Vlaams etnonationalisme is beter dan een Europees imperium

Blanke nationalisten (in tegenstelling tot het Vlaams Belang noem ik me blank nationalist) zouden etnonationalisten moeten zijn, en Vlaamse nationalisten zouden voor Vlaams etnonationalisme moeten zijn. Ik zeg dit niet om lichtzinnig en compromisloos te zijn, maar omdat ik geloof dat het een waarheid is die we op eigen risico negeren. Velen onder ons, lijken af te drijven naar het idee van een Europees Imperium als een realistischer en effectiever middel voor blank behoud dan etnonationalisme. Dit is een filosofische en tactische fout.

Misschien wel de grootste tactische fout met dit idee is dat het een filosofische fout is. De beste strategie voor ideologisch succes is het hebben van een aantrekkelijke ideologie, en etnonationalisme is veel idealistischer en logischerwijs gezond dan het idee van een Europees imperium. Het idee van het Europees Imperium, zoals dat tot nu toe is geschetst, is in wezen een strategie, geen ideaal. En een te grote nadruk op strategie op dit punt is om het paard achter de wagen te spannen. Het heeft weinig zin om luchtkastelen te bouwen, als je nog niet genoeg mensen hebt overtuigd van de noodzaak om echte kastelen te bouwen. Op dit moment zouden we onze ideologie moeten opbouwen en verfijnen, waarbij we beargumenteren waarom onze visie superieur is aan de huidige westerse consensus.

Er is natuurlijk vrijwel totale consensus in het Westen, althans onder zijn politieke naties. In elk westers land, en vele andere bovendien, is de heersende ideologie een combinatie van liberalisme / libertarisme / libertinisme; ze variëren alleen in hun relatieve nadruk op deze punten. Als het natuurlijke verlangen van de mens het verlangen is en zou moeten zijn om zichzelf te bestendigen, heeft het moderne Westen besloten dat het beste middel hiervoor vrijheid is. Geef het individu de vrijheid om zijn unieke visie op het Goede na te streven; de staat bestaat slechts om dit natuurlijke recht van alle mensen te waarborgen; de politiek van de staat is niet meer dan het middel om te beslissen hoeveel overheid nodig is om de vrijheid te beschermen en te bevorderen. Wat zou een gelukkiger regeling kunnen zijn? Het probleem is echter dat het bestendigen van het zelf afhankelijk is van anderen; met ieder mens als eiland is niemand in staat zichzelf te bestendigen. De paradox is dat als vrijheid het doel is, het alle betekenis van vrijheid als middel leegmaakt, en vice versa.

De meest voor de hand liggende, en voor mij meest overtuigende, tegengestelde hiervan is het particularisme, waarvan etnonationalisme een vorm is. Particularisme is in mijn formulering het idee dat de staat, de Vlaamse dus, de burger zou moeten zijn. De rol van de staat is om het leven en eigendom van de burger te beschermen, ja, maar het zou meer moeten doen dan de burger toestaan zichzelf te bestendigen, het zou deel moeten uitmaken van die bestendiging. Als individualiteit in mensen moet worden gewaardeerd, waarom zou je dit principe dan niet toepassen op de staat? De staat is, meer dan enige andere instelling, in staat om een idee en een gemeenschap te bestendigen.

Voor de etnonationalist zou de staat een middel tot genetische bestendiging moeten zijn, de staat als een grote familie. Hij kan ook geloven – deze wel – dat, als al het andere gelijk is, hoe meer genetisch vergelijkbaar de burgers van een staat met elkaar zijn, hoe waarschijnlijker het is dat hun opvattingen over het Goede op die van elkaar lijken, en dus hoe groter de kans dat ze in dezelfde richting trekken. Andere particularisten wensen misschien een staat georganiseerd rond religieuze of ideologische principes, of een combinatie hiervan.

Een Europees Imperium is een degradatie van het particularistische en het etnonationalistische principe. Ras zou niet het enige principe hoeven te zijn dat eraan ten grondslag ligt, toegegeven, maar een bijeenkomst van blanken in één superstaat beperkt per definitie de maatschappelijke mogelijkheden van blanken – één Europees imperium moet democratisch zijn of niet; het kan niet zowel een confessionele staat als een officieel atheïstische staat zijn; het kan niet zowel socialistisch als libertair zijn. Een genetisch particularistisch principe is eervol, maar het is niet genoeg reden om al het andere particularisme te ontkennen. Europa is goed gediend met zijn verdeeldheid; het genie gerealiseerd in de stadstaten van het oude Griekenland en van renaissance Italië zet alle andere tijdperken van de mediterrane geschiedenis te schande, en het is zeker niet voor een gebrek aan concurrentie.

Voorstanders van het Europese Imperium beweren dat de huidige en toekomstige naties van Europa hun gescheiden bestaan binnen het nieuwe Euro-Imperium zouden kunnen voortzetten, terwijl ze tegelijkertijd beweren dat het etnonationalistische ideaal gevaarlijk is omdat het het potentieel heeft voor oneindige achteruitgang. Ik antwoord dat, in het algemeen, als een volk sterk genoeg voelt over zijn natie om een staat te eisen, het een staat moet hebben; als de bestaande staat zich ertegen verzet, laat hem dan zijn gelijk maken. Uiteindelijk hangt het behoud van een staat altijd af van het volk, of op zijn minst het juiste volk, dat de legitimiteit ervan accepteert. Natuurlijk zal realpolitik zich ermee bemoeien, dat doet het altijd. En als het imperiale Europa een Europa van naties moet blijven, wat is dan het doel van een Europees imperium?

Veiligheid natuurlijk. Verklaard, maar nooit beargumenteerd, is het geloof dat het behoud van het blanke ras als geheel zoveel belangrijker is dan ‘kleinzielig nationalisme’, dat alle blanke naties hun soevereiniteit moeten afstaan aan een centrale autoriteit. Het eigenlijke argument voor het Europese Imperium – het verraden van een onaantrekkelijke smet van paranoia – is dat als deze centrale regering genoeg macht had ten opzichte van de naties, ze destructieve “burgeroorlogen” zou kunnen voorkomen en in het algemeen iedereen in het gareel en op boodschap zou kunnen houden. En dus zijn we veel minder geneigd om onszelf te vernietigen. Het is duidelijk waar, maar is het het waard?

Nee. Om te beginnen zijn kleine staten nog nooit zo fysiek veilig geweest als nu. Als Denemarken morgen besluit om een schaamteloos en agressief “Whitening” sociaal programma na te streven, zullen er geen buitenlandse tanks komen om te proberen haar te stoppen. Zolang het beleid geen uitzetting (of erger) onder gewapend geweld inhoudt, zullen de Denen weinig meer te vrezen hebben dan lichte economische sancties en toegenomen ngo-bemoeienis. Hetzelfde geldt voor IJsland, of Liechtenstein, maar ook voor ons Vlaanderen.

Erger nog, het Europese Imperium zou simpelweg de ene westerse consensus inruilen voor de andere. Naar mijn mening zou het een betere zijn, maar ik denk ook dat het feit van een consensus zelf, althans zo’n uitgebreide consensus, een deel van het probleem is.

Het Europese Imperium is een krachtig ideaal dat zowel de meest eenvoudige als de meest verfijnde blanke nationalist kan inspireren. Het destilleren van het brandpunt van de nationale identiteit naar beneden (en tegelijkertijd omhoog) tot het niveau van ras heeft een bepaalde wetenschappelijke, terwijl tegelijkertijd romantische en gezond verstand waarheid. Het is een van die zeldzame vereenvoudigingen die een vollediger, dieper begrip geven.

