Waarom Alexander zijn volk moedwillig laat kreunen onder de inflatie

De Belgische regering laat moedwillig de inflatie hoog om het begrotingstekort te verlagen.

Bij corona had de regering de zorg moeten versterken. We zijn nu bijna 2,5 jaar verder en er gebeurt nog niets. Er wordt zelfs geen ernstig begin gemaakt om de mensen in de zorg de noodzakelijke ruimte en steun te geven.

Hetzelfde gebeurt met de inflatie. Ook dat vergt een grondige aanpak op middellange en lange termijn. Maar ook daar neemt de regering geen aanvang mee. Ook daar is het morrelen in de marge en fake maatregelen nemen. Zoals de BTW verlagen. Terwijl intussen de benzine alweer duurder is dan voor de BTW-verlaging.

Op lange termijn zijn er maar 3 middelen die de kern van het probleem aanpakken.

– Maak ons onafhankelijk van energie, grondstoffen en massaproductie van buiten de EU. – Verklein de staat en verminder de lasten. – Stop met het bijdrukken van geld.

We moeten veel meer onafhankelijk worden van bvb. China en Rusland en landen uit het Midden Oosten en welke landen ook ter wereld die om politiek redenen onze economie kunnen lamleggen. De geldt voor energie, voor grondstoffen en voor massaproductie. Dat zal een behoorlijke omslag van onze productie vergen, en tezelfdertijd een opportuniteit voor de bedrijven om de massaproductie terug naar Europa te halen. De regering en de EU zullen hiervoor snel een behoorlijk kader moeten scheppen.

De huidige politiek heeft zich vastgereden omdat er nergens ruimte meer is. De staat is een opgeblazen ballon die geen beetje flexibiliteit meer heeft, of hij ontploft. Met een rode stylo een lijst maken van wat we nog gaan doen met de overheid en wat niet meer, is dringend nodig. Dan kunnen ook de lasten omlaag en komt er ruimte om wie echt uit de boot valt op een ernstige manier te helpen. Zo lang die oefening niet wordt gemaakt, komt er geen oplossing.

De politiek om geld bij te drukken omdat de overheid om het even wat kan uitgeven, is een nieuwe theorie die naar de vuilbak mag. De hoge inflatie die daarvan het gevolg is zorgt voor instabiliteit, gebrek aan consumentenvertrouwen, en de ondermijning van de economie. Bovendien gaan de staatsfinanciën door het dak en zullen we dus uiteindelijk toch moeten besparen. Zoals de coronamaatregelen niet gewerkt hebben, en we uiteindelijk toch 30.000 doden hebben.

Integendeel. De regering heeft er alle belang bij dat er hogere inflatie is om haar schuld weg te werken. Wat overigens ook in het “zot boekske” van Claus staat als remedie om de staatsschuld af te bouwen. Hoe hoger de inflatie, hoe meer belastingen, hoe gemakkelijker de schuld is af te betalen. De regering speelt gewoon met het consumentenvertrouwen en de stabiliteit van onze ondernemingen om de staatsschuld af te bouwen. Moedwillig wordt aan de inflatie niets gedaan.

Het is toch wel frappant hoe de regering in de beide dossiers, corona en de inflatie, in hetzelfde bedje ziek is. En de genezing is niet in zicht.

Nazisme begrijpen: Darwinisme, nazi-rassenbeleid en de Holocaust

Deze serie artikels is bedoelt om het nazisme beter te begrijpen. Al de artikels hebben te maken met het Darwinisme, want dat was de belangrijkste gedachte om de Holocaust uit te voeren. Dit is deel 2.

INVOERING

Van de vele factoren die de fatale mengeling veroorzaakten die resulteerde in de nazi-holocaust en de Tweede Wereldoorlog, was een van de belangrijkste Darwins idee dat evolutionaire vooruitgang voornamelijk plaatsvindt als gevolg van de eliminatie van de zwakken in de strijd om te overleven. Hoewel het geen gemakkelijke taak is om alle vele tegenstrijdige motieven van Hitler en zijn aanhangers te beoordelen, speelde darwinistisch geïnspireerde eugenetica duidelijk een cruciale rol. 1

Het darwinisme rechtvaardigde en moedigde ook de nazi-opvattingen over ras en oorlog aan. 2  Als de nazi-partij het geloof volledig had omarmd en consequent had gehandeld volgens het geloof dat alle mensen afstammelingen waren van Adam en Eva, en gelijk voor God, zoals geleerd in zowel het Oude als het Nieuwe Testament (de Hebreeuwse en Griekse Geschriften), is het waarschijnlijk dat de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog zouden nooit hebben plaatsgevonden.

Het uitbannen van de joods-christelijk-islamitische doctrine van de menselijke goddelijke oorsprong uit de Duitse theologie en haar scholen, en het vervangen door het darwinisme, droeg openlijk bij tot de acceptatie van sociaal darwinisme dat culmineerde in de Holocaust. 3  Darwins theorie, zoals gewijzigd door bioloog Ernst Haeckel, 4  gecombineerd met de racistische theorieën van Houston Stewart Chamberlain en anderen, heeft duidelijk bijgedragen aan de dood van meer dan 9 miljoen mensen in de concentratiekampen, en de ongeveer 55 miljoen anderen, in een oorlog waarvan economische tol voor alle landen was ongeveer $ 18,75 biljoen Amerikaanse dollars (in 2012 dollars). 5 Bovendien was een belangrijke reden dat het nazisme de omvang van de Holocaust bereikte, de wijdverbreide acceptatie van sociaal darwinisme door de wetenschappelijke en academische gemeenschap. 6

De kern van het darwinisme was het geloof dat evolutie verloopt door de differentiële overleving van de sterkste individuen. Dit vereist verschillen tussen een soort die uiteindelijk zo groot werden dat de individuen die ze bezaten – de sterksten – meer geneigd waren om meer nakomelingen na te laten. Hoewel het proces van het vormen van nieuwe rassen kan beginnen met kleine verschillen, produceren differentiële overlevingspercentages uiteindelijk verschillende rassen, een deel van een proces dat volgens evolutionisten leidt tot soortvorming, dat wil zeggen de ontwikkeling van een nieuwe soort.

Het egalitaire ideaal dat alle mensen gelijk zijn geschapen, dat nu de westerse ideologie domineert, is historisch niet universeel geweest onder naties en culturen. 7  Een belangrijke kracht die tegen deze opvatting inwerkte, was het sociaal darwinisme, met name het primitieve ‘survival-of-the-fittest’-wereldbeeld. 8  Het idee dat de kwaliteit van het ras kan worden verbeterd door selectief fokken is zo oud als de Republiek van Plato, maar,

het moderne eugenetische denken ontstond pas in de negentiende eeuw. De opkomst van interesse in eugenetica in die eeuw had meerdere wortels. De belangrijkste was de evolutietheorie, want de ideeën van Francis Galton over eugenetica – en hij was het die de term ‘eugenetica’ creëerde – waren een direct logisch gevolg van de wetenschappelijke doctrine die door zijn neef, Charles Darwin, was uitgewerkt. 9

Dat het regeringsbeleid van de nazi’s openlijk werd beïnvloed door het darwinisme, de tijdgeest van zowel de wetenschap als de ontwikkelde samenleving van die tijd, blijkt duidelijk uit een onderzoek van bestaande documenten, geschriften en artefacten die zijn geproduceerd door de Duitse twintigste-eeuwse nazi-beweging en haar vele aanhangers van wetenschappers. 10  De nazi-behandeling van joden en andere ‘rassen’ die toen als ‘inferieur’ werden beschouwd, was grotendeels het gevolg van hun conclusie dat het darwinisme een diepgaand inzicht verschafte dat kon worden gebruikt om de mensheid aanzienlijk te verbeteren. 11  De politieke filosofie van Duitsland was gebaseerd op de overtuiging dat kritische factoren voor vooruitgang voornamelijk

strijd, selectie en survival of the fittest, alle denkbeelden en observaties die tot stand zijn gekomen… door Darwin… maar al in weelderige bloei in de Duitse sociale filosofie van de negentiende eeuw… Zo ontwikkelde zich de doctrine van het inherente recht van Duitsland om de wereld te regeren op basis van basis van superieure kracht … van een “hamer en aambeeld” relatie tussen het Reich en de zwakkere naties. 12

HET BELANG VAN RAS IN DARWINISME

Evolutie is gebaseerd op het verwerven van nieuwe eigenschappen door middel van mutaties en het verschuiven van genen, waardoor degenen die de eigenschappen bezitten, beter kunnen overleven in ongunstige omstandigheden, en daardoor meer nakomelingen achterlaten dan degenen die ze niet bezitten. De bron van de grondstof voor natuurlijke selectie om uit te kiezen, zijn voornamelijk genetische mutaties. Mensen die een mutatie erven waardoor meer van hen kunnen overleven en zich kunnen voortplanten in vergelijking met mensen zonder die eigenschap, zullen die eigenschap eerder doorgeven aan de volgende generatie. Superieure individuen zullen meer kans hebben om te overleven, en als resultaat zal hun genetische informatie, over een periode van meerdere generaties, in steeds meer individuen aanwezig zijn, terwijl genetische informatie van de “zwakkere” individuen uiteindelijk zal uitsterven.

Dit proces, ooit rassenvorming genoemd maar nu soortvorming genoemd, is de bron van de vermeende evolutionaire ‘vooruitgang’ die in theorie voor altijd kan doorgaan. Als elk lid van een soort volledig gelijk zou zijn, zou natuurlijke selectie niets hebben om uit te selecteren. Bijgevolg zou overleving het resultaat zijn van toeval en zou de evolutie voor die soort ophouden.

Volgens de darwinistische theorie produceren genetische verschillen die overleving bevorderen geleidelijk nieuwe rassen, waarvan sommige een overlevingsvoordeel hebben. Deze nieuwe groepen werden het superieure (dwz meer geëvolueerde) ras. Wanneer die eigenschap zich uiteindelijk door het hele ras verspreidt, vanwege het overlevingsvoordeel dat het verleent aan degenen die het bezitten, zal een hogere, meer ontwikkelde mens resulteren. Hitler en de nazi-partij beweerden dat een van hun belangrijkste doelen was om deze orthodoxe wetenschap toe te passen om de samenleving te verbeteren. Bovendien was het kernidee van het darwinisme niet evolutie, maar selectie van de sterkste. 13  Hitler benadrukte dat, om een ​​betere samenleving tot stand te brengen, de nazi’s deze wetenschap moeten begrijpen en ermee moeten samenwerken.

John Jay College historicus Daniel Gasman concludeerde dat in “geen ander land … de ideeën van het darwinisme zich zo serieus ontwikkelden als een totale verklaring van de wereld als in Duitsland” en als gevolg daarvan de “letterlijke overdracht van de wetten van de biologie” als geïnterpreteerd door de theorie van Darwin werden toegepast op het sociale domein. 14  De ongelijkheidsdoctrine, hoewel jarenlang een integraal onderdeel van de Duitse filosofie geweest, bereikte zijn hoogtepunt onder het Hitler-regime en kreeg zijn belangrijkste intellectuele steun van het darwinisme en Darwins Duitse discipel, Ernst Haeckel. 15

Haeckels overtuiging dat “de morfologische verschillen tussen twee algemeen erkende soorten – bijvoorbeeld schapen en geiten – veel minder belangrijk zijn dan die … tussen een Hottentot en een man van het Teutoonse [Arische] ras” werd al snel het Duitse beleid. 16  Vooral belangrijk in het nazi-beleid was de overtuiging dat de Duitsers zich hadden ontwikkeld “het verst van de gewone vorm van aapachtige mensen [en overtroffen]… alle andere” en het zou dit ras zijn dat de mens zou moeten opvoeden naar een “nieuwe periode van hogere mentale ontwikkeling.” 17  Dit gold niet alleen mentaal maar ook fysiek, omdat Haeckel geloofde dat evolutie een “symmetrie van alle delen en gelijke ontwikkeling bereikt die we het type volmaakte menselijke schoonheid noemen.” 18

De evolutionaire superioriteit van Ariërs, het ras dat superieur is aan alle anderen, gaf hen niet alleen het recht, maar ook de plicht om alle andere volkeren te onderwerpen. En ras was een belangrijk onderdeel van de nazi-filosofie. De nazi’s hebben het darwinisme opgenomen

in hun politieke systeem, met niets weggelaten…. Hun politieke woordenboek stond vol met woorden als ruimte, strijd, selectie en uitsterven (Ausmerzen). Het syllogisme van hun logica werd duidelijk vermeld: de wereld is een jungle waarin verschillende naties strijden om ruimte. De sterkere overwinning, de zwakkere sterven of worden gedood. 19

Een belangrijk feit is dat “biologisch racisme verankerd was geraakt in het antisemitische discours en ook mainstream werd onder Duitse antropologen.” 20  De nazi-opvatting van darwinistische evolutie en ras was een belangrijk onderdeel van de fatale combinatie van ideeën en gebeurtenissen die de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog veroorzaakten:

Een van de centrale elementen in de nazi-theorie en -doctrine was natuurlijk de evolutietheorie [en]… dat alle biologie spontaan naar boven was geëvolueerd, en dat tussenschakels (minder ontwikkelde typen) actief moesten worden uitgeroeid… dat natuurlijke selectie kon en moest worden actief geholpen, en daarom hebben [de nazi’s] politieke maatregelen genomen om … Joden en de zwarten, die zij als [minder ontwikkeld] beschouwden, uit te roeien. 21

Termen als ‘superieur ras’, ‘lagere menselijke typen’, ‘vervuiling van het ras’ en de term evolutie zelf (Entwicklung), werden vaak gebruikt door Hitler en andere nazi-leiders. Hun rassenopvattingen waren geen randwetenschap, zoals vaak wordt beweerd, maar waren eerder:

rechttoe rechtaan Duits sociaal darwinisme van een type dat algemeen bekend en geaccepteerd is in heel Duitsland en dat, belangrijker nog, door de meeste Duitsers, inclusief wetenschappers, als wetenschappelijk waar werd beschouwd. Meer recente wetenschap over het nationaal-socialisme en Hitler is zich gaan realiseren dat… [sociaal darwinisme] een specifiek kenmerk van het nazisme was. Nationaal-socialistisch ‘biobeleid’, [was] een beleid gebaseerd op een mystiek-biologisch geloof in radicale ongelijkheid, een monistisch, antitranscendent moreel nihilisme gebaseerd op de eeuwige strijd om het bestaan ​​en de overleving van de sterkste als de wet van de natuur, en de daaruit voortvloeiende gebruik van staatsmacht voor een openbaar beleid van natuurlijke selectie. 22

De filosofie dat mensen de darwinistische theorie kunnen beheersen en zelfs gebruiken om een ​​hoger ontwikkeld mens voort te brengen, wordt herhaaldelijk genoemd in de geschriften en toespraken van prominente nazi’s. 23  Om het darwinistische doel voor de samenleving te bereiken, was het nodig om de minder fitten meedogenloos te elimineren door openlijk barbaars gedrag. Professor George Stein van de Universiteit van Miami merkte op dat de kern van het Duitse sociale darwinisme werd ontwikkeld door Haeckel en zijn collega’s. De darwinisten voerden in het bijzonder op wetenschappelijke gronden aan dat de mensheid

slechts een deel van de natuur zonder speciale transcendente eigenschappen of speciale menselijkheid. Aan de andere kant waren de Duitsers leden van een biologisch superieure gemeenschap… politiek was slechts de rechtstreekse toepassing van de wetten van de biologie. In wezen brachten Haeckel en zijn mede-sociaal-darwinisten de ideeën naar voren die de kernaannames van het nationaal-socialisme zouden worden. De zaak van de bedrijfsstaat was eugenetica of kunstmatige selectie. 24

Vóór 1933 publiceerden Duitse wetenschappers dertien wetenschappelijke tijdschriften die voornamelijk waren gewijd aan rassenhygiëne en richtten ze meer dan 30 verschillende instellingen op, waarvan vele verbonden waren met universiteiten of onderzoekscentra die zich toelegden op ‘raciale wetenschap’. 25  In het nazi-tijdperk bestreken bijna 150 wetenschappelijke tijdschriften, waarvan vele nog steeds zeer gerespecteerd worden, rassenhygiëne en aanverwante gebieden. Er werden 26  enorme databestanden bijgehouden over de races, waarvan de meeste werden geanalyseerd en gebruikt voor onderzoekspapers die in verschillende Duitse en andere wetenschappelijke tijdschriften werden gepubliceerd. Het Kaiser Wilhelm Instituut voor Antropologie, Menselijke Erfelijkheid en Eugenetica werd in 1927 opgericht om eugenetica en aanverwante gebieden te bestuderen, waaronder geslachtsziekten en alcohol.

De verschillende eugenetische instituten onderzochten ook de “persistentie” van verschillende “primitieve raciale eigenschappen” bij bepaalde rassen binnen en buiten Duitsland. Eugenetici beweerden al snel dat ze een overvloed aan bewijs vonden voor het Cro-magnon-rastype bij inferieure rassen, en ook voor Neanderthaler-raciale eigenschappen. Net als hun Amerikaanse en Britse tegenhangers begonnen Duitse instituten voor rashygiëne en onderzoekers van verschillende universiteiten genetisch bewijs te ontdekken voor vrijwel elke menselijke ziekte, van criminaliteit tot hernia, zelfs echtscheiding en ‘liefde om op het water te zeilen’. Ze zagen hun werk als een nobele poging om “Darwins pogingen om de oorsprong van soorten op te helderen” voort te zetten. 27

Het centrale concept van de survival of the fittest-filosofie, de observatie dat alle dieren en planten een enorme hoeveelheid genetische variëteit bevatten en dat sommige van deze verschillen een overlevingsvoordeel kunnen hebben in bepaalde omgevingen, is goed gedocumenteerd. Het beste voorbeeld is kunstmatige selectie waarbij fokkers mannetjes en vrouwtjes selecteren met de maximale hoeveelheid van de eigenschap waar ze zich mee bezig houden, en vervolgens uit hun nakomelingen die dieren selecteren die het maximum van die eigenschap vertonen. Als gevolg hiervan is er een grote verscheidenheid aan gemodificeerde planten en dieren gekweekt. Natuurlijk is kunstmatige selectie geen natuurlijke selectie, een probleem dat Darwin nooit volledig heeft aangepakt.

Het fokken op bepaalde eigenschappen is echter altijd een afweging die meestal resulteert in het verlies van andere gewenste eigenschappen. Omdat het produceren van een plant of dier met bepaalde eigenschappen meestal leidt tot het verlies van andere eigenschappen, worden koeien gefokt als melkkoeien of voor vlees, maar niet beide. De theorie van de nazi’s hield onvoldoende rekening met deze gegevens en de implicaties van de enorme hoeveelheid biologische diversiteit waarvan we nu weten dat ze bestaat.

