteloos en meer verborgen dan voorheen.

Het nazisme wordt vaak gebruikt als een voorbeeld van het gevaar van “religieuze” ijver, maar slechts af en toe vermeldt de populaire literatuur de sleutelrol van de eugenetica van Francis Galton, wiens theorieën waren gebaseerd op de theorie van natuurlijke selectie die door zijn neef, Charles Darwin, werd omarmd. . Vast overtuigd dat de darwinistische evolutie waar was, zag Hitler zichzelf als een weldoener van de hele mensheid. Door een superieur ras te fokken, dacht hij dat hij uiteindelijk de bewondering van de wereld zou krijgen als de man die de mensheid naar een hoger niveau van evolutionaire ontwikkeling tilde. Wat Hitler probeerde te doen, moet worden gerangschikt naast de meest gruwelijke misdaden uit de geschiedenis, en Darwin als de vader van een van de meest destructieve filosofieën in de geschiedenis.

OVERZICHT

De geschriften van vooraanstaande nazi’s en vroege twintigste-eeuwse Duitse biologen onthullen dat Darwins theorie een grote invloed had op het nazi-rassenbeleid. Hitler geloofde dat de menselijke genenpool kon worden verbeterd door selectief fokken te gebruiken, vergelijkbaar met hoe boeren fokken voor superieur vee. Bij het formuleren van haar rassenbeleid leunde Hitlers regering zwaar op het darwinisme, vooral de uitwerkingen van bioloog Ernst Haeckel.

Als gevolg hiervan was een centraal beleid van de regering van Hitler de ontwikkeling en implementatie van beleid dat was ontworpen om een ​​”superieur ras” te produceren. Dit vereiste op zijn minst voorkomen dat de “inferieure rassen” zich vermengen met degenen die als superieur werden beoordeeld om besmetting van de genenpool van laatstgenoemde te verminderen. 103  Het geloof van het ‘superieure ras’ was gebaseerd op de theorie van raciale ongelijkheid, een belangrijke veronderstelling en vereiste van Darwins oorspronkelijke overleving van de sterkste theorie. Deze filosofie culmineerde in de Endlösung, de uitroeiing van ongeveer 6 miljoen Joden en meer dan 5 miljoen andere mensen die behoorden tot wat volgens Duitse wetenschappers ‘inferieure rassen’ waren. 104

_______________

1 Adolf Hitler, Hitler’s geheime gesprekken, 1941-1944, vert. Norman Cameron en RH Stevens; inleiding. HR Trevor-Roper (New York: Farrar, Straus en Young, 1953).

2 William Bell Riley, Hitlerisme of de filosofie van evolutie in actie (Minneapolis: Irene Woods, 1941); W. Rowan, “Charles Darwin” in Architects of Modern Thought (Toronto: Canadian Broadcasting Corporation, 1955); Richard Weikart, Van Darwin tot Hitler (New York: Palgrave Macmillan, 2004); Richard Weikart, “The Impact of Social Darwinism on Anti-Semitic Ideology in Germany and Austria, 1860-1945” in Geoffrey Cantor en Marc Swetlitz, eds., Jewish Tradition and the Challenge of Darwinism (Chicago: The University of Chicago Press, 2006 ); Richard Weikart, Hitler’s Ethic: The Nazi Pursuit of Evolutionary Progress (New York: Palgrave MacMillan, 2009).

3  Allan Chase, The Legacy of Malthus: The Social Costs of the New Scientific Racism (New York: Alfred Knopf, 1980).

4  Ernst Haeckel, De geschiedenis van de schepping: of de ontwikkeling van de aarde en haar bewoners door natuurlijke oorzaken (New York: Appleton, 1876); Ernst Haeckel, Het raadsel van het heelal (New York: Harper, 1900); Ernst Haeckel, The Wonders of Life: A Popular Study of Biological Philosophy (New York: Harper, 1905); Ernst Haeckel, Eternity: World War Gedachten over leven en dood, religie en de evolutietheorie (New York: Truth Seeker, 1916); Ernst Haeckel, De evolutie van de mens (New York: Appleton, 1920).

5  “De economische kosten van de oorlog worden geschat op 1500 miljard dollar” [Hermann Kinder en Werner Hilgemann, eds., The Penguin Atlas of World History, trans. Ernest A. Menze (Harmondsworth: Penguin Books, 2003)]. In 2012 Amerikaanse dollars, $ 1,5 biljoen omgezet in $ 18,75 biljoen.

6  Pierre Aycoberry, The Nazi Question: An Essay on the Interpretations of National Socialism, 1922-1975 (New York: Pantheon, 1981); Alan D. Beyerchen, Scientists under Hitler: Politics and the Physics Community in the Third Reich (New Haven: Yale University Press, 1977); George Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, American Scientist 76, nr. 1 (jan-februari 1988): 50-58.

7  Ethel Tobach, John Gianusos, Howard R. Topoff en Charles G. Gross, The Four Horsemen: Racism, Sexism, Militarism, and Social Darwinism (New York: Behavioral Publications, 1974).

8  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme.”

9  Marc Lappe, ‘Eugenics’, in Kenneth Ludmerer, ed., The Encyclopedia of Bioethics (New York: Free Press, 1978), 457.

10  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme.”

11  Arthur Keith, Evolutie en Ethiek (New York: GP Putnam’s Sons, 1946), 230.

12 Joseph Tenenbaum, Race en Reich (New York: Twayne, 1956), 211.

13  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 53.

14  Daniel Gasman, The Scientific Origin of National Socialism (New York: American Elsevier, 1971), xiv.

15  Sheila Faith Weiss, rassenhygiëne en nationale efficiëntie: de eugenetica van Wilhelm Schallmayer (Berkeley: University of California Press, 1988); Aycoberry, Het nazi-vraagstuk.

16  Haeckel, De geschiedenis van de schepping, 434.

17  Haeckel, De geschiedenis van de schepping, 332.

18  Haeckel, De geschiedenis van de schepping, 321.

19 Tenenbaum, Race en Reich, 211-212 .

20 Weikart, “De impact van sociaal darwinisme”, 110.

21  Beate Wilder-Smith, The Day Nazi Germany Died: An Eyewitness Account of the Russian and Allied Invasion of Germany (San Diego: Master Books, 1982), 27.

22  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 51.