Helemaal gaan zou echter te veel verliezen op de koop toe. De staat is potentieel het meest effectieve middel om de gemeenschap te bestendigen, en de gemeenschap is het enige middel om waarden te bestendigen. De rol van de staat zou, nogmaals, afgezien van het beschermen van zijn mensen, het cultiveren van bepaalde aspecten van de menselijke geest moeten zijn. Het fundamentele uitgangspunt van mijn particularistisch nationalisme is mijn overtuiging dat er veel aspecten van die geest zijn die de moeite waard zijn om te cultiveren, velen zelfs, die allemaal kunnen bestaan onder de vlag van wit nationalisme. En de eisen van een Europees Imperium zouden daar onaanvaardbare grenzen aan stellen. Ik zou de oprichting van een staat met een puur “Whitemanistan” ideologie steunen, maar het zou niet de enige optie moeten zijn voor blanken, of zelfs voor blanke nationalisten. Ik noemde de oude Grieken al eerder; ze geloofden diep in het ideaal van de stadstaat, maar ze voelden net zo diep over hun beschavingsidentiteit. Wat betreft zoveel andere dingen (bijvoorbeeld hun combinatie van een verfijnd bewustzijn met een oergevoel van identiteit), zou hun voorbeeld het model moeten zijn.

Ryan Andrews is de auteur van The Birth of Prudence.

Dit artikel is vertaald en bewerkt door NLK

Stop met migranten te verwennen

De westerse beschaafde wereld, waaronder Vlaanderen, is in relatief korte tijd overspoeld door premoderne, islamitische migranten. Ernstige en indringende problemen zijn het gevolg. Onderzoeken, kranten en televisie rapporteren de schaduwzijden met grote regelmaat.

In het boek ‘Tegen de Tribalisering’ , beschrijft men de diepere oorzaken van de ellende die migranten en asielzoekers uit premoderne oorden in de westerse wereld vormen. De moderne maatschappij, waar individu, prestaties en zelfstandige beslissingen de boventoon voeren, erkent zo’n allochtoon nauwelijks. Daarnaast vormt zijn of haar islamitische achtergrond een extra complicatie. Over de uiteindelijke gevolgen in de toekomst bestaat weinig twijfel. De islamitische geleerde en huisideoloog van de Moslimbroederschap Sheik Al-Qaradawi voorspelde al in 2002: ‘dat de islam zal terugkeren naar Europa als veroveraar en overwinnaar’, nadat de religieuze ideologie tweemaal voor de poort was verdreven: in 732 bij de slag bij Poitiers en in 1683 bij het ontzet van Wenen. ‘Het doel hoeft niet noodzakelijkerwijs met het zwaard te worden bereikt, maar kan ook door demografische groei worden gerealiseerd’.

We zijn dus gewaarschuwd.

Vanuit de fnuikende politiek correcte ideologie verbindt men in Vlaanderen aan deze toekomst echter totaal andere, verkeerde observaties. ‘Onze( politiekers geven steeds meer toe aan de eisen en verlangens van allochtonen, buigen als maar dieper voor hun wensen. Was er maar wat minder links vooringenomenheid, dan zou men eindelijk tot geheel andere voorstellen komen dan in de afgelopen vier decennia. Nuchter, eerlijk, oprecht en zakelijk zou men tot de volgende stappen komen:

De 4 stappen van Nationaal-Libertarisch Kompas

1 .Stoppen met paaien en verwennen. Net als bij opvoeding, verwennen is net zo schadelijk, ook voor betrokkene zelf, als verwaarlozen. Herzie en herformuleer de gehele bestaande wetgeving. Waarom? Wat er nu is, is ooit voor en door keurige, nette, fatsoenlijke, eerlijke, mensvriendelijke westerse mensen ontworpen. Niet afgestemd op aanhangers van premoderne cultuurstructuren met daar boven op islam achtergrond.

2. Nu het zover is, met diverse onleefbare wijken voor vele autochtonen, trek er dan geld voor uit om premoderne allochtonen ruim te belonen om terug te gaan en een mooi huis in de zon daar aan te schaffen. Dat betaalt zich in korte tijd dubbel en dwars terug. Beperk drastisch de toelating van asielzoekers uit premoderne oorden.

3. Moslims die per se willen blijven, dienen ervoor te tekenen dat zij afstand nemen van de ideologie (let wel: niet van het smalle religieus deel) van de islam. Thuis in de beslotenheid van de privésfeer mogen ze doen wat ze willen. Dat is vrijheid van het individu.

4. Ophouden met alsmaar tegemoet te komen aan de eindeloze en steeds verder gaande eisen van aanpassing van de autochtonen aan allochtonen. Maak ze weerbaar voor een kinderfeestje als Zwarte Piet; verwijder niets wat tot de historie van ons land behoort. Slavernij is niet meer van deze tijd, goede zaak. Maar bespreek dat juist in plaats van het verbergen en verwijderen van standbeelden. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Weerbaar maken in plaats van meebuigen is op de lange duur in het voordeel van de migranten zelf.

Over migratie en racisme

Import van armoede stoppen

Principieel zijn wij als libertariers voor immigratie, maar willen we voor nieuwe Belgen wel een aantal toelatingsvoorwaarden invoeren op basis van kapitaal en/of tewerkstelling, zolang de automatisch rechten op sociale gunsten niet aan banden zijn gelegd. Ofwel stel je strenge eisen aan de grens, ofwel gaat de deur van het OCMW op slot. Deze maatregelen dienen om de bewezen instroom van armoede te stoppen. Bovendien wil Nationaal-Libertarisch Kompas dat nieuwe Belgen voor een periode van ten hoogste tien jaar geen aanspraak kunnen maken op het volledige pakket aan sociale tegemoetkomingen zoals kindergeld en uitkeringen. Deze tien jaren vormen de proefperiode van de migrant, een periode waarin een strafrechtelijk vlekkeloos parcours dient te worden afgelegd om de nationaliteit te kunnen verwerven.

De verzorging en opvang van mensen met een vluchtelingenstatuut is voor Nationaal-Libertarisch Kompas een vanzelfsprekendheid. Iemand die dit statuut heeft en die geen bedreiging voor de maatschappij vormt, kan voor Nationaal-Libertarisch Kompas nooit zomaar worden opgesloten. Van een vluchteling die zich misdraagt, moet het statuut kunnen worden afgenomen. Nationaal-Libertarisch Kompas is tegenstander van een gedwongen terugkeerbeleid, wanneer er geen criminaliteit in het beeld is. Dit kost de belastingbetaler meer geld dan dat de betrokken personen in niet-geregulariseerd in het land op eigen kosten verblijven. We zijn dan ook voorstander om het betreden en het bezoeken van het grondgebied voor onbepaalde duur uit de illegaliteit te halen. We zijn dus op termijn voor de afschaffing van de verblijfsvergunning en willen grondwettelijk verankeren dat het ieder mens vrij staat om ons land te bezoeken en er zelfs in te komen wonen. Uiteraard allemaal op eigen risico en kosten, zonder kans op financiering van de overheid.

Tegen deze achtergrond is Nationaal-Libertarisch Kompas tegenstander van grondgebonden rechten. Een recht op sociale dienstverlening kan volgens ons nooit worden verkregen op basis van een territoriaal principe. Kort gezegd, wie het land betreedt, krijgt niet automatisch rechten. Dit met uitzondering van ambulante zorg. Op deze manier kan iedereen zorgeloos ons land bezoeken en er in verblijven op eigen verantwoordelijkheid en risico, maar de lasten zijn niet voor de gemeenschap. Diezelfde gemeenschap heeft verder ook geen verplichtingen ten overstaan van de bezoeker.

