Dr. August Borms en zijn vrijheidsstrijd

Actief Vlaams beweger

August Borms (14 april 1878 Sint-Niklaas – 12 april 1946 Etterbeek) studeerde Germaanse talen aan de Leuvense universiteit (KUL) en werkte als leraar onder andere aan het Antwerpse atheneum. Hij was gehuwd met Cesarina Smet, beter bekend als Rientje en ze hadden samen twee dochters en vier zonen. Van 1903 nam hij deel aan een onderwijsmissie naar Peru en daarna vestigde hij zich in Lokeren. Pas na zijn aanstelling aan het Antwerpse atheneum vestigde hij zich te Merksem waar hij de rest van zijn leven zou wonen.

Reeds in zijn studententijd was hij actief in de Vlaamse Beweging. In 1898 richtte hij aan de universiteit de Wase Club op, bedoeld om studenten uit het Waasland samen te brengen en hen op te roepen met hem actie te voeren voor de vrijheid van Vlaanderen. Die strijd zou gans zijn leven bepalen.

Zo stichtte hij in 1911 een afdeling van de Groeningerwacht in zijn woonplaats en was hij actief in Pro Westlandia, een vereniging die culturele activiteiten in en voor Frans-Vlaanderen organiseerde. Hij was ook zeer actief

Een staatsgevaarlijke keuze

Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog riep hij nog op om tegen de Duitse invallers te vechten. Zijn houding veranderde echter snel, vooral toen hij vernam hoe de Vlaamse soldaten aan het IJzerfront behandeld werden: Franse bevelen, zware repressie tegen al wie zich inzette voor “Zelfbestuur en Vlaamse regimenten” (= slogan van de Frontbeweging). Hij werd een van de leidende figuren van het Aktivisme en was in 1917 medeoprichter van de Raad van Vlaanderen. Binnen die raad behoorde hij bij de meest radicale elementen. Zo riep hij op 22 december 1917 op een vergadering van die Raad de zelfstandigheid van Vlaanderen uit. Het werd hem niet in dank afgenomen want toen de oorlog eindigde kreeg hij zelf ook te maken met de staatsrepressie. Concreet: hij werd op 8 februari 1919 opgepakt en na een proces voor het Assisenhof van Brabant werd hij in september 1919 ter dood veroordeeld.

Hij kwam terecht in de gevangenis te Leuven en zat daar in cel 310 tien jaar vast. In 1921 had hij de kans om vrij te komen als hij beloofde zich van politieke activiteiten te onthouden. Maar dr. Borms weigerde en bleef in de cel tot hij in 1929 vrij kwam na een gedenkwaardige tussentijdse verkiezing in Antwerpen op 9 december 1928. Hij behaalde toen wat we nu een monsterscore zouden noemen: meer dan 83.000 stemmen en er waren ook nog heel veel onthoudingen. Daarom spreekt men nu nog van de Bormsverkiezing. Als veroordeelde mocht hij niet zetelen in de Kamer van volksvertegenwoordigers maar er kwam wel een ‘amnestiewet’, ook bekend als Uitdovingswet. En zo kwam hij in januari 1929 vrij waarna een triomftocht door Vlaanderen volgde.

In de periode tussen de twee wereldoorlogen speelde dr. Borms vooral een rol als spreker op talloze kleine en grote bijeenkomsten. Het bezorgde hem de bijnaam ‘De klok van Vlaanderen’. Hij was reeds in de jaren 1920 uitgegroeid tot dé symboolfiguur van de amnestiestrijd en de Vlaamse vrijheidsstrijd in het algemeen. Daarin ligt zijn grote betekenis want dr. Borms was geen politicus of dichter, wel een man die alles over had voor zijn ideaal van een vrij Vlaanderen.

Martelaar

Toen de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940 uitbrak werd hij opgepakt en met de ‘Spooktreinen’ weggevoerd naar een Frans concentratiekamp. Zowel op die trein als in het kamp heersten mensonterende toestanden. Door de snelle opmars van de Duitse troepen kwam hij in juli vrij en op 11 juli was hij terug in Vlaanderen. In de oorlogsjaren, en ook voordien, trachtte hij mensen en organisaties te verzoenen. Hij was ook sinds 6 september 1940 voorzitter van de Commissie tot Uitvoering van de Herstelverordening, de zgn. Bormscommissie, opgericht door de Duitse bezetter voor herstel van de door Aktivisten geleden schade na de Eerste Wereldoorlog.

In september 1944 vluchtte hij naar Duitsland waar hij de ‘Vlaamsche Landsleiding’, een initiatief van DVlagleider Jef van de Wiele, adviseerde. Op 28 augustus werd hij door een Belgische Rodekruiszuster aangegeven en aangehouden. Hij kwam terecht in de gevangenis van Vorst en werd na een tweede proces op 4 januari 1946 opnieuw ter dood veroordeeld. Het Krijgshof bevestigde het oordeel en genade werd dr. Borms geweigerd. In het anti-Vlaamse klimaat dat toen heerste hoeft dat niet te verwonderen. Honderden gelijkgezinden kregen toen met het gerecht te maken omdat ze de vrijheid van hun volk bleven verdedigen.

Op 12 april 1946 werd dr. August Borms in de rijkswachtkazerne van Etterbeek door een vuurpeloton gedood. Maar wie voor de vrijheid vecht blijft hem gedenken als de vrijheidsheld die hij was.