23  Eberhard Jackel, Hitlers Weltanschauung (Middletown: Wesleyan University Press, 1972).

24  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 56.

25  Robert N. Proctor, Racial Hygiene: Medicine under the Nazis (Cambridge: Harvard University Press, 1988), 291.

26  Paul Weindling, gezondheid, ras en Duitse politiek tussen nationale eenwording en nazisme, 1870-1945 (Cambridge: Cambridge University Press, 1989).

27  Proctor, Raciale hygiëne: geneeskunde onder de nazi’s, 291.

28  Karl A. Schleunes, The Twisted Road to Auschwitz: nazi-beleid ten aanzien van Duitse joden, 1933-1939 (Urbana: University of Illinois Press, 1970); Norman Cohn, Warrant for Genocide: The Myth of the Jewish World Conspiracy en de protocollen van de Wijzen van Zion (New York: Scholow Press, 1981).

29  Stephen Jay Gould, Ontogeny and Phylogeny (Cambridge: Harvard University Press, 1977), 127.

30  Ernstige Albert Hooton, waarom mannen zich gedragen als apen en vice versa; of, Lichaam en gedrag (Princeton: Princeton University Press, 1941).

31  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz.

32  Edwin G. Conklin, The Direction of Human Evolution (New York: Scribner’s, 1921), 34, 53.

33 Harry Bruinius, Better for All the World: The Secret History of Forced Sterilization and America’s Quest for Racial Purity (New York: Knopf, 2006).

34  Achtervolging, de erfenis van Malthus, 343.

35  Proctor, Raciale hygiëne: geneeskunde onder de nazi’s, 40.

36  Edwin Black, War against the Weak: Eugenics and American’s Campaign to Create a Master Race (New York: Four Walls Eight Windows Press, 2003).

37  Daniel J. Kevles, In the Name of Eugenics: Genetics and the Uses of Human Heredity (New York: Knopf, 1985), 116.

38  Stefan Kühl, The Nazi Connection: Eugenetica, Amerikaans racisme en Duits nationaal-socialisme (New York: Oxford University Press, 2002).

39  Kevles, In de naam van Eugenetica, 118.

40  Kühl, De nazi-verbinding; William Stanton, Spots The Leopard’s: wetenschappelijke houding ten opzichte van Race in Amerika, 1815-1859 (Chicago: University of Chicago Press, 1960).

41 Weikart, “De impact van sociaal darwinisme”; Ruth Lewin Sime, Lise Meitner: A Life in Physics (Berkeley: University of California Press, 1996)

42  Beyerchen, Wetenschappers onder Hitler.

43  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz.

44  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz, 33.

45  Bryan Mark Rigg, Hitler’s Joodse soldaten: het onvertelde verhaal van nazi-rassenwetten en mannen van joodse afkomst in het Duitse leger (Lawrence: University of Kansas, 2002).

46  Rigg, Hitlers Joodse soldaten, 78.

47  Greta Jones, sociaal darwinisme en Engels denken: de interactie tussen biologische en sociale theorie (Atlantic Highlands: The Humanities Press, 1980), 168.

48  Zwart, oorlog tegen de zwakken.

49  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz, 31–32.

50 Leon Poliakov, De Arische mythe (New York: Barnes & Noble, 1996).

51  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz, 32.

52  Geciteerd in Chase, The Legacy of Malthus, 349.

53  James King, The Biology of Race (Berkeley: University of California Press, 1981), 156.

54  John S. Haller, Jr., Outcasts from Evolution: Scientific Attitudes of Racial Inferiority, 1859-1900 (Urbana: University of Illinois Press, 1971).

55  Geciteerd in Kevles, In the Name of Eugenics, 91.

56  Nancy L. Gallagher, Betere Vermonters kweken: het Eugenics-project in de staat Green Mountain (Hannover: University of New England Press, 1999).

57  Chase, de erfenis van Malthus.

58  Kevles, In de naam van Eugenetica, 101.

59  Kevles, In de naam van Eugenetica, 360.

60  Joachim C. Fest, The Face of the Third Reich: Portraits of the Nazi Leadership (New York: Pantheon, 1970), 99-100.

61 George L. Mosse, Nazi-cultuur: intellectueel, cultureel en sociaal leven in het Derde Rijk (Madison: University of Wisconsin Press, 1981), 57.

62 Mosse, nazi-cultuur, 57.

63 Mosse, nazi-cultuur, 58.

64  Stephen Murdoch, IQ: Een slimme geschiedenis van een mislukt idee (New York: Wiley, 2007), 119-138; Marc Hillel en Clarissa Henry, Of Pure Blood (New York: McGraw-Hill, 1976).

65  Poliakov, De Arische mythe, 282.

66  Frederic Wertham, A Sign for Cain: An Exploration of Human Violence (New York: Macmillan, 1966); Chase, de erfenis van Malthus.

67  Stanton, De vlekken van de luipaard.

68  Weindling, gezondheid, ras en Duitse politiek.

69  Wertham, Een teken voor Kaïn, 160.

70  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz, 31.

71  Jackel, Hitlers Weltanschauung.

72 Robert Clark, Darwin: voor en na (Grand Rapids: Grand Rapids International Press, 1958), 115-116.

73  Norman Rich, Hitlers oorlogsdoelen (New York: WW Norton & Co., 1973).

74  Albert Edward Wiggam, The New Dialogue of Science (Garden City: Garden City Publishing Co, 1922), 102.

75  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 56.

76  Gerald L. Posner en John Ware, Mengele: The Complete Story (New York: McGraw Hill, 1986).

77  Paul Crook, darwinisme, oorlog en geschiedenis (New York: Cambridge University Press, 1994).

78 Weikart, Hitlers ethiek.

79  Ellis Washington, “Nürnberg-project: sociaal darwinisme in nazi-familie- en erfrecht”, Rutgers Journal of Law and Religion (najaar 2011).

80  Peter J. Haas, “Negentiende-eeuwse wetenschap en de vorming van het nazi-beleid.” Journal of Theology 99 (1995): 6-30.

81  Fest, Het gezicht van het Derde Rijk, 99.

82  Höss, commandant van Auschwitz, 110.

83  Erik Nordenskjöld, De geschiedenis van de biologie, vert. Leonard Bucknell Eyre (New York: Tudor Publishing Company, 1935), 522.

84  Nordenskjöld, De geschiedenis van de biologie, 522.

85  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 50.