Een samenleving waarin iedereen welkom is, maar waarin ieder zijn eigen bonen dopt en gedurende een periode geen aanspraak maakt op collectieve gunsten, maakt een buitengrens schijnbaar overbodig. Toch meent Nationaal-Libertarisch Kompas dat het in ieders belang is om grenzen te hebben en deze te kunnen bewaken om terrorisme of criminaliteit op het grondgebied te vermijden. We kijken hiervoor naar een Beneluxsamenwerking waarbij de buitengrenzen van de Benelux worden verstevigd. Het doorknippen van sluipwegen, waardoor een grensoversteek met de wagen enkel nog via hoofdwegen mogelijk is en het op punt stellen van ANPR-camerasystemen op de grens zijn maatregelen die wij voorstaan. In een noodsituatie of bij een (nakende) terroristische aanslag moet België haar grenzen kunnen sluiten.

Racisme

Volgens Nationaal-Libertarisch Kompas kan je niet lager zakken of onder de gordel gaan dan racisme te prediken. Het is niet alleen kwetsend, maar het is meestal gewoon naast de kwestie. Racisme is dan ook symptomatisch voor een algemeen wantrouwen in het systeem, gesterkt door stereotyperingen die worden uitvergroot en veralgemeend door een ongenuanceerde manier van denken. We denken dan ook dat het aan banden leggen van de grondgebonden rechten en de daarbij horende sociale tegemoetkomingen, zal bijdragen tot minder racisme. Een ander fenomeen is dat racisme ook wordt gerelativeerd en gecultiveerd door collectieve stromingen die de groep boven het individu plaatsen. Het is hetzelfde soort geconstrueerde afgunst dat je terugvindt in socialistische en conservatieve stromingen.

Racisme is een lelijke uitspatting van collectivisme, de mentaliteit die mensen alleen als leden van groepen ziet en nooit als individuen. Racisten geloven dat alle individuen met oppervlakkige fysieke kenmerken gelijk zijn. Niet enkel het groepsdenken komt op de oppervlakte drijven, maar ook een kwalijk soort egalitair denken ten opzichte van de geviseerde doelgroep (“ze zijn allemaal hetzelfde”). Door Vlamingen aan te moedigen een groepsmentaliteit aan te nemen, bestendigen de voorstanders van conservatieve en ongezond-nationalistische strekkingen feitelijk racisme. Er heerst een intense focus op ras, een begrip dat toegepast op mensen wetenschappelijk geen steek houdt, maar wel goed in het kraam past van racistische denkers. Door individuen te herleiden of in de delen volgens termen die eerder voor objecten of dieren gangbaar zijn, zorgt een racistisch denkpatroon ervoor dat het individu wordt ontmenselijkt. Wanneer een individu geen mens meer is, is het makkelijker voor andere mensen en zelfs systemen om individuen te marginaliseren of te ontwaarden. Kazerne Dossin in Mechelen heeft daarrond een heel pedagogisch traject rond ontwikkeld om mensen van dit gevaar bewust te maken, hier toegepast op de anti-joodse retoriek voor en tijdens WO II.

Ook de klassieke linkerzijde van het politieke spectrum heeft het bij het verkeerde eind. Het is een regelrechte mythe dat socialistische en ecologistische bewegingen echt om racisme geven. Het moderne socialisme en ecologisme zijn ook collectivistische denksystemen die au fond het racismevraagstuk op juist dezelfde manier benaderen als de conservatieve en nationalistische stromingen. Het enige verschil is dat de rollen worden omgedraaid. Rood vanuit een reflex om “kwetsbare minderheidsgroepen” te beschermen en Groen vanuit een misantropisch uitgangspunt dat de blanke Westerse samenleving verantwoordelijk zou zijn voor alle ellende in de wereld. In deze denkpatronen is het opnieuw de groep die prevaleert en het individu dat vakkundig in de vergeetput werd gegooid.

Het voortdurende aandringen op groepsdenken wakkert daardoor alleen polarisatie en spanningen aan, precies zoals de betogingen van Antifa en BLM. Het echte tegengif tegen racisme is vrijheid. Vrijheid betekent dat er een beperkte, constitutionele regering is die zich inzet voor de bescherming van individuele rechten in plaats van groepsclaims. Vrijheid betekent vrijemarktkapitalisme, dat individuele prestaties en competentie beloont, los van huidskleur, geslacht of etniciteit. In een vrije markt verliezen bedrijven die discrimineren klanten, goodwill en waardevolle werknemers – terwijl rationele bedrijven floreren door de meest gekwalificeerde werknemers uit te kiezen. Wat nog belangrijker is, in een vrije samenleving krijgt elke burger een gevoel van zichzelf als individu, in plaats van een groeps- of slachtoffermentaliteit te ontwikkelen. Dit leidt tot een gevoel van individuele verantwoordelijkheid en persoonlijke trots, die alsnog op ongedwongen, veilige en persoonlijke manier kan omgezet worden naar een groepstrots. Dit is het libertarisch standpunt van Nationaal-Libertarisch Kompas.

Waarom socialisme altijd faalt

Inleiding tot waarom socialisme altijd faalt:

Waarom schrijf ik dan al weer een post over kapitalisme en socialisme? Omdat het moet. Want socialisme is een kanker die onze samenleving teistert. Helaas denken hedendaagse Amerikaanse en Europese politici dat ze het socialisme nieuw leven kunnen inblazen en het hier kunnen laten werken. Ze houden vast aan dat geloof ondanks het feit dat het socialisme overal elders heeft gefaald dat het is geprobeerd. In dit artikel zal ik de mislukkingen van het socialisme beschrijven, praten over waarom socialisme altijd faalt, en dan bespreken waarom we ons verzetten tegen zijn vermeende allure.

De vele mislukkingen van het socialisme:

Laten we dus eerst enkele van de vele mislukkingen van het socialisme overlopen. In het belang van de leesbaarheid van dit artikel zal ik slechts enkele van de vele mislukkingen van het socialisme bespreken. De voorbeelden die ik zal bespreken zijn de USSR, Noord-Korea en Venezuela. Alle drie die landen probeerden het socialisme. En alle drie faalden ze jammerlijk, wat niet verwonderlijk is als je weet dat het socialisme altijd faalt.

De USSR:

De Sovjet-Unie, of Sovjet-Unie, was misschien wel ’s werelds grootste experiment in socialisme. Een unie van socialistische staten die twee continenten besloeg en klantstaten over de hele wereld had, ging ongeveer 50 jaar lang de strijd aan met de VS en zijn NAVO-bondgenoten. Het mislukte echter uiteindelijk. Net als andere socialistische naties kon het niet genoeg produceren van de goederen die zijn volk wilde. Voedsel, schoenveters, riemen, gereedschap en apparaten waren altijd schaars. Maar goederen die niemand wilde, waren er altijd. Bovendien deed het enorme investeringen in militaire technologie en subsidies voor zijn klantlanden.

De Sovjet-Unie liet zien dat een centraal geplande economie niet kon werken en dat het socialisme altijd faalt. Omdat bureaucraten in centrale kantoren in Moskou beslisten wat er geproduceerd zou worden en in welke hoeveelheid, worstelde de economie van de USSR. Het kon niet produceren wat zijn mensen wilden of nodig hadden, alleen wat de bureaucraten en militairen wilden. Door die mislukking stortte de economie in en stortte de natie mee in. Het socialisme faalde om dezelfde reden waarom het socialisme altijd faalt; het kon niet voor zijn burgers zorgen.

Venezuela:

Kijk maar naar wat er op dit moment in Venezuela gebeurt om te zien dat het socialisme daar duidelijk heeft gefaald. Als het socialisme niet faalde, waarom zouden mensen dan konijnen eten? Waarom zouden regeringstroepen voertuigen in menigten burgers rammen? Het antwoord is dat die dingen niet zouden gebeuren als het socialisme geen complete mislukking was.

