Adolf Daens was een groot Vlaming

Misschien herinneren sommige lezers zich nog de film ‘Daens’ van Stijn Coninx. Die film is gebaseerd op de roman van Louis Paul Boon over de boeiende figuur van priester Adolf Daens. En ook al is het filmverhaal zeker niet volledig, de film geeft toch een goed beeld van het leven van de textielarbeiders in Aalst, en eigenlijk in heel Vlaanderen, in de 19de eeuw.

Adolf Daens (1839 -1907) studeerde filosofie en theologie en werd in 1873 priester gewijd. Hij was ook leraar in verschillende scholen maar had vaak problemen met de geestelijke overheid, o.a. met monseigneur Stillemans, de latere bisschop van Gent in de periode dat priester Daens politiek actief was. Dat zou een constante blijven in zijn leven. In 1888 kwam hij als priester in Aalst terecht. Daar woonde hij ibij zijn broer Pieter, een drukker-uitgever van o.a. plaatselijke kranten. Hij gaf les aan kinderen van rijke ouders en schreef heiligenlevens.

In 1892 wilde hij de post van aalmoezenier aannemen maar dat lukte niet omdat hij ondertussen in conflict was geraakt met de plaatselijke conservatieve katholieken en hun voorman Charles Woeste. Toen priester Danes in april 1893 mee de openbare stichtingsakte van de Christene Volkspartij ondertekende was de bisschop daarover zeer ontstemd. Maar priester Daens voelde zich thuis bij de Roelanders, de groep sociaal-vooruitstrevende Vlaamsgezinden uit zijn streek, die zich sinds 1891 hadden geprofileerd als potentiële dissidenten van de katholieke partij. Adolf Daens was met hen in contact gebracht door zijn broer Pieter en hij had een belangrijk aandeel in het formuleren van het partijprogramma. Drie jaar later stelde hij zich kandidaat voor de Christene Volkspartij en niet enkel kandidaat, hij werd ook lijsttrekker.

Bij die verkiezingen behaalde de katholieken eerst een grote meerderheid van de stemmen. Maar er waren zoveel onregelmatigheden vastgesteld dat de Kiescommissie niet anders kon beslissen dan een gedeeltelijke herstemming te houden. Daarbij moest priester Daens het opnemen tegen zijn aartsvijand Charles Woeste, de conservatieve leider van de katholieke partij op dat moment. Bij deze verkiezing verleenden de socialisten en de liberalen hun steun aan de Daensisten. De verkiezingsstrijd werd daardoor nog heviger, zeker toen bekend werd dat priester Daens van de bisschop het verbod had gekregen om in het openbaar de mis te lezen. In die jaren – het was de tijd van het arme maar ook christelijke Vlaanderen – was dat een zware sanctie. Bij de verkiezing werden beide tegenstanders verkozen en zo konden Daens en Woeste hun onderlinge strijd verderzetten in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, In de film zit een stuk van een tussenkomst van Daens in het parlement.

Met 46,3 procent van de stemmen kon men hem moeilijk het zwijgen opleggen. Maar het succes bracht hem opnieuw in problemen. Hij werd door het Vaticaan ontboden en teruggezonden met de (geheime) waarschuwing dat hij beter niet langer aan politiek zou doen. Priester Daens legde zich hier niet bij neer en bleef actief. De conflicten met zijn bisschop, die alles deed om hem te isoleren en zo monddood te maken, escaleerden. Concreet: tussen 1895 en 1897 kreeg hij 10 keer een sanctie opgelegd en een jaar later ging hij akkoord om elke politieke actie te staken. Er was hem wel een kerkelijk ambt met een behoorlijke vergoeding beloofd. Maar daar

kwam niets van in huis en dus keerde Daens spoedig terug naar de Daensistische beweging met nog meer conflicten met de Gentse bisschop als gevolg. Dat leidde ertoe dat Daens in 1898 geschorst werd als priester. Later kreeg hij zelfs verbod om het priesterkleed te dragen, een van de zwaarste maatregelen die hem kon treffen. Later, in 1905 werd hij ook door het Vaticaan formeel veroordeeld en zo geraakte hij volledig geïsoleerd. Hij mocht ook de mis niet meer opdragen.

In Aalst werd priester Daens in 1900 niet herkozen maar twee jaar later lukte dit wel in Brussel, met de steun van liberalen en vrijzinnigen. Maar hij was door alle ellende zodanig verzwakt dat hij nog maar een schim was van het strijdbare Kamerlid van vroeger. Vier jaar later werd hij dan ook niet meer verkozen en hij overleed, na een gedwongen verzoening met de Kerk, op 14 juni 1907 in Aalst. Door die onderwerping haalde de bisschop van Gent uiteindelijk toch zijn slag thuis. Maar zijn naam is nauwelijks nog bekend terwijl die van priester Daens bekend blijft in Aalst en ver daarbuiten. Want het Daensistisch gedachtengoed heeft nog lang nagewerkt, vooral maar niet uitsluitend, in de nationalistische partijen.

De figuur van priester Daens blijft belangrijk omdat hij sociale emancipatie en Vlaamse strijd met elkaar verbond. Bij de leiders van het Daensisme zaten mensen met een meer uitgesproken Vlaamse reflex. Maar hij heeft hun standpunten altijd gesteund en gaf, samen met broer Pieter, zijn steun aan een in 1905 ingediend voorstel van de Daensisten voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Maar dat is een ander verhaal.