86  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 50.

87  David Hull, “Oom Sam wil je. Een recensie uit het boek Mystery of Mysteries: Is Evolution a Social Construction? door Michael Ruse,” Science 284 (1999): 1131-1132.

88 Weikart, Van Darwin tot Hitler.

89  Benno Müller-Hill, Murderous Science: Eliminatie door wetenschappelijke selectie van joden, zigeuners en anderen, Duitsland, 1933-1945 (Oxford: Oxford University Press, 1988).

90  Zie bijvoorbeeld Paul Gray, ‘Cursed by Eugenics’, Time (11 januari 1999): 84–85.

91  Jones, sociaal darwinisme en Engels denken.

92  Wertham, een teken voor Kaïn.

93  Quirin Schiermeier, “Geschil barst los over beweringen van nazi-onderzoek”, Nature, Vol. 398, nr. 6725 (25 maart 1999): 274.

94  Stein, ‘Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme’, 50–58; Wertham, Een teken voor Kaïn, 158.

95  Haeckel, De wonderen van het leven, 118-119.

96  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 159.

97  Wertham, Een teken voor Kaïn, 159.

98  Wertham, Een teken voor Kaïn, 158.

99  Wertham, Een teken voor Kaïn, 157.

100  Wertham, een teken voor Kaïn.

101  Bruno Bettelheim, The Informed Heart: Autonomy in a Mass Age (New York: Free Press, 1960).

102  Wertham, Een teken voor Kaïn, 187.

103 Richard Milner, The Encyclopedia of Evolution (New York: Facts on File, 1990).

104 Gerald Astor, The Last Nazi: The Life and Times of Joseph Mengele (New York: Donald Fine, 1985); Jerry Bergman, “Darwinisme als een factor in de twintigste-eeuwse totalitarisme-holocaust”, Creation Research Society Quarterly, 39, nr. 1 (2002): 47-53.

Nazisme begrijpen: Alfred Rosenberg: De “schrijver van het nieuwe evangelie” van het darwinisme

Deze serie artikels is bedoelt om het nazisme beter te begrijpen. Al de artikels hebben te maken met het Darwinisme, want dat was de belangrijkste gedachte om de Holocaust uit te voeren.

INVOERING

Alfred Rosenberg (12 januari 1893 – 16 oktober 1946) was een belangrijke ideologische leider in de nazi-partij, vooral bij het begin. Rosenberg was “de vader van de nazi-ideologie en de auteur van het boek dat een diepgaand effect had op Hitler, namelijk Der Mythos des 20 Jahrhunderts (De mythe van de twintigste eeuw), gepubliceerd in 1930. 1  Deze invloedrijke racistische antisemitische en anti- – Katholiek boek had ook invloed op het vroege nazi-partijbeleid. Rosenberg heeft ook bijgedragen aan het boek De vernieuwing van Duitsland, een boekdeel dat door Hitler aan alle partijleden werd aanbevolen om te lezen. 2

Door zijn geschriften werd Rosenberg de ‘schrijver van het nieuwe evangelie’, de filosofie van het nazisme gebaseerd op sociaal darwinisme. 3  Deze filosofie was racistisch, antisemitisch, pan-Duits, militaristisch en pseudo-religieus. Hij werd de nazi-theoreticus van de Holocaust genoemd. 4

Als redacteur en later uitgever van de belangrijkste Duitse krant die Hitler dagelijks las, Völkischer Beobachter (‘Volkswaarnemer’), speelde Rosenberg een belangrijke rol in het vormgeven van het denken van miljoenen Duitsers. 5  Zijn invloed was zo groot dat hij de ‘culturele leider’ van het Derde Rijk werd. 6  Volgens sommigen was hij ook de auteur van de aanduiding ‘Het Derde Rijk’ voor de regering van Hitler, die naar verwachting duizend jaar zou duren. Uiteindelijk heeft het maar een tiental jaar geduurd. Hitler erkende dat hij een filosofische basis moest hebben voor zijn programma, en hiervoor wendde hij zich tot een van zijn eerste bondgenoten, Rosenberg. 7  Rosenbergs ideologie was:

uiteindelijk gerelateerd aan ras (racisme, nordicisme, raciale ziel, etniciteit, bloed en eer, enz. – termen die hij grotendeels door elkaar gebruikte). Zijn bijdragen aan het idee van antisemitisme, aan het nationaal-socialistische concept van de staat, aan anti-universalisme en aan Germaanse of gegermaniseerde religie zijn zeker nauw verbonden met zijn alomtegenwoordige ideologie van ras. 8

Verder behandelde hij vaak het onderwerp van:

raciale vermenging (vervalsing), kruising en rassenvermenging (door hem meestal aangeduid als raciale schaamte, schande en schande). In wezen geloofde Rosenberg dat de Scandinavische raciale zuiverheid het voortouw nam in de strijd van blank Europa tegen raciale vernietiging (“bloedvergiftiging”); het was van vitaal belang, waarschuwde hij, dat raciale zuiverheid niet alleen als een principe van binnenlands, maar ook van buitenlands beleid werd beschouwd. Voor Rosenberg was dit niet alleen de verantwoordelijkheid van Duitsland. 9

In zijn boek uit 1927, Zukunftsweg einer deutschen Aussenpolitik (The Future Course of German Foreign Policy), formuleerde Rosenberg bijvoorbeeld een ruwe methode om wereldwijde raciale zuiverheid te garanderen.

In het begin van de jaren veertig werd de Holocaust een van Hitlers belangrijkste doelstellingen voor Duitsland. Op 1 maart 1942 tekende hij een decreet over Duitslands “systematische geestelijke strijd tegen joden, vrijmetselaars en hun bondgenoten”, zogenaamd omdat deze groepen allemaal tegenstanders waren van de doelstellingen van het nationaal-socialisme. 10  Dit decreet “noodzakelijke oorlogsmissie” bepaalde dat niet alleen joden, vrijmetselaars en hun bondgenoten, maar ook de ideologische tegenstanders van het nationaal-socialisme moesten worden vernietigd. Verder stelde de nazi-richtlijn dat deze groepen waren:

de auteurs van de oorlog die momenteel tegen het Reich is gericht. De systematische geestelijke strijd tegen deze machten is een noodzakelijke oorlogsmissie. Daarom heb ik Reichsleiter Alfred Rosenberg opdracht gegeven deze missie uit te voeren in samenwerking met de chef van het opperbevel van de Wehrmacht. Zijn operationele staf voor de bezette gebieden is gemachtigd om relevant materiaal te zoeken in bibliotheken, archieven, loges en andere ideologische of culturele instellingen van alle soorten, en dit materiaal te laten confisqueren voor het ideologische werk van de nazi-partij en daaropvolgend onderzoekswerk bij de Nationaal-Socialistische Academie. 11

Vermoedelijk zou dit project, waarvoor Rosenberg een missie had uit te voeren, Hitler en zijn academische aanhangers helpen die het in beslag genomen materiaal gingen “onderzoeken” om bewijs te vinden ter ondersteuning van hun doel om degenen die als inferieure rassen worden beschouwd uit te roeien.