De racistische theorieën volgden de verspreiding van de darwinistische evolutietheorie op de voet, die vrijwel onmiddellijk na de publicatie van de Duitse editie van On the Origin of Species een brede aanhang in Duitsland had. 28  Zoals Harvard-professor Stephen Jay Gould concludeerde: “Biologische argumenten voor racisme… namen in orde van grootte toe na de aanvaarding van de evolutietheorie” door wetenschappers in de meeste landen. 29

Ter ondersteuning van racisme werden ook vergelijkingen gemaakt van verschillende culturen waarvan werd aangenomen dat ze het product waren van raciale superioriteit. De nazi’s concludeerden dat inferieure rassen gewoonlijk inferieure culturen voortbrachten, maar alleen superieure rassen konden superieure culturen voortbrengen. 30  Daarom merkt historicus Dr. Karl Schleunes op dat racisme een wetenschappelijke reputatie kreeg door zijn solide verband met wat hij de derde grote synthese van de negentiende eeuw noemt, de darwinistische evolutietheorie en het survival-of-the-fittest wereldbeeld. 31

AMERIKAANSE EN BRITSE ONDERSTEUNING

De opvattingen van darwinisten over ras bestonden niet alleen in nazi-Duitsland, maar ook in Amerika, zoals blijkt uit overzichten van leerboeken die van 1880 tot ongeveer 1950 zijn gepubliceerd. Zo verklaarde Princeton-bioloog Edwin Conklin in zijn collegetekst dat vergelijkingen

van elk modern ras met het Neanderthaler- of Heidelberg-type laat zien dat… negroïde rassen meer lijken op de oorspronkelijke stam dan de witte of gele rassen. Elke overweging moet degenen die in de superioriteit van het blanke ras geloven ertoe brengen te streven naar het behoud van de zuiverheid ervan en om de segregatie van de rassen in te stellen en te handhaven. 32

Duitse eugenetici waren sterk afhankelijk van werk dat in Groot-Brittannië en Amerika was voltooid, vooral dat onderzoek met betrekking tot sterilisatiebeleid. 33  De nationale verplichte sterilisatiewetten waren bijvoorbeeld vrij letterlijk gebaseerd op het “model eugenetische sterilisatiewet opgesteld door de supervisor en het eugenetica-recordkantoor van Cold Spring Harbor, New York.” 34  Franz Bumm, de president van het Reichsgezondheidsbureau, merkte op dat “de waarde van eugenetica-onderzoek overtuigend was aangetoond in de Verenigde Staten, waar antropologische statistieken waren verzameld van 2 miljoen mannen die waren gerekruteerd voor de Amerikaanse strijdkrachten.” 35

Kort nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof had geoordeeld dat sterilisatie van minderheden voor eugenetische doeleinden grondwettelijk was, nam het kabinet van Adolf Hitler een eugenetische sterilisatiewet aan, waarbij de Amerikaanse uitspraak als voorbeeld werd gebruikt. 36  De Duitse wet van 1933 was verplicht voor alle mensen, “geïnstitutionaliseerd of niet, die leden aan zogenaamd erfelijke handicaps, waaronder zwakzinnigheid, schizofrenie, epilepsie, blindheid, ernstige drugs- of alcoholverslaving en fysieke misvormingen die de voortbeweging ernstig bemoeilijkten of zeer aanstootgevend waren.” 37

De Duitse wetten werden vervolgens gebruikt om nog strengere wetten in de Verenigde Staten te inspireren – in Virginia betoogde Dr. Joseph DeJarnette dat de progressieve en wetenschappelijk ingestelde Amerikanen zich moesten schamen voor de “verlichte” progressieve Duitse wetgeving, en dat Amerikanen de leiding op dit gebied in plaats van Duitsland. 38  Als geheel deelden de Duitsers en Amerikanen informatie en ideeën en beïnvloedden ze elkaar om eugenetica-programma’s te ontwikkelen.

De volgende stap in Duitsland was dat de regering “leningen” verstrekte aan koppels die volgens haar “raciaal en biologisch wenselijk” waren en daarom meer kinderen zouden moeten krijgen. De geboorte van elk kind verminderde de “lening”-schuld met 25 procent. Later kwamen sterilisatiewetten en toen, in 1939, euthanasie van bepaalde geestelijk gehandicapte of zieke personen.

Uiteindelijk werd euthanasie uitgebreid tot lichamelijk gehandicapte personen, sommigen met een lichte handicap. Dit beleid motiveerde Amerikaanse en Britse eugenetici om het Duitse programma als model te onderschrijven omdat het “zonder [de] snode raciale inhoud” van Amerikaanse programma’s was. 39

Omgekeerd erkenden Duitse eugenetici herhaaldelijk hun schuld aan de Amerikaanse en Britse onderzoekers en eerden eugenetici van Britse en Amerikaanse universiteiten periodiek met verschillende onderscheidingen. Bovendien voerden veel van de Amerikaanse eugenetici aan dat de nazi’s hen overtroffen en Amerikaanse rechtbanken (inclusief het Hooggerechtshof) konden overtuigen van de geldigheid van zelfs enkele van de meest buitensporige eugenetische claims. 40  Sommige van deze op eugenetica gebaseerde ideeën werden onderdeel van de Amerikaanse wet en praktijk tot na de Tweede Wereldoorlog, toen de volledige gruwel van de Duitse eugenetica-programma’s algemeen bekend werd.

JODEN IN DUITSLAND EN DARWINISME

De vroege Duitse eugenetische leiders matigden hun antisemitische retoriek in een poging om Joden aan te trekken voor de eugenetica-beweging. 41  Veel vroege Duitse eugenetici geloofden dat Duitse joden Ariërs waren en bijgevolg werd de eugenetische beweging gesteund door vele joodse professoren en artsen, zowel in Duitsland als in het buitenland. De joden werden pas geleidelijk in de Duitse eugenetische theorie en later de wetten ervan opgenomen.

De opvattingen van darwinistische racisten kwamen pas geleidelijk in gebieden van de Duitse samenleving terecht die ze voorheen niet hadden beïnvloed. 42  De Pan-Duitse Bond (Alldeutscher Verband), die zich toelegt op het “behouden van de Duitse raciale zuiverheid”, was oorspronkelijk niet openlijk antisemitisch, en geassimileerde joden mochten een volledig lidmaatschap hebben. Veel Duitse eugenetici waren van mening dat, hoewel zwarten of zigeuners raciaal inferieur waren, hun raciale theorieën niet bij de joden pasten, aangezien veel joden in Duitsland aanzienlijk succes hadden geboekt. Tegen 1903 doordrong de invloed van rassenideeën het programma van de Liga in die mate dat de Liga zich in 1912 op basis van ‘raciale principes’ verklaarde en al snel Joden uitsloot van lidmaatschap. 43

Ondanks de wetenschappelijke ondersteuning voor deze raciale opvattingen, hadden ze pas in de Tweede Wereldoorlog een groot effect op de meeste joden. De meeste Duitse Joden waren er trots op Duitsers te zijn en beschouwden zichzelf als Duitsers in de eerste plaats en Joden als tweede. Veel joden veranderden de raciale opvattingen van de Duitse intelligentsia door zichzelf erin op te nemen. Hun assimilatie in het Duitse leven was zo compleet dat de meeste joden het gevoel hadden dat het antisemitisme van de eugenisten geen serieuze bedreiging vormde voor hun veiligheid.

De meeste joden waren er ook van overtuigd dat Duitsland nu een veilige haven voor hen was. 44  In feite dienden tijdens de Tweede Wereldoorlog naar schatting 150.000 Mischlinge (deels joodse) mannen in het Duitse leger, velen met onderscheiding – en honderden dienden in de rang van majoor of zelfs hoger als kolonels of generaals. 45  Later werd onthuld dat de ‘ideale’ Duitse soldaat, wiens foto overal gepleisterd was, voor nazi-propagandadoeleinden half Joods was. 46

Veel Duitse heidenen hielden nog steeds stevig vast aan het scheppingsmodel van Genesis en verwierpen de opvattingen waarop racisme was gebaseerd, inclusief het darwinisme. Wat er later in Duitsland gebeurde, werd duidelijk niet goed ontvangen door joodse genetici, zelfs niet-joodse eugenetici en bepaalde andere groepen. Zoals Greta Jones opmerkt, de wereld

De eugenetica-beweging voelde een mengeling van vrees en bewondering voor de vooruitgang van de eugenetica in Duitsland… [maar] de feitelijke details van de eugenetica-maatregel die naar voren kwam nadat Hitler aan de macht was gekomen, werden niet ondubbelzinnig verwelkomd. Eugenetici wezen op de VS als een plaats waar strikte wetten het huwelijk controleerden, maar waar een sterke traditie van politieke vrijheid bestond. 47

Terwijl etnische joodse personen nog steeds werden beschouwd als een voorbeeld van educatieve en professionele prestaties in een groot deel van de Amerikaanse en Britse eugenetische literatuur, begonnen Duitse eugenetici joden te classificeren als evolutionair inferieur. Hoewel intelligent, werd vaak gezien dat ze hun intelligentie op sluwe en achterbakse manieren gebruikten voor zelfzuchtig gewin, deels omdat ze als erfelijk immoreel werden beschouwd. Bovendien, hoewel veel Amerikaanse en Britse eugenetici er bezwaar tegen hadden dat Duitsers bepaalde groepen als inferieur beschouwden, zoals veel Oost-Europeanen, classificeerden veel Amerikaanse eugenetici deze groepen ook als inferieur. 48

EVOLUTIE GEBRUIKT OM BESTAAND DUITSE RACISME TE RECHTVAARDIGEN

Dr. Karl Schleunes merkte nogal schrijnend op dat de publicatie van Darwins boek uit 1859, On the Origin of Species, een onmiddellijke impact had op het Joodse beleid van Duitsland. Toen de sociale darwinisten de strijd van het biologische naar het sociale vlak verhieven, “rechtvaardigde Darwins idee van strijd om te overleven … gelegitimeerd door de nieuwste wetenschappelijke inzichten, de racistische opvatting van superieure en inferieure volkeren … en valideerde het conflict tussen hen.” 49

De antisemitische houding van het Duitse volk was slechts gedeeltelijk verantwoordelijk voor het veroorzaken van de Holocaust – pas toen het darwinisme werd toegevoegd aan de reeds bestaande mix van houdingen, leidde dit tot een dodelijke combinatie. De darwinistische revolutie en de geschriften van haar belangrijkste Duitse woordvoerder en meest vooraanstaande wetenschapper, professor Haeckel, gaven de racisten een krachtige verificatie van hun opvattingen over ras. 50  De steun van het wetenschappelijke establishment zorgde ervoor dat racistische gedachten een veel grotere verspreiding kregen dan tot dan toe mogelijk was geweest, en een enorme voldoening “dat iemands vooroordelen eigenlijk uitdrukkingen waren van wetenschappelijke waarheid”. 51

En welke grotere autoriteit dan de wetenschap zouden racisten kunnen hebben voor hun opvattingen? Nobelprijswinnaar Konrad Lorenz, een toegewijde nazi, een van de meest vooraanstaande wetenschappers op het gebied van diergedrag in die tijd, en vaak beschouwd als de grondlegger van zijn vakgebied, verklaarde:

Net zoals bij kanker de beste behandeling is om de parasitaire groei zo snel mogelijk uit te roeien, is de eugenetische verdediging tegen de dysgene sociale effecten van getroffen subpopulaties noodzakelijkerwijs beperkt tot even drastische maatregelen…. Wanneer deze inferieure elementen niet effectief worden geëlimineerd uit een [gezonde] populatie, vernietigen ze – net zoals wanneer de cellen van een kwaadaardige tumor zich door het menselijk lichaam kunnen verspreiden – zowel het gastheerlichaam als zichzelf. 52

Lorenz’ werken waren belangrijk bij de ontwikkeling van het nazi-programma dat was ontworpen om de ‘parasitaire groei’ van inferieure rassen uit te roeien. De programma’s van de regering om ervoor te zorgen dat het “Duitse Volk” hun superioriteit handhaafde, maakten racisme bijna onaantastbaar. Hoewel sommige geleerden, zoals bioloog James King, beweren dat de Holocaust beweerde “een wetenschappelijke genetische basis te hebben”, 53 was  de positie van het darwinisme binnen de regering en de universitaire elite van die tijd zo diepgeworteld dat maar weinig hedendaagse wetenschappers de directe vraag serieus in twijfel trokken. toepassing van sociaal darwinisme op overheidsbeleid. 54

EUGENICS WORDT EXTREEMER

De meeste vroege Amerikaanse, Canadese en Britse eugenetici benadrukten dat vrijwilligerswerk moet worden gedaan voor de implementatie van eugenetische programma’s. Francis Galton concludeerde echter dat het probleem van inferieure rassen die de genenpool besmetten “zo duidelijk en zo nijpend was dat staatsinterventie van dwingende aard in de menselijke voortplanting rechtvaardigde.” 55  Later steunden eugenetici in toenemende mate gericht overheidsoptreden bij het toepassen van eugenetische wetten: natuurlijke selectie kan het meest geschikte ras voortbrengen, maar alleen kunstmatige selectie die door de overheid wordt afgedwongen, kan ervoor zorgen dat de eugenetisch superieure domineert.

Veel maatschappelijk werkers, psychiaters en andere werkers in de geestelijke gezondheidszorg in Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Duitsland waren overtuigd van de genetische oorsprong van sociale tekortkomingen, en voelden zich steeds meer genoodzaakt de overheid te dwingen in te grijpen. 56  Ontmoedigd door het gebrek aan effectiviteit van hun wetenschap bij het beïnvloeden van het overheidsbeleid, en er volledig van overtuigd dat eugenetica empirisch was aangetoond door het briljante wetenschappelijke werk van Charles Darwin, Karl Pearson, Francis Galton en vele anderen, waren westerse eugenetische voorstanders jaloers dat alleen Duitsland was in staat om de programma’s waar veel wetenschappers in Amerika en Europa toen sterk voor pleitten, volledig uit te voeren. 57

Nazi-Duitsland was echter niet de enige die wetenschap toepaste op het overheidsbeleid. In de Verenigde Staten tijdens de vroege jaren 1900, “werd het een kenmerk van een goede hervormingsregering om het beleid vorm te geven met de hulp van wetenschappelijke experts … [en al snel eugenetische] experts waren er in overvloed in de afdelingen biologie, psychologie en sociologie van universiteiten of hogescholen.” 58  Het is opmerkelijk dat de Duitse eugenetica-programma’s weinig tegenstand van het Westen opriepen. Het beleid van de Verenigde Staten werkte ook tegen het redden van de levens van degenen die volgens Duitsland raciaal inferieur waren. De implicaties van de eugenetische immigratiewetten, met name de Amerikaanse Johannson Quota Act van 1924, die pas in 1941 werd ingetrokken, hadden enorme gevolgen voor mensenlevens:

Ten minste negen miljoen mensen van wat Galton en Pearson degeneratieve stam noemden, tweederde van hen de Joden… werd nog steeds geen toevluchtsoord aan onze poorten ontzegd. Ze werden uiteindelijk allemaal naar Noordse Rassenhygiene-kampen gedreven, waar de verantwoordelijke rasbiologen ervoor zorgden dat ze zich niet meer vermenigvuldigden. En hield op te zijn. 59

De eerste stap in een eugenetisch programma was om te bepalen welke groepen genetisch superieur waren, een oordeel dat sterk werd beïnvloed door cultuur. Veel Duitsers accepteerden de Amerikaanse en Britse conclusies over welke rassen inferieur waren niet, en om deze reden stelden de Duitsers hun eigen programma in. Dit betekende dat ze eerst moesten bepalen welke eigenschappen superieur waren. De ideale eigenschappen waren:

een menselijk type waarvan het uiterlijk door de rassentheoreticus Hans FK Günther was beschreven als “blond, lang, lange schedel, met smalle gezichten, uitgesproken kin, smalle neuzen met een brug, zacht haar, wijd uit elkaar geplaatste lichtgekleurde ogen, roze- blanke huidskleur.” 60

Hoewel oppervlakkige observatie de meeste mensen in staat stelde een brede classificatie van ras te maken, zoals de nazi’s al snel leerden toen ze het grondig onderzochten, is de status van ras zeker niet gemakkelijk te bepalen. Veel van de groepen die volgens hen inferieur waren, zoals Slavische volkeren (meestal de Polen, Russen en Oekraïners), joden, zigeuners en anderen, waren niet gemakkelijk te onderscheiden van het pure ‘Arische’ ras. Bij het groeperen van mensen in rassen om de ‘beste’ te selecteren, maten de nazi’s een breed scala aan fysieke eigenschappen, waaronder de grootte van de hersenpan.

De nazi’s leunden zwaar op het werk van Hans FK Günther, hoogleraar “raciale wetenschap” aan de universiteit van Jena. Hoewel Günthers ‘persoonlijke relaties met de partij soms stormachtig waren’, kregen zijn raciale ideeën brede steun in de hele Duitse regering en waren ze van grote invloed op het Duitse beleid. 61  Günther erkende dat, hoewel “een ras misschien niet zuiver is, zijn leden bepaalde dominante kenmerken delen”, en zo de weg vrijmaakte voor stereotypering. 62

Günther kwam tot de conclusie dat alle Ariërs een ideaal Noords gezicht delen dat contrasteerde met de Joden, die volgens hem een ​​mengelmoes van rassen waren. Günther benadrukte dat iemands genealogische afkomst, antropologische metingen van zijn schedel en evaluaties van fysieke verschijning allemaal belangrijk waren. Hoewel fysieke verschijning werd benadrukt, geloofden de nazi’s, “het lichaam is de showplace van de ziel” en “de ziel is primair.” 63

Vrouwtjes met de eigenschappen – zoals IQ – die eugenetici als superieure Arische raskwaliteiten beoordeelden, werden zelfs in speciale huizen geplaatst en zwanger gehouden zolang ze in een programma bleven dat Lebensborn heette. Desalniettemin heeft onderzoek naar de nakomelingen van het experiment geconcludeerd dat, zoals nu bekend is, het IQ achteruitgaat naar het populatiegemiddelde en dat de IQ’s van de nakomelingen over het algemeen lager waren dan die van de ouders met een hoog IQ. 64

DE SLECHT BLOED THEORIE

Het darwinisme was van grote invloed op de conclusie van de nazi-partij dat niet alleen bepaalde rassen en etnische groepen inferieur waren, maar psychiatrische patiënten ook genetisch inferieur waren. Een deel van de reden was omdat men toen geloofde dat erfelijkheid een grote controlerende invloed had op geestesziekten (of dat geesteszieken niet-Arisch bloed in zich hadden) en dat bijgevolg die personen met “slecht bloed” moesten worden vernietigd . De joodse historicus Leon Poliakov merkt op dat veel intellectuelen in de vroege jaren 1900 telegonie accepteerden, het idee dat ‘slecht bloed’ een raslijn voor altijd zou besmetten, of dat ‘slecht bloed goed [bloed] verdrijft, net zoals slecht geld goed geld verdringt’. 65 Alleen uitroeiing zou deze inferieure genetische lijnen permanent elimineren, waardoor de evolutie wordt bevorderd. Darwin stelde zelfs een lange lijst samen van gevallen waarin slecht bloed een witte genenlijn verontreinigde, waardoor het, zo concludeerde hij, voor altijd onzuivere nakomelingen voortbracht.

Talloze gerespecteerde biologen, waaronder Ernst Rüdin, een professor aan het Kaiser Wilhelm Institute in München en ook hoofd van het Max Planck Institute for Brain Research, en veel van zijn collega’s – waaronder Erwin Baur, Eugen Fischer, Fritz Lenz, Francis Galton en Eugene Kahn, later een professor in de psychiatrie aan Yale – pleitte actief voor dit erfelijke argument. Deze wetenschappers hadden direct of indirect invloed op de Duitse verplichte sterilisatiewetten die bedoeld waren om te voorkomen dat mensen met defecte of “inferieure” genen de Arische genenpool besmetten.