De regering in Venezuela had geen geld meer van anderen (het geld van anderen is de belangrijkste reden waarom het socialisme altijd faalt). Ze riepen op tot “eerlijke prijsdagen” waar bedrijven in feite hun goederen moesten weggeven. Natuurlijk hebben die dagen de populariteit van de overheid een boost gegeven. Burgers kregen goederen gratis. Maar door die tijd faalden veel bedrijven. Het weggeven van hun goederen was niet rendabel, dus verloren ze alles. Zoals ze faalden en olie tankte, zo ook de Venezolaanse economie, wat betekent dat het adagium ‘socialisme faalt altijd’ ook in Venezuela gold; de economie werd veel te slecht gemanaged.

Economieën hebben ondernemerschap en kleine bedrijven nodig om te groeien en te slagen. Zonder die twee dingen zal een economie falen. Daarom is China begonnen met het toelaten van kapitalisme en kleine bedrijven in zijn economie; het heeft ze nodig voor groei. Venezuela bewandelde echter een andere weg. Het vernietigde zijn ondernemers en zijn bedrijven en vernietigde daarmee zijn economie. Acties zoals die van Venezuela zijn een van de redenen waarom het socialisme altijd faalt; ze verstikken innovatie en ondernemerschap.

Noord-Korea:

Noord-Korea is een totalitair hellhole. Het socialisme heeft het zo gemaakt. Als Noord-Korea in de jaren 1940 had geweigerd toe te geven aan het kapitalisme en socialisme, dan zou het een andere plek zijn geweest. Het enige wat je hoeft te doen om dat te zien, is naar Zuid-Korea kijken. Omdat het een kapitalistische en democratische natie werd, heeft het gefloreerd.

Noord-Korea werd echter geen kapitalistische natie. Niet eens in de buurt. In plaats daarvan is het een van de meest totalitaire en socialistische naties die er nog bestaan. Door die beslissing is de economie een abjecte mislukking. Net als de USSR heeft het geen goederen geproduceerd die zijn burgers nodig hebben. In plaats daarvan heeft het zich bijna volledig gericht op militaire uitrusting en technologie. De zware industrie en militaire verbeteringen zijn redelijk succesvol geweest. Maar de economie heeft enorm geleden. Binnenkort zal de economie volledig falen omdat het socialisme altijd faalt.

Het socialisme heeft overal gefaald omdat het een mislukking van de economische politiek is. Het is een mislukking van een economisch beleid om twee belangrijke redenen. Die redenen zijn dat het centraal gepland is en dat de uitbreiding ervan afhankelijk is van enorme niveaus van militaire uitgaven en subsidies.

Waarom is het waar dat het socialisme altijd faalt op elke plaats waar het wordt beproefd?

Centrale Planning is een centrale reden waarom socialisme altijd faalt:

Centrale planning kan nooit slagen als economische strategie. Het is te afhankelijk van de mensen die het minst weten over zaken of wat hun burgers nodig hebben. Bureaucraten, zoals die in het Politibureau zaten, weten niet precies wat hun burgers nodig hebben. Zelfs als ze de beste in hun vakgebied waren, gekozen vanwege hun vermogen in plaats van wie ze kenden, zouden ze het moeilijk hebben om adequaat werk te leveren. Maar ze waren niet de beste. Een van de vele ondeugden van het socialisme is dat zijn leiders afhankelijk zijn van gunsten om hun posities te verwerven. Daarom zijn ze niet de beste. Gewoon de beste verbonden.

Die goed verbonden bureaucraten konden hun economieën niet adequaat plannen. Vrije markten zijn geweldig omdat ze burgers laten kiezen wat ze willen en hoeveel ze ervan willen. De “onzichtbare hand” van Adam Smith leidt de markten en productie zodat de juiste dingen in ongeveer de juiste hoeveelheden worden geproduceerd. Het socialisme kan echter niet vertrouwen op die onzichtbare hand. In plaats daarvan is het afhankelijk van bureaucraten waarop niet kan worden vertrouwd om dingen adequaat te doen, laat staan volledig correct.

Centrale planning leidde nooit tot succes toen het in socialistische landen werd geprobeerd. Het leidde alleen maar tot mislukking en economische deprivatie.

Militaire uitgaven en subsidies: de grote twee redenen waarom socialisme altijd faalt (beide komen voort uit centrale planning)

Socialisme en communisme zijn afhankelijk van militaire kracht om uit te breiden. Zodra ze uitbreiden, zijn nieuwe socialistische landen afhankelijk van subsidies van andere landen om socialistisch te blijven. Kijk naar de bovengenoemde naties; de Sovjet-Unie, Venezuela en Noord-Korea. De Sovjet-Unie gaf onnoemelijk veel geld uit aan zijn strijdkrachten. Het had die krachten klaar voor het geval het wilde uitbreiden naar West-Europa, zoals in het boek“De Rode Lijn”,en zodat het zijn wil over de hele wereld kon afdwingen.

Cuba heeft op dezelfde manier gehandeld met zijn leger in Venezuela en Angola. Socialisme vereist enorme militaire uitgaven als percentage van het bbp om levensvatbaar te blijven. Ondertussen zijn de VS erin geslaagd om militair succesvoller te zijn, ondanks het uitgeven van een schamele 3% van het bbp aan defensie. De Sovjet-Unie besteedde soms meer dan 15% aan defensie.

Bovendien zijn kleinere socialistische landen afhankelijk van economische en defensiesubsidies. Venezuela heeft Russische troepen en Chinese subsidies nodig om te blijven bestaan. Net zoals Noord-Korea afhankelijk is van Chinese smokkel om te bestaan of Warschaupactlanden in de Koude Oorlog afhankelijk waren van Sovjetsubsidies om te bestaan. Die subsidies leiden tot economische ondergang voor alle betrokken landen. Ze onttrekken kritisch geld aan de economieën van grotere socialistische landen en vernietigen elke wil om te innoveren of economische problemen op te lossen in de landen die de subsidies ontvangen.

Erger nog, binnen de economieën van nog grotere socialistische landen zijn bedrijfssubsidies nodig om fabrieken overeind te houden, grotendeels dankzij het inefficiënte gebruik van middelen dat gepaard gaat met centrale planning.

Subsidies en onbeperkte militaire uitgaven zijn een monetair zwart gat dat twee van de belangrijkste redenen zijn waarom het socialisme altijd faalt. Ze geven simpelweg te veel uit aan onproductieve projecten, grotendeels als gevolg van centrale planning.

Dat betekent dus dat de grotere reden waarom socialisme altijd faalt, is dat socialistische naties worden gecontroleerd door een centraal planningscomité dat onmogelijk een goed functionerende markt kan nabootsen. Middelen worden verspild, grotendeels aan subsidies en militair materieel, en het land faalt.

Waarom we ons moeten verzetten tegen het socialisme:

Het socialisme zou geen comeback moeten maken in Amerika en Europa.

Denk eerst aan de vele verschrikkingen die het de wereld heeft aangedaan. Door het socialisme stierven in de 20e eeuw tientallen miljoenen mensen. Ze stierven in concentratiekampen, massale hongersnoden, schietpartijen door de geheime politie en proxy-oorlogen in derdewereldlanden. Als het socialisme niet was geprobeerd, zouden die mensen nog steeds leven. Bovendien leidde het tot verschrikkingen zoals de detentie van politieke gevangenen, marteling en ondervragingen van dissidenten, en de empowerment van perverse leiders zoals Pol Pot die weerzinwekkende ideologieën creëerden.

Ten tweede, denk aan het gebrek aan deugdzaamheid en de totale vernedering die gepaard gaat met socialisme. Zoals Winston Churchill opmerkte, is socialisme een ideologie van afgunst. Afgunst, en de andere aspecten van het socialisme, zijn vernederend. Ze vermalen mensen door ze te vullen met haat voor de meer succesvollen. Dat is vernederend en laat niemand goed af.