Rosenbergs levensdoel, dat hij gedeeltelijk vervulde, was ‘de bewaarder van de partijideologie en de auteur van zijn magnum opus te worden dat het nationaal-socialisme een definitieve theorie over de geschiedenis als functie van ras zou verschaffen. 12  Rosenberg geloofde, in tegenstelling tot het bijbelse verslag en de historische christelijke leer, dat God afzonderlijke mensenrassen schiep en dat het Arische ras superieur was aan alle andere. Historicus Raymond Feely concludeerde dat al in 1940, “Buiten Mein Kampf, de mythe van de twintigste eeuw van de heer Rosenberg in zekere zin de belangrijkste verhandeling in het Derde Rijk is.” 13  Het is in het Engels vertaald en wordt in druk gehouden door veel van de tegenwoordig bestaande blanke supremacistische groepen.

Naast Mein Kampf werd dit tweedelige werk het belangrijkste boek van het nationaal-socialisme en er werden bijna twee miljoen exemplaren verkocht. 14  In hoeverre De Mythe van de Twintigste Eeuw werkelijk werd gelezen en begrepen, is echter niet bekend. Historicus Paul Roland beweerde dat het enorme boek, met zijn honderden voetnoten, de onderscheiding heeft als een van de meest ongelezen bestverkochte boeken in de geschiedenis – niettemin had het nog steeds een baanbrekende invloed op de vroege nazi-ideologie. 15

De mythe van de twintigste eeuw maakte ook ‘een directe en diepe indruk op Hitler’, althans tijdens de vroege periode van de nazi-beweging. 16  Nederlanders beweerden dat Rosenberg “in het oorspronkelijke programma van Hitler … de doctrine van raciale waarde had geïmporteerd, dat wil zeggen de superioriteit van Duits Arisch bloed.” 17  Professor Richard Evans documenteerde dat Rosenberg, meer dan wie dan ook, “Hitlers aandacht richtte op de dreiging van… een Joodse samenzwering. …door Rosenberg vond het Russische antisemitisme, met zijn extreme samenzweringstheorieën en zijn uitroeiende stuwkracht, zijn weg naar de nazi-ideologie in het begin van de jaren twintig.” 18

Hitler was blij te horen dat De mythe van de twintigste eeuw een grote boost in de verkoop kreeg toen de Duitse kardinaal von Faulhaber van München het boek veroordeelde en het op de katholieke index plaatste als een ketters werk. 19  Na de formele veroordeling trok de verkoop aanzienlijk aan. De gebreken waren zodanig dat zelfs Hitler delen ervan belachelijk maakte voor zijn insiders.

Afbeeldingen

Het belang van Rosenberg wordt verder geïllustreerd door zijn opname onder de tien mensen die tijdens de processen van Neurenberg werden beschouwd als de meest verantwoordelijke voor de Holocaust die nog leefde aan het einde van de oorlog. Hij werd “de theoreticus van de partij” genoemd en “vergaarde de verwarde ideeën van Hitler en verduidelijkte ze.” Het resultaat was dat Hitler voortbouwde op “de ideeën van Rosenberg en zich liet beïnvloeden door Rosenberg in al zijn beslissingen.” 20  Volgens een voormalige insider veranderde de rol van Rosenberg toen hij om verschillende redenen na 1940 een deel van zijn nazi-status verloor.

Rosenberg promootte ook actief andere racistische auteurs, waardoor ze zowel meer geloofwaardigheid als meer verkoop kregen. Een voorbeeld was professor Hans Weinert, die in zijn boek over het ontstaan ​​van menselijke rassen het rassenbeleid besprak dat bedoeld was om evolutionaire vooruitgang te bevorderen. Hij concludeerde dat het pad naar hogere niveaus van evolutie eugenetica en een verbod op raciale vermenging omvatte. 21

Professor Weinerts opvattingen over de evolutie van menselijke rassen werden grotendeels goed ontvangen door de nazi-beweging, zoals blijkt uit de officiële publicatie van het National Socialist Racial Policy Office waarin Weinerts boeken, waaronder Die Rassen der Menschheit (The Races of Mankind), worden vermeld als waardevolle boeken over rassentheorie . De Nationalsozialistische Monatshefte, onder redactie van Alfred Rosenberg, bevatte een artikel van Heinz Brücher over Weinerts werk waarin een van Weinerts boeken over ras en menselijke evolutie werd gepromoot. 22

DE THESIS VAN ROSENBERGS BOEK

Het thema van Rosenbergs boek was niet alleen bloedzuiverheid, antisemitisme en de afwijzing van het christendom, maar ook het belang van de overheersing van de samenleving door “zij die raciaal superieur zijn”. 23  Uiterlijk leek het boek zeer wetenschappelijk ondersteund door zijn gedetailleerde eruditie gedocumenteerd door honderden voetnoten, sommige langer dan een hele pagina. En, niet verrassend, het belangrijkste doelwit van Rosenberg

waren de Joden. Zijn monumentale, consistente en praktisch ongekwalificeerde antisemitisme vereist een apart hoofdstuk [in zijn boek]. Bovendien was Rosenberg openhartig in zijn frequente denigrerende verwijzingen naar negers (meestal naar hem verwezen als “Niggers”). Normaal gesproken besprak hij ze in verband met de problemen van rassenvermenging, en vaak stelde hij negers opzettelijk gelijk aan joden. 24