Later, toen de “genetisch inferieure” ook als “nutteloze eters” werden beoordeeld, werden massale moorden gerechtvaardigd. De groepen die als inferieur werden beoordeeld, werden geleidelijk uitgebreid met een grote verscheidenheid aan rassen en nationale groepen. Later omvatte het zelfs minder gezonde ouderen, epileptici, personen met zowel ernstige als milde mentale stoornissen, doofstommen en zelfs personen met bepaalde terminale ziekten. 66

De lijst van groepen die als “inferieur” werden beoordeeld, werd later uitgebreid met personen met negroïde of monogoloïde kenmerken, zigeuners en degenen die niet slaagden voor een reeks ingenieus ontworpen, openlijk racistische tests waarvan nu bekend is dat ze waardeloos zijn. Nadat Jesse Owen verschillende gouden medailles had gewonnen op de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn, berispte Hitler de Amerikanen naar verluidt omdat ze zwarten toestonden om deel te nemen aan de wedstrijden. 67  Hoe de zwakken moesten worden “geselecteerd” voor eliminatie was niet consistent, noch werden de criteria gebruikt om “zwak” te bepalen. 68

De rechtvaardiging van deze programma’s was dat “toonaangevende biologen en professoren” ze bepleitten. Volgens psychiater en auteur Frederic Wertham redeneerde Dr. Karl Brandt dat, aangezien de geleerde professoren steun verleenden, het programma geldig moest zijn en “wie zou er beter gekwalificeerd zijn [om het programma te beoordelen] dan zij?” 69

EVOLUTIE EN OORLOG IN NAZI-DUITSLAND

Het darwinisme bood de Duitsers niet alleen een zinvolle interpretatie van hun recente militaire verleden, maar ook rechtvaardiging voor toekomstige agressie: “Het Duitse militaire succes in de Bismarckiaanse oorlogen paste keurig in de darwinistische categorieën [en in]… de strijd om te overleven, de geschiktheid van de Duitsers had duidelijk aangetoond.” 70  Met andere woorden, oorlog was een positieve kracht, niet alleen omdat het de zwakkere rassen uitschakelde, maar ook omdat het de zwakkere leden van de superieure rassen uitroeide. Hitler was niet alleen ongegeneerd van plan om een ​​superieur ras voort te brengen, maar hij vertrouwde ook openlijk op het darwinistische denken in zowel zijn uitroeiings- als oorlogsbeleid. 71

Mede om deze reden verheerlijkte nazi-Duitsland oorlog openlijk omdat het een belangrijk middel was om de minder fitte van het hoogste ras te elimineren, een stap die nodig was om “het ras te upgraden”. Clark concludeert, uitvoerig citerend uit Mein Kampf, dat:

Hitlers houding tegenover de Volkenbond en tegenover vrede en oorlog was op dezelfde principes gebaseerd. “Een wereldrechtbank zonder een wereldpolitie zou een grap zijn… de hele wereld van de natuur is een machtige strijd tussen kracht en zwakte – een eeuwige overwinning van de sterken op de zwakken. Er zou niets anders zijn dan verval in de hele natuur als dit niet zo was. Staten die deze elementaire wet [schenden] zouden in verval raken. Hij die wil leven, moet vechten. Wie niet wil vechten in deze wereld waar permanente strijd de wet van het leven is, heeft geen bestaansrecht.” Anders denken is de natuur “beledigen”. “Nood, ellende en ziekte zijn haar antwoorden.” 72

Duitse grootheid, benadrukte Hitler, kwam voornamelijk tot stand omdat Duitsers jingoïsten waren en hun zwakkere leden al eeuwenlang hadden uitgeschakeld. 73  Hoewel Duitsers geen onbekenden waren met oorlog, gaf deze nieuwe rechtvaardiging krachtige steun aan hun beleid. De opvatting dat de uitroeiing van de zwakkere rassen een belangrijke bron van evolutie was, werd goed uitgedrukt door Wiggam toen hij zei dat het menselijk ras

had nauwelijks meer hersens dan zijn antropoïde neven, de apen. Maar door zijn vijanden te schoppen, te bijten, te vechten, te slim af te zijn en te slim af te zijn, en door het feit dat degenen die niet genoeg verstand en kracht hadden om dit te doen, werden gedood, werd het brein van de mens enorm en groeide hij zowel in wijsheid als behendigheid, zo niet in grootte en moraal. 74

Met andere woorden, oorlog is op de lange termijn positief, omdat mensen alleen door dodelijke conflicten kunnen evolueren. Hitler beweerde zelfs als waarheid de tegenstrijdigheid dat de menselijke beschaving zoals we die kennen niet zou bestaan ​​als er geen constante oorlog was. Bovendien pleitten veel van de vooraanstaande wetenschappers van zijn tijd openlijk voor deze visie:

Haeckel was vooral dol op het prijzen van de oude Spartanen die hij zag als een succesvol en superieur volk als gevolg van hun sociaal goedgekeurde biologische selectie. Door iedereen te doden, behalve de ‘perfect gezonde en sterke kinderen’, waren de Spartanen ‘voortdurend in uitstekende kracht en kracht’. Duitsland zou deze Spartaanse gewoonte moeten volgen, aangezien kindermoord op misvormde en zieke mensen “een praktijk van voordeel was voor zowel de vernietigde kinderen als voor de gemeenschap.” Het was tenslotte slechts een ’traditioneel dogma’ en nauwelijks wetenschappelijke waarheid dat alle levens van gelijke waarde waren of moesten worden bewaard. 75

De algemene veronderstelling dat de Europese beschaving veel meer evolueerde dan andere, voornamelijk vanwege haar constante oorlogszucht in tegenstelling tot andere naties, is onjuist. Oorlog is eigenlijk typerend voor vrijwel alle volkeren, behalve bepaalde kleine eilandengroepen die overvloedig voedsel hebben, of volkeren in zeer koude gebieden. 76  Historisch gezien waren veel stammen in Afrika voortdurend betrokken bij oorlogen, net als de meeste volkeren in Azië en Amerika.

Ironisch genoeg erkenden Hitler, evenals Haeckel, Ploetz en anderen dat oorlog ook de sterkste en meest geschikte doodde, simpelweg omdat degenen die ongeschikt waren voor militaire dienst niet werden opgeroepen en bijgevolg minder kans hadden om in de strijd te sterven en meer kans hadden om gezinnen te hebben. 77  Dit was slechts een van de vele tegenstellingen in de nazi-beweging.

NAZISME IS TOEGEPASTE EVOLUTIE

Vanuit ons moderne perspectief zijn veel mensen tot de conclusie gekomen dat de Tweede Wereldoorlog en de gevolgen daarvan voortkwamen uit de ideologie van een boze gek en zijn evenzo kwaadaardige regering. Hitler zag zichzelf echter niet als slecht, maar als de weldoener van de mensheid. Richard Weikart concludeerde dat Hitler werd geïnspireerd door het darwinisme om een ​​utopisch project na te streven om het menselijk ras biologisch te verbeteren, en deze evolutionaire ethiek beïnvloedde bijna elk belangrijk kenmerk van het nazi-beleid, waaronder eugenetica, racisme, offensieve oorlogvoering, rassenuitroeiing en zelfs bevolkingsgroei. 78  Leden van deze inferieure rassen in concentratiekampen plaatsen was niet zozeer een poging om te straffen, maar, zoals zijn apologeten herhaaldelijk beweerden, een beschermende maatregel die vergelijkbaar was met het in quarantaine plaatsen van zieke mensen om besmetting van de rest van de gemeenschap te voorkomen.79

De nazi’s geloofden dat het elimineren van joden en andere ‘inferieure rassen’ een wetenschappelijke en rationele manier was om een ​​objectief groter goed te dienen. 80  Hitler was van mening dat de wereld hem uiteindelijk dankbaar zou zijn en zijn programma’s die de mensheid naar genetisch hogere niveaus van evolutie hebben getild als resultaat van het verminderen van rassenvervuiling door huwelijken van Ariërs met inferieure rassen te voorkomen:

Hitler werd vooral beïnvloed door de theorieën van de negentiende-eeuwse sociaal-darwinistische school, wiens opvatting van de mens als biologisch materiaal gepaard ging met impulsen naar een geplande samenleving. Hij was ervan overtuigd dat het ras uit elkaar viel en achteruitging door gebrekkige fokkerij als gevolg van een vrijelijk getinte promiscuïteit die het bloed van de natie aantastte. En dit leidde tot de opstelling van een catalogus van “positieve” curatieve maatregelen: rassenhygiëne, eugenetische keuze van huwelijkspartners, het fokken van mensen door middel van selectie enerzijds en uitroeiing anderzijds. 81

Zoals Höss eraan toevoegt: “een dergelijke strijd, gelegitimeerd door de nieuwste wetenschappelijke inzichten, rechtvaardigt de opvattingen van de racisten over superieure en inferieure mensen en naties en valideert het conflict tussen hen.” 82

Velen in Duitsland erkenden al vroeg de schade van het darwinisme, en de Pruisische minister van Onderwijs in 1875 verbood de “schoolmeesters in het land iets te maken te hebben met het darwinisme … met het oog op het beschermen van schoolkinderen tegen de gevaren van de nieuwe leerstellingen.” 83  Een belangrijke vraag is deze: zou de nazi-holocaust hebben plaatsgevonden als dit verbod van kracht was gebleven? Aan het begin van deze strijd stond Haeckel, die veel steun kreeg van vrijdenkers en anderen die…

verzamelden zich ondanks zijn vele waanideeën om hem heen, toen een maatregel als het bovengenoemde schoolreglement werd aangenomen…. Temeer daar de uitkomst de rechtvaardiging van Haeckel bewees; Het darwinisme mag dan in de scholen verboden zijn, het idee van evolutie en haar methode drong overal door…. En aan dit resultaat heeft Haeckel onmiskenbaar meer bijgedragen dan de meesten; alles van waarde in zijn uitingen is permanent geworden, terwijl zijn blunders zijn vergeten, zoals ze verdienen. 84

Veel biologen die het bovenstaande schrijven, zouden vandaag de dag vallen “zoals ze verdienen” omdat Haeckel door zijn critici wordt beschouwd als een gewetenloze vervalser die een niet geringe rol speelde in de verschrikkelijke gebeurtenissen die plaatsvonden in de jaren dertig en veertig.

De goed gedocumenteerde invloed van het darwinisme op de Holocaust is sterk gebagatelliseerd door de massamedia. Veel huidige schrijvers verdoezelen, negeren of verdraaien zelfs het nauwe verband tussen het darwinisme en nazi-racisme en het beleid dat het voortbracht. Maar, zoals Stein opmerkt, bestaat er weinig twijfel over dat de

geschiedenis van etnocentrisme, racisme, nationalisme en vreemdelingenhaat is ook een geschiedenis van het gebruik van wetenschap en de acties van wetenschappers ter ondersteuning van deze ideeën en sociale bewegingen. In veel gevallen is het duidelijk dat wetenschap door ideologisch geïnteresseerde politieke actoren slechts als grondstof of bewijs werd gebruikt als bewijs van vooroordelen. 85

Hij voegt eraan toe dat er ook weinig twijfel over bestaat dat deze zelfbeschermende houding gebaseerd is op een opzettelijke verkeerde lezing van de geschiedenis. Hij concludeert dat steun voor etnocentrisme en racisme veel gerespecteerde wetenschappers omvatte die zeer “actief waren in het gebruik van hun eigen gezag als wetenschappers om in naam van de wetenschap racistische en xenofobe politieke en sociale doctrines te bevorderen en te ondersteunen”. 86  Hij voegt eraan toe dat de wetenschappers van die tijd niet konden ontkennen dat ze wetenschap gebruikten om racisme te bevorderen, en het is historisch witwas om te proberen te beweren dat het misbruik van wetenschap in het verleden geen gerespecteerde wetenschap was, maar slechts pseudowetenschap.

DE CLAIM DAT CHARLES DARWIN ENKEL ZIJN CULTUUR WEERSPIEGEL

Het is veelzeggend dat Charles Darwin niet alleen reageerde op zijn cultuur: “we hebben allemaal keer op keer gehoord dat de reden waarom Darwins theorie zo… seksistisch en racistisch was, is dat de samenleving van Darwin dezelfde kenmerken vertoonde.” Professor David Hull beantwoordt deze beschuldiging door op te merken dat Darwin niet “zo ongevoelig was dat hij eenvoudig de kenmerken van zijn samenleving in de natuur las”. 87  Het is duidelijk dat Darwin een belangrijke rol speelde bij het creëren van de samenleving die volgens wetenschappers vandaag de dag schuldig was aan het negatief beïnvloeden van Darwin, en verontschuldigde hem voor zijn bijdrage.

Er zijn relatief weinig wetenschappelijke studies die rechtstreeks betrekking hebben op het darwinisme en het nazisme, deels omdat veel evolutionisten het onderwerp mijden omdat evolutie onvermijdelijk selectionistisch is. Een van de best gedocumenteerde studies die dit ondersteunt, waarbij gebruik wordt gemaakt van primaire bronnen, is die van historicus Richard Weikart. 88  Een van de beste recensies van darwinistische en nazi-documenten concludeert dat de nazi’s er zeker van waren dat hun uitroeiingsprogramma’s stevig op wetenschap waren gebaseerd. 89

Onlangs hebben een aantal populaire artikelen verrassend openhartige verslagen over dit onderwerp gepubliceerd. 90  De bron van het ergste van het nazisme was het darwinisme, en we moeten eerst de geschiedenis begrijpen om herhaling ervan te voorkomen, want “zij die de lessen van de geschiedenis negeren, zijn gedoemd haar te herhalen.” 91

Na een uitgebreide studie van de moorden met “natuurlijke selectie” gepleegd in Duitse instellingen, concludeerde Dr. Frederic Wertham dat de psychiatrische en medische beroepen tot de meest enthousiaste supporters van nazi-rassenprogramma’s behoorden. 92  Ze voerden niet alleen graag het nazibeleid uit, maar gingen vaak veel verder dan wat de wet vereiste. Hij vertelt over de activiteiten van talrijke vooraanstaande psychiaters en artsen van vooraanstaande Duitse universiteiten. Veel van deze wetenschappers steunden niet alleen het nazi-beleid van ‘kunstmatige evolutie’, maar implementeerden dit beleid gretig en worden vandaag de dag nog steeds in de literatuur als experts geciteerd. 93 Zeer gerespecteerde wetenschappelijke werken, gepubliceerd in nazi-Duitsland en elders, pleitten openlijk voor de eliminatie van degenen die veroordeeld werden, niet alleen een “vreemd lichaam in de menselijke [d.w.z. Arische] samenleving”, maar mensen die “onder het niveau van beesten” waren.

Hoewel de rechtvaardiging voor uitroeiingsprogramma’s de wens omvatte om “erfelijke ziekten” die een “drainage van het Duitse volk” waren, uit te roeien, hadden de meeste van de vermoorden geen erfelijke aandoeningen. 94  Het nazisme geloofde dat de staat de plicht had om “verlossing van het kwaad” te bieden in de vorm van een snel en pijnloos medicijn om nutteloze eters te elimineren. 95

GEBREK AAN OPPOSITIE TEGEN NAZI-RACISME

Hoewel Duitsland de leider was geweest in de protestantse Reformatie, vervingen de zogenaamde Verlichting en Darwinistische ideeën snel het christelijke wereldbeeld. De Duitse samenleving nam snel een door en door seculier wereldbeeld aan dat voor waarden en moraal op wetenschap en materialistische filosofie vertrouwde. Nazi’s rationaliseerden dat het dwingen van Joden en andere ‘inferieure rassen’ naar concentratiekampen niet wreed of zelfs straf was, maar vergelijkbaar met het in quarantaine plaatsen van zieken om te voorkomen dat ze hun ziekte naar de gezonde mensen verspreiden. De omstandigheden in de kampen verslechterden later, maar sommige nazi’s beweerden dat de grootste zorg in eerste instantie was om inferieure rassen in quarantaine te plaatsen om besmetting van de Arische genenpool door rassen te voorkomen. In feite werd het grootste aantal Joden uitgeroeid voordat de kampomstandigheden waren verslechterd.

Deze ideeën waren toen niet door de meeste wetenschappers tegengewerkt, maar eerder “de meeste leden van de wetenschappelijke en academische gemeenschap” deden niet alleen “heel weinig om de opkomst van Hitler en het nationaal-socialisme tegen te gaan”, maar in veel gevallen waren ze

hun aanzienlijke prestige als wetenschappers verleenden aan de ondersteuning van de ideeën van de nationaal-socialistische beweging [de nazi’s]. Historisch gezien is het gewoon waar dat Duitse academici en wetenschappers inderdaad hebben bijgedragen aan de ontwikkeling en uiteindelijk het succes van het nationaal-socialisme, zowel direct door hun inspanningen als wetenschappers als indirect door de popularisering of vulgarisering van hun wetenschappelijk werk. 96

Dr. Wertham, zelf een Duitse psychiater, merkt op dat psychiaters zo door hun darwinisme werden meegesleept dat ze later daadwerkelijk de buitenwereld bereikten op zoek naar slachtoffers voor hun vernietigingskampen! Ze overtuigden eerst de ouders of voogd dat “zulke mensen onder [hun] voogdij [moeten] worden geplaatst en naar een instelling worden gestuurd” en van daaruit “werden ze snel in de gaskamers gestopt.” 97

Wertham concludeerde dat de hele procedure voor het bepalen van degenen die als “ongeschikt” werden beschouwd om te paren (en zelfs te leven) werd gekenmerkt door een bijna volledige afwezigheid van medeleven, genade of medelijden met de slachtoffers. Hij oordeelde dat de meest betrouwbare schatting van het aantal ‘psychiatrische’ en andere patiënten die in Duitse instellingen als onderdeel van het euthanasieprogramma zijn vermoord, minstens 275.000 was. 98

Alleen al één instelling, Hadamar, vierde in 1941 de “crematie van de tienduizendste psychiatrische patiënt… [psychiaters, verpleegsters, verzorgers en secretarissen] namen allemaal deel. Iedereen kreeg voor de gelegenheid een flesje bier.” 99  Dr. Wertham beweerde zelfs dat de hele bevolking van elke instelling in het door Duitsland gecontroleerde gebied waarschijnlijk zou zijn geëlimineerd als de geallieerden Duitsland niet hadden verslagen. In veel gevallen werd de totale populatie van veel instellingen – zelfs grote – uitgeroeid en werden de instellingen gesloten. 100

Omdat bepaalde kerkleiders en humanitairen protesteerden tegen deze eugenetische moorden, kwam Hitler zelf uiteindelijk tussenbeide. Tijdens hun verlof vernamen veel soldaten dat een geesteszieke broer, grootouder, oud familielid of een vriend die tijdens de oorlog gewond was geraakt, was ‘verdwenen’. 101  De wetenschap dat hun landgenoten thuis door honderdduizenden werden vermoord, was demoraliserend. Wertham beweert dat de nazi-regering zich realiseerde dat veel soldaten bang werden dat ze in de gaskamers terecht zouden komen als ze in de oorlog gewond zouden raken. 102

Hitler erkende dat de uitbreiding van het “zuiveringsprogramma” van het ras naar degenen die “economisch niet in staat waren om bij te dragen”, zoals de oorlogsgewonden, de motivatie van de Duitsers om voor hun vaderland te vechten, belemmerde. Wertham concludeerde dat deze laatste uitbreiding van het doden “officieel stopte”, maar in werkelijkheid doorging, hoewel minder schaamteloos en meer verborgen dan voorheen.