Het begint al te gebeuren in Amerika en in Europa. Denk maar eens aan hoeveel links praten over miljardairs. Vanwege hun bewondering voor het socialisme zijn ze vol haat en afgunst als het gaat om de rijken. Dat is gevaarlijk en moet worden gecorrigeerd; het is een van de (vele) redenen waarom het socialisme altijd faalt.

Ten slotte moeten we ons verzetten tegen het socialisme omwille van onze economie. We zullen economisch niet succesvol zijn als we ons niet verzetten tegen het socialisme vanwege het feit dat het socialisme altijd faalt. Kijk maar naar de bovenstaande voorbeelden om te zien waarom het socialisme altijd faalt. Hopelijk herkennen onze burgers en politici dat. Wij als natie kunnen economisch succesvol zijn. Door het kapitalisme zijn we een economische grootmacht. Zonder kapitalisme zal dat in het niets verdwijnen. Vecht om het socialisme te weerstaan, zodat we economisch succesvol blijven!

Ik hoop dat je hebt genoten van dit bericht over waarom socialisme altijd faalt!

Links en rechts verdedigen de heersende klasse? Dat moet anders!

Ik plaats dit als libertarier omdat de geïnterviewde Italiaanse professor Diego Fusaro volgens mij niets verkeerd zegt, maar u oordeelt natuurlijk!

Een van de meest interessante denkers van de 21e eeuw is de Italiaan Diego Fusaro, die in dit interview het verraad van links tegen arbeiders en de veroudering van het rechts/links politieke onderscheid blootlegt. Hij nodigt uit tot het opbouwen van brede allianties van voorstanders van arbeid, de middenklasse, de natie en populaire gebruiken tegen ontwortelde kosmopolitische elite.

Diego Fusaro is een zeldzame vis:een marxistische filosoof en Hegeliaan die op de hoogte is gebleven van Matteo Salvini’s Lega en door een sector van Europees links ervan wordt beschuldigd een “fascist” te zijn. Nu is hij weer in Alianza’s handen met de zeshonderd pagina’s Geschiedenis en bewustzijn van de geprecarieerden. Dienaren en Heren van globalisering,waar het de gevolgen van de verzwakking van de arbeidsbanden en ook de belangrijkste politieke conflicten van de post-pandemie behandelt. “Het probleem is dat marktvrijheid zonder een beleid dat het disciplineert en regeert, dat wil zeggen zonder een soevereine, democratische en sociale staat, ’tragedies in het ethische’ (Hegel) veroorzaakt: groeiende ellende, ontbinding van de gemeenschap, verlies van rechten…”, legt hij uit aan Vozpópuli tijdens een lang interview. Diego Fusaro is niet alleen een gerespecteerd essayist, maar ook professor aan het Instituut voor Hoge Strategische en Politieke Studies in Milaan.

Vraag: Uw stelling is dat we terugkeren naar een typische economie van de Middeleeuwen, met een samenleving verdeeld in dienaren en heren. We gaan van globalisering naar ‘glebalização’, naar ‘dienaren van de gleba’ van financiële en technologische oligopolies.

Antwoord: Dat klopt. In History and Consciousness of the Precarious betoog ik dat we getuige zijn van een nieuw feodalisme: de nieuwe arbeiders zijn precair en gemarginaliseerd, ze zijn een verarmde middenklasse en een afgeslachte arbeidersklasse; de nieuwe bellatoren zijn multinationale kapitalisten, e-commerce en big pharma; en de nieuwe redenaars zijn de intellectuele geestelijken die dag en nacht bidden tot de god van de markt en de krachtsverhoudingen verdedigen, en de arbeiders aansporen om met ontgoochelde verzaking of met dwaze euforie de orde van de kapitalistische “globalisering” te aanvaarden. Dit is iets wat ik heb uitgelegd in mijn boek Glebalização. De klassenstrijd in tijden van populisme (2019).

In alle opzichten bevinden we ons al in deze situatie, en de opkomst van Covid-19 heeft deze processen versterkt: het heeft de samenleving ‘gerepleviseerd’, alles stormenderhand veroverd, de middenklasse en arbeiders beperkt en de rijkdom van anti-grenskapitalisten vergroot. De situatie heeft geleid tot een nieuw autoritair-repressief kapitalisme dat bijeenkomsten verbiedt en het volk in quarantaine plaatst, waardoor elke revolutionaire en protestbeweging wordt verhinderd.

De laatste jaren zijn er veel nieuws en onderzoek dat wijst op een verjonging van de steun aan de rechterkant (bijvoorbeeld in Frankrijk met Marine Le Pen en in Madrid met betrekking tot Ayuso). Wat is de verklaring voor deze trend?

Ik schrijf dit vooral toe aan het verraad van links. Ze verraadde Gramsci, Marx en de arbeidersklasse om de regenboogbewakers van het grote kapitaal te worden: waar links van de douane voor staat, is hetzelfde als het recht van geld. Dat is de reden waarom de arbeidersklasse en jongeren zich zonder vertegenwoordiging bevonden en, vaak vanwege een hatelijke reactie, op reactionair rechts stemden. Het succes van Salvini, Le Pen, enz., kan vooral op deze manier worden verklaard: economisch liberale politieke programma’s en vijanden van de arbeidersklasse, die perfect overlappen met de programma’s van roze links. Het is de afwisseling zonder alternatieven die kenmerkend is voor het neoliberale tijdperk: men wint turkooisblauw rechts of fuchsialinks, in elk geval is de winnaar de hoofdstad, die terecht een rechtervleugel en een linkervleugel heeft. De parabel van Podemos in Spanje toont dit ook aan. Vandaag missen we een echte linkerzijde van de sical en de hamer en het rood, niet regenboog en fuchsia: dat wil zeggen, een antikapitalistisch en communistisch links, ten gunste van de soevereiniteit van de nationale staat en internationale solidariteit tussen socialistische landen.

De culturele stroming van mei 68 was omgekeerd.

Sinds die opstand is links gereduceerd tot de rol van de kapitaalwaakhond. En daarom verloor ze de sympathie van jongeren en arbeiders. Wat de rest betreft, als links ophoudt geïnteresseerd te zijn in Marx en Gramsci, is het noodzakelijk om te stoppen met geïnteresseerd te zijn in links en door te gaan met de strijd die toebehoorde aan Marx en Gramsci.

U bent een van de Italiaanse intellectuelen die pasolini het vaakst citeert, bijvoorbeeld zijn standpunten tegen het antifascisme, dat hij zag als een simulacrum van verzet tegen het systeem. Het huidige links lijkt ook allergisch te zijn voor andere communitaristische intellectuelen zoals Christopher Lasch, die wordt geciteerd door Trumpistische goeroe Steve Bannon.

Ik hou van Pasolini, die ik samen met Antonio Gramsci en Costanzo Preve beschouw als de belangrijkste marxist van de 20e eeuw. Tegenwoordig wordt het marxistische antikapitalisme zelf belasterd als fascisme door liberale antifascistische verleiders (dit gebeurt bijvoorbeeld met Marco Rizzo, een van de weinige overgebleven communisten). Links kan noch Pasolini noch Lasch accepteren, omdat het vasthield aan de regressieve cultus van vooruitgang en integrale kapitalistische modernisering van de samenleving: links, gevangen in het “Orpheus-complex” (Jean-Claude Michéa), is terugkijken altijd een zonde, wat nodig is, is het volgen van de kapitalistische ontwikkeling. Links vergat de les van Pasolini, die een onderscheid maakte tussen ontwikkeling als emancipatie en vooruitgang als de vooruitgang van het technokapitalisme, en dat is precies wat het marxisme moet bestrijden in naam van emancipatie.

Zijn analyse suggereert dat de links/rechts-as niet meer zo nuttig is en is vervangen door nationaal versus globaal.