Verder behandelde Rosenberg

Europese geschiedenis als de strijd van het Duitse volk tegen de slopende invloeden van het jodendom en de rooms-katholieke kerk, en hij plunderde literaire en historische bronnen voor materiaal om zijn stelling te ondersteunen. Hij kon dit gemakkelijker doen door een puur subjectief begrip van ras aan te nemen. … wat hij ten zeerste goedkeurde was, ipso facto, Germaans; wat hij ten diepste verwierp, was, in overeenstemming met dezelfde definitie, joods. 25

De mythe van de twintigste eeuw werd geïnspireerd door Rosenbergs ‘intellectuele mentor’ Stewart Chamberlain, en ook door Arthur de Gobineau die An Essay on the Inequality of the Human Races schreef, en ook door Friedrich Nietzsche die de superman-superioriteitstheorie predikte. Volgens James Whisker, hoogleraar politieke wetenschappen aan de West Virginia University, was het thema van Rosenbergs boek het herinterpreteren van de hele geschiedenis in termen van rassenconflicten. 26

Zowel Chamberlain als Rosenberg “geloofden dat de mensheid absoluut was verdeeld in superieure en inferieure wezens.” 27  Bovendien mag het superieure ras geen „raciale vervuiling” plegen door „zich seksueel te vermengen met inferieure wezens”. 28  Rosenberg concludeerde dat de biologische genen die een superieure cultuur en politiek systeem voortbrachten, uniek waren voor Noordse mannen. Hij schreef dat het “Duitse volk niet wordt gekenmerkt door de erfzonde, maar door de oorspronkelijke adel.” 29  Zijn racisme, benadrukte hij, was gebaseerd op het darwinisme en de beste wetenschap van die tijd, ondersteund door vooraanstaande Duitse wetenschappers. 30

Zoals het geval was met veel nazi’s, werd Rosenberg beïnvloed door Arthur de Gobineau. Gobineau was een groot voorstander van de theorie van de blanke suprematie. In zijn meest invloedrijke werk, het vierdelige Essai sur l’inégalité des races humaines (Essay over de ongelijkheid van menselijke rassen) uit het midden van de jaren 1850, verklaarde de Gobineau de superioriteit van het blanke ras over anderen. Hij voerde aan dat het blanke ras alleen zou gedijen als het niet besmet zou raken door zich te vermengen met andere rassen. Dit geloof werd uiteindelijk een van de belangrijkste principes van de nazi-filosofie. 31

RACISME IN DE KERN VAN ROSENBERG’S NAZI-IDEOLOGIE

In zijn inleiding tot het boek van Rosenberg, om het belang van het boek voor het nazisme te documenteren, schreef professor Peel dat Nazi orthodoxie was nooit zo monolithisch noch zo alomvattend als die van Marx en Lenin. Er was natuurlijk overeenstemming over de belangrijkste kwesties – dat het wereldjodendom de onverzoenlijke vijand was van de hele Arische beschaving en cultuur en vooral van Duitsland. 32

Hoewel Rosenbergs opvattingen over Darwin gemengd waren, steunde hij openlijk Darwins ‘survival of the fittest’ en ‘superior race’-ideologieën. Het feit is dat de nazi’s combineerden hun rassentheorieën met de evolutietheorieën van Charles Darwin om hun behandeling van de Joden te rechtvaardigen. De Duitsers, als de sterkste en sterkste, waren voorbestemd om te regeren, terwijl de zwakke en raciaal vervalste Joden tot uitsterven gedoemd waren. 33

Rosenberg benadrukte het darwinistische idee dat “het leven voortkomt uit strijd, uit de dood.” 34  Hij ontkende openlijk “absoluut” de schepping ex nihilo om verschillende redenen, waaronder het feit dat hij dacht dat “een creationistische kijk” van de oorsprong “een Aziatisch-joods idee was, dat van Paulus (Saul) via de rooms-katholieke kerk naar Luther ging.” 35  Rosenberg leerde ook dat joden zonen waren van de „Joodse Jehovah” die een „zwendel, een promotor van leugens en een moordenaar” was. 36

Kortom, de belangrijkste ideeën die Rosenberg inspireerden om zijn nieuwe “Duitse Bijbel” samen te stellen, waren antisemitisme, afwijzing van het christendom en het recht van “zij die raciaal superieur zijn” om de raciaal inferieure te domineren. 37  Om al deze redenen viel hij agressief het joods-christelijke idee van schepping aan. Een belangrijke factor voor het succes van Rosenbergs ideeën en nazi-politiek in Duitsland was dat ze een beroep deden op professoren, studenten en ambtenaren. Het was deze ideologie die Hitler ertoe bracht zijn misdaden tegen de menselijkheid te plegen. 38

Rosenberg en anderen waren van mening dat de joden en andere inferieure rassen om een ​​andere reden moesten worden uitgeroeid: ze verspreiden ziekteverwekkers zoals bacteriën. 39  Als bewijs van deze bewering wendden ze zich tot het Duitse volksgezondheidsonderzoek dat:

bestudeerde de medische gegevens over tyfusepidemieën door het prisma van ras als een biologische realiteit in plaats van als een sociale constructie. Gezien de prevalentie van tyfus-uitbraken onder de verarmde en overbevolkte bevolkingsgroepen van stedelijke joden in Oost-Europa, zagen ze correlatie voor causaliteit, negeerden de voor de hand liggende omgevingsfactoren en schreven de verspreiding van tyfus toe aan vermeende joodse culturele en genetische defecten. 40

In een artikel uit 1940 over ‘spotted fever en etnische identiteit’, bijvoorbeeld, verklaarde het Duitse hoofd van de afdeling volksgezondheid in het door de nazi’s bezette Polen, Dr. Jost Walbaum, dat

“De Joden zijn voor het overgrote deel de dragers en verspreiders van de infectie. Gevlekte koorts komt het meest hardnekkig voor in de regio’s die zwaar bevolkt zijn door Joden, met hun lage culturele niveau, hun onreinheid en de luizenplaag die hier onvermijdelijk mee samenhangt.” Een van zijn medewerkers, Dr. Erich Weizenegger, betoogde op dezelfde manier: “De ziekte komt voor…vooral onder de Joodse bevolking. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de Jood elk concept van hygiëne totaal mist.” 41

Dit “gebrek” dat ze aannamen, werd vermoedelijk veroorzaakt door genetische raciale defecten. Het is ook ironisch in het licht van de joodse hygiënewet in Leviticus.