Het nazisme wordt vaak gebruikt als een voorbeeld van het gevaar van “religieuze” ijver, maar slechts af en toe vermeldt de populaire literatuur de sleutelrol van de eugenetica van Francis Galton, wiens theorieën waren gebaseerd op de theorie van natuurlijke selectie die door zijn neef, Charles Darwin, werd omarmd. . Vast overtuigd dat de darwinistische evolutie waar was, zag Hitler zichzelf als een weldoener van de hele mensheid. Door een superieur ras te fokken, dacht hij dat hij uiteindelijk de bewondering van de wereld zou krijgen als de man die de mensheid naar een hoger niveau van evolutionaire ontwikkeling tilde. Wat Hitler probeerde te doen, moet worden gerangschikt naast de meest gruwelijke misdaden uit de geschiedenis, en Darwin als de vader van een van de meest destructieve filosofieën in de geschiedenis.

OVERZICHT

De geschriften van vooraanstaande nazi’s en vroege twintigste-eeuwse Duitse biologen onthullen dat Darwins theorie een grote invloed had op het nazi-rassenbeleid. Hitler geloofde dat de menselijke genenpool kon worden verbeterd door selectief fokken te gebruiken, vergelijkbaar met hoe boeren fokken voor superieur vee. Bij het formuleren van haar rassenbeleid leunde Hitlers regering zwaar op het darwinisme, vooral de uitwerkingen van bioloog Ernst Haeckel.

Als gevolg hiervan was een centraal beleid van de regering van Hitler de ontwikkeling en implementatie van beleid dat was ontworpen om een ​​”superieur ras” te produceren. Dit vereiste op zijn minst voorkomen dat de “inferieure rassen” zich vermengen met degenen die als superieur werden beoordeeld om besmetting van de genenpool van laatstgenoemde te verminderen. 103  Het geloof van het ‘superieure ras’ was gebaseerd op de theorie van raciale ongelijkheid, een belangrijke veronderstelling en vereiste van Darwins oorspronkelijke overleving van de sterkste theorie. Deze filosofie culmineerde in de Endlösung, de uitroeiing van ongeveer 6 miljoen Joden en meer dan 5 miljoen andere mensen die behoorden tot wat volgens Duitse wetenschappers ‘inferieure rassen’ waren. 104

_______________

1 Adolf Hitler, Hitler’s geheime gesprekken, 1941-1944, vert. Norman Cameron en RH Stevens; inleiding. HR Trevor-Roper (New York: Farrar, Straus en Young, 1953).

2 William Bell Riley, Hitlerisme of de filosofie van evolutie in actie (Minneapolis: Irene Woods, 1941); W. Rowan, “Charles Darwin” in Architects of Modern Thought (Toronto: Canadian Broadcasting Corporation, 1955); Richard Weikart, Van Darwin tot Hitler (New York: Palgrave Macmillan, 2004); Richard Weikart, “The Impact of Social Darwinism on Anti-Semitic Ideology in Germany and Austria, 1860-1945” in Geoffrey Cantor en Marc Swetlitz, eds., Jewish Tradition and the Challenge of Darwinism (Chicago: The University of Chicago Press, 2006 ); Richard Weikart, Hitler’s Ethic: The Nazi Pursuit of Evolutionary Progress (New York: Palgrave MacMillan, 2009).

3  Allan Chase, The Legacy of Malthus: The Social Costs of the New Scientific Racism (New York: Alfred Knopf, 1980).

4  Ernst Haeckel, De geschiedenis van de schepping: of de ontwikkeling van de aarde en haar bewoners door natuurlijke oorzaken (New York: Appleton, 1876); Ernst Haeckel, Het raadsel van het heelal (New York: Harper, 1900); Ernst Haeckel, The Wonders of Life: A Popular Study of Biological Philosophy (New York: Harper, 1905); Ernst Haeckel, Eternity: World War Gedachten over leven en dood, religie en de evolutietheorie (New York: Truth Seeker, 1916); Ernst Haeckel, De evolutie van de mens (New York: Appleton, 1920).

5  “De economische kosten van de oorlog worden geschat op 1500 miljard dollar” [Hermann Kinder en Werner Hilgemann, eds., The Penguin Atlas of World History, trans. Ernest A. Menze (Harmondsworth: Penguin Books, 2003)]. In 2012 Amerikaanse dollars, $ 1,5 biljoen omgezet in $ 18,75 biljoen.

6  Pierre Aycoberry, The Nazi Question: An Essay on the Interpretations of National Socialism, 1922-1975 (New York: Pantheon, 1981); Alan D. Beyerchen, Scientists under Hitler: Politics and the Physics Community in the Third Reich (New Haven: Yale University Press, 1977); George Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, American Scientist 76, nr. 1 (jan-februari 1988): 50-58.

7  Ethel Tobach, John Gianusos, Howard R. Topoff en Charles G. Gross, The Four Horsemen: Racism, Sexism, Militarism, and Social Darwinism (New York: Behavioral Publications, 1974).

8  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme.”

9  Marc Lappe, ‘Eugenics’, in Kenneth Ludmerer, ed., The Encyclopedia of Bioethics (New York: Free Press, 1978), 457.

10  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme.”

11  Arthur Keith, Evolutie en Ethiek (New York: GP Putnam’s Sons, 1946), 230.

12 Joseph Tenenbaum, Race en Reich (New York: Twayne, 1956), 211.

13  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 53.

14  Daniel Gasman, The Scientific Origin of National Socialism (New York: American Elsevier, 1971), xiv.

15  Sheila Faith Weiss, rassenhygiëne en nationale efficiëntie: de eugenetica van Wilhelm Schallmayer (Berkeley: University of California Press, 1988); Aycoberry, Het nazi-vraagstuk.

16  Haeckel, De geschiedenis van de schepping, 434.

17  Haeckel, De geschiedenis van de schepping, 332.

18  Haeckel, De geschiedenis van de schepping, 321.

19 Tenenbaum, Race en Reich, 211-212 .

20 Weikart, “De impact van sociaal darwinisme”, 110.

21  Beate Wilder-Smith, The Day Nazi Germany Died: An Eyewitness Account of the Russian and Allied Invasion of Germany (San Diego: Master Books, 1982), 27.

22  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 51.

23  Eberhard Jackel, Hitlers Weltanschauung (Middletown: Wesleyan University Press, 1972).

24  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 56.

25  Robert N. Proctor, Racial Hygiene: Medicine under the Nazis (Cambridge: Harvard University Press, 1988), 291.

26  Paul Weindling, gezondheid, ras en Duitse politiek tussen nationale eenwording en nazisme, 1870-1945 (Cambridge: Cambridge University Press, 1989).

27  Proctor, Raciale hygiëne: geneeskunde onder de nazi’s, 291.

28  Karl A. Schleunes, The Twisted Road to Auschwitz: nazi-beleid ten aanzien van Duitse joden, 1933-1939 (Urbana: University of Illinois Press, 1970); Norman Cohn, Warrant for Genocide: The Myth of the Jewish World Conspiracy en de protocollen van de Wijzen van Zion (New York: Scholow Press, 1981).

29  Stephen Jay Gould, Ontogeny and Phylogeny (Cambridge: Harvard University Press, 1977), 127.

30  Ernstige Albert Hooton, waarom mannen zich gedragen als apen en vice versa; of, Lichaam en gedrag (Princeton: Princeton University Press, 1941).

31  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz.

32  Edwin G. Conklin, The Direction of Human Evolution (New York: Scribner’s, 1921), 34, 53.

33 Harry Bruinius, Better for All the World: The Secret History of Forced Sterilization and America’s Quest for Racial Purity (New York: Knopf, 2006).

34  Achtervolging, de erfenis van Malthus, 343.

35  Proctor, Raciale hygiëne: geneeskunde onder de nazi’s, 40.

36  Edwin Black, War against the Weak: Eugenics and American’s Campaign to Create a Master Race (New York: Four Walls Eight Windows Press, 2003).

37  Daniel J. Kevles, In the Name of Eugenics: Genetics and the Uses of Human Heredity (New York: Knopf, 1985), 116.

38  Stefan Kühl, The Nazi Connection: Eugenetica, Amerikaans racisme en Duits nationaal-socialisme (New York: Oxford University Press, 2002).

39  Kevles, In de naam van Eugenetica, 118.

40  Kühl, De nazi-verbinding; William Stanton, Spots The Leopard’s: wetenschappelijke houding ten opzichte van Race in Amerika, 1815-1859 (Chicago: University of Chicago Press, 1960).

41 Weikart, “De impact van sociaal darwinisme”; Ruth Lewin Sime, Lise Meitner: A Life in Physics (Berkeley: University of California Press, 1996)

42  Beyerchen, Wetenschappers onder Hitler.

43  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz.

44  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz, 33.

45  Bryan Mark Rigg, Hitler’s Joodse soldaten: het onvertelde verhaal van nazi-rassenwetten en mannen van joodse afkomst in het Duitse leger (Lawrence: University of Kansas, 2002).

46  Rigg, Hitlers Joodse soldaten, 78.

47  Greta Jones, sociaal darwinisme en Engels denken: de interactie tussen biologische en sociale theorie (Atlantic Highlands: The Humanities Press, 1980), 168.

48  Zwart, oorlog tegen de zwakken.

49  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz, 31–32.

50 Leon Poliakov, De Arische mythe (New York: Barnes & Noble, 1996).

51  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz, 32.

52  Geciteerd in Chase, The Legacy of Malthus, 349.

53  James King, The Biology of Race (Berkeley: University of California Press, 1981), 156.

54  John S. Haller, Jr., Outcasts from Evolution: Scientific Attitudes of Racial Inferiority, 1859-1900 (Urbana: University of Illinois Press, 1971).

55  Geciteerd in Kevles, In the Name of Eugenics, 91.

56  Nancy L. Gallagher, Betere Vermonters kweken: het Eugenics-project in de staat Green Mountain (Hannover: University of New England Press, 1999).

57  Chase, de erfenis van Malthus.

58  Kevles, In de naam van Eugenetica, 101.

59  Kevles, In de naam van Eugenetica, 360.

60  Joachim C. Fest, The Face of the Third Reich: Portraits of the Nazi Leadership (New York: Pantheon, 1970), 99-100.

61 George L. Mosse, Nazi-cultuur: intellectueel, cultureel en sociaal leven in het Derde Rijk (Madison: University of Wisconsin Press, 1981), 57.

62 Mosse, nazi-cultuur, 57.

63 Mosse, nazi-cultuur, 58.

64  Stephen Murdoch, IQ: Een slimme geschiedenis van een mislukt idee (New York: Wiley, 2007), 119-138; Marc Hillel en Clarissa Henry, Of Pure Blood (New York: McGraw-Hill, 1976).

65  Poliakov, De Arische mythe, 282.

66  Frederic Wertham, A Sign for Cain: An Exploration of Human Violence (New York: Macmillan, 1966); Chase, de erfenis van Malthus.

67  Stanton, De vlekken van de luipaard.

68  Weindling, gezondheid, ras en Duitse politiek.

69  Wertham, Een teken voor Kaïn, 160.

70  Schleunes, De kronkelige weg naar Auschwitz, 31.

71  Jackel, Hitlers Weltanschauung.

72 Robert Clark, Darwin: voor en na (Grand Rapids: Grand Rapids International Press, 1958), 115-116.

73  Norman Rich, Hitlers oorlogsdoelen (New York: WW Norton & Co., 1973).

74  Albert Edward Wiggam, The New Dialogue of Science (Garden City: Garden City Publishing Co, 1922), 102.

75  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 56.

76  Gerald L. Posner en John Ware, Mengele: The Complete Story (New York: McGraw Hill, 1986).

77  Paul Crook, darwinisme, oorlog en geschiedenis (New York: Cambridge University Press, 1994).

78 Weikart, Hitlers ethiek.

79  Ellis Washington, “Nürnberg-project: sociaal darwinisme in nazi-familie- en erfrecht”, Rutgers Journal of Law and Religion (najaar 2011).

80  Peter J. Haas, “Negentiende-eeuwse wetenschap en de vorming van het nazi-beleid.” Journal of Theology 99 (1995): 6-30.

81  Fest, Het gezicht van het Derde Rijk, 99.

82  Höss, commandant van Auschwitz, 110.

83  Erik Nordenskjöld, De geschiedenis van de biologie, vert. Leonard Bucknell Eyre (New York: Tudor Publishing Company, 1935), 522.

84  Nordenskjöld, De geschiedenis van de biologie, 522.

85  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 50.

86  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 50.

87  David Hull, “Oom Sam wil je. Een recensie uit het boek Mystery of Mysteries: Is Evolution a Social Construction? door Michael Ruse,” Science 284 (1999): 1131-1132.

88 Weikart, Van Darwin tot Hitler.

89  Benno Müller-Hill, Murderous Science: Eliminatie door wetenschappelijke selectie van joden, zigeuners en anderen, Duitsland, 1933-1945 (Oxford: Oxford University Press, 1988).

90  Zie bijvoorbeeld Paul Gray, ‘Cursed by Eugenics’, Time (11 januari 1999): 84–85.

91  Jones, sociaal darwinisme en Engels denken.

92  Wertham, een teken voor Kaïn.

93  Quirin Schiermeier, “Geschil barst los over beweringen van nazi-onderzoek”, Nature, Vol. 398, nr. 6725 (25 maart 1999): 274.

94  Stein, ‘Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme’, 50–58; Wertham, Een teken voor Kaïn, 158.

95  Haeckel, De wonderen van het leven, 118-119.

96  Stein, “Biologische wetenschap en de wortels van het nazisme”, 159.

97  Wertham, Een teken voor Kaïn, 159.

98  Wertham, Een teken voor Kaïn, 158.

99  Wertham, Een teken voor Kaïn, 157.

100  Wertham, een teken voor Kaïn.

101  Bruno Bettelheim, The Informed Heart: Autonomy in a Mass Age (New York: Free Press, 1960).

102  Wertham, Een teken voor Kaïn, 187.

103 Richard Milner, The Encyclopedia of Evolution (New York: Facts on File, 1990).

104 Gerald Astor, The Last Nazi: The Life and Times of Joseph Mengele (New York: Donald Fine, 1985); Jerry Bergman, “Darwinisme als een factor in de twintigste-eeuwse totalitarisme-holocaust”, Creation Research Society Quarterly, 39, nr. 1 (2002): 47-53.

Nazisme begrijpen: Alfred Rosenberg: De “schrijver van het nieuwe evangelie” van het darwinisme

Deze serie artikels is bedoelt om het nazisme beter te begrijpen. Al de artikels hebben te maken met het Darwinisme, want dat was de belangrijkste gedachte om de Holocaust uit te voeren.

INVOERING

Alfred Rosenberg (12 januari 1893 – 16 oktober 1946) was een belangrijke ideologische leider in de nazi-partij, vooral bij het begin. Rosenberg was “de vader van de nazi-ideologie en de auteur van het boek dat een diepgaand effect had op Hitler, namelijk Der Mythos des 20 Jahrhunderts (De mythe van de twintigste eeuw), gepubliceerd in 1930. 1  Deze invloedrijke racistische antisemitische en anti- – Katholiek boek had ook invloed op het vroege nazi-partijbeleid. Rosenberg heeft ook bijgedragen aan het boek De vernieuwing van Duitsland, een boekdeel dat door Hitler aan alle partijleden werd aanbevolen om te lezen. 2

Door zijn geschriften werd Rosenberg de ‘schrijver van het nieuwe evangelie’, de filosofie van het nazisme gebaseerd op sociaal darwinisme. 3  Deze filosofie was racistisch, antisemitisch, pan-Duits, militaristisch en pseudo-religieus. Hij werd de nazi-theoreticus van de Holocaust genoemd. 4

Als redacteur en later uitgever van de belangrijkste Duitse krant die Hitler dagelijks las, Völkischer Beobachter (‘Volkswaarnemer’), speelde Rosenberg een belangrijke rol in het vormgeven van het denken van miljoenen Duitsers. 5  Zijn invloed was zo groot dat hij de ‘culturele leider’ van het Derde Rijk werd. 6  Volgens sommigen was hij ook de auteur van de aanduiding ‘Het Derde Rijk’ voor de regering van Hitler, die naar verwachting duizend jaar zou duren. Uiteindelijk heeft het maar een tiental jaar geduurd. Hitler erkende dat hij een filosofische basis moest hebben voor zijn programma, en hiervoor wendde hij zich tot een van zijn eerste bondgenoten, Rosenberg. 7  Rosenbergs ideologie was:

uiteindelijk gerelateerd aan ras (racisme, nordicisme, raciale ziel, etniciteit, bloed en eer, enz. – termen die hij grotendeels door elkaar gebruikte). Zijn bijdragen aan het idee van antisemitisme, aan het nationaal-socialistische concept van de staat, aan anti-universalisme en aan Germaanse of gegermaniseerde religie zijn zeker nauw verbonden met zijn alomtegenwoordige ideologie van ras. 8

Verder behandelde hij vaak het onderwerp van:

raciale vermenging (vervalsing), kruising en rassenvermenging (door hem meestal aangeduid als raciale schaamte, schande en schande). In wezen geloofde Rosenberg dat de Scandinavische raciale zuiverheid het voortouw nam in de strijd van blank Europa tegen raciale vernietiging (“bloedvergiftiging”); het was van vitaal belang, waarschuwde hij, dat raciale zuiverheid niet alleen als een principe van binnenlands, maar ook van buitenlands beleid werd beschouwd. Voor Rosenberg was dit niet alleen de verantwoordelijkheid van Duitsland. 9

In zijn boek uit 1927, Zukunftsweg einer deutschen Aussenpolitik (The Future Course of German Foreign Policy), formuleerde Rosenberg bijvoorbeeld een ruwe methode om wereldwijde raciale zuiverheid te garanderen.

In het begin van de jaren veertig werd de Holocaust een van Hitlers belangrijkste doelstellingen voor Duitsland. Op 1 maart 1942 tekende hij een decreet over Duitslands “systematische geestelijke strijd tegen joden, vrijmetselaars en hun bondgenoten”, zogenaamd omdat deze groepen allemaal tegenstanders waren van de doelstellingen van het nationaal-socialisme. 10  Dit decreet “noodzakelijke oorlogsmissie” bepaalde dat niet alleen joden, vrijmetselaars en hun bondgenoten, maar ook de ideologische tegenstanders van het nationaal-socialisme moesten worden vernietigd. Verder stelde de nazi-richtlijn dat deze groepen waren:

de auteurs van de oorlog die momenteel tegen het Reich is gericht. De systematische geestelijke strijd tegen deze machten is een noodzakelijke oorlogsmissie. Daarom heb ik Reichsleiter Alfred Rosenberg opdracht gegeven deze missie uit te voeren in samenwerking met de chef van het opperbevel van de Wehrmacht. Zijn operationele staf voor de bezette gebieden is gemachtigd om relevant materiaal te zoeken in bibliotheken, archieven, loges en andere ideologische of culturele instellingen van alle soorten, en dit materiaal te laten confisqueren voor het ideologische werk van de nazi-partij en daaropvolgend onderzoekswerk bij de Nationaal-Socialistische Academie. 11

Vermoedelijk zou dit project, waarvoor Rosenberg een missie had uit te voeren, Hitler en zijn academische aanhangers helpen die het in beslag genomen materiaal gingen “onderzoeken” om bewijs te vinden ter ondersteuning van hun doel om degenen die als inferieure rassen worden beschouwd uit te roeien.