Rechts en links zijn twee politieke en culturele vleugels die degenen aan de top verdedigen, dat wil zeggen de heersende klasse. Degenen aan de basis, dat wil zeggen de precaire klasse van de midden- en arbeidersklasse, missen vertegenwoordiging. Daarom is de politieke geografie veranderd: er is niet meer rechts en links, maar van boven naar beneden: de ’top’ van de turbofinancieringselite vereist openheid in haar activiteiten, economische en antropologische deregulering, globalisme en flexibiliteit op alle gebieden, van werk tot geslacht; aan de andere kant moet de “basis” vechten voor een democratische nationale soevereine staat en voor de eticiteit in de Hegeliaanse zin, dat wil zeggen de “ethische wortels” van de gemeenschap, van onderwijs tot vakbonden. Kortom, er is een gebrek aan intellectuelen en politieke krachten die degenen aan de basis vertegenwoordigen. Voorlopig heeft de toespraak moeite om te consolideren, want, zou ik zeggen met Gramsci, de oude man is stervende en de nieuwe is nog niet geboren.

Ik neem aan dat je de crisis in Marokko en Spanje hebt gevolgd. Wat is uw visie op dit conflict?

Vandaag de dag gebruikt de heersende klasse massa-immigratiewapens. Zoals ik uitleg in de Geschiedenis en het bewustzijn van de precaire,noemt de hoofdstad de opvang en integratie van migranten de deportatie van goedkope wapens om meedogenloos te exploiteren, waarmee het mogelijk is om de arbeidskosten in het algemeen te verlagen en te proberen horizontale klassenconflicten binnen dezelfde klasse te creëren (migranten tegen inboorlingen). De vijand is niet de immigrant, maar degene die hem deporteert, dat wil zeggen de kapitalistische leider. De vijand is niet degene die vlucht, maar degene die mensen dwingt te vluchten. Wat er tussen Spanje en Marokko is gebeurd, is een klassiek voorbeeld van het gebruik van massa-immigratiewapens om druk uit te oefenen op een regering.

Welke oplossing blijft er over?

Rechts, niet alleen in Italië, strijdt tegen immigratie zonder het kapitalisme te bestrijden. En ze gieten over migranten de haat van de klasse uit die integendeel over de kapitalisten zou moeten worden uitgestort. Zoals ik al zei, zijn de vijanden niet de migranten, maar degenen die hen deporteren, dat wil zeggen de kosmopolitische business class. De Kerk zou, in de naam van Christus, deze obscene handel in mensenlevens verschuldigd moeten zijn. In plaats daarvan pleit ze voor ‘open havens’, wat de voorkeursuitdrukking is van de kosmopolitische werkgeversklasse. Ratzinger had gelijk toen hij zei dat we het tegenwoordig alleen nog maar hebben over het recht om te migreren, en niemand heeft het over het recht om in zijn eigen land en gemeenschap te blijven.

Aangezien u religie aanhaalt, is een van de meest verrassende dingen over salvinisme de afwijzing van christelijke waarden van welkom en hulp als het gaat om migranten.

De rechtervleugel gebruikt het christendom als een electorale oproep, om te verwijzen naar de waarden die het elke dag verraadt met zijn acties. De waarheid is dat we vandaag de dag een marxisme nodig hebben dat geïnspireerd is door de hete stroming van het christendom, zoals Bloch zei: een marxisme dat zelfs theologisch is, als ik mag, in de strijd tegen het atheïsme van de marktbeschaving, tegen zijn nihilisme en zijn relativisme. Er is meer dan ooit behoefte om het heilige en het transcendente te herontdekken, ook begrepen in filosofische zin: het heilige en het transcendente zijn wat niet beschikbaar is, wat niet het voorwerp kan zijn van economische uitwisseling of de wil van technokapitalistische macht. De mens is een figuur van het heilige en het transcendente, en daarom is het noodzakelijk om elke relatie omver te werpen waarin de mens wordt gedegradeerd en uitgebuit, vernederd en vertrapt.

U bent het doelwit geweest van verschillende lastercampagnes in Spanje, van nieuwsberichten die erop wijzen dat u een fascist bent in La Vanguardia tot oproepen tot een boycot van politicologen zoals Steven Forti, in de buurt van de politieke ruimte van Ada Colau.

“Blaf, Sancho, we rijden snel!” Ik ben niet verrast door deze hysterische en hatelijke reacties, het resultaat van woede en het verlangen naar lynchpartijen in de media. Als ze een serieuze socratische dialoog zouden aangaan, zouden de roze linksen zichzelf vinden als de “Papaleguides” Coiote, die door de leegte loopt, en wanneer hij stopt om erover na te denken, valt hij! Daarom is er vandaag ter linkerzijde geen echt debat over de status van het marxisme en de politiek-filosofische theorie: er is alleen een zielige identiteitsstrijd, waarmee ze hun veronderstelde zuiverheid verdedigen en fascisten spelen die zich niet conformeren aan de orthodoxie en kritisch durven te denken. Links, maar ook rechts, kan vandaag niet de oplossing zijn, omdat het het probleem is. We hebben nieuwe politieke synthese nodig, nieuwe visies, een nieuwe politieke filosofie die Marx en Gramsci weer centraal stelt in de nieuwe context.

Hebt u geleden onder deze pogingen tot intellectuele lynchpartijen in andere landen?

Natuurlijk heb ik dit ook in Italië meegemaakt, want zelfs in mijn land geeft links om niets anders dan “burgerrechten”, zoals ze de consumentistische grillen van de rijke klassen noemen, zoals draagmoederschap. Links, vandaag praten over de klassenstrijd, sociale rechten, de strijd tegen de Europese Unie en atlantis, een democratische soevereine staat en marxisme is hetzelfde als fascistisch zijn.

Het boek eindigt met een oproep om de politieke confrontatie te herwinnen. Wie beschouwt u als de grootste vijand?

Ik geloof dat vandaag in Europa de eerste strijd wordt gevoerd tegen de Europese Unie, die het kapitalistische “herstel” na 1989 vertegenwoordigt: vandaag betekent het bestrijden van het kapitalisme en de heersende klasse vechten tegen de EU, vechten voor een volledig herstel van de nationale soevereiniteit als basis voor het herdemocratiseren van de nationale ruimte en het aanmoedigen van Keynesiaanse herverdeling, het claimen van nationale autonomie tegen de globalisering van hoekpunten en de verdediging van de arbeidswereld en de middenklasse.

Bron: Voxpópuli

Naschrift: Het Nationaal-Libertarisch Kompas als enige Vlaamse politieke beweging en VolksLiga als enige Vlaamse partij steunen Diego Fusaro, steun het libertarisme en kies VolksLiga de volgende bollekeskermis!

Links, vooruitgang of een nieuwe weg naar tiranie?

De moderne westerse samenlevingen gaan er graag prat op progressief of “vrijdenkend” te zijn en hun kernwaarden worden verondersteld tolerantie, mensenrechten en vrijheid van meningsuiting te zijn.

We moeten ons echter afvragen of dat klopt?

De tolerantie van de belangrijkste vertegenwoordigers van de linkse partijen, intellectuelen, pers en hun aanhangers eindigt zeer snel als iemand het niet eens is met hun principes, of afwijkende opvattingen verdedigt. Dit geldt vooral in gevallen waarin het gaat om gedachten die vandaag de dag linkse populaire theorieën over sociale constructies ontkennen. Als iemand beweringen durft te ontkennen dat nationalisme “slecht en egoïstisch” is of dat ras slechts een sociale constructie is, worden deze “vrijdenkers” en “tolerante” kampioenen van vooruitgang, plotseling meer geïrriteerde bolsjewieken of middeleeuwse inquisiteurs. Hun tegenstanders worden echter geconfronteerd met een lawine van beschuldigingen, verschillende ‘ismen’ en ‘fobieën’.