ROSENBERG ALS ANTIKATHOLIEK

Rosenberg was “bijna net zo gewelddadig en anti-katholiek als anti-joods en alleen relatief minder anti-protestant. Hij is in feite antichristelijk.” 42  De mythe van de twintigste eeuw viel “het christendom en alles waar het voor staat” openlijk aan. 43  Zijn haat tegen de katholieke kerk “werd alleen overtroffen door zijn haat tegen joden.” 44  Dit was waar omdat de kern van Rosenbergs raciale filosofie van de “absolute waarde van zuiver bloed en ras” hem in “directe botsing met de christelijke theologie” bracht. 45  Roland schreef dat maar weinig Duitsers durfden zich publiekelijk uit te spreken tegen het [nazi-]regime, maar bepaalde leden van de geestelijkheid, zowel protestants als katholiek, bekritiseerden de nazi’s vanaf de kansel toen duidelijk werd dat ze van plan waren het christendom te vervangen door een nieuwe heidense religie. Het christelijke kruis moest worden vervangen door de swastika en afbeeldingen van heiligen moesten worden verwijderd uit alle kapellen, kerken en kathedralen. 46

Een andere reden waarom Rosenberg het katholicisme haatte, was vanwege wat hij als hun geloof beschouwde

“beledigend”, “jezuïtisch-Romeins” systeem dat consequent de “ruggengraatloze” Romeinse principes van liefde en niet-heldhaftig, niet-Germaans medelijden en mededogen predikte en in praktijk bracht. In naam van de kerk hadden liefde en medelijden de eer en de op de held gerichte subjectieve opvatting van het Germaanse volk ondermijnd. Volgens Rosenberg had de kerk, met de hulp van alle mogelijke allianties, alles uitgeroeid wat vrij, trots en eerlievend was, door op slimme wijze het Noordse stamsysteem, de gebruiken en de onafhankelijkheid te vervalsen. 47

Een derde reden voor Rosenbergs antichristelijke opvatting was het verzet van de katholieke kerk tegen het nazi-doel om een ​​superieur ras te fokken, net zoals mensen paarden fokken. Bijvoorbeeld in 1939, toen Hitler de SS opdroeg een discrete maar wijdverbreide campagne te beginnen voor de uitroeiing van de ongeneeslijk zieken en krankzinnigen, was de publieke opinie in Duitsland er nog lang niet klaar voor. De tegenaanval, geleid door de bisschop van Münster, vertraagde het euthanasieprogramma en, zelfs als het het niet stopte, dreef het verder ondergronds, en toonde zo aan hoe effectief verzet kon worden geleverd door de kerken over een kwestie die de steun van hun kudden kreeg . 48

Ten slotte was het doel van de nazi’s om de Bijbel te vervangen door Mein Kampf. Al deze doelen vervreemdden veel christenen, bijvoorbeeld Martin Niemöller (1892 -1984), een lutherse predikant. Hij was een onderzeeërcommandant in de Eerste Wereldoorlog en verwelkomde aanvankelijk de nieuwe nazi-regering. Hij raakte al snel “gedesillusioneerd door hun plannen voor een door de staat gecontroleerde Reichskirche en door de hondsdolle antichristelijke gevoelens die door Alfred Rosenberg en andere leden van Hitlers binnenste cirkel werden geuit”. 49

Rosenberg concludeerde dat het christendom spoedig zou sterven in Duitsland:

Toen Hermann Göring op 22 augustus 1939 aan Rosenberg vroeg: “Gelooft u dat het christendom zijn einde nadert en dat er een nieuwe vorm [van religie] die door ons is ontworpen, zal ontstaan?” Rosenberg antwoordde: “Inderdaad! Het religieuze waardesysteem wordt al niet meer erkend.” 50

Een belangrijk resultaat van het toepassen van Rosenbergs ideeën was: de onsamenhangendheid, onnauwkeurigheid en irrationaliteit van de [nazi-]ideologie zelf… verijdelde alle pogingen om de resterende humane en christelijke waarden van vroegere eeuwen te verdrijven. Toen professor Walter Frank in 1936 in Tübingen uitriep dat “de hele Duitse geschiedenis… moet worden gezien als alleen de prehistorie van het nationaal-socialisme”, kon dit alleen maar de impact van retoriek hebben… Nazi-biologen, gretig naar promotie, zouden de lange schedels kunnen meten van hun prehistorische voorouders, maar er zouden anderen zijn die wisten dat de grootte van het menselijk hoofd zowel door rachitis als door ras kan worden beïnvloed. De nazi’s… [behandelden] hun vereenvoudigde en vervormde versie van theorieën die in de negentiende eeuw door pioniers als Darwin naar voren werden gebracht als dogma. 51

HET EINDE VAN ROSENBERG

Nadat Rosenberg tijdens de processen van Neurenberg door de geallieerden was veroordeeld voor misdaden tegen de menselijkheid, werd hij op 16 oktober 1946 opgehangen. gebieden waar de meeste gruweldaden plaatsvonden. Zijn boek, The Myth of the Twentieth Century, en zijn antisemitische activiteiten droegen ook bij. Een getuige van zijn executie noemde hem de ‘aartspriester van de nazi-cultuur in vreemde landen’. 52  Rosenberg verborg zevenenveertig kratten met nazi-archieven in een Beierse schuur die “een bijna ongelooflijke bekentenis van systematische moorden, plunderingen, enz.” bevatte. 53 Deze gedetailleerde gegevens over oorlogsmisdaden waren belangrijk bij het besluit om hem en de andere nazi’s op te hangen wegens oorlogsmisdaden.

OVERZICHT

Alfred Rosenberg was een vooraanstaande nazi wiens geschriften, voornamelijk zijn bestverkochte boek, De mythe van de twintigste eeuw, verantwoordelijk waren voor het beïnvloeden van veel mensen in nazi-Duitsland – van degenen die hoog in de nazi-hiërarchie stonden tot het bredere publiek dat zijn werken las – tot moord zogenaamde inferieure rassen. Hij was ook een fel anti-katholiek en beïnvloedde niet alleen de Joodse Holocaust, maar ook de Christelijke Holocaust in Polen en andere landen. Om deze redenen werd hij na de Tweede Wereldoorlog door de geallieerden geëxecuteerd.