Rosenbergs levensdoel, dat hij gedeeltelijk vervulde, was ‘de bewaarder van de partijideologie en de auteur van zijn magnum opus te worden dat het nationaal-socialisme een definitieve theorie over de geschiedenis als functie van ras zou verschaffen. 12  Rosenberg geloofde, in tegenstelling tot het bijbelse verslag en de historische christelijke leer, dat God afzonderlijke mensenrassen schiep en dat het Arische ras superieur was aan alle andere. Historicus Raymond Feely concludeerde dat al in 1940, “Buiten Mein Kampf, de mythe van de twintigste eeuw van de heer Rosenberg in zekere zin de belangrijkste verhandeling in het Derde Rijk is.” 13  Het is in het Engels vertaald en wordt in druk gehouden door veel van de tegenwoordig bestaande blanke supremacistische groepen.

Naast Mein Kampf werd dit tweedelige werk het belangrijkste boek van het nationaal-socialisme en er werden bijna twee miljoen exemplaren verkocht. 14  In hoeverre De Mythe van de Twintigste Eeuw werkelijk werd gelezen en begrepen, is echter niet bekend. Historicus Paul Roland beweerde dat het enorme boek, met zijn honderden voetnoten, de onderscheiding heeft als een van de meest ongelezen bestverkochte boeken in de geschiedenis – niettemin had het nog steeds een baanbrekende invloed op de vroege nazi-ideologie. 15

De mythe van de twintigste eeuw maakte ook ‘een directe en diepe indruk op Hitler’, althans tijdens de vroege periode van de nazi-beweging. 16  Nederlanders beweerden dat Rosenberg “in het oorspronkelijke programma van Hitler … de doctrine van raciale waarde had geïmporteerd, dat wil zeggen de superioriteit van Duits Arisch bloed.” 17  Professor Richard Evans documenteerde dat Rosenberg, meer dan wie dan ook, “Hitlers aandacht richtte op de dreiging van… een Joodse samenzwering. …door Rosenberg vond het Russische antisemitisme, met zijn extreme samenzweringstheorieën en zijn uitroeiende stuwkracht, zijn weg naar de nazi-ideologie in het begin van de jaren twintig.” 18

Hitler was blij te horen dat De mythe van de twintigste eeuw een grote boost in de verkoop kreeg toen de Duitse kardinaal von Faulhaber van München het boek veroordeelde en het op de katholieke index plaatste als een ketters werk. 19  Na de formele veroordeling trok de verkoop aanzienlijk aan. De gebreken waren zodanig dat zelfs Hitler delen ervan belachelijk maakte voor zijn insiders.

Afbeeldingen

Het belang van Rosenberg wordt verder geïllustreerd door zijn opname onder de tien mensen die tijdens de processen van Neurenberg werden beschouwd als de meest verantwoordelijke voor de Holocaust die nog leefde aan het einde van de oorlog. Hij werd “de theoreticus van de partij” genoemd en “vergaarde de verwarde ideeën van Hitler en verduidelijkte ze.” Het resultaat was dat Hitler voortbouwde op “de ideeën van Rosenberg en zich liet beïnvloeden door Rosenberg in al zijn beslissingen.” 20  Volgens een voormalige insider veranderde de rol van Rosenberg toen hij om verschillende redenen na 1940 een deel van zijn nazi-status verloor.

Rosenberg promootte ook actief andere racistische auteurs, waardoor ze zowel meer geloofwaardigheid als meer verkoop kregen. Een voorbeeld was professor Hans Weinert, die in zijn boek over het ontstaan ​​van menselijke rassen het rassenbeleid besprak dat bedoeld was om evolutionaire vooruitgang te bevorderen. Hij concludeerde dat het pad naar hogere niveaus van evolutie eugenetica en een verbod op raciale vermenging omvatte. 21

Professor Weinerts opvattingen over de evolutie van menselijke rassen werden grotendeels goed ontvangen door de nazi-beweging, zoals blijkt uit de officiële publicatie van het National Socialist Racial Policy Office waarin Weinerts boeken, waaronder Die Rassen der Menschheit (The Races of Mankind), worden vermeld als waardevolle boeken over rassentheorie . De Nationalsozialistische Monatshefte, onder redactie van Alfred Rosenberg, bevatte een artikel van Heinz Brücher over Weinerts werk waarin een van Weinerts boeken over ras en menselijke evolutie werd gepromoot. 22

DE THESIS VAN ROSENBERGS BOEK

Het thema van Rosenbergs boek was niet alleen bloedzuiverheid, antisemitisme en de afwijzing van het christendom, maar ook het belang van de overheersing van de samenleving door “zij die raciaal superieur zijn”. 23  Uiterlijk leek het boek zeer wetenschappelijk ondersteund door zijn gedetailleerde eruditie gedocumenteerd door honderden voetnoten, sommige langer dan een hele pagina. En, niet verrassend, het belangrijkste doelwit van Rosenberg

waren de Joden. Zijn monumentale, consistente en praktisch ongekwalificeerde antisemitisme vereist een apart hoofdstuk [in zijn boek]. Bovendien was Rosenberg openhartig in zijn frequente denigrerende verwijzingen naar negers (meestal naar hem verwezen als “Niggers”). Normaal gesproken besprak hij ze in verband met de problemen van rassenvermenging, en vaak stelde hij negers opzettelijk gelijk aan joden. 24

Verder behandelde Rosenberg

Europese geschiedenis als de strijd van het Duitse volk tegen de slopende invloeden van het jodendom en de rooms-katholieke kerk, en hij plunderde literaire en historische bronnen voor materiaal om zijn stelling te ondersteunen. Hij kon dit gemakkelijker doen door een puur subjectief begrip van ras aan te nemen. … wat hij ten zeerste goedkeurde was, ipso facto, Germaans; wat hij ten diepste verwierp, was, in overeenstemming met dezelfde definitie, joods. 25

De mythe van de twintigste eeuw werd geïnspireerd door Rosenbergs ‘intellectuele mentor’ Stewart Chamberlain, en ook door Arthur de Gobineau die An Essay on the Inequality of the Human Races schreef, en ook door Friedrich Nietzsche die de superman-superioriteitstheorie predikte. Volgens James Whisker, hoogleraar politieke wetenschappen aan de West Virginia University, was het thema van Rosenbergs boek het herinterpreteren van de hele geschiedenis in termen van rassenconflicten. 26

Zowel Chamberlain als Rosenberg “geloofden dat de mensheid absoluut was verdeeld in superieure en inferieure wezens.” 27  Bovendien mag het superieure ras geen „raciale vervuiling” plegen door „zich seksueel te vermengen met inferieure wezens”. 28  Rosenberg concludeerde dat de biologische genen die een superieure cultuur en politiek systeem voortbrachten, uniek waren voor Noordse mannen. Hij schreef dat het “Duitse volk niet wordt gekenmerkt door de erfzonde, maar door de oorspronkelijke adel.” 29  Zijn racisme, benadrukte hij, was gebaseerd op het darwinisme en de beste wetenschap van die tijd, ondersteund door vooraanstaande Duitse wetenschappers. 30

Zoals het geval was met veel nazi’s, werd Rosenberg beïnvloed door Arthur de Gobineau. Gobineau was een groot voorstander van de theorie van de blanke suprematie. In zijn meest invloedrijke werk, het vierdelige Essai sur l’inégalité des races humaines (Essay over de ongelijkheid van menselijke rassen) uit het midden van de jaren 1850, verklaarde de Gobineau de superioriteit van het blanke ras over anderen. Hij voerde aan dat het blanke ras alleen zou gedijen als het niet besmet zou raken door zich te vermengen met andere rassen. Dit geloof werd uiteindelijk een van de belangrijkste principes van de nazi-filosofie. 31

RACISME IN DE KERN VAN ROSENBERG’S NAZI-IDEOLOGIE

In zijn inleiding tot het boek van Rosenberg, om het belang van het boek voor het nazisme te documenteren, schreef professor Peel dat Nazi orthodoxie was nooit zo monolithisch noch zo alomvattend als die van Marx en Lenin. Er was natuurlijk overeenstemming over de belangrijkste kwesties – dat het wereldjodendom de onverzoenlijke vijand was van de hele Arische beschaving en cultuur en vooral van Duitsland. 32

Hoewel Rosenbergs opvattingen over Darwin gemengd waren, steunde hij openlijk Darwins ‘survival of the fittest’ en ‘superior race’-ideologieën. Het feit is dat de nazi’s combineerden hun rassentheorieën met de evolutietheorieën van Charles Darwin om hun behandeling van de Joden te rechtvaardigen. De Duitsers, als de sterkste en sterkste, waren voorbestemd om te regeren, terwijl de zwakke en raciaal vervalste Joden tot uitsterven gedoemd waren. 33

Rosenberg benadrukte het darwinistische idee dat “het leven voortkomt uit strijd, uit de dood.” 34  Hij ontkende openlijk “absoluut” de schepping ex nihilo om verschillende redenen, waaronder het feit dat hij dacht dat “een creationistische kijk” van de oorsprong “een Aziatisch-joods idee was, dat van Paulus (Saul) via de rooms-katholieke kerk naar Luther ging.” 35  Rosenberg leerde ook dat joden zonen waren van de „Joodse Jehovah” die een „zwendel, een promotor van leugens en een moordenaar” was. 36

Kortom, de belangrijkste ideeën die Rosenberg inspireerden om zijn nieuwe “Duitse Bijbel” samen te stellen, waren antisemitisme, afwijzing van het christendom en het recht van “zij die raciaal superieur zijn” om de raciaal inferieure te domineren. 37  Om al deze redenen viel hij agressief het joods-christelijke idee van schepping aan. Een belangrijke factor voor het succes van Rosenbergs ideeën en nazi-politiek in Duitsland was dat ze een beroep deden op professoren, studenten en ambtenaren. Het was deze ideologie die Hitler ertoe bracht zijn misdaden tegen de menselijkheid te plegen. 38

Rosenberg en anderen waren van mening dat de joden en andere inferieure rassen om een ​​andere reden moesten worden uitgeroeid: ze verspreiden ziekteverwekkers zoals bacteriën. 39  Als bewijs van deze bewering wendden ze zich tot het Duitse volksgezondheidsonderzoek dat:

bestudeerde de medische gegevens over tyfusepidemieën door het prisma van ras als een biologische realiteit in plaats van als een sociale constructie. Gezien de prevalentie van tyfus-uitbraken onder de verarmde en overbevolkte bevolkingsgroepen van stedelijke joden in Oost-Europa, zagen ze correlatie voor causaliteit, negeerden de voor de hand liggende omgevingsfactoren en schreven de verspreiding van tyfus toe aan vermeende joodse culturele en genetische defecten. 40

In een artikel uit 1940 over ‘spotted fever en etnische identiteit’, bijvoorbeeld, verklaarde het Duitse hoofd van de afdeling volksgezondheid in het door de nazi’s bezette Polen, Dr. Jost Walbaum, dat

“De Joden zijn voor het overgrote deel de dragers en verspreiders van de infectie. Gevlekte koorts komt het meest hardnekkig voor in de regio’s die zwaar bevolkt zijn door Joden, met hun lage culturele niveau, hun onreinheid en de luizenplaag die hier onvermijdelijk mee samenhangt.” Een van zijn medewerkers, Dr. Erich Weizenegger, betoogde op dezelfde manier: “De ziekte komt voor…vooral onder de Joodse bevolking. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de Jood elk concept van hygiëne totaal mist.” 41

Dit “gebrek” dat ze aannamen, werd vermoedelijk veroorzaakt door genetische raciale defecten. Het is ook ironisch in het licht van de joodse hygiënewet in Leviticus.

ROSENBERG ALS ANTIKATHOLIEK

Rosenberg was “bijna net zo gewelddadig en anti-katholiek als anti-joods en alleen relatief minder anti-protestant. Hij is in feite antichristelijk.” 42  De mythe van de twintigste eeuw viel “het christendom en alles waar het voor staat” openlijk aan. 43  Zijn haat tegen de katholieke kerk “werd alleen overtroffen door zijn haat tegen joden.” 44  Dit was waar omdat de kern van Rosenbergs raciale filosofie van de “absolute waarde van zuiver bloed en ras” hem in “directe botsing met de christelijke theologie” bracht. 45  Roland schreef dat maar weinig Duitsers durfden zich publiekelijk uit te spreken tegen het [nazi-]regime, maar bepaalde leden van de geestelijkheid, zowel protestants als katholiek, bekritiseerden de nazi’s vanaf de kansel toen duidelijk werd dat ze van plan waren het christendom te vervangen door een nieuwe heidense religie. Het christelijke kruis moest worden vervangen door de swastika en afbeeldingen van heiligen moesten worden verwijderd uit alle kapellen, kerken en kathedralen. 46

Een andere reden waarom Rosenberg het katholicisme haatte, was vanwege wat hij als hun geloof beschouwde

“beledigend”, “jezuïtisch-Romeins” systeem dat consequent de “ruggengraatloze” Romeinse principes van liefde en niet-heldhaftig, niet-Germaans medelijden en mededogen predikte en in praktijk bracht. In naam van de kerk hadden liefde en medelijden de eer en de op de held gerichte subjectieve opvatting van het Germaanse volk ondermijnd. Volgens Rosenberg had de kerk, met de hulp van alle mogelijke allianties, alles uitgeroeid wat vrij, trots en eerlievend was, door op slimme wijze het Noordse stamsysteem, de gebruiken en de onafhankelijkheid te vervalsen. 47

Een derde reden voor Rosenbergs antichristelijke opvatting was het verzet van de katholieke kerk tegen het nazi-doel om een ​​superieur ras te fokken, net zoals mensen paarden fokken. Bijvoorbeeld in 1939, toen Hitler de SS opdroeg een discrete maar wijdverbreide campagne te beginnen voor de uitroeiing van de ongeneeslijk zieken en krankzinnigen, was de publieke opinie in Duitsland er nog lang niet klaar voor. De tegenaanval, geleid door de bisschop van Münster, vertraagde het euthanasieprogramma en, zelfs als het het niet stopte, dreef het verder ondergronds, en toonde zo aan hoe effectief verzet kon worden geleverd door de kerken over een kwestie die de steun van hun kudden kreeg . 48

Ten slotte was het doel van de nazi’s om de Bijbel te vervangen door Mein Kampf. Al deze doelen vervreemdden veel christenen, bijvoorbeeld Martin Niemöller (1892 -1984), een lutherse predikant. Hij was een onderzeeërcommandant in de Eerste Wereldoorlog en verwelkomde aanvankelijk de nieuwe nazi-regering. Hij raakte al snel “gedesillusioneerd door hun plannen voor een door de staat gecontroleerde Reichskirche en door de hondsdolle antichristelijke gevoelens die door Alfred Rosenberg en andere leden van Hitlers binnenste cirkel werden geuit”. 49

Rosenberg concludeerde dat het christendom spoedig zou sterven in Duitsland:

Toen Hermann Göring op 22 augustus 1939 aan Rosenberg vroeg: “Gelooft u dat het christendom zijn einde nadert en dat er een nieuwe vorm [van religie] die door ons is ontworpen, zal ontstaan?” Rosenberg antwoordde: “Inderdaad! Het religieuze waardesysteem wordt al niet meer erkend.” 50

Een belangrijk resultaat van het toepassen van Rosenbergs ideeën was: de onsamenhangendheid, onnauwkeurigheid en irrationaliteit van de [nazi-]ideologie zelf… verijdelde alle pogingen om de resterende humane en christelijke waarden van vroegere eeuwen te verdrijven. Toen professor Walter Frank in 1936 in Tübingen uitriep dat “de hele Duitse geschiedenis… moet worden gezien als alleen de prehistorie van het nationaal-socialisme”, kon dit alleen maar de impact van retoriek hebben… Nazi-biologen, gretig naar promotie, zouden de lange schedels kunnen meten van hun prehistorische voorouders, maar er zouden anderen zijn die wisten dat de grootte van het menselijk hoofd zowel door rachitis als door ras kan worden beïnvloed. De nazi’s… [behandelden] hun vereenvoudigde en vervormde versie van theorieën die in de negentiende eeuw door pioniers als Darwin naar voren werden gebracht als dogma. 51

HET EINDE VAN ROSENBERG

Nadat Rosenberg tijdens de processen van Neurenberg door de geallieerden was veroordeeld voor misdaden tegen de menselijkheid, werd hij op 16 oktober 1946 opgehangen. gebieden waar de meeste gruweldaden plaatsvonden. Zijn boek, The Myth of the Twentieth Century, en zijn antisemitische activiteiten droegen ook bij. Een getuige van zijn executie noemde hem de ‘aartspriester van de nazi-cultuur in vreemde landen’. 52  Rosenberg verborg zevenenveertig kratten met nazi-archieven in een Beierse schuur die “een bijna ongelooflijke bekentenis van systematische moorden, plunderingen, enz.” bevatte. 53 Deze gedetailleerde gegevens over oorlogsmisdaden waren belangrijk bij het besluit om hem en de andere nazi’s op te hangen wegens oorlogsmisdaden.

OVERZICHT

Alfred Rosenberg was een vooraanstaande nazi wiens geschriften, voornamelijk zijn bestverkochte boek, De mythe van de twintigste eeuw, verantwoordelijk waren voor het beïnvloeden van veel mensen in nazi-Duitsland – van degenen die hoog in de nazi-hiërarchie stonden tot het bredere publiek dat zijn werken las – tot moord zogenaamde inferieure rassen. Hij was ook een fel anti-katholiek en beïnvloedde niet alleen de Joodse Holocaust, maar ook de Christelijke Holocaust in Polen en andere landen. Om deze redenen werd hij na de Tweede Wereldoorlog door de geallieerden geëxecuteerd.

_______________

1  Oswald Dutch, Hitler’s 12 Apostles (New York: Robert M. McBride & Company, 1940), 80-81; Joachim C. Fest, Het gezicht van het Derde Rijk: Portretten van de nazi-leiderschap (New York: Pantheon, 1970), 164.

2 Richard Weikart, Hitler’s Ethic: The Nazi Pursuit of Evolutionary Progress (New York: Palgrave MacMillan, 2009), 14.

3  Fest, Het gezicht van het Derde Rijk, 163.

4  Fritz Nova, Alfred Rosenberg: nazi-theoreticus van de Holocaust (New York: Hippocrene Books, 1986).

5  James Biser Whisker, The Philosophy of Alfred Rosenberg: Origins of the National Socialist Myth (Torrance: The Noontide Press, 1990).

6  Paul Douglass, God onder de Duitsers (Philadelphia: University of Pennsylvania Press, 1935), 30.

7  Arthur Duncan-Jones, De strijd om godsdienstvrijheid in Duitsland (Londen: Victor Gollancz, 1938), 24.

8  Nova, Alfred Rosenberg, 31.

9  Nova, Alfred Rosenberg, 31.

10  Max Domarus, The Essential Hitler: toespraken en commentaar (Wauconda: Bolchazy-Carducci, 2007), 403.

11  Geciteerd in Domarus, The Essential Hitler, 403.

12  Peter Peel, ‘Voorwoord’, in Alfred Rosenberg, The Myth of the Twentieth Century (Torrance: The Noontide Press, 1982), v.

13  Raymond T. Feely, Nazisme versus religie (New York: The Paulist Press, 1940), 26.

14  Feely, nazisme versus religie, 167.

15 Paul Roland, The Illustrated History of the Nazis (Edison: Chartwell Books, 2009), 57.

16  Nederlanders, Hitlers 12 apostelen, 85.

17  Nederlanders, Hitlers 12 apostelen, 26.

18  Richard J. Evans, De komst van het Derde Rijk (New York: The Penguin Press 2004), 178.

19 Adolf Hitler, Hitler’s geheime gesprekken, 1941-1944, vert. Norman Cameron en RH Stevens; inleiding. HR Trevor-Roper, “The Mind of Adolf Hitler” (New York: Farrar, Straus and Young, 1953), 342.