Mensenrechten zijn ook steeds meer alleen van toepassing op verschillende, ooit marginale, groepen, terwijl de inheemse bevolking van het Westen tweederangsburgers worden. De vrijheid van meningsuiting, die een fundamenteel mensenrecht zou moeten zijn, wordt echter gemarkeerd als “haatzaaien” zodra het te politiek incorrect wordt.

Het recht op meningsuiting en de vrijheid van meningsuiting betekent dus dat men vandaag de dag alleen de vrijheid heeft om de eigen linkse gedachten te uiten zolang deze voldoen aan de belangrijkste richtlijnen van politieke correctheid. Deze politieke correctheid wordt bepaald door de linkse politici en hun media. Als iemand echter toevallig opvattingen uit die niet in overeenstemming zijn met de new-age religie van linkse vooruitgang, wordt onmiddellijk een heksenjacht gestart, geleid door een nieuwe regenbooginquisitie van tolerantie en universele vooruitgang. In plaats van op de brandstapel te branden, volgen censuur, mogelijk banenverlies en algemene uitsluiting van de publieke samenleving.

De huidige door links gedomineerde democratie wordt verondersteld de “beste regeling” te zijn, die het einde van de economische liberale vooruitgang en de overgang naar het einde van de “Westerse” geschiedenis vertegenwoordigt, naar de utopie van een wereldwijde multiraciale samenleving, waar iedereen geacht wordt de “ketenen” van het verleden, nationale identiteiten en tradities weg te gooien en gewoon “burgers van de wereld” te worden. De huidige democratie is natuurlijk kosmopolitisch en universeel, wat betekent dat het niet alleen de beste regeling is voor het Westen, maar voor de hele wereld, voor alle naties en volkeren, van de Eskimo’s tot de Bantoes. Gezien het feit dat het een regeling is die “vooruitgang” teweegbrengt, worden al haar tegenstanders natuurlijk als reactionair en dwaas bestempeld en, in het geval van rechtsen, kapitalisten en nationalisten, kwaadaardig. Vertegenwoordigers en boodschappers van het linksisme geloven dat ze een moreel recht hebben om te censureren en dus iedereen te schenden en te beroven die het niet met hen eens is of zich tegen hen verzet. Dit volgt de logica dat, gezien het feit dat linksisme goed en progressief is, iedereen die zich ertegen verzet natuurlijk slecht of zelfs misdadig is. Zo gebruiken de moderne geestelijken van de seculiere religie van het linksisme, in naam van ’tolerantie’, alle middelen om critici en tegenstanders van de kosmopolitische waarden van de huidige liberale democratie het zwijgen op te leggen. Vrijheid van meningsuiting is een slechte grap aan het worden in moderne westerse democratieën. De democratie zelf is slechts een parodie waaronder de tirannie van de nieuwe tijd ligt.

Ooit stuurden de communisten alle dissidenten die zich durfden te verzetten tegen de officiële ideologie van het systeem in naam van het behoud van broederschap en eenheid naar Goelags, maar vandaag de dag hoeven cultuurmarxisten (althans voorlopig) niet hun toevlucht te nemen tot dergelijke extreme methoden. Gezien het feit dat ze onderwijsinstellingen en de centrale media hebben overgenomen met de hulp van moderne internationale “elites”, zijn ze de makers van de publieke opinie geworden. Daarom kunnen ze hun tegenstanders eenvoudigweg bestempelen als “kwaadaardig” of “extremisten” en zo hun geloofwaardigheid in de ogen van de gemiddelde persoon wegnemen. Wanneer dat niet genoeg is, zijn ze natuurlijk bereid om andere methoden te gebruiken die dichter bij de bolsjewieken en de rode censors van de oude marxistische regimes staan. Dus, in verhouding tot het groeiende aantal mensen dat zich bewust is van de problemen die linksen en cultuurmarxisten onder het tapijt willen vegen, is er ook meer onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting, maar het verbergt zich onder een soort rechtvaardig masker van de strijd tegen ‘haat’. Soms krijgen ze zelfs hun tegenstanders aan de schandpaal vanwege gesproken woorden of berichten op sociale media. Het gaat er natuurlijk om ideologische en politieke tegenstanders te ontmoedigen die zich verzetten tegen de tirannie van de politieke correctheid en de valse ideologieën van gelijkheid.

Natuurlijk wordt het steeds duidelijker dat de huidige linkse democratie niet het toppunt van de menselijke beschaving is. Veel inzichtelijke denkers, filosofen en schrijvers waarschuwden ons voor de negatieve gevolgen ervan in de 19e en 20e eeuw, maar vandaag zien we hoezeer ze gelijk hadden. Het ultraliberalisme heeft de weg geopend naar de enorme kapitalistische uitbuiting en vernietiging van freelancers en familiebedrijven door grote internationale bedrijven, daarom zijn wij libertariers voor de middenstand en KMO’s. Het opende ook de weg voor massamigratie, zowel in het belang van kapitalisten die goedkope arbeid bezaten, als marxisten die potentiële rekruten zagen voor hun doelwitten in migranten.

Het linkse principe van individuele vrijheid, zolang het anderen niet in gevaar brengt, is ook in onze democratie zo bedacht dat de meest onnatuurlijke stoornissen en decadente levensstijlen worden beschouwd als “individuele rechten en keuzes” en worden aangemoedigd voor hun “moed”. De linkse democratie opent ook de deur voor een golf van migranten van buitenlandse culturen in Europa in naam van de ‘mensheid’, wat resulteert in een toename van de criminaliteit, onenigheid binnen westerse samenlevingen, chaos, conflict en geweld. Linksen gedragen zich echter alsof er geen probleem is, en als ze het erkennen, zien ze de bron ervan niet in het feit dat mensen naar Europa trekken met totaal verschillende morele overtuigingen, culturen, gewoonten en raciale kenmerken, maar in de Europeanen zelf, van wie wordt gezegd dat ze te “racistisch” en “discriminerend” zijn voor nieuwkomers.

In de huidige context werd de term ‘racisme’ voor het eerst gebruikt door Leon Trotski, die alle tegenstanders van het marxisme het zwijgen wilde opleggen op dezelfde manier als linksen dat willen. Deze term heeft vandaag elke betekenis verloren, omdat groenen, linksen en globalisten het opnemen tegen al hun ideologische tegenstanders en hopen hen te denigreren en zo hun argumenten te devalueren. 

Zijn dus de veranderingen van vandaag, die in de linkse huidige democratie als “progressief” worden beschouwd, echt vooruitgang in de ware zin van dat woord? In feite is het een interpretatie die veel te maken heeft met de ware betekenis van die term. Tegenwoordig gebruiken linksen en groenen het woord ‘vooruitgang’ in een vergelijkbare context als de term ‘racisme’. Ze willen iedereen denigreren die het niet met hen eens is en hun politieke vijanden is. Dit betekent dat de term “vooruitgang” vandaag de dag slechts een woord is geworden om de vernietiging te beschrijven van samenhangende, homogene traditionele samenlevingen en familiewaarden waarop de Europese beschaving is gebouwd. Zo maken ze  vandaag, in naam van de vooruitgang, gebruik van een nieuwe tirannie waarin iedereen die het niet eens is met het officiële beleid van de Brusselse globalisten en vernietigers van naties zal worden vervolgd. Niet alleen nationalisten die tegen massamigratie zijn en die een nationale heropleving van Europese naties willen, maar ook degenen die geloven in de zaligmakendheid van het vrije kapitalisme zullen zich op de lijst van nationale vijanden bevinden als de linkse tirannie wint. In dit geval zal iedereen die zich verzet tegen de dwaasheid van politieke correctheid worden ontmenselijkt en als complete schurken worden bestempeld. Dit gebeurt vandaag al, en dergelijke tactieken worden goed beschreven door de Duitse denker en politieke theoreticus Carl Schmitt:

Wij als libertariers blijven ondanks alles zeggen wat we willen! Lees ook de andere artikels op dit blog of deel onze berichten op sociale media zolang het nog kan!