_______________

1  Oswald Dutch, Hitler’s 12 Apostles (New York: Robert M. McBride & Company, 1940), 80-81; Joachim C. Fest, Het gezicht van het Derde Rijk: Portretten van de nazi-leiderschap (New York: Pantheon, 1970), 164.

2 Richard Weikart, Hitler’s Ethic: The Nazi Pursuit of Evolutionary Progress (New York: Palgrave MacMillan, 2009), 14.

3  Fest, Het gezicht van het Derde Rijk, 163.

4  Fritz Nova, Alfred Rosenberg: nazi-theoreticus van de Holocaust (New York: Hippocrene Books, 1986).

5  James Biser Whisker, The Philosophy of Alfred Rosenberg: Origins of the National Socialist Myth (Torrance: The Noontide Press, 1990).

6  Paul Douglass, God onder de Duitsers (Philadelphia: University of Pennsylvania Press, 1935), 30.

7  Arthur Duncan-Jones, De strijd om godsdienstvrijheid in Duitsland (Londen: Victor Gollancz, 1938), 24.

8  Nova, Alfred Rosenberg, 31.

9  Nova, Alfred Rosenberg, 31.

10  Max Domarus, The Essential Hitler: toespraken en commentaar (Wauconda: Bolchazy-Carducci, 2007), 403.

11  Geciteerd in Domarus, The Essential Hitler, 403.

12  Peter Peel, ‘Voorwoord’, in Alfred Rosenberg, The Myth of the Twentieth Century (Torrance: The Noontide Press, 1982), v.

13  Raymond T. Feely, Nazisme versus religie (New York: The Paulist Press, 1940), 26.

14  Feely, nazisme versus religie, 167.

15 Paul Roland, The Illustrated History of the Nazis (Edison: Chartwell Books, 2009), 57.

16  Nederlanders, Hitlers 12 apostelen, 85.

17  Nederlanders, Hitlers 12 apostelen, 26.

18  Richard J. Evans, De komst van het Derde Rijk (New York: The Penguin Press 2004), 178.

19 Adolf Hitler, Hitler’s geheime gesprekken, 1941-1944, vert. Norman Cameron en RH Stevens; inleiding. HR Trevor-Roper, “The Mind of Adolf Hitler” (New York: Farrar, Straus and Young, 1953), 342.

20  Nederlanders, Hitlers 12 apostelen, 82.

21  Hans Weinert, Origin of the Human Races, 2e druk (Stuttgart: Fredinand Enke Verlag, 1942), 314-315.

22  Heinz Brücher, “Lebenskunde”, nationaal-socialistische maanduitgaven (1937), 8:190-192.

23  Nederlanders, Hitlers 12 apostelen, 83.

24  Nova, Alfred Rosenberg, 31.

25  Robert Cecil, The Myth of the Master Race: Alfred Rosenberg and Nazi Ideology (New York: Dodd and Meade, 1972), 12.

26  Whisker, de filosofie van Alfred Rosenberg, 190-191.

27  Whisker, de filosofie van Alfred Rosenberg, 191.

28  Whisker, De filosofie van Alfred Rosenberg, 191.

29  Geciteerd in Fest, The Face of the Third Reich, 168.

30  Whisker, De filosofie van Alfred Rosenberg, 202.

31 John Grabowski, Josef Mengele (Farmington Hills: Lucent Books, 2004), 20.

32  Peel, ‘Voorwoord’ in Rosenberg, De mythe van de twintigste eeuw, xv.

33  Mitchell Geoffrey Bard, ed., De complete geschiedenis van de Holocaust (San Diego: Greenhaven Press, 2001), 34.

34  Douglass, God onder de Duitsers, 45.

35  Whisker, De filosofie van Alfred Rosenberg, 98, 136.

36  Whisker, De filosofie van Alfred Rosenberg, 28.

37  Nederlanders, Hitlers 12 apostelen, 83.

38  Whisker, De filosofie van Alfred Rosenberg, 181.

39  Cecil, De mythe van het meesterras.

40  Christopher R. Browning, Remembering Survival: Inside a Nazi Slave-Labor Camp (New York: WW Norton, 2010), 122.

41  Browning, herinnering aan overleving, 122.

42  Peel, ‘Voorwoord’, in Rosenberg, De mythe van de twintigste eeuw, xv.

43  Fest, Het gezicht van het Derde Rijk, 168.

44  Nova, Alfred Rosenberg, 22.

45  Douglass, God onder de Duitsers, 36, 38.

46 Roland, De geïllustreerde geschiedenis van de nazi’s, 115.

47  Nova, Alfred Rosenberg, 21.

48  Browning, herinnering aan overleving, 144.

49 Roland, De geïllustreerde geschiedenis van de nazi’s, 115.

50  Nova, Alfred Rosenberg, 23.

51  Browning, herinnering aan overleving, 150.

52  Kingsbury Smith, “De processen van Neurenberg: de executie van nazi-oorlogsmisdadigers”, International News Service (16 oktober 1946): 1.

53  Bard, ed., De complete geschiedenis van de Holocaust, 371.

We zijn allemaal verstrikt in het Web van de Elite

Ja, er is een samenzwering. Het is een samenzwering van de elite tegen de rest van ons. Het is al jaren aan de gang. Je kunt er veel over leren in het zojuist verschenen boek van Kees Van Der Pijl bij Clarity Press, States of Emergency [Pandemie van de angst]

De elites zijn maar een handjevol, maar ze hebben alle macht in handen. Zij beheersen de tv, mainstream en social media, universiteiten, denktanks, regeringen, financiën, grootschalige productie, balies, gezondheidszorg, de meeste beroemdheden, en hebben hun eigen organisaties die bestaan uit in elkaar grijpende directoraten zoals Bilderberg, Atlantic Council, Trilateral Commission, Council on Foreign Relations, de G30 groep van voormalige presidenten van centrale banken, World Economic Forum, de Wereldbank, het IMF. Dezelfde mensen maken deel uit van bedrijfsbesturen en de hoogste leidinggevende rangen van grote bedrijven.