20  Nederlanders, Hitlers 12 apostelen, 82.

21  Hans Weinert, Origin of the Human Races, 2e druk (Stuttgart: Fredinand Enke Verlag, 1942), 314-315.

22  Heinz Brücher, “Lebenskunde”, nationaal-socialistische maanduitgaven (1937), 8:190-192.

23  Nederlanders, Hitlers 12 apostelen, 83.

24  Nova, Alfred Rosenberg, 31.

25  Robert Cecil, The Myth of the Master Race: Alfred Rosenberg and Nazi Ideology (New York: Dodd and Meade, 1972), 12.

26  Whisker, de filosofie van Alfred Rosenberg, 190-191.

27  Whisker, de filosofie van Alfred Rosenberg, 191.

28  Whisker, De filosofie van Alfred Rosenberg, 191.

29  Geciteerd in Fest, The Face of the Third Reich, 168.

30  Whisker, De filosofie van Alfred Rosenberg, 202.

31 John Grabowski, Josef Mengele (Farmington Hills: Lucent Books, 2004), 20.

32  Peel, ‘Voorwoord’ in Rosenberg, De mythe van de twintigste eeuw, xv.

33  Mitchell Geoffrey Bard, ed., De complete geschiedenis van de Holocaust (San Diego: Greenhaven Press, 2001), 34.

34  Douglass, God onder de Duitsers, 45.

35  Whisker, De filosofie van Alfred Rosenberg, 98, 136.

36  Whisker, De filosofie van Alfred Rosenberg, 28.

37  Nederlanders, Hitlers 12 apostelen, 83.

38  Whisker, De filosofie van Alfred Rosenberg, 181.

39  Cecil, De mythe van het meesterras.

40  Christopher R. Browning, Remembering Survival: Inside a Nazi Slave-Labor Camp (New York: WW Norton, 2010), 122.

41  Browning, herinnering aan overleving, 122.

42  Peel, ‘Voorwoord’, in Rosenberg, De mythe van de twintigste eeuw, xv.

43  Fest, Het gezicht van het Derde Rijk, 168.

44  Nova, Alfred Rosenberg, 22.

45  Douglass, God onder de Duitsers, 36, 38.

46 Roland, De geïllustreerde geschiedenis van de nazi’s, 115.

47  Nova, Alfred Rosenberg, 21.

48  Browning, herinnering aan overleving, 144.

49 Roland, De geïllustreerde geschiedenis van de nazi’s, 115.

50  Nova, Alfred Rosenberg, 23.

51  Browning, herinnering aan overleving, 150.

52  Kingsbury Smith, “De processen van Neurenberg: de executie van nazi-oorlogsmisdadigers”, International News Service (16 oktober 1946): 1.

53  Bard, ed., De complete geschiedenis van de Holocaust, 371.

We zijn allemaal verstrikt in het Web van de Elite

Ja, er is een samenzwering. Het is een samenzwering van de elite tegen de rest van ons. Het is al jaren aan de gang. Je kunt er veel over leren in het zojuist verschenen boek van Kees Van Der Pijl bij Clarity Press, States of Emergency [Pandemie van de angst]

De elites zijn maar een handjevol, maar ze hebben alle macht in handen. Zij beheersen de tv, mainstream en social media, universiteiten, denktanks, regeringen, financiën, grootschalige productie, balies, gezondheidszorg, de meeste beroemdheden, en hebben hun eigen organisaties die bestaan uit in elkaar grijpende directoraten zoals Bilderberg, Atlantic Council, Trilateral Commission, Council on Foreign Relations, de G30 groep van voormalige presidenten van centrale banken, World Economic Forum, de Wereldbank, het IMF. Dezelfde mensen maken deel uit van bedrijfsbesturen en de hoogste leidinggevende rangen van grote bedrijven.

Het vergaren van macht verliep in vele stappen. Tijdens het Clinton-regime in de VS bijvoorbeeld werden de diverse en onafhankelijke media geconcentreerd in 6 handen. Zes megabedrijven kregen toestemming om 90% van de Amerikaanse media op te kopen. De concentratie van de media ging in tegen alle Amerikaanse tradities. De regulering van industrieën werd afgeschaft op basis van Alan Greenspan’s edict dat “markten zelfregulerend zijn”, en regulerende agentschappen werden marketingagenten voor voorheen gereguleerde industrieën zoals de farmaceutische industrie. De Sherman Anti-trust Act werd een dode letter wet op grond van de bewering dat in de wereldeconomie alleen de zeer groten konden concurreren. Zo kwam monopoliecontrole in de plaats van de markteconomie.

Van Der Pijl legt uit hoe de verschillende elitenetwerken – transnationaal, financieel, gouvernementeel, etc. – naar een gemeenschappelijke agenda toewerken. Ondertussen gebruikt de elite haar controle over ideeën, communicatie en entertainment om ons, plebs, onder elkaar te laten vechten: Republikeinen vs. Democraten, Liberalen vs. Conservatieven, racisme, vrouwenrechten, transgenderrechten, abortusrechten, en afgeleid met Russische dreiging, Chinese dreiging, Terroristische dreiging. De echte dreiging blijft verborgen en onopgemerkt.

Misleiding van het volk is de prioritaire taak van alle Westerse regeringen, gesteund door inlichtingendiensten, IT-bedrijven en media.

Van Der Pijl noemt namen. Zo weerspiegelt de stuurgroep van de Bilderbergconferentie het heersende machtsblok: Eric Schmidt (Google), IT-bedrijven (Palantir) en ondernemers (Peter Thiel), de Belgische bankier en mediamagnaat Thomas Leysen, directeuren en leidinggevenden van financiële instellingen (Lazard, Deutsche Bank, de Wallenberg-investeerdersgroep in Zweden), Henry Kravis van het hedgefonds Kohlberg-Kravis-Roberts. Leysen is lid van de Trilateral Commission, Friends of Europe, en de Bilderberggroep.

Deze groep staat in verbinding met andere groepen, zoals de Cercle de Lorraine. Onder de leden is Christian Van Thillo, die eigenaar is van praktisch de gehele Belgische en Nederlandse krantenmarkt. Van Thillo is ook directeur van de Duitse uitgeversgroep Bertelsmann. Een ander lid, graaf Maurice Lippens, heeft banden met Friends of Europe, een groep waarvan onder meer voormalig Belgisch premier Guy Verhofstadt en voormalig Europees commissaris Neelie Kroes lid zijn.

De Franse, Amerikaanse en Britse media zijn eveneens geconcentreerd. Al deze eigenaars zijn bijeengebracht via elite-organisaties.

Denktanks worden gefinancierd door het militair/veiligheidscomplex en de bedrijven. Het doel van denktanks is om studies te leveren die de belangen van hun donoren bevorderen – Northrop Grumman, Raytheon, Boeing, Lockheed Martin, Airbus, het Pentagon, de luchtmacht, het leger, het ministerie van Binnenlandse Veiligheid, het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De grootste begunstigde is de RAND Corporation die meer dan een miljard dollar ontving. Andere begunstigden van militair/veiligheidsgeld zijn het Center for a New American Security, waarvan Victoria Nuland, de huidige staatssecretaris, de CEO was, de Atlantic Council, het German Marshall Fund, het Center for Strategic and International Studies, waar ik een tiental jaar de William Simon-leerstoel in politieke economie heb bekleed en Henry Kissinger en Zbigniew Brzezinski mijn collega’s waren. Ik liet de kans voorbijgaan om een goed beloonde intellectuele dienaar te zijn voor de heersende elite. Ik vocht met hen en moest de leerstoel verlaten. Niet lang daarna werd ik om dezelfde reden uit mijn mediafuncties gezet. Voor dissidenten van de officiële narratieven is het onmogelijk geworden om carrière te maken in de westerse wereld.

Het boek van Van Der Pijl is kort, 287 pagina’s, maar het staat boordevol informatie, wat de lezer kan zien aan het feit dat dit mijn derde artikel over het boek is. Niet elke bladzijde zal je aandacht vasthouden en zijn algemene visie zal niet iedereen bevallen, maar het bewijs dat hij levert laat zien hoe de elite de macht vergaart en gebruikt.

De elite regeert ons allen. Zij subsidiëren de conservatieven wier patriottisme “America First” en oorlogen tegen georkestreerde vijanden ondersteunt. Ze subsidiëren de linkervleugel wiens beschuldigingen de aandacht afleiden van de geheime agenda. Zij subsidiëren liberalen wier ideeën dienen om de samenleving te deconstrueren en te verzwakken en het voor de elite gemakkelijker te maken om te veroveren.

Het overgrote deel van de Amerikanen en Europeanen tast in het duister en begrijpt niet dat hun leven dag na dag meer onder controle komt te staan om de weg vrij te maken voor agenda’s waarvan zij zich niet bewust zijn. Het lezen van het boek van Van Der Pijl zal de onwetenden helpen begrijpen wat er aan de hand is.

Bron: We zijn allemaal verstrikt in het Web van de Elite – Frontnieuws

Waarom ik een populistische nationalist ben

Voor de mainstream-elitemedia is het een schande om populist te zijn en is het ook een schande om nationalist te zijn. Wat de heersende klasse denkt interesseert me niet want ik kom op voor het gewone volk. In dit artikel zal ik jullie uitleggen waarom ik populist en nationalist ben!

Als populist ben ik begaan met de belangen van het volk. De heersende elite luistert niet meer naar de belangen van het volk, maar voldoet enkel aan haar eigen belang. Als de mensen uit frustratie radicaal links of rechts stemmen dan zijn ze voor de elite fout. Ik ben als libertarische vrijheidsstrijder voor de elite dus ook fout. Het wordt tijd dat de gewone burger in dit land echt democratische inspraak krijgt en dat de koopkracht, de lonen verhogen en de pestbelastingen dalen. Ook de vrijheid van meningsuiting verdedigen blijft levensbelangrijk.

Waarom ben ik nationalist en meer bepaald Vlaams nationalist? Wel ik ben het beu dat in de Belgische politiek de Waalse francofone elite steeds maar de baas blijft spelen over de Vlaming. Als nationalist houd ik van mijn volk en kom ik op voor een vrij Vlaanderen in een Europa der volkeren.

Ben ik nu een misdadiger of denk je ook zoals ik? Ik verneem graag je reactie!

Geschreven door Erik De Ridder

Een libertarisch betoog voor immigratiebeperkingen

We leven als libertariërs niet in de vrije samenleving die we ons zouden wensen. De libertarische filosofie moet hier en nu toegepast worden. We kunnen de huidige staat niet wegdenken. We moeten derhalve kiezen voor beleid dat de implementatie van het libertarisme op de lange duur ten goede komt. Het streven is altijd om een zo vrij mogelijke gemeenschap te creëren. Dit geldt ook voor het vraagstuk van immigratie en grenzen. Libertarische pleitbezorgers van ‘open grenzen’ spannen echter het paard achter de wagen. Ze passen de regels van een vrije samenleving toe op de onvrije situatie waarin wij leven, en scheppen daarmee ruimte voor stelselmatige rechtenschendingen.

Om te beginnen is er het feit dat immigratie, in de huidige situatie, per definitie zal leiden tot kosten— al zijn het maar de kosten van de opvang der asielzoekers. Deze opvang wordt bekostigd door de staat, met geld dat onder dwang is afgenomen van individuen. Wanneer migranten tevens aanspraak mogen maken op de collectieve regelingen van de verzorgingsstaat betekent dit dat er als gevolg van immigratie méér gestolen en herverdeeld zal (moeten) worden. Zoals Mencken ooit treffend heeft gezegd: “Democratie is een veiling van gestolen goederen.” Hoe kan een libertariër dat steunen?

Libertarische voorstanders van vrije immigratie in de huidige praktijk brengen, wanneer zij worden geconfronteerd met deze analyse, dikwijls te berde dat zij helemaal niet voor deze herverdeling zijn. Maar door vrije immigratie te bepleiten voordat de verzorgingsstaat is verdwenen steunen zij deze collectivistische herverdeling wel degelijk. Ook zij willen dus helers zijn van gestolen waar. Het feit dat, of zij dit nu zelf wenselijk achten of niet, de verzorgingsstaat wel degelijk bestaat kunnen de pleitbezorgers van ‘open grenzen’ niet ontkennen. Wel doen zij een poging om hun standpunt te rechtvaardigen. Deze rechtvaardiging is doorgaans tweeledig. Ten eerste wordt gewezen op het standpunt dat het beperken van immigratie óók een rechtenschending zou zijn. Ten tweede wordt gewezen op de veronderstelde economische voordelen van vrije migratie.

RECHTEN

Is het beperken van immigratie en schending van de rechten der immigranten? Wel, is het ontzeggen van toegang tot mijn erf een schending van de rechten van mensen die daar zonder mijn toestemming willen verblijven? Geenszins. Het cruciale verschil is dat immigratie naar een land valt onder de auspiciën van een territoriale monopolist, te weten de overheid. Voluntaristen zijn het erover eens dat deze overheid onterecht dat territoriale monopolie claimt, en dat alle grond idealiter in privé-bezit zou moeten zijn.

Als alle grond in privé-bezit zou moeten zijn, en ‘publieke ruimte’ eigenlijk immoreel is, kunnen we dan niet stellen dat het toelaten van immigranten in ‘België’ goed te vergelijken valt met een situatie waarin de krakers van een pand andere krakers uitnodigen om zich in dat pand te vestigen? Hoe kunnen zij dit legitiem doen, als niet-eigenaar? Enkel de rechtmatige eigenaar van grond kan bepalen wie hij op zijn erf toelaat, en onder welke voorwaarden. Derhalve zouden consequente libertariërs éérst naar de privatisering van alle grond moeten streven, en kunnen vervolgens de private eigenaren zelf bepalen wiens aanwezigheid zij daar dulden.

CULTUUR

Ten aanzien van de vermeende economische voordelen van onbeperkte immigratie: dat is een nogal schraal en ééndimensionaal beeld. Immigratie zorgt voor demografische veranderingen en dus mogelijk ook voor culturele veranderingen. In het gebied dat aangeduid wordt als ‘het Westen’ heerst in relatieve zin nog het idee dat ieder individu van waarde is. Dat een individu in zijn sociale context uniek en niet inwisselbaar is.

Dat is een specifiek westers idee; in andere culturen leeft dit besef veel minder. Daar is doorgaans niet het individu de fundamentele eenheid, maar de familie, de geloofsgemeenschap of de natie. Dit is in de praktijk natuurlijk niet helemaal zwart-wit, er zijn zeker gradaties— maar in grote lijnen is dit gewoon de stand van zaken. De westerse cultuur is in vergelijking met alle andere culturen eenvoudigweg de meest individualistische cultuur. En uit die traditioneel individualistische cultuur zijn het klassiek-liberalisme en het libertarisme voortgekomen.

Wat libertariërs moeten beseffen is dat individuen per definitie cultuurdragers zijn. Om die redenen kunnen de onvermijdelijke demografische veranderingen die optreden als gevolg van immigratie óók tot culturele veranderingen leiden. Als er in België of Europa meer mensen komen wonen die een collectivistische cultuur aanhangen zal dat veranderingen teweeg brengen op niet alleen economisch gebied, maar ook op politiek, cultureel en godsdienstig vlak.

(Voor alle duidelijkheid; het is natuurlijk mogelijk dat een westerse cultuurdrager iemand uit Afrika, het Midden-Oosten of China is. Het heeft niet noodzakelijk met huidskleur of afkomst te maken. De westerse cultuur is een verzameling van ideeën. Wie die ideeën accepteert is een westerse cultuurdrager, los van zijn origine of huiskleur.)

Ten eerste zullen migranten, wanneer zij eenmaal burger worden, ook mogen stemmen. Het is bekend dat het overgrote deel van de immigranten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika geneigd is om te stemmen op collectivistische partijen. Niet iedere migrant is collectivistischer dan het huidige Belgisch gemiddelde, maar in geval van ongebreidelde massa-immigratie zal er een grote toestroom plaatsvinden van individuen die dragers zijn van een duidelijk collectivistisch/link cultureel wereld- en maatschappijbeeld. Het gevolg zal per definitie het ontstaan van een meer collectivistische cultuur in België zijn – met de maatschappelijke en politieke gevolgen van dien. Is het vanuit het libertarisme gezien dan wel een wenselijk idee om significante aantallen mensen dit land binnen te halen die een collectivistische cultuur met zich meedragen?

Hier komt bij dat de eventuele politieke effecten slechts één facet van de zaak vormen. Ook collectivistische immigranten die niet stemmen, of die (nog) niet mogen stemmen, zullen puur door hun aanwezigheid, bijvoorbeeld via belangenorganisaties, invloed hebben op de cultuur. Ze zullen zich eenvoudigweg via het ‘maatschappelijk middenveld’ en via sociale druk doen gelden. Het is immers een feit dat we in een democratisch systeem leven waarin ‘rechten’ als onderhandelbaar gezien worden en waar allerlei commissies, NGO’s, belangenorganisaties – en zelfs buitenlandse organisaties als de VN, WTO, WHO et al.- een significante invloed kunnen uitoefenen over wat de Belgische burger wel of niet zou mogen doen, laten of zeggen.

Zelfs diegenen die niet stemmen kunnen via die weg een aanzienlijke invloed en macht uitoefenen over ons dagelijkse leven. Als individu sta je vrijwel machteloos tegen dat proces. Dit systeem creëert een klasse van geprivilegieerde ‘insiders’ die, vaak gesubsidieerd en wel, mogen debatteren in hoeverre het goed en nuttig is dat de staat onze rechten nog verder zou beperken. Tot deze kliek behoren doorgaans geen voorvechters van de vrijheid. En hoewel veel van de organisaties in kwestie slechts raadgevend zijn is het maar afwachten in hoeverre de staat het vertoog dat deze organisaties voeren als excuus en rechtvaardiging gaat aandragen om de uitbreiding van reguleringen en daarmee de macht van de staat te rechtvaardigen en verder te laten groeien. Op deze wijze zullen de (binnen- en buitenlandse) ‘belangengroepen’ van immigranten ook via niet-politieke weg een sterke invloed uit kunnen oefenen op de cultuur en de samenleving.

De kans is reëel aanwezig dat de overblijfselen van ‘onze’ pro-individualistische en pro-vrijheid cultuur zullen verdwijnen als de cultuurdragers van de traditionele westerse cultuur in de minderheid komen. En dat proces is al gaande. Als de huidige demografische ontwikkelingen zich doorzetten is het zelfs een mathematische zekerheid dat westerse cultuurdragers over enkele decennia in Europa in de minderheid zullen zijn.

Welke conclusie kan men hieruit trekken? Logischerwijs enkel deze: dat libertarische voorstanders van open grenzen bezig zijn met een zelfmoordmissie. Zij staan toe dat de waarden die het libertarisme mogelijk maken op den duur vernietigd zullen worden. Als de Westerse cultuur verdwijnt zal ook de voedingsbodem van het libertarisme verdwijnen. De kansen op succes van het libertarisme in de toekomst staan of vallen met de culturele vanzelfsprekendheid van het primaat van het individu.