Geschreven door Erik De Ridder

Socialisme faalt altijd, maar verliest op de een of andere manier nooit zijn aantrekkingskracht

Door Dr. Rainer Zitelmann

In zijn Lectures on the Philosophy of History merkte de Duitse filosoof Hegel op:“Maar wat ervaring en geschiedenis leren is dit – dat volkeren en regeringen nooit iets van de geschiedenis hebben geleerd, of hebben gehandeld op basis van principes die daaruit zijn afgeleid.” Het zou goed kunnen dat Hegels oordeel te hard is. Toch lijkt het erop dat een meerderheid van de mensen niet in staat is om te abstraheren en algemene conclusies te trekken uit de historische ervaring. Ondanks de talrijke voorbeelden van kapitalistisch economisch beleid dat leidt tot meer welvaart en het falen van elke variant van het socialisme die ooit onder reële omstandigheden is getest, lijken veel mensen nog steeds niet in staat om de meest voor de hand liggende lessen te leren.

In de afgelopen honderd jaar zijn er meer dan twee dozijn pogingen geweest om een socialistische samenleving op te bouwen. Het is geprobeerd in de Sovjet-Unie, Joegoslavië, Albanië, Polen, Vietnam, Bulgarije, Roemenië, Tsjechoslowakije, Noord-Korea, Hongarije, China, Oost-Duitsland, Cuba, Tanzania, Benin, Laos, Algerije, Zuid-Jemen, Somalië, Congo, Ethiopië, Cambodja, Mozambique, Angola, Nicaragua en Venezuela, onder anderen. Al deze pogingen zijn in verschillende gradaties van mislukking geëindigd. Hoe kan een idee, dat zo vaak is mislukt, in zoveel verschillende varianten en zoveel radicaal verschillende settings, nog steeds zo populair zijn? Dat is de centrale vraag die Kristian Niemietz stelt in dit uiterst belangrijke boek Socialisme. Het mislukte idee dat nooit sterft. Niemietz, die werkt aan het London Institute for Economic Affairs, weet in één zin een antwoord te geven op zijn vraag: Het komt omdat socialisten met succes afstand hebben weten te nemen van al die voorbeelden. Zodra je een socialist confronteert met voorbeelden van mislukte experimenten, bieden ze altijd het volgende antwoord: “Deze voorbeelden bewijzen helemaal niets! In feite zijn geen van deze echte socialistische modellen.”

Stalin en Mao prijzen

Intellectuelen laten nooit na om uitbundig lof te uiten over elk nieuw socialistisch experiment, zoals blijkt uit hun vurige reacties op de opkomst van het socialisme in de Sovjet-Unie, China, Cuba en Venezuela. Zelfs massamoordenaars als Josef Stalin en Mao Zedong werden enthousiast gevierd door vooraanstaande intellectuelen van hun tijd. Deze intellectuelen waren geen buitenstaanders of extremisten, maar gerenommeerde schrijvers en geleerden. Zelfs de concentratiekampen in de Sovjet-Unie, de Goelags, werden bewonderd: ze werden gepresenteerd als plaatsen van rehabilitatie, niet van straf, waar gevangenen de kans kregen om deel te nemen aan nuttige activiteiten, terwijl ze nadachten over hun fouten. “ Een toen bekende Amerikaanse schrijver legde uit: “De werkkampen hebben in de hele Sovjet-Unie een hoge reputatie opgebouwd als plaatsen waar tienduizenden mannen zijn teruggewonnen.”

Zelfs journalisten en intellectuelen die niet helemaal blind bleven voor de misdaden van het regime, vonden argumenten om te rechtvaardigen wat er gebeurde: “Maar – om het brutaal te zeggen – je kunt geen omelet maken zonder eieren te breken en de bolsjewistische leiders zijn net zo onverschillig voor de slachtoffers die betrokken kunnen zijn bij hun streven naar socialisatie als elke generaal tijdens de Wereldoorlog die een kostbare aanval beval.” Deze zinnen werden geschreven door de correspondent van de New York Times in Moskou, die van 1922 tot 1936 hoofd was van het kantoor van de krant in de Russische hoofdstad.

Sommige socialistische intellectuelen hadden wel kritiek op de Sovjet-Unie. Maar voor velen was hun antipathie het resultaat van het gebruik van utopische normen als maatstaf voor het beoordelen van echte wereldsystemen – utopische fantasieën die geen enkel systeem in de wereld zou hebben kunnen waarmaken.

Veel westerse intellectuelen waren enthousiast in hun steun voor Mao Zedong en zijn culturele revolutie, ondanks het feit dat er 45 miljoen levens verloren gingen tijdens het grootste experiment van het socialisme – de Grote Sprong Voorwaarts – alleen al aan het einde van de jaren 1950. Na Mao’s dood, toen het hervormingsbeleid van Deng Xiaoping honderden miljoenen Chinezen bevrijdde van bittere armoede, waren diezelfde intellectuelen lang niet zo enthousiast over China als in Mao’s tijd. “Net zo ironisch genoeg begon het enthousiasme van westerse intellectuelen voor China te vervagen toen de meest moorddadige periode voorbij was”, meldt Niemietz. Westerse intellectuelen hadden China rijkelijk geprezen toen miljoenen Chinezen verhongerden of zich dood werkten in dwangarbeidskampen. Maar toen een programma van relatieve liberalisering miljoenen mensen uit de armoede tilde, schitterden die intellectuelen door hun stilzwijgen. Marktgebaseerde hervormingsprogramma’s, hoe succesvol ook, zullen nooit bedevaarten inspireren. Zelfs de Noord-Koreaanse dictator Kim Il Sung en het moorddadige Rode Khmer-regime in Cambodja vonden bewonderaars onder westerse intellectuelen, zoals Niemietz in twee hoofdstukken van zijn boek aantoont. En dan hebben we het nog niet eens over Cuba en Che Guevara, die in het Westen een popicoon werd.

Het is altijd hetzelfde verhaal…

In zijn grondige historische analyse laat Niemietz zien dat elk socialistisch experiment tot nu toe drie fasen heeft doorlopen: tijdens de eerste fase, de wittebroodsweken, zijn intellectuelen over de hele wereld enthousiast over het systeem en prijzen het de hemel in. Dit enthousiasme wordt altijd gevolgd door een tweede fase, desillusie. Tijdens deze fase verdedigen intellectuelen nog steeds het systeem en zijn “prestaties”, maar trekken hun kritiekloze steun in en beginnen tekortkomingen toe te geven, hoewel deze vaak worden gepresenteerd als het resultaat van kapitalistische saboteurs, buitenlandse krachten of boycots door Amerikaanse imperialisten. In de derde fase tenslotte ontkennen intellectuelen dat het ooit echt een vorm van socialisme was, de niet-echt-socialisme fase. Dit is het stadium waarin intellectuelen in de rij staan om te stellen dat het land in kwestie – bijvoorbeeld de Sovjet-Unie, China of Venezuela – nooit echt een socialistisch land is geweest.

Tegenwoordig proberen westerse socialisten zich niet eens te verzetten tegen het kapitalisme in de echte wereld met historische voorbeelden van socialisme. In plaats daarvan voeren ze argumenten aan die gebaseerd zijn op de vage utopie van een ‘rechtvaardige’ samenleving. Soms noemen ze ‘Noords socialisme’ – d.w.z. de variant van het socialisme die ontstond in landen als Zweden – als voorbeeld, hoewel ze volledig vergeten dat de Noordse landen, die hebben geleerd van hun mislukte socialistische experimenten van de jaren 1970, het socialistische pad al lang hebben verlaten en vandaag – ondanks het feit dat ze hogere belastingen hebben – niet minder kapitalistisch zijn dan bijvoorbeeld de Verenigde Staten.