Het vergaren van macht verliep in vele stappen. Tijdens het Clinton-regime in de VS bijvoorbeeld werden de diverse en onafhankelijke media geconcentreerd in 6 handen. Zes megabedrijven kregen toestemming om 90% van de Amerikaanse media op te kopen. De concentratie van de media ging in tegen alle Amerikaanse tradities. De regulering van industrieën werd afgeschaft op basis van Alan Greenspan’s edict dat “markten zelfregulerend zijn”, en regulerende agentschappen werden marketingagenten voor voorheen gereguleerde industrieën zoals de farmaceutische industrie. De Sherman Anti-trust Act werd een dode letter wet op grond van de bewering dat in de wereldeconomie alleen de zeer groten konden concurreren. Zo kwam monopoliecontrole in de plaats van de markteconomie.

Van Der Pijl legt uit hoe de verschillende elitenetwerken – transnationaal, financieel, gouvernementeel, etc. – naar een gemeenschappelijke agenda toewerken. Ondertussen gebruikt de elite haar controle over ideeën, communicatie en entertainment om ons, plebs, onder elkaar te laten vechten: Republikeinen vs. Democraten, Liberalen vs. Conservatieven, racisme, vrouwenrechten, transgenderrechten, abortusrechten, en afgeleid met Russische dreiging, Chinese dreiging, Terroristische dreiging. De echte dreiging blijft verborgen en onopgemerkt.

Misleiding van het volk is de prioritaire taak van alle Westerse regeringen, gesteund door inlichtingendiensten, IT-bedrijven en media.

Van Der Pijl noemt namen. Zo weerspiegelt de stuurgroep van de Bilderbergconferentie het heersende machtsblok: Eric Schmidt (Google), IT-bedrijven (Palantir) en ondernemers (Peter Thiel), de Belgische bankier en mediamagnaat Thomas Leysen, directeuren en leidinggevenden van financiële instellingen (Lazard, Deutsche Bank, de Wallenberg-investeerdersgroep in Zweden), Henry Kravis van het hedgefonds Kohlberg-Kravis-Roberts. Leysen is lid van de Trilateral Commission, Friends of Europe, en de Bilderberggroep.

Deze groep staat in verbinding met andere groepen, zoals de Cercle de Lorraine. Onder de leden is Christian Van Thillo, die eigenaar is van praktisch de gehele Belgische en Nederlandse krantenmarkt. Van Thillo is ook directeur van de Duitse uitgeversgroep Bertelsmann. Een ander lid, graaf Maurice Lippens, heeft banden met Friends of Europe, een groep waarvan onder meer voormalig Belgisch premier Guy Verhofstadt en voormalig Europees commissaris Neelie Kroes lid zijn.

De Franse, Amerikaanse en Britse media zijn eveneens geconcentreerd. Al deze eigenaars zijn bijeengebracht via elite-organisaties.

Denktanks worden gefinancierd door het militair/veiligheidscomplex en de bedrijven. Het doel van denktanks is om studies te leveren die de belangen van hun donoren bevorderen – Northrop Grumman, Raytheon, Boeing, Lockheed Martin, Airbus, het Pentagon, de luchtmacht, het leger, het ministerie van Binnenlandse Veiligheid, het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De grootste begunstigde is de RAND Corporation die meer dan een miljard dollar ontving. Andere begunstigden van militair/veiligheidsgeld zijn het Center for a New American Security, waarvan Victoria Nuland, de huidige staatssecretaris, de CEO was, de Atlantic Council, het German Marshall Fund, het Center for Strategic and International Studies, waar ik een tiental jaar de William Simon-leerstoel in politieke economie heb bekleed en Henry Kissinger en Zbigniew Brzezinski mijn collega’s waren. Ik liet de kans voorbijgaan om een goed beloonde intellectuele dienaar te zijn voor de heersende elite. Ik vocht met hen en moest de leerstoel verlaten. Niet lang daarna werd ik om dezelfde reden uit mijn mediafuncties gezet. Voor dissidenten van de officiële narratieven is het onmogelijk geworden om carrière te maken in de westerse wereld.

Het boek van Van Der Pijl is kort, 287 pagina’s, maar het staat boordevol informatie, wat de lezer kan zien aan het feit dat dit mijn derde artikel over het boek is. Niet elke bladzijde zal je aandacht vasthouden en zijn algemene visie zal niet iedereen bevallen, maar het bewijs dat hij levert laat zien hoe de elite de macht vergaart en gebruikt.

De elite regeert ons allen. Zij subsidiëren de conservatieven wier patriottisme “America First” en oorlogen tegen georkestreerde vijanden ondersteunt. Ze subsidiëren de linkervleugel wiens beschuldigingen de aandacht afleiden van de geheime agenda. Zij subsidiëren liberalen wier ideeën dienen om de samenleving te deconstrueren en te verzwakken en het voor de elite gemakkelijker te maken om te veroveren.

Het overgrote deel van de Amerikanen en Europeanen tast in het duister en begrijpt niet dat hun leven dag na dag meer onder controle komt te staan om de weg vrij te maken voor agenda’s waarvan zij zich niet bewust zijn. Het lezen van het boek van Van Der Pijl zal de onwetenden helpen begrijpen wat er aan de hand is.

Bron: We zijn allemaal verstrikt in het Web van de Elite – Frontnieuws

Waarom ik een populistische nationalist ben

Voor de mainstream-elitemedia is het een schande om populist te zijn en is het ook een schande om nationalist te zijn. Wat de heersende klasse denkt interesseert me niet want ik kom op voor het gewone volk. In dit artikel zal ik jullie uitleggen waarom ik populist en nationalist ben!

Als populist ben ik begaan met de belangen van het volk. De heersende elite luistert niet meer naar de belangen van het volk, maar voldoet enkel aan haar eigen belang. Als de mensen uit frustratie radicaal links of rechts stemmen dan zijn ze voor de elite fout. Ik ben als libertarische vrijheidsstrijder voor de elite dus ook fout. Het wordt tijd dat de gewone burger in dit land echt democratische inspraak krijgt en dat de koopkracht, de lonen verhogen en de pestbelastingen dalen. Ook de vrijheid van meningsuiting verdedigen blijft levensbelangrijk.

Waarom ben ik nationalist en meer bepaald Vlaams nationalist? Wel ik ben het beu dat in de Belgische politiek de Waalse francofone elite steeds maar de baas blijft spelen over de Vlaming. Als nationalist houd ik van mijn volk en kom ik op voor een vrij Vlaanderen in een Europa der volkeren.

Ben ik nu een misdadiger of denk je ook zoals ik? Ik verneem graag je reactie!

Geschreven door Erik De Ridder