EEN VALSE VOORSTELLING VAN ZAKEN

Het hele idee van de ‘open grenzen’ is sowieso een canard. Geen enkel land en geen enkele gemeenschap wil mensen toelaten waarvan bekend is dat zij willen roven en moorden of de wetgeving zo fundamenteel veranderen dat dit nadelen voor de oorspronkelijke bewoners gaat opleveren. Er zijn dus maar héél weinig voorstanders van echt volledig ‘open grenzen’. De kwestie is niet binair; de vraag is niet ‘open of dicht’, maar hoe streng het toelatingsbeleid precies moet zijn. Door het vraagstuk als een puur ‘zwart-witte’ kwestie te portretteren bezondigen de zelfverklaarde voorstanders van zogenaamd ‘open grenzen’ zich aan een valse voorstelling van zaken.

Hier komt nog eens bij dat deze libertarische pleitbezorgers van vrije immigratie ook dikwijls doen alsof dat altijd het enige ‘echte’ libertarische standpunt is geweest, terwijl libertariërs die – in de huidige praktijk- vóór immigratiebeperkingen zijn worden afgeserveerd als zijnde étatisten of racisten, die het libertarisme ‘vervuilen’. De eerder genoemde overwegingen tonen al aan dat dit niet correct is. Hieraan kan nog worden toegevoegd dat het geen zonde is om te leven, zo goed als dat gaat, in een imperfecte situatie.

Is het libertarisch om immigratierestricties van staatswege te verdedigen? Nou, idealiter willen we helemaal niet dat de overheid bestáát. Maar die bestaat nu wel. Dus als je vandaag beroofd wordt, is het dan libertarisch om de staat te vragen de daders te pakken? Als libertariër doen wij dat liever niet, maar op dit moment zijn wij op de staat aangewezen omdat er geen libertarische alternatieven zijn. Kortom: libertariërs die bepleiten dat we doen alsof de staat er niet is gedragen zich als struisvogels. Ze zijn net zo erg als socialisten die beweren dat het libertarisme hypocriet zou zijn ‘omdat jullie ook gebruik maken van wegen die door de staat zijn aangelegd’. Er is echter gewoon geen andere keuze. We kunnen best streven naar een betere situatie, maar in de tussentijd zijn we gedwongen belasting te betalen en gebruik te maken van—bijvoorbeeld—wegen die van dat gestolen geld betaald worden.

Hetzelfde geldt voor het immigratievraagstuk. Net zoals je in de huidige situatie wilt dat de politie uitzoekt wie jouw iPhone gestolen heeft, zo willen wij dat de staat geen mensen gaat toelaten die er aan gaan bijdragen dat ons eigendom wordt afgenomen en onze vrijheid wordt beperkt. Er zijn al méér dan genoeg collectivisten in België. Wij zien die groep liever niet groter worden. Toch zal exact die onwenselijke toename het gevolg zijn van ongehinderde immigratie.

EEN REALISTISCHE AANPAK IN DE HUIDIGE SITUATIE

Het ‘open grenzen’-standpunt is libertarische zelfmoord. Je maakt het overleven van de libertarische filosofie in de nabije toekomst onmogelijk. Het is logischerwijs ook electorale zelfmoord; Wie de vrijheid een warm hart toedraagt stopt met het propageren van zgn. ‘open grenzen’ in de huidige praktijk.

Het bepleiten van een toelatingsbeleid op basis van vraag en aanbod is juist een libertarische vorm van zelfverdediging. Net zoals we niet alle goederen van de wereld importeren maar alleen die goederen waar in België vraag naar is, net zoals we niet alle kapitaal van de wereld in België importeren maar alleen het kapitaal waar in België behoefte aan is— zo zouden we alleen arbeid moeten importeren waar we in België behoefte aan hebben. Mensen die aansluiten bij de bestaande culturele normen, om conflicten over regels en afspraken te voorkomen, die het juiste opleidingsniveau hebben en die in staat zijn op economisch gebied iets bij te dragen. Dit zouden we in de praktijk kunnen brengen door de volgende stappen te implementeren als basis voor het migratiebeleid:

1] Arbeidsmigratie vindt enkel plaats op contractbasis. Zolang je werk hebt blijf je, en niet langer dan dat. Zoals in diverse landen al gebruikelijk is wordt het bedrijf dat een arbeidsmigrant inhuurt verantwoordelijk gehouden voor de aanvraag en – waar nodig – verlenging van diens verblijfsvergunning. Indien een arbeidsmigrant zijn vergunning niet op orde heeft wordt de werkgever hiervoor beboet. Dit zorgt ervoor dat administratiekosten worden uitbesteed, en motiveert werkgevers om dergelijke zaken goed in orde te houden.

2] De Belgische nationaliteit wordt uitsluitend verstrekt aan migranten die aantoonbaar hun eigen broek kunnen ophouden, en die gedurende meerdere jaren geen blijk hebben gegeven van gevaarlijke gedragskenmerken (zoals bijvoorbeeld crimineel gedrag).

3] Alle immigranten, zowel arbeidsmigranten als migranten die de Belgische nationaliteit willen verwerven, moeten toezeggen dat zij de scheiding tussen religie en staat zullen respecteren. Immigranten die agressief of vijandig gedrag vertonen (bijvoorbeeld tegen vrouwen, homoseksuelen of atheïsten) en kortom de individuele rechten van anderen niet respecteren worden ogenblikkelijk en onherroepelijk uitgezet. Het feit dat de Belgische nationaliteit uitsluitend wordt verstrekt na meerdere jaren onberispelijk gedrag maakt dit beleid mede mogelijk.

4] Er vindt géén asielopvang plaats in België/Europa. We kunnen asielopvang in ook de eigen regio faciliteren. Deze opvang in de regio wordt idealiter geregeld in internationaal verband, zodat er in samenwerking met de landen in de regio een goed georganiseerd netwerk van extraterritoriale opvanglocaties kan wordt opgezet. Tevens moeten landen in de regio worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid in deze context.

5] Illegale migranten worden actief teruggestuurd. Geen enkele uitzondering. Indien de herkomst van een illegale migrant niet traceerbaar is zal deze persoon naar één van de extraterritoriale opvanglocaties worden gestuurd.

Een aanpak die in deze richting gaat wordt al jarenlang met succes toegepast in Nieuw-Zeeland, Canada en Australië. België en Europa zouden dit voorbeeld moeten volgen en nader moeten uitwerken. Ondertussen kunnen libertariërs zich het beste richten op het verruimen van de vrijheid in ons land. Dat zal een lange, harde weg zijn. Wanneer wij die bewandeld hebben, en er sprake is van een vrije samenleving, is het migratievraagstuk irrelevant geworden. Het al dan niet toelaten van mensen zal dan een aangelegenheid van privé-eigenaars zijn. Dat is hoe het hoort; dat is hoe wij het wensen. Maar als we in de huidige, oneigenlijke situatie toestaan dat er een grote massa collectivisten naar dit land migreert zal die situatie nimmer verwezenlijkt kunnen worden.

Concept multiculturele samenleving is uitermate problematisch

Het grote gevaar momenteel is dat het benadrukken van de eigen culturele identiteit uitmondt in een wederzijdse tegencultuur, waarbij mensen vooral hun eigen identiteit profileren door zich af te zetten tegen de ander.’

Ad Verbrugge is één van de bekendste filosofen van Nederland. Zijn filosofische bestseller Tijd van onbehagen: filosofische essays over een cultuur op drift (2004), waarin hij de problemen van de westerse samenleving analyseert, zorgt in 2004 voor de nodige opschudding. De Leidenaar heeft een duidelijke visie op het gebied van praktische en culturele filosofie en een unieke kijk op de postmoderne maatschappij die hij duidt als een cultuur op drift. Verbrugge kijkt met name vanuit de continentale filosofische traditie naar onze wereld. Hij publiceert boeken en essays, schrijft in kranten, verschijnt op televisie en spreekt regelmatig op al dan niet filosofische bijeenkomsten. Hij is voorzitter van de Filosofische School Nederland en medeoprichter en lid van Centrum Èthos dat begin dit jaar het prikkelende boek Waartoe is Nederland op aarde? uitbracht. De Kanttekening sprak Verbrugge, onder meer over multiculturaliteit, identiteit en tolerantie.

Hoe kijkt u tegen de huidige samenleving aan?
‘Ik zie aan de ene kant een proces van toenemende ontgrenzing, dat meekomt met het proces van globalisering en virtualisering. Deze ontgrenzing zorgt voor nieuwe vormen van onveiligheid. Veel mensen hebben het gevoel dat ze niet langer beschermd worden en ten prooi vallen aan allerlei gevaren die daardoor op hen afkomen. Dat kan gaan om vluchtelingen die plotseling een land of stad binnen komen, internetgiganten en criminelen die via de virtuele ruimte binnendringen in onze private sfeer, economische en technologische ontwikkelingen die een bedreiging vormen voor hun werk, conflicten van politiek-religieuze aard, zoals de perikelen in de wereld van de islam waar we nog steeds middenin zitten. De spanningen met betrekking tot de islam hebben weer een wat andere lading gekregen door de vluchtelingenproblematiek van de afgelopen jaren. Hoe dan ook, veel mensen ervaren bestaande instituties niet meer als iets wat hen voldoende bescherming biedt en voelen zich vaak ook niet meer thuis in de wereld waarin zij wonen en werken. Aan de andere kant verlangen mensen juist in toenemende mate naar grenzen en meer of minder traditionele vormen van bescherming. Dit is de dubbelzinnige dynamiek rond globalisering en de multiculturele samenleving.’

U noemde vluchtelingen al. Zijn er vanuit de filosofie argumenten voor een multiculturele samenleving? Of juist niet?
‘Dat is allebei mogelijk. Het hangt er vanaf aan wie je het vraagt en vanuit welke filosofie je vertrekt. Ik ben zelf geneigd om niet alleen uit te gaan van abstracte filosofische idealen, maar altijd ook de context daarbij te betrekken en de historische dynamiek van een samenleving. Het onderkennen van zowel de overeenkomsten als verschillen in historische ontwikkelingen is een ontzettend belangrijk methodisch uitgangspunt. En de tijdspanne van waaruit je naar zaken kijkt. Wat heeft zich de afgelopen duizenden jaren voorgedaan en wat kun je daarvan leren? Multiculturaliteit kan soms ook een duurzame vorm krijgen en in andere gevallen zie je dat het juist de oorsprong is van het uiteenvallen van landen. Kijk maar naar het voormalige Oostblok en in het bijzonder naar Joegoslavië. Zowel nationalistische als religieuze sentimenten kunnen er toe leiden dat een institutie zoals een rechtsstaat uit elkaar valt. Zover zijn we in Nederland gelukkig niet, maar het is wel zo dat er twijfels bij mensen leven over de sociale duurzaamheid van onze samenleving.’

Hoe is dat te zien?
‘Kijk alleen al naar het recente referendum over het presidentschap van Erdogan. Veel mensen vragen zich af wat dit voor de Nederlandse gemeenschap betekent. Immers, als een aanzienlijk deel van je eigen Turkse bevolking meegaat met de politiek van een president die zich in hele grove bewoordingen uitlaat over Nederland en bovendien geen sterke democratische sentimenten lijkt te voeden, dan werkt dat twijfel in de hand bij veel Nederlanders. Dat is een teken van spanningen rond de werkbaarheid van het concept multiculturaliteit als zodanig.’

Wat vindt u zelf van de discussie over de multiculturele samenleving?
‘Het grote gevaar momenteel is dat het benadrukken van de eigen culturele identiteit uitmondt in een wederzijdse tegencultuur, waarbij mensen vooral hun eigen identiteit profileren door zich af te zetten tegen de ander. Dat gevaar dreigt wat mij betreft zowel voor links als voor rechts, voor moslims of Turken als voor autochtone Nederlanders. Mensen hebben dan eigenlijk de ander nodig om vooral hun eigen identiteit te bevestigen, namelijk door de ander als minderwaardig, als een bedreiging of vijand af te schilderen. Daarbij projecteert men niet zelden de eigen schaduw in de ander. In sommige islamitische kringen zie je bijvoorbeeld dat men nadrukkelijk ‘het Westen’ en de westerse levensstijl veroordeelt, terwijl men doorgaans wel hiernaartoe is gekomen uit materialistische motieven. Hetzelfde zie je bij nationalistische groeperingen die denken dat het dragen van een vlaggetje op je mouw en het in brand steken van een moskee hun vaderlandsliefde benadrukt, terwijl het daar natuurlijk niets mee te maken heeft. Het is veel minder duidelijk wat het Nederlanderschap is, terwijl het jezelf onderscheiden van anderen de meeste nadruk krijgt. Het gaat dan in beide gevallen om een abstracte en sterk negatieve identiteit. Dat vind ik een vrij onvruchtbare positie die soms ronduit gevaarlijk is.’

Hoe uit dat zich?
‘Er gaat in mijn ogen momenteel een ongelukkige invloed uit van Amerikaanse sentimenten in het minderhedendebat. Daarin speelt het idee van slachtofferschap, achterstelling en discriminatie een grote rol waarbij men ook voortdurend schuldigen en daders probeert aan te wijzen. Een voorbeeld daarvan is in mijn ogen ook de zogenoemde Zwarte Pieten-discussie die gevoed wordt door een zwart-wit-tegenstelling die vooral ontleend is aan het Amerikaanse links intellectuele debat. Evenals in Amerika krijgt dit onderscheid tussen zwart en wit nu een sterk morele en politieke lading. Ik merk dat ook bij mijzelf. Mijn ouders en ik worden nu in een traditie van racisme geplaatst waar ik me helemaal niet in herken. Vervolgens blijkt ook deze ‘blinde vlek’ verband te houden met mijn eigen huidskleur want als ‘witte man’ begrijp ik er niets van. Zo worden mensen nu in de publieke ruimte gedrukt op hun eigen huidskleur als iets wat ook een bepaalde mentaliteit of zelfs schuld te kennen geeft. Zo raak je in feite ‘geracialiseerd’, of je het nu wilt of niet. De bestrijding van racisme krijgt dus zelf racistische trekken. Ik word immers steeds meer op mijn huidskleur aangesproken als een wezenlijk element van mijn identiteit, terwijl dat nu juist een kenmerk van racisme is. Zo zijn we de laatste jaren het feest van Sinterklaas en Zwarte Piet in sterk raciale termen gaan duiden. Ook dat is een manier waarop je vooral vanuit een tegencultuur je eigen identiteit definieert. Dan wordt de essentie van zwart-zijn ook de strijd tegen blanken.’

Er zijn veel mensen, zelfs wereldleiders als Merkel, die zeggen dat de multiculturele samenleving is mislukt. Hebben ze gelijk?
‘Ik heb het concept multiculturele samenleving altijd uitermate problematisch gevonden. De vraag is namelijk wat er precies mee wordt bedoeld. Gaat het om het soort eten of de huidskleur van mensen? Verder leeft iedereen namelijk in een rechtsstaat, moeten kinderen naar school, een bepaalde taal leren, zich allerlei gewoonten eigen maken, zodat die andere cultuur hoe dan ook binnen de eenheid van een gemeenschap en staat vorm kan krijgen. Als een land namelijk echt multicultureel is, dan kan dat land uit elkaar vallen: mensen vinden dan de levenswijze van anderen zo afwijken van die van henzelf, dat ze niet meer met die anderen binnen een nationale rechtsorde willen samenleven.’

Heeft het te maken met immigranten die nieuwe culturen meebrengen en daar trots op zijn, waar wij dan misschien soms moeite mee hebben?
‘Dat kan. Wat je wel kunt zeggen is dat veel mensen tegenwoordig op plaatsen leven die zij niet meer als één gemeenschap ervaren. De saamhorigheid die hoort bij de ervaring van één land is aan het eroderen. Dat is op termijn natuurlijk een risico. Tegelijk bespeur ik ook een verlangen daarnaar. Er is namelijk altijd een minimale vorm van saamhorigheid of eensgezindheid nodig om de instituties van een land overeind te houden; zij vormen de voorwaarde voor de mogelijkheid van een democratie en een rechtsstaat. We staan heus niet op de rand van een burgeroorlog, maar ik denk wel dat veel mensen zich zorgen maken over hoe de verschillende ‘mentaliteiten’ zich op termijn in ons land gaan ontwikkelen; en daar kan ik me ook wel wat bij voorstellen.’

Er was altijd veel zelfreflectie in het Westen, waardoor we onze cultuur zijn gaan relativeren en waardoor je zelfs niet trots meer mag zijn op Nederland. Hoe ziet u dat?
‘Een zekere trots op je land getuigt ook van respect en dankbaarheid jegens de voorgaande generaties die het hebben opgebouwd. Het is ook met het oog op de toekomst onverstandig om niet trots te zijn. Dat betekent namelijk dat je ook je eigen kinderen en jongeren weinig meer te bieden hebt, althans waar het gaat om hun vorming en het doorgeven van bepaalde culturele waarden. En daar raken mensen van in verwarring, temeer ook omdat er wel degelijk altijd een bepaalde moraal meespeelt in wat we doen. Het is dus ook een illusie om te menen dat je geen culturele vormingsidealen meer hebt, want die spelen meestal wel degelijk in iemands opvoeding, ook al is het impliciet. Er zal niet snel een vrijzinnige GroenLinkse familie zijn waarin de dochter trouwt met een streng gereformeerde jongen, dan wel met een salafist. En als dat wel gebeurt is dat over het algemeen een serieus probleem binnen de familie. Ook zeer liberale mensen hebben wel degelijk een bepaalde moraal. Je kunt wel zeggen dat we heel tolerant zijn of geen eigen nationale identiteit hebben, maar reeds binnen gezinnen gaat men op een bepaalde manier met zaken om. Daar raken we al aan cultuur en vorming. Evenals voor het gezin, geldt dat ook voor alle andere instituties.’

Zoals?
‘Hoe een bedrijf, een gemeenteraad of een school functioneert. Dat doen we op een bepaalde manier en als we daar niet duidelijk over zijn en niet helder hebben wat het belang daarvan is, dan is dat moeilijk over te dragen aan de volgende generatie, maar vooral aan nieuwkomers, mensen die van buiten komen. Voor hen is dat heel verwarrend, want ze weten niet waar ze aan toe zijn. En vaak zullen ze zich niet gedragen zoals wij dat van ze verwachten. Er wordt dus wel degelijk onderscheid gemaakt. Wij verwachten in Nederland toch dat je je op een bepaalde manier gedraagt. Het ontkennen van de geschiedenis van een land getuigt van weinig respect voor je eigen afkomst. Dat is ook een van de thema’s van ons boek Waartoe is Nederland op aarde?’

Hoe kun je openstaan voor een andere cultuur zonder die als een bedreiging te zien?
‘Het begint natuurlijk met een zekere eigenwaarde en daaraan ontbreekt het ons nog wel eens. De vraag is vooral ook in hoeverre je open moet staan voor anderen. Dat kan niet grenzeloos zijn. Voor bepaalde zaken is er natuurlijk een zekere speelruimte, maar binnen de grenzen die gelden binnen het land. Als mensen hier komen leven betekent dat natuurlijk ook dat ze zich op een bepaalde manier moeten gedragen. Als dat niet gebeurt, dan wordt het chaos. Dat is ook regelmatig gebeurd. Er ontstaan soms patronen die tot frictie leiden en dat is een probleem. Als je eenmaal met een verpauperde buurt te maken hebt, dan is het heel moeilijk om de boel op orde te houden. In Europa is dat zichtbaar in de achterstandswijken van Parijs of Marseille en wat op bepaalde plaatsen in Nederland, zoals in Den Haag, ook gebeurt. De gemeenschap heeft dan weinig grip op waar die mensen zich bevinden en dat is zorgwekkend.’