Tijdlijn

  • 14 april 1878: Geboren te Sint-Niklaas. Volgde middelbaar onderwijs aan het Klein Seminarie te Sint-Niklaas en was er lid van de studentenbond De Blauwvoeterie.
  • 1896-1902: Studeerde Germaanse filologie aan de universiteit te Leuven
  • 1898: Richtte te Leuven de Wase Club op, een regionale studentenvereniging voor studenten uit het Waasland, waarvoor hij het clublied schreef.
  • 1902: Studeerde af als doctor in de Germaanse filologie aan de universiteit te Leuven. Werd leraar te Nijvel.
  • 23 februari 1903: Huwde met Cesarina Smet.
  • 1903-1906: Was lid van een Belgische onderwijsmissie naar Peru.
  • 1906: Vestigde zich te Lokeren.
  • 1909: Werd leraar aan het atheneum te Antwerpen en ging te Merksem wonen.
  • 1911: Stichtte te Merksem een afdeling van de Groeningerwacht.
  • Was medestichter van Pro Westlandia, een vereniging die culturele activiteiten in Zuid-Vlaanderen organiseerde.
  • Vóór WO1: Raakte sterk betrokken bij de strijd voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit, waarvan hij een van de belangrijkste propagandisten werd.
  • Juni 1915: Werd met Raf Verhulst hoofdredacteur van het Aktivistische blad Het Vlaamsche Nieuws.
  • 4 februari 1917: Was medeoprichter van de (eerste) Raad van Vlaanderen.
  • 22 december 1917: Op initiatief van Borms werd door de Raad van Vlaanderen de Vlaamse zelfstandigheid uitgeroepen.
  • 17 januari 1918: Werd lid van de Commissie van Gevolmachtigden, het uitvoerende orgaan van de Raad van Vlaanderen.
  • 16 augustus 1918: Werd lid van de Commissie van Zaakgelastigden, die de Commissie van Gevolmachtigden verving en buiten de Raad van Vlaanderen stond. In de beide commissies was hij verantwoordelijk voor het Nationaal Verweer, dat zorgde voor de bescherming van Aktivisten en Aktivistische vergaderingen.
  • 8 februari 1919: Gearresteerd voor zijn Aktivistische inzet.
  • 2 september 1919: Begin van het proces tegen Borms voor het Assisenhof van Brabant.
  • 9 september 1919: Werd ter dood veroordeeld.
  • 1919-1928: Zat tien jaar in de Belgische gevangenis, voornamelijk te Leuven in cel 310.
  • 1921: Weigerde vrijlating met de voorwaarde zich van politieke activiteiten te onthouden.
  • 9 december 1928: Behaalde bij een tussentijdse verkiezing te Antwerpen na het overlijden van de liberale volksvertegenwoordiger Paul Kreglinger (de geschiedenis ingegaan als de Bormsverkiezing), als lijsttrekker van Het Vlaamsche Front 83.057 stemmen tegen 44.410 voor de liberaal Paul Baelde, maar kon zijn zetel niet innemen daar hij als veroordeelde onverkiesbaar was.
  • 17 januari 1929: Ten gevolge van de verkiezingsuitslag van 9 december 1928 kwam een amnestiewet (de zgn. Uitdovingswet) tot stand en werd Borms uit de gevangenis van Leuven ontslagen, twee dagen vóór dat de wet werd gepubliceerd.
  • September 1929: Was medeoprichter en voorzitter van de Vlaamsch-Nationale Blauwvoetbond, een turnersbond.
  • 15 maart 1931: Was oprichter van de (derde) Raad van Vlaanderen, waarmee hij eenheid onder de diverse stromingen in het Vlaamsnationalisme wilde bewerkstelligen, doch al spoedig bleek dat onmogelijk.
  • 10 mei 1940: Werd door de Belgische veiligheidsdiensten aangehouden en samen met enkele duizenden andere staatsgevaarlijken (waaronder naast Vlaamsnationalisten en communisten ook volledige Joodse vluchtelingengezinnen) in een ‘Spooktrein’ gedeporteerd naar Frankrijk.
  • 11 juli: Was terug in Vlaanderen uit de Franse concentratiekampen
  • 11 augustus 1940: Werd te Brussel gehuldigd naar aanleiding van zijn behouden terugkomst.
  • 6 september 1940: Werd voorzitter van de Commissie tot Uitvoering van de Herstelverordening, de zgn. Bormscommissie, opgericht door de Duitse bezetter voor herstel van door Aktivisten geleden schade na de Eerste Wereldoorlog.
  • September 1944: Vluchtte naar Duitsland waar hij met o.m. Cyriel Verschaeve, werd opgenomen in een adviesraad van de Vlaamsche Landsleiding, een “regering” in ballingschap opgericht door de DeVlagleider Jef van de Wiele, waar het Vlaamsch Nationaal Verbond niet aan deelnam.
  • 28 augustus 1945: Werd op aangeven van een Belgische verpleegster samen met zijn echtgenote aangehouden in een hospitaal te Berlijn en opgesloten in de gevangenis te Vorst (Brussel).
  • Oktober 1945: Werd opnieuw ter dood veroordeeld door de Krijgsraad te Brussel.
  • 4 januari 1946: De doodstraf werd in beroep voor het Krijgshof bevestigd. Genade werd hem geweigerd.
  • 12 april 1946: Werd terechtgesteld in de rijkswachtkazerne van Etterbeek (Brussel).