Zijn we de grip op de samenleving aan het kwijtraken?
‘Dat is ten dele het geval. Die grip is er namelijk alleen wanneer mensen een bepaalde mate van eensgezindheid hebben. Als de gezindheid van grote groepen fundamenteel gaat afwijken van wat wij belangrijk vinden wordt het lastig om gemeenschappelijk op te treden. Ieder beleid wordt dan krachteloos, omdat het in een voedingsbodem terecht komt die daar niet goed op aansluit of die niet welwillend is. Er ontstaan in het uiterste geval groepen die weinig betrokkenheid tonen bij Nederland of die soms ronduit vijandig staan tegenover Nederland, terwijl men wel hier woont.’

Moet je tolerant zijn tegen intolerantie?
‘Het woord tolerantie houdt altijd ook een opdracht in. Je moet verdragen dat de ander een afwijkende levensopvatting heeft. De Engelse filosoof John Locke (1632 -1704, red.) brengt in zijn Letters concerning toleration uit 1689 een wat ander tolerantie begrip naar voren. Een van de centrale vragen in dit geschrift is wat een staat kan tolereren binnen zijn eigen instituties. Locke staat daar heel kritisch tegenover de plaats van de katholieke kerk in de toenmalige samenleving. Een dergelijke kerk kan volgens Locke niet getolereerd worden, omdat zij in zijn tijd een eigen maatschappelijke macht vormde die de eenheid van de rechtsstaat ondermijnt. Het begrip tolerantie is eerlijk gezegd een beetje uitgewoond. Het lijkt in de praktijk vaak meer te gaan om een vorm van onverschilligheid: tolerantie is dan dat de ander mag doen wat hij wil. Oorspronkelijk wijst het juist op de noodzaak van een inspanning van verschillende partijen: het verdragen van elkaar in hun verscheidenheid. Tolerantie is bovendien een erg abstract begrip. De vraag of je moet tolereren dat mensen vanuit hun eigen cultuur zaken anders aanpakken is niet zomaar te beantwoorden. Dat hangt ervan af. Laten we vooropstellen dat een rechtszaak al de speelruimte definieert waarbinnen je allerlei afwijkend gedrag mag vertonen. Maar het lijkt me wel duidelijk dat je niet kunt tolereren dat de rechtsstaat zelf wordt afgewezen.’

Wat is dan de bedoeling van tolerantie?
‘Je moet hoe dan ook uitgaan van bepaalde waarden die in onze instituties tot uitdrukking komen. Tolerantie kent haar grenzen. Sommige mensen kunnen bijvoorbeeld wel zeggen dat ze geen Nederlands willen spreken, maar als ze ook lid willen zijn van onze samenleving en bijvoorbeeld juridische en politieke rechten claimen, dan dienen ze ook het publieke debat te kunnen volgen. Daar hoort kennis van het Nederlands bij. Verder denk ik dat het belangrijk is dat iedereen verschil leert te verdragen.’

De westerse filosofie heeft een lange traditie. Zijn andere vormen van filosofie uit andere culturen evenveel waard?
‘Daar kan ik geen simpel antwoord op geven. De moderne westerse filosofie is in de loop van haar ontwikkeling op een kortzichtige manier ‘kritisch’ geworden, een ontwikkeling die ertoe heeft geleid dat ze haar eigen grondslagen heeft ondermijnd. Tegelijkertijd is het onmiskenbaar zo dat de westerse filosofie mede aan de basis staat van de moderne wetenschap, techniek en rechtsstaat. Als je de problemen van de samenleving wilt doordenken zul je je dus hoe dan ook moeten bezighouden met de geschiedenis van de westerse filosofie. Dat alleen al geeft die traditie een enorme voorsprong ten opzichte van de rest. Maar ik ben de eerste die ook de problemen onderkent van de westerse filosofie, die mede debet is aan de huidige culturele verwarring. We moeten daar mede vanuit onze eigen voor-moderne traditie een zeker tegenwicht aan bieden. We hebben het dan dus over een tegenwicht aan iets in onszelf, en ja, ook tegen ons eigen postmoderne relativisme. Daar kunnen natuurlijk ook andere tradities een rol bij spelen, maar de westerse traditie zelf neemt binnen de filosofie een centrale plaats in, omdat die ons heeft gebracht waar we ons nu bevinden.’

Is de niet-westerse filosofie inwisselbaar voor de westerse filosofie?
‘Nee, dat kan dus niet. Natuurlijk bestaan er ook allerlei andere interessante inzichten, maar onze moderne wereld is van begin tot eind verbonden met de westerse filosofie, inclusief het hele verhaal over de mensenrechten en afschaffing van de slavernij. Het is dus ook nogal ironisch dat men de geschiedenis van het Westen tegenwoordig volop bekritiseert en problematiseert, waarbij men nogal eens vergeet dat men dit veelal doet aan de hand van Verlichtingsdenken. Wij zijn inderdaad een cultuur die slavernij heeft gekend, zoals vele andere culturen overigens, maar we zijn ook de cultuur die de taal en het rechtsstelsel hebben ontwikkeld om slavernij af te wijzen. Met die dubbelzinnige erfenis zullen we moeten leren leven.’

Bron: https://dekanttekening.nl/interview/concept-multiculturele-samenleving-is-uitermate-problematisch/

Verzet tegen massale immigratie heeft niets met racisme te maken

Veel Italianen zijn tegen migratie. Dat wordt duidelijk uit de brede steun voor het beleid van gesloten grenzen van de Lega/Vijfsterrenbeweging-regering. Maar betekent dat ook dat Italianen zich tegen de vijf miljoen migranten die het land telt keren? Nee, integendeel. Veel Italianen maken een onderscheid tussen migratie en migranten. En dat onderscheid zou ook in dit land gemaakt moeten worden.

Het lijkt er op dat veel Italianen zich wel tegen migratie keren, maar niét tegen de in het land verblijvende migranten. Kán dat? Tegen migratie zijn, maar niet tegen migranten? Ja, dat denk ik wel!

Discriminatiekaart

Voorstanders van (massa-)immigratie willen ons graag doen geloven dat het niét kan. Dat tegenstanders van migratie óók tégen migranten zijn. Om vervolgens de discriminatiekaart te trekken: want wie tegen migratie is én tegen migranten discrimineert Afrikaanse en andere bevolkingsgroepen… Eurocommissaris Frans Timmermans spant de kroon door migratie te bepleiten omdat Afrikanen en Europeanen elkaar broeders en zusters zouden zijn.

Racisme-val

Deze racisme-val is schandalig en onzinnig. Want wie tegen migratie is, is tegen beleid, niét tegen mensen! Tegen het beleid om de grenzen open te zetten voor migranten van buiten Europa. Daar zijn goede redenen voor aan te voeren die niets met racisme van doen hebben! Verzet tegen massa-immigratie richt zich – per definitie – ook niet tegen migranten die al in Europa gevestigd zijn. Als zij hier legaal verblijven hebben zij het recht om hier te zijn en hier te blijven.

Politieke discussie

Die politieke discussie moet gevoerd worden. Willen we dat Europa een toevluchtsoord wordt voor vluchtelingen en migranten uit andere delen van de wereld, waar het leven minder gemakkelijk is? Willen we onze grenzen hermetisch sluiten voor iedere vreemdeling die er aanklopt?

Of willen we dat Europa alleen – zo lang als dat nodig is – vluchtelingen opvangt die in levensgevaar zijn en niet in de eigen regio kunnen worden opgevangen en alleen andere migranten toelaat die een aantoonbare toegevoegde waarde hebben voor onze samenleving?

Ik kies voor het laatste! Naar het voorbeeld van Australië, Nieuw-Zeeland en Canada. Gebaseerd op individuele selectie op basis van opleiding en ervaring. Met de concrete behoefte aan menskracht voor onvervulbare vacatures, die niet door automatisering en robotisering vervangen kunnen worden, als enige referentiekader.

Geschreven door Erik De Ridder

Extreem rechts is tegen de vrijheid

Sommigen onder jullie denken dat extreem rechts in Vlaanderen voor de vrijheid is. Dit is echter een foute mening en ik ga dat in deze tekst bewijzen!

BELASTINGEN

Libertariërs zoals het Nationaal-Libertarisch Kompas willen het huidige belastingsysteemgrondig hervormen. We pleiten voor een vlaktaks van 15% en we willen dat de superrijken zoals de Hutsjes en de Couckes niet alles kunnen aftrekken van de belastingen. Libertariërs vinden dat niet enkel de gewone man zoals u en ik belastingen moet betalen, maar dat zeker de superkapitalisten, de elite dus hun steentje mogen bijdragen. Extreem rechts belooft enkel beperkte belastingsvermindereringen als Vlaanderen onafhankelijk wordt en in de parlementen, vooral het Europese, komen ze steeds op voor de belangen van de superrijken. Mensen kunnen enkel vrij en zorgeloos leven met lage belastingen. Een stem op extreem rechts zal dus niets veranderen aan het huidige onterechte belastingsysteem!

STAAT

Libertariërs zoals het Nationaal-Libertarisch Kompas willen een zo klein mogelijke bestuurde, welisbaar onafhankelijke staat Vlaanderen. We willen dat de macht verdeeld wordt naar lagere beslissingsniveaus zoals de provincies, de regio’s en de gemeenten. We vinden dat de staat de burger zoveel mogelijk met rust moet laten en zoveel mogelijk ipv de mensen te pesten ze in vrijheid laten leven! Extreem rechts wil echter een sterke staat Vlaanderen met nog meer wetten en regeltjes, dat noem ik geen vrijheid!

VRIJE MENINGSUITING

Libertariërs zoals het Nationaal-Libertarisch Kompas zijn voor de absolute vrijheid van meningsuiting, zowel qua gesproken als geschreven taal. Van ons mag en moet alles gezegd worden, ook in de media. We zijn ook voor bindende referenda, wat dat is pas vrijheid! Extreem rechts is enkel voor de vrije meningsuiting als het hun zelf past Uiteraard vinden ze het Cordon Sanitaire tegen hen anti-democratisch, maar denkt u echt dat u in een Vlaanderen onder extreem rechts bestuur alles zal mogen doen wat niet strafbaar of oneervol is of alles mogen zeggen wat u wil. Vergeet dat maar schoon want extreem rechtse vrijheid is enkel schijn!

POLITIESTAAT

Libertariërs zoals het Nationaal-Libertarisch Kompas willen geen sterke politiestaat met op elke hoek van de straat een politieagent. Laat dat duidelijk zijn. Criminaliteit moet voor ons ook aangepakt worden, maar de buitensporig hoge straffen die extreem rechts op criminaliteit wil leggen zijn uitermate hoog. Het zal uw eigen kind maar zijn dat heropgevoed moet worden. Libertariërs gaan er van uit dat in de meeste gevallen de politie en het gerecht niet uw beste vrienden zijn! Dit vergeten blijkbaar veel kiezers van extreem rechts.

BESLUIT

In deze opinietekst heb ik aan de hand van 4 belangrijke voorbeelden aangetoond dat extreem rechts niet de grootste vriend van de vrijheid is! Wat kan u dan wel doen als gewone burger? Alle vrijheidsgezinde teksten delen op de sociale media en als burger u blijven verzetten tegen de wetten van de elite tegen onze vrijheden. De strijd zal moeilijk zijn en de strijd voor een grote libertarische partij ook! Bedankt om mijn artikel te lezen en eventueel te delen!

Geschreven door Erik De Ridder

Het gemeenschappelijke verhaal van het christendom, het nazisme en het marxisme

Iedereen kent het traditionele christelijke verhaal over de oorsprong van de mensheid, het concept van de erfzonde en het concept van redding en oordeel. Jehovah schept Adam en Eva. Adam en Eva eten de vrucht van de boom der kennis en krijgen kennis van goed en kwaad nadat ze verleid zijn door de slang (vaak genaamd Satan of Lucifer), en worden daardoor uit de tuin verbannen. Duizenden jaren later stuurt Jehovah Jezus, zijn enige zoon, om aan het kruis te sterven en zogenaamd de weg vrij te maken voor de verlossing van de mensheid. En uiteindelijk komt de dag des oordeels wanneer de gelovigen naar het koninkrijk van Jehova gaan en alle anderen tot de hel worden veroordeeld.

Dit is ook het verhaal dat door de islam wordt gedeeld, behalve dat het in de islam de profeet Mohammed is die leringen openbaart die de weg wijzen voor de mensheid. Ik moet erop wijzen dat de mythe van de erfzonde oorspronkelijk een joodse mythe was (die misschien ook zijn wortels had in oudere culturen), maar het verhaal van de val gevolgd door verlossing en oordeel is in wezen christelijk.

Maar zou je geloven dat hetzelfde verhaal wordt gedeeld door zowel de nazi- als de marxistische ideologie?

Blijkbaar geloofde de nazi-ideologie in hetzelfde kosmologische conflict dat ten grondslag lag aan het zoroastrische, christelijke en islamitische denken, alleen dat ze geloofden dat het Arische ras licht was en elk ander ras van de mensheid duister. Ze waren er op de een of andere manier van overtuigd dat de wereld ooit uit slechts één ras van mensen bestond (namelijk het Arische) tot de opkomst van verschillende rassen, en ze geloofden dat het paradijs op aarde zou worden geregeerd door het Arische ‘meesterras’ en tot stand zou worden gebracht door hun overheersing van de wereld en de vernietiging van zogenaamde “Untermenschen” .  Er is een soortgelijk geloof met betrekking tot het bestaan ​​van andere rassen in de kosmologie van Nation of Islam, die blijkbaar gelooft dat de hele mensheid vroeger zwart was en dat blanke mensen werden gecreëerd door een kwaadaardige wetenschapper genaamd Yakub.

De filosofie van Karl Marx benadrukt ook een soortgelijk verhaal. Karl Marx voerde samen met Friedrich Engels aan dat de primitieve menselijke samenleving oorspronkelijk een egalitaire samenleving was waar gemeenschappelijk eigendom de overhand had. In wezen primitief communisme, of Ur-communisme. Volgens dit verhaal eindigt dat tijdperk met de introductie van privébezit. Privébezit leidde volgens de geschiedenistheorie van Karl Marx tot monarchie, feodalisme en uiteindelijk kapitalisme, die allemaal worden beschreven als autoritair en slaafs van aard. Na een revolutie van de arbeiders tegen het kapitalisme, en na de opkomst van het socialisme, dacht Marx dat de samenleving onder de dictatuur van het proletariaat zou komen en dat dit uiteindelijk zou leiden tot de droom van een wereld zonder regeringen, wetten, naties, sociale klasse en privé-eigendom,

Is het patroon je al opgevallen?

Het christendom, het nazisme en het marxisme geloofden allemaal dat de wereld oorspronkelijk “perfect” was tot de opkomst van een of andere aberratie, en dat de wereld uiteindelijk gered zou worden door de verwijdering of vernietiging van die aberratie en dat er een perfecte orde zou ontstaan ​​op aarde. Voor christenen is de afwijking kennis, in het bijzonder de kennis om over goed en kwaad te beslissen. Voordat de slang Adam en Eva verleidde, waren ze hersenloze gedachteslaven. Voor de nazi’s was de afwijking raciale diversiteit in tegenstelling tot raciale “zuiverheid”. Voor marxisten is de afwijking privé-eigendom in tegenstelling tot collectief eigendom. Ze geloofden allemaal in een afwijking die was gebaseerd op dat wat de mens in staat stelde zich van anderen te onderscheiden of zichzelf een eigen identiteit te geven. De christenen veroordeelden het individuele denken, en de vrijheid daarvan, als erfzonde. De nazi’s veroordeelden biologische en raciale individuatie als ‘onmenselijk’. En marxisten veroordeelden de geboorte van privé-eigendom als gelijkwaardig aan de erfzonde. Ze veroordeelden individualiteit en droomden van een wereld waarin iedereen op de een of andere manier hetzelfde was. Het christelijk geloof schreef totale theocratie voor, de nazi-ideologie schreef totale raciale hegemonie voor en het marxisme schreef totaal egalitarisme voor. Als je erover nadenkt, weet ik zeker dat je je realiseert dat deze doelen toch niet zo verschillend zijn. Het enige verschil tussen hen zou hun houding ten opzichte van religie zijn, aangezien het marxisme religieus geloof omschrijft als onderdeel van de val uit de primitieve egalitaire samenleving. 

Ik heb ook het gevoel dat het verhaal achter alle drie de overtuigingen voortkomt uit Hesiodus’ mythe van de Gouden Eeuw, en de houding die eraan ten grondslag ligt. In de Griekse mythologie was de Gouden Eeuw een tijdperk waarin de mensheid in harmonie met de goden leefde, zonder moeite of verdriet, en waar de overvloed aan voedsel praktisch oneindig was, dus het was voor mensen niet nodig om landbouw te bedrijven. In het verhaal van Hesiodus eindigt deze Gouden Eeuw wanneer Zeus de Titanen verslaat, geregeerd door Cronus, en de mensheid regeert, en dan steelt Prometheus het vuur van de goden, dat door Zeus werd onthouden, en gaf het aan de mensheid. Door dit te doen, gaf Prometheus elke persoon de bron van intellect, geest en de drang om het nest te verlaten en zijn eigen pad uit te stippelen en zichzelf te individualiseren, en Prometheus werd ervoor gestraft. De Grieken geloofden dat elk tijdperk (behalve het heroïsche tijdperk) steeds slechter werd, waarbij de mensheid steeds meer voor zichzelf moest zwoegen. Zo smachtten de Grieken naar de dagen dat ze in harmonie met de goden leefden, en Prometheus werd negatief beoordeeld omdat hij de mensheid naar opeenvolgende tijdperken van lijden leidde. Het verschil is dat er in het Griekse denken geen enkele voorstelling lijkt te zijn van een utopie die plaatsvindt aan het einde van de menselijke geschiedenis, veroorzaakt door het wegnemen van een veronderstelde afwijking in de mensheid. Het enige dat in de Griekse mythologie zeker is, is dat op een dag de huidige generatie van de mensheid zal worden vernietigd zoals eerdere generaties. 

Ik weet eerlijk gezegd niet waar deze Gouden Eeuw-mentaliteit vandaan komt, en ik heb niet het gevoel dat het idee van een perfecte samenleving in het begin die in de loop van de tijd degenereert een echte basis heeft in de werkelijke menselijke geschiedenis. Als er iets is, is de menselijke beschaving voortdurend in ontwikkeling en ten goede gevorderd, en ons begrip van de wereld is in de loop van de tijd eveneens geëvolueerd. Of dat wordt toegeschreven aan het vuur van Prometheus, is voor jouw mening . Maar serieus, zou je echt willen dat de mensheid terugvalt naar het stenen tijdperk, het paleolithische tijdperk, of de dagen dat we equivalent waren van chimpansees? Want naar mijn mening is dat wat het verhaal van de Gouden Eeuw lijkt aan te moedigen. Het moedigt regressie aan in plaats van meer begrip, en tribalisme in plaats van geïndividualiseerd bestaan. En in de vorm van een christelijke, nazi- en marxistische ideologie is dit zelfs nog flagranter omdat het individuatie op alle niveaus veroordeelt en een staat van homogeniteit verlangt. In zekere zin kan dit op zijn eigen manier als een regressie worden opgevat.

bron en vertaald: https://mythoughtsbornfromfire.wordpress.com/2015/05/18/the-common-narrative-of-christianity-nazism-and-